• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grond- rechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wet- geving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • WIV: Uitbreiding of paal en perk?

    De vraag is of de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten moet blijven groeien naar de behoeften van de inlichtingendiensten, of juist een kader moet stellen.

    Halverwege de jaren ’50 van de vorige eeuw sloeg het 105 Verbindingsverkenningsbataljon zijn kamp op in Gorinchem. Met ruim tachtig kroegen een lustoord ‘waar de meisjes niet schuw waren voor de wapenrok’, aldus de toenmalige bataljonscommandant. Deze eenheid van de Koninklijke Landmacht was belast met het afluisteren en onderscheppen van berichten van radiozenders van het Sovjetleger en het peilen van zijn troepenbewegingen in het kader van de Koude Oorlog.

    Zestig jaar later haalt de Nationale Signals Intelligence Organisatie (de NSO, een directe nazaat van het 105 Verbindingsverkenningsbataljon) de landelijke pers. In een maand tijd heeft de NSO 1,8 miljoen satelliettelefoontjes onderschept en metadata hierover doorgespeeld aan de Amerikaanse geheime dienst NSA, zo blijkt uit onthullingen door Edward Snowden.

    Radiosignaal vogelvrij

    Er is blijkbaar nogal wat veranderd sinds de dagen dat een handjevol verbindingsofficieren het Gorkumse nachtleven onveilig maakte. De afgelopen zes decennia heeft communicatie een grote vlucht genomen en de bevoegdheden van de Nederlandse inlichtingendiensten groeien mee.

    Radioverkeer neemt ten opzichte van communicatie via de kabel binnen de wetgeving een enigszins bijzondere positie in. Waar een kabel een begin en een eind heeft, straalt een radiozender alle kanten uit. Iemand die een radiozender gebruikt kan er in principe vanuit gaan dat iedereen met een geschikte ontvanger mee kan luisteren. Artikel 139c van het wetboek van strafrecht, waarin afluisteren strafbaar wordt gesteld, maakt dan ook een uitzondering voor het afluisteren van radiosignalen.

    Ook de huidige Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV 2002) maakt hiervoor een uitzondering. Het plaatsen van een telefoontap mag alleen als er een concrete verdenking is. Radiosignalen daarentegen mogen ongericht en op grote schaal opgevangen worden. De vraag is of dit onderscheid nog van deze tijd is. Smartphones en satelliettelefoons maken immers ook gebruik van radiosignalen. Is in deze gevallen een bescherming van het telefoongeheim niet vanzelfsprekend?

    Het telefoongeheim is samen met het briefgeheim vastgelegd in artikel 13 van de Nederlandse grondwet en mag alleen geschonden worden als daar bijzondere aanleiding voor is. Nu we steeds meer met elkaar communiceren, en een steeds groter deel van ons leven digitaal met elkaar delen, is de persoonlijke inbreuk van het afluisteren groter dan ooit. Ongeacht het medium.

    Ongespecificeerde verzoeken

    Telkens wanneer de inlichtingendiensten iemand willen afluisteren moeten zij, en de verantwoordelijke minister, een afweging maken: staat deze inbreuk in verhouding tot het staatsbelang? In 2009 en 2011 brengt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) twee rapporten uit over de werkwijze van respectievelijk de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (MIVD). Hieruit blijkt dat de motivering van de diensten regelmatig te kort schiet.

    De diensten willen grote hoeveelheden onderschepte communicatie doorzoeken en moeten hiervoor formeel toestemming vragen aan de minister. Deze verzoeken zijn, volgens de CTIVD, onvoldoende gespecificeerd. Het is daardoor onmogelijk voor de toezichthouder om te controleren of het daadwerkelijk noodzakelijk was om tot afluisteren over te gaan, en of er geen andere mogelijkheden waren om dezelfde informatie te verkrijgen.

    Het handelen van de diensten is daarmee volgens de CTIVD in strijd met de WIV 2002. De verantwoordelijke ministers wuiven het oordeel weg: het ligt niet aan de diensten, het ligt aan de wet. Nog geen tien jaar na invoering lijkt de WIV 2002 al te krap van opzet. In plaats van dat de diensten worden teruggefloten, moet de wet worden aangepast. Het zaadje voor de WIV 2017 is geplant.

    Op welke schaal wordt er eigenlijk afgeluisterd? Precieze gegevens zijn niet bekend, maar de eerder genoemde 1,8 miljoen satelliettelefoontjes per maand geven wel een indicatie. In een wereldwijde markt van naar schatting 2 à 3 miljoen satelliettelefoon-abonnementen is dit een significant deel.

    Daarnaast hebben de inlichtingendiensten sinds 2011 zo’n 17 miljoen euro geïnvesteerd in de aanschaf van speciale software voor de analyse van grote hoeveelheden communicatie. De aanbesteding voor dit project, Argo II genaamd, is waarschijnlijk gewonnen door het Israëlische bedrijf Nice Systems.

    Het eerste contract loopt nog dit jaar af. De software is vooral gericht op het analyseren van IP-verkeer, oftewel internetverkeer dat grotendeels via de kabel loopt. Waarom de inlichtingendiensten deze analysecapaciteit nodig hebben, jaren voordat de bevoegdheid met de nieuwe WIV 2017 officieel ingaat, blijft onduidelijk.

    Onduidelijkheden

    Alhoewel de WIV 2017 het mogelijk maakt het telefoon- en internetverkeer van een hele stad of zelfs het hele land af te luisteren, is dat volgens de betrokken bewindslieden absoluut niet de bedoeling. Om dergelijke willekeur tegen te gaan wordt er voor het afluisteren een opdracht gedefinieerd, met toestemming van de minister en een speciale commissie

    Hoe zo’n onderzoeksopdracht er precies uit gaat zien, is onduidelijk. In de memorie van toelichting voor de WIV 2017 spreekt men van een ‘Geïntegreerde Aanwijzing inlichtingen- en veiligheidsdiensten’ die een leidraad vormt ‘waarin de regering in de richting van de diensten aangeeft wat noodzakelijk wordt geacht voor een veilig Nederland.’

    Over wat voor soort zaken hebben we het dan? In de memorie van toelichting worden enkele voorbeelden genoemd. Zo wil men 18 maanden terug in de tijd kunnen zoeken naar de mogelijke oorsprong van een cyberaanval, of met terugwerkende kracht de bewegingen van terroristen volgen.

    Met name bij een cyberaanval is het lastig te voorspellen hoe deze zal verlopen. Iedere met malware besmette computer kan immers door een hacker worden gebruikt om een volgend systeem aan te vallen. Ook de bewegingen van terroristen zijn lastig te volgen als je nog niet weet wie dat zijn. Hoeveel mensen moet men afluisteren en hoeveel computers moet men in de gaten houden om deze informatie te kunnen verzamelen?

    De vraag is dus of de WIV moet blijven groeien naar de behoeften van de inlichtingendiensten, of juist een kader moet stellen? Hoe zullen de AIVD en MIVD opereren binnen de WIV 2017? Hoe zal de minister reageren als de wet opnieuw te krap van opzet blijkt? En hoe zal de WIV 2032 eruit komen te zien?

     

    Verder lezen over WIV: Uitbreiding of paal en perk?

    105 Verbindingsverkenningsbataljon

    CTIVD rapport 19

    Reactie Minister van Binnenlandse Zaken op CTIVD rapport 19

    CTIVD rapport 28

    Reactie Minister van Defensie op CTIVD rapport 28

    Nederland bestelt een nog verboden spionagesysteem, Volkskrant, 9 november 2013

    Datahonger: de Nederlandse geheime dienst wil alles weten, Tweakers.net, 9 november 2013

    Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2011, Rapportage grote en risicovolle ICT-projecten