• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_66

    254 Figuur 2 13.3 Het verloop van het onderzoek Naarmate   de   taps   meer   informatie   opleverden   over   de   mogelijke   betrokkenheid   van   J.   en   zijn kompanen  bij  het  organiseren  van  cocaïnetransporten,  deed  de  betrekkelijk  geringe  omvang  van  het LRT-team zich in negatieve zin gevoelen. Zoals uit figuur 2 is af te leiden, was er vooral in het eerste half jaar van 1999 onvoldoende mankracht om relevante informatie “uit te rechercheren”. Het was, met andere  woorden,  nauwelijks  mogelijk  om  de  verkregen  informatie  te  verdiepen  door  de  inzet  van andere  methoden,  zoals  observatie  of  het  horen  van  personen.  Overigens  speelde  bij  dit  laatste  ook mee  dat  men  met  het  onderzoek  nog  niet  naar  buiten  wilde  treden.  Het  was  door  de  veelheid  van informatie  nauwelijks  meer  mogelijk  om  verkregen  tapgegevens  te  relateren  aan  drugstransporten. Een  complicatie  hierbij  was  dat  er  voortdurend  diverse  drugstrajecten  tegelijkertijd  liepen,  zodat  het moeilijk was te weten op welk transport een afgeluisterd gesprek betrekking had. Naast   taps   werden   er   ook   peilbakens   gezet   op   auto’s   waarmee   verdachten   reden   en   werd geregeld  het  observatieteam  ingezet  om  na  te  gaan  waar  en  met  wie  J.  en  zijn  medeverdachten kontakten  hadden.  Ook  werden  in  november  1998  de  eerste  strafrechtelijke  financiële  onderzoeken (SFO’s)   gestart   tegen   J.   en   enkele   medeverdachten.   Deze   SFO’s   waren   gericht   op   het   in   kaart brengen van bezittingen van onder meer J. (onroerend goed), en het traceren van gelden/bestedingen/stortingen  waarvan  de  herkomst  onduidelijk  was.  Deze  SFO’s  zouden  pas  na  de aanhouding van de verdachten in februari 2000 verder worden geactiveerd omdat de huiszoekingen in februari 2000 aanknopingspunten boden voor gerichter financieel onderzoek. Uit de SFO’s tegen J. en zijn echtgenote vloeiden twaalf rechtshulpverzoeken voort.580                                                 580 Volgens  de  financiële  rechercheurs  zou  tot  dusverre  (december  2000)  zo’n  10  tot  12  miljoen  gulden  aan  bestedingen (inclusief  investeringen)  door  J.  in  de  afgelopen  jaren  zichtbaar  zijn  te  maken.  In  de  uitvoering  van  het  financiële onderzoek lopen de rechercheurs tegen tal van problemen aan die  tijdvertragend werken, zoals rechtshulpverzoeken en vermeende schuilconstructies met rechtspersonen. Als gevolg van deze vertragingen loopt het financiële onderzoek qua timing uit de pas met het tactische onderzoek. TIJD 40 30 20 10