• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_70

    258 Noch  de  00-informatie  noch  de  01-informatie  is  uiteindelijk  bij  de  CID  van  het  LRT  beland.  In  een aantal   gevallen   had   dat   te   maken   met   een   weigering   van   de   afzenders   om   de   informatie   te verstrekken.  Zo  weigerde  de  FIOD  om  ten  behoeve  van  het  LRT  een  proces-verbaal  op  te  maken omdat  de  door  de  FIOD  vergaarde  informatie  afkomstig  was  van  andere  informatiebronnen  en  de dienst   niet   kon   instaan   voor   haar   betrouwbaarheid.   Ook   vanuit   de   RCID   van   de   regio   Gooi   en Vechtstreek kreeg het LRT nul op het rekest. De gevraagde gegevens konden niet in de vorm van een proces-verbaal   worden   aangeleverd,   omdat   hierin   informatie   aanwezig   was   die   door   Teeven   als onbetrouwbaar  was  gekwalificeerd.  Een  andere  CID,  niet  bekend  welke,  had  aangegeven  dat  de gevraagde   CID-formulieren,   waaruit   informatie   gehaald   moest   worden   voor   een   tactisch   proces- verbaal, niet meer voorradig waren.583 Behalve   de   bovengenoemde   redenen   lag   volgens   diverse   betrokkenen   aan   de   gebrekkige informatievoorziening ook een zekere lankmoedigheid ten grondslag van de zijde van de CID van het LRT.  In  diverse  interviews  werd  aangegeven  dat  de  bereidheid  van  de  CID-LRT  om  informatie  bij andere RCID’en op te vragen niet al te groot was. In de volgende citaten zien we dit standpunt terug: Van Brummen584: “Voor  Haarlem  is  het  nog  steeds  een  grote  vraag  waarom  de  CID-sectie  van  het  LRT  niet gericht op zoek gegaan is naar de onderliggende informatie van het parallel-pv.” Schouten585: “Wij hebben dat parallel-pv gemaakt en zoals iedereen weet, die binnen de CID werkt, moet je  voor  het  verkrijgen  van  onderliggende  informatie  met  de  code  00  en  01  terug  naar  de bron.  Wij  hebben  er  alles  aan  gedaan  om  zo  snel  en  concreet  mogelijk  aan  te  geven  voor welke informatie men naar welke bron toe moest. Daar hebben we hele dagen aan gewerkt. Het   verbaasde   me   dan   ook   dat   wij   later   vanuit   het   LRT   te   horen   kregen   dat   wij   niet meewerkten.     Toen     bleek     dat     de     CID     van     het     LRT,     naar     aanleiding     van     onze informatieoverzichten,  een  stapel  informatierapporten  (inclusief  de  00  en  01  info’s)  op  het bureau   van   het   tactische   team   had   gegooid.   Het   tactische   team   had   dit   geweigerd   en gezegd dat dit niet de manier was om om te gaan met CID informatie. Vervolgens gebeurde er weer lange tijd niets.” Van Stormbroek586: “Wij   zeiden,   Peter   Snijders,   ik   en   de   anderen:   “onze   analyse   is   gebaseerd   op   allerlei bronnen, van zeer diverse CID-en. Wij kunnen jullie die informatie niet zo geven. Het is geen informatie van de CRI, de CRI moet er behoedzaam mee omgaan. Maar het is voor jullie wel goed  mogelijk  om  die  informatie  her  en  der  op  te  vragen”.  Maar,  zo  is  mijn  indruk,  het  LRT was daar niet zo happig op. Zij wilden liever met grote stappen thuis zien te komen in plaats van bepaalde kwesties gedetailleerd uit te werken. Wij hebben ze heus wel aangegeven hoe zij  de  gegevens  rond  bepaalde  mensen  en  rond  bepaalde  bronnen  konden  stapelen  en  op die    manier    een    en    ander    konden    uitzoeken,    maar    naar    ons    gevoel    was    dat    toch eenrichtingsverkeer.  Zij  zagen  er  eigenlijk  niet  zo  veel  in.  Het  LRT  had,  denk  ik,  niet  zoveel fiducie   in   de   these   van   de   parallel-importen.   Zij   wilden   trouwens   ook   zogezegd   schoon                                                 583 Journaal over containeronderzoek n.a.v. parallel-proces-verbaal (C1). 584 Interview H. van Brummen d.d. 2 februari 2001. 585 Interview P. Schouten d.d. 9 februari 2001. 586 Interview A. van Stormbroek d.d. 23 januari 2001.