• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_81

    269 De wrevel van Snijders over de werkwijze van Van der Burg schuilde in het volgende618: “De afspraak was dat Gerrit van der Burg een tactisch dossier zou opbouwen. Analoog aan de  voorgestelde,  maar  nooit  ten  uitvoer  gebrachte  werkwijze  voor  Amsterdam,  die  naar  de moord  op  Van  der  Heiden  en  de  XTC  dumpingen  zouden  kijken,  zou  het  dossier  worden opgebouwd  uit  het  materiaal  dat  op  dat  moment  beschikbaar  was  en  zou  na  deze  eerste inventarisatie bezien worden wat Van der Burg nog nodig had uit het “besmette” IRT-dossier. Via  mij  zou  hij  ontbrekende  informatie  dan  kunnen  opvragen.  Van  der  Burg  heeft  zich  niet geheel  aan  die  afspraken  gehouden.  Hij  heeft  bijvoorbeeld  ook  een  blik  geworpen  op  het Fort-dossier.  Daarover  ontstond  een  pittige  woordenwisseling,  maar  de  relatie  met  Van  der Burg bleef werkbaar.” Van der Burg had volgens Snijders dus getornd aan het uitgangspunt van een “onbesmette” start van het  onderzoek,  dat  wil  zeggen  dat  in  eerste  instantie  alleen  gebruik  zou  worden  gemaakt  van  nieuw verkregen informatie, in het bijzonder de verklaringen van Van T. De consequentie van het feit dat hij delen van het Fort-archief had geraadpleegd, bracht volgens Snijders met zich dat deze stukken in het strafdossier moesten worden gevoegd. Indien het laatste niet wenselijk werd geacht, was in de ogen van   Snijders   de   meest   verregaande   optie   om   Van   der   Burg   door   een   andere   zaaksofficier   te vervangen.619 In een uitvoerig ambtsbericht van 5 april 1999 van Snijders aan Van Brummen werd verreweg de meest  aandacht  besteed  aan  de  onderbouwing  van  de  stelling  dat  er  wel  degelijk  sprake  was  van nieuwe feiten en dat derhalve aanvullend strafrechtelijk onderzoek dringend geboden was. De in 1998 afgelegde verklaringen van Van T. plaatsten in de optiek van Snijders ieder CID-rapport van P. in een ander  perspectief.  De  betrokken  informant  zou  een  veel  grotere  rol  hebben  gespeeld  in  de  criminele organisatie  dan  tot  dan  toe  was  aangenomen  en  zou  in  zijn  handelen  veel  verder  zijn  gegaan  dan waarvoor  toestemming  was  verleend  door  het  openbaar  ministerie.  De  meeste  details  daaromtrent waren   pas   recentelijk   bekend   geworden,   zodat   er   wel   degelijk   nieuwe   informatie   was   die   een onderzoek naar de actieve rol van P. in de XTC-organisatie rechtvaardigde.620 Snijders     en     Schouten     achtten     dus     gegronde     redenen     aanwezig     om     het     gerechtelijk vooronderzoek  dat  tegen  P.  en  enkele  medeverdachten  was  gevorderd  mede  te  baseren  op  art.  140 Sr.  (deelname  aan  een  criminele  organisatie).  Hun  wens  werd  echter  niet  vervuld.  Op  5  maart  1999 werd   op   aanwijzing   van   Van   Daalen   door   officier   van   justitie   Smid   van   het   landelijk   parket   een gerechtelijk  vooronderzoek  gevorderd  tegen  vier  verdachten  –  onder  wie  P.  –  uitsluitend  terzake  van een   verdenking   van   bedreiging   van   Van   T.   Haast   was   op   dat   moment   geboden,   aangezien   de verjaringstermijn voor dit delict dreigde te verlopen. Tot ongenoegen van Schouten en Snijders werd in de haast echter de bodem weggeslagen onder de door hen uitgestippelde strategie. Snijders vatte de gang van zaken als volgt samen621: “De   dossiers   van   Van   T.   waren   strategisch   opgebouwd.   De   eerste   verklaringen   zijn   vrij algemeen  van  aard,  maar  gaandeweg  worden  ze  steeds  specifieker.  De  strategie  was  om deze  verklaringen  gedoseerd  in  te  brengen.  Rick  Smid  heeft  deze  strategie  uiteindelijk  om zeep  geholpen:  hij,  als  vervanger  van  de  met  vakantie  zijnde  Noordhoek  en  bij  afwezigheid van  Gerrit  van  der  Burg,  opende  bij  de  Haagse  rechtbank  een  gerechtelijk  vooronderzoek om verjaring van een eventuele zaak tegen P. te voorkomen. Het gerechtelijk vooronderzoek was  uitsluitend  gebaseerd  op  een  geval  van  bedreiging  van  Van  T.  door  P.  Pogingen  om  in                                                 618 Interview J. Snijders d.d. 12 februari 2001. 619 Ambtsbericht J. Snijders d.d. 5 april 1999 aan H. van Brummen (D13). 620 Rapportage van P. Schouten d.d. 7 mei 1999 aan J. Snijders (D13). 621 Interview J. Snijders d.d. 15 februari 2001.