• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Milieu-activisten als nieuwe staatsvijand

    Op 24 mei 1990 ontplofte een bom in de auto van milieu-activiste Judi Bari in de Verenigde Staten. In de zomer van 1991 brandde het huis van Pat Costner, onderzoekster voor Greenpeace, volledig af. Tegelijkertijd werden haar onderzoeksrapporten gestolen uit de kluis in haar kantoor. Het zijn twee voorbeelden uit een lange lijst intimidaties en gewelddadigheden waar milieu-activisten in de Verenigde Staten mee geconfronteerd worden. Intimidaties die vanuit verschillende kanten georganiseerd worden.

    Sinds eind jaren tachtig is er een opzienbarende opkomst van organisaties die ageren tegen de milieubeweging. De milieubeweging wordt onder vuur genomen door een netwerk van conservatieve politici en lobbyisten. Maar zij zijn niet de enigen. Bedrijven die doelwit zijn geworden van een campagne van milieu-organisaties blijken steeds vaker een beroep te doen op particuliere inlichtingendiensten. De belangrijkste opponent van de milieu-activisten lijkt echter de FBI te zijn. Judi Bari kwam in haar onderzo ek naar de waarheid achter de bomaanslag tot de onthutsende conclusie dat de FBI systematisch probeert een aantal milieu-organisaties te ontwrichten.

    In Nederland is er op dit moment geen sprake van systematische intimidatie van milieu-activisten. Ondanks het groeiende protest lijkt de overheid zich vooralsnog geen zorgen te maken. Bedrijven zoeken daar waar mogelijk de weg van het overleg en zorgen dat ze goed geïnformeerd zijn. Toch lijkt er beweging aan het front te komen. Ook hier gaan radicale actievoerders ‘s nachts op pad. Deze confrontatietactieken van de uit de Verenigde Staten overgekomen dierenrechtenorganisatie PETA (People for Ethi cal Treatment of Animals) hebben tot onverholen negatieve reacties geleid. Staat Nederland Amerikaanse toestanden te wachten?

    De Verenigde Staten

    Aan de Westkust van de Verenigde Staten, even buiten Californië, ligt het Redwood district. De Redwoods behoren tot Amerika’s laatste oerbossen. Het woud is één van de laatste grote stukken aaneengesloten natuur aan de rand van het stedelijk gebied van Californië.

    Vroeger werd er wel gekapt maar alleen door kleine houtzagerijen die zorgden voor een redelijk natuurlijk evenwicht in de eeuwenoude bossen. De laatste tien jaar is dat evenwicht drastisch verstoord. Een paar grote investeerders hebben bedrijven opgeko cht en samengevoegd en de houtkap geïntensiveerd. Louisiana Pacific, Georgia Pacific en Maxam zijn voor natuurliefhebbers synoniemen voor een naderende verwoestijning.

    Earth First! is één van de radicale milieubewegingen in de Verenigde Staten die actie voert in het Redwood district. Earth First! is in 1980 ontstaan als afsplitsing van grote milieu-organisaties als de Sierra Club (een soort Natuur en Milieu), aangevuld met actievoerders uit de generatie van de jaren zestig die het milieu begonnen te ontdekken. Earth First! werd vooral berucht doorhet propageren van directe actie. Tree spiking en monkey wrenching(1) werden in de beginjaren openlijk uitgedragen. Sinds een aantal jaren organiseert Earth First! vooral openbare blokkades en actiekampen in de bossen zoals de Redwood Summer.

    Misschien was er niet zoveel mis gegaan als de strijd voor de Redwoods zich alleen had afgespeeld tussen de arbeiders van de houtindustrie en de milieu-activisten. De arbeiders wisten dat ook zij afhankelijk waren van een gematigde houtkap en de milieu -activisten begrepen op hun beurt dat een volledig kapverbod desastreus zou zijn voor de werkgelegenheid. Toch staan beide partijen nu lijnrecht tegenover elkaar. Waar liep het fout?

    De anti-milieubeweging organisaties

    `Wise Use‘ wordt het genoemd. `Verstandig Gebruik’ is misschien de beste Nederlandse vertaling. Geïnspireerd door deze leus zijn in de VS honderden vrijwilligersgroepen opgezet als tegenhanger van de groeiende milieubeweging. Drijvende krac ht achter de Wise Use-beweging is Ron Arnold. Zijn filosofie is simpel. De aarde is er om door ons gebruikt te worden en als we dat verantwoord doen, is er niks aan de hand. Het gebruik van alle grondstoffen moet mogelijk zijn.

    Ron Arnold heeft zijn populariteit vooral te danken aan zijn vrijgevochten optreden en inventiviteit. Van hem is het idee dat bedrijven zelf niet op de voorgrond moeten treden in campagnes tegen de milieubeweging. Er kunnen beter gewone burgers en arbe iders naar voren geschoven worden. “Geef ze het geld, stop met het verdedigen van jezelf, laat hen dat doen en zorg dat je je niet laat zien. Burgers zijn geloofwaardig, de industrie niet”, hield Arnold het bedrijfsleven voor.

    Vanuit zijn vroegere activiteiten in lobby-organisaties van de Moonsecte wist Ron Arnold een groot aantal conservatieve Republikeinen te verenigen in zijn front tegen milieu-activisten. De Wise Use-groepen kunnen op lokaal en nationaal niveau te rugvallen op een indrukwekkend netwerk van relaties. Bijna overal waar de milieubeweging acties voert, duikt Wise Use op. Milieu-activisten worden consequent afgeschilderd als “eco-terroristen” die zich schuldig zouden maken aan het plege n van geweld.

    Volgens David Helvarg, schrijver van het in 1994 verschenen boek The War against the Greens(2), ligt de kracht van Wise Use niet eens zozeer in haar grote ledental maar in haar vermogen om een netwerk van harde activisten te mobili seren en daarmee lokale conflicten te polariseren. Volgens de schrijver heeft de gewelddadige sfeer die Wise Use-groepen weten te creëren tot gevolg dat er ook werkelijk geweld wordt gebruikt tegen milieu-activisten.

    Het netwerk van activisten dat gericht is tegen de milieubeweging is de laatste jaren hard gegroeid. Naast de Wise Use-groepen zijn vooral Mother Watch, de Sahara Club en Putting People First actief. Mother Watch is n auw verbonden met Wise Use. Vanuit een vergelijkbare achtergrond heeft Candy Boak de “moeders en vrouwen van arbeiders” georganiseerd. Zij is vooral berucht vanwege haar videoregistraties van milieu-activisten.

    Van een andere orde is de Sahara Club. Deze club werd in 1990 opgericht nadat de overheid een einde maakte aan de beroemde Barstow-to-Vegas motorraces. De woestijn en in het bijzonder de beschermde woestijnschildpadden hadden zeer te lijd en onder de races waar jaarlijks zo’n 3000 motorrijders aan deelnamen. Voorzitter Rick Sieman stelde van meet af aan de “ecoterroristen” verantwoordelijk voor het verbod en kondigde aan door te gaan met het organiseren van de races en zich gewap end te zullen verdedigen tegen hen.

    De Sahara Club richtte zich al snel bijna uitsluitend tegen Earth First! die ze als hun tegenhanger aan de kant van de milieubeweging beschouwen. De club publiceerde namen en adressen van Earth First!-ers in hun nieuwsbrief en op hun bulletinboards. “Nu weet je wie ze zijn en waar ze wonen. Doe wat je denkt dat goed is, volg je eigen geweten.”

    Rick Sieman geeft anti-milieubeweging activisten lessen in dirty tricks. Tijdens de Redwood Summer van Earth First! in 1990 werkte hij nauw samen met Candy Broak van Mother Watch. De truukjes die Sieman propageert var iëren van het doen van allerlei bestellingen op naam van milieu-activisten tot het aangeven van mensen na drugs in hun auto te hebben verstopt. Sieman: “Ik leer mensen te ontdekken wie er achter hun onbehagen zit. Zoals bijvoorbeeld die gozer va n de Forest Service die een weg afsloot die eigenlijk voor iedereen toegankelijk moest blijven. Wat is er makkelijker dan zijn adres te achterhalen? Volg hem gewoon naar zijn huis. Ik bedoel, je kan eigenlijk niet communiceren met ecofreaks maar je kunt ze wel bang maken.”

    Tijdens de Redwood Summer werden mensen van de Sahara Club betaald om de machines van een aantal bedrijven te beschermen. “De afspraak was dat degene die betrapt werd op tree spiking, gekruisigd zou worden en met boom en al na ar de stad gebracht zou worden.” De Sahara Club had schuilplaatsen in de bossen waar hun leden met UZI’s de wacht hielden.(3)

    Putting People First (PPF) is de directe tegenstander van de dierenrechtenorganisatie PETA. De door Kathleen Marquardt opgezette lobby-organisatie bepleit het gebruik van dieren ten behoeve van mensen. Daar waar PETA beroemdheden aanschrijft met de vraag zich aan te sluiten bij haar campagne tegen bont, gaat PPF in het offensief door een actie met jagers op te zetten waarbij enorme hoeveelheden gevangen wild gratis worden weggegeven aan armen. Echt veel last zegt PETA niet te hebben van “de ze club losgeslagen gekken”. Door de dierenrechtenactivisten consequent af te schilderen als criminelen, creëert PPF een sfeer waarin de openbare acties van PETA gecriminaliseerd kunnen worden. De door PPF uitgegeven serie stikkers met teksten a ls “Save a skunk, Roadkill an activist” (“red een stinkdier, rij over een activist heen”) en “Save a pig, Roast an activist” zijn uiterst populair onder anti-milieubeweging-activisten.(4)

    Geweld tegen milieu-activisten

    Paul deLeon werkt als stafmedewerker aan het Highlander Onderzoeks Instituut en organiseerde in 1991 een bijeenkomst met 21 activisten die waren aangevallen of mishandeld. Volgens deLeon zijn de milieu-activisten intussen door de grimmige stemming erns tig gemarginaliseerd en ontlenen hun tegenstanders daaraan het recht om hen met geweld aan te pakken.

    Het Centre For Investigative Reporting onderzocht in 1992 het gebruik van geweld tegen milieu-activisten.(5) Sinds 1988 zijn er meer dan 100 gevallen van doodsbedreiging, brandstichting, schietpartijen en mishandeling geteld. De vorm waarin de t erreur gegoten werd, was bijna even gevarieerd als het aantal gevallen. Sommige mensen werden maar één keer lastig gevallen, bedreigd of mishandeld. Anderen werden systematisch bedreigd en zagen soms uiteindelijk hun huis in vlammen opgaan.

    Dit laatste overkwam Michael Vernon. Als activist tegen pesticidegebruik bezat hij een uitgebreide bibliotheek. In 1992 brandde zijn huis volledig uit. Volgens de brandweer was het aangestoken maar de politie zocht het niet uit. Een ander sprekend voor beeld is de brand bij een medewerkster van Greenpeace, Pat Costner, die hoofd van de afdeling gifonderzoek was. Vlak voor de afsluiting van haar onderzoek naar de giftigheid van afvalstoffen van verbrandingsovens, brandde haar afgelegen huis in Ark ansas af. Op haar computer werden de resten van een benzinetank teruggevonden en haar telefoonlijn bleek te zijn doorgeknipt. Toen ze uren later haar kantoor in Boston weer kon bellen, bleek daar te zijn ingebroken. Alleen Pat’s onderzoeksrapporten waren verdwenen. Ook hier weigerde de politie diepgaand onderzoek te doen.

    Particuliere inlichtingendiensten

    Onder milieu-activisten in de VS bestaat al lange tijd het vermoeden dat particuliere inlichtingendiensten gebruikt worden voor het uitvoeren van vuile karweitjes. Dit vermoeden werd in 1992 bevestigd toen het US House Committee on Interior and Insu lar Affairs een rapport uitbracht over de activiteiten van de North Slope Pipeline Company uit Valdez.

    In 1989 onderzocht het Congres de vervuiling bij de olie-terminal in Valdez. De North Slope Pipeline Company had kennelijk iets te verbergen. Het bedrijf huurde voor meer dan 10 miljoen dollar de particuliere inlichtingendienst Wackenhut in. Wa ckenhut moest de mensen bespioneren die de Commissie van bewijzen zouden kunnen voorzien over wantoestanden in Valdez. De privé-speurders richtten zich vooral op de criticaster en gepensioneerd makelaar Charles Hamel. Volgens het rapport van het Cong res werd Hamel’s huis constant in de gaten gehouden, werd zijn huisvuil meegenomen, zijn telefoon afgeluisterd en werden zijn bankrekeningen nagechecked.

    Wackenhut’s agenten waren ook geïnfiltreerd in de milieubeweging. Om erachter te komen wie zich inzette tegen de vervuiling (in die tijd liep ook nog de olietanker Exxon Valdez op de klippen) werden demonstranten gefotografeerd en autonummers nage trokken. De gegevens werden opgeslagen in de computers van Wackenhut. Maar niet alleen activisten eindigden in de computer. Werknemers, ambtenaren en wetenschappers die maar enigszins kritisch tegenover het bedrijf stonden, konden hun gegevens later terug vinden in de files van Wackenhut. De privé-speurders gingen nog verder. Ze overwogen de voorzitter van de Congrescommissie die de vervuiling onderzocht, het Congreslid George Miler, te gaan bespioneren.

    Wackenhut is niet de enige particuliere inlichtingendienst die de milieubeweging bespioneert. Ook Earth First! is door particuliere recherchebureaus geïnfiltreerd. Grant Gerber, die afkomstig is uit de militaire inlichtingendienst, coö rdineerde naar eigen zeggen de operatie. “We begonnen een `sabotage-lijn’ waar mensen activiteiten van Earth First! konden melden. We huurden een aantal mensen in om Earth First! te infiltreren. Eén van hen kwam echt heel dicht bij de top, die was echt binnen. Helaas kon die ons nooit genoeg bewijs geven om mensen echt aan te kunnen geven.”

    FBI herhaalt Cointelpro

    Naast de particuliere bureaus houden tientalle federale en nationale overheidsdiensten zich met de milieubeweging bezig. Op het Federal Law Enforcement Training Center in Glycon worden agenten van alle mogelijke afdelingen getraind. In totaal ga at het om 75 afdelingen, variërend van de Secret Service tot de Fish and Wildlife Service. De enige die niet deelnemen zijn de FBI en de drugsbestrijdingsdienst DEA die hun eigen opleidingen hebben. Tijdens de training krijgen de agenten uitgebreid o nderricht in “extremistische milieugroepen”. De cursus is voor een groot deel gebaseerd op stof van de FBI.

    “Ik geef een aantal van die terrorisme-lessen op Glynco”, aldus Carla Jones, “Special Agent” van de Forest Service. “We beschrijven de verschillende groepen: dierenrechten, Greenpeace, Earth First! e n Sea Shepperd, allemaal groepen met dezelfde confrontatietactieken”. Carla Jones is binnen de Forest Service de specialiste in Earth First!. Ze regelt de uitwisseling van informatie over de actiegroep met zowel andere politieafd elingen als `de industrie’.

    De Forest Service heeft een aantal speciale teams voor het opsporen van hennepteelt in wildparken. Tegenwoordig richten deze teams zich bijna volledig op milieu-activisten.

    De belangrijkste bestrijder van milieu-activisten blijft de FBI. De laatste vier jaar zijn een aantal feiten naar boven gekomen waaruit blijkt dat de FBI serieus geprobeerd heeft Earth First! te ontwrichten. Methodes die gebruikt werden, deden e rg veel denken aan de Cointelpro-operaties uit het verleden. Infiltratie, provocatie en desinformatie met als doel de vernietiging van een beweging in opkomst.

    Op 30 mei 1989 viel een anti-terreureenheid van de FBI binnen bij een aantal actieve Earth First!-ers. Onder hen was woordvoerder Dave Foreman. Een onderzoek van twee-en-een-half jaar was aan de invallen voorrafgegaan. De Earth First!-ers werden gearresteerd na een poging een hoogspanningsleiding op te blazen. De FBI beweerde met deze actie een “Groene Mafia” onder leiding van de terroristische intellectueel Foreman te hebben opgerold.

    Tijdens het proces kwamen een aantal schokkende feiten naar boven. De groep die de actie uitvoerde, bleek te hebben gehandeld op initiatief van een infiltrant van de FBI, Michael Fain. Uit interne documenten van de FBI werd duidelijk dat het onderzoek tot doel had een aantal belangrijke Earth First!-leiders uit te schakelen. Er waren in totaal 60 mensen afgeluisterd, het huis van Foreman was zelfs helemaal volgestopt met zendertjes.

    De vier Earth First!-‘ers die hadden deelgenomen aan de actie kregen lange straffen. Foreman, die niet bij de actie betrokken was geweest, ontsnapte met een schikking. Als woordvoerder was hij definitief afgebrand.(6)

    De Redwood Summer

    1990 was een belangrijk jaar voor Earth First!. De acties voor de Redwoods hadden de jaren ervoor gezorgd voor het behoud van twee kleine natuurgebieden. Door verbonden te sluiten met arbeiders van de fabriek van Louisiana Pacif ic, studenten en vredesactivisten leken de milieu-activisten nu tot nog meer in staat. Voor de zomer werd een groot actiespektakel voorbereid, de Redwood Summer. Een aantal mensen zou de voorbereidingen maar ternauwernood overleven.

    Earth First! werd steeds vaker geassocieerd met terreur. De groep werd in verband gebracht met harde acties van andere groepen. De associatie met geweld werd in de eerste maanden van 1990 versterkt door valse persberichten met teksten als ” We zijn in oorlog met de houtindustrie en zullen geweld niet uit de weg gaan”, die waren ondertekend met het originele Earth First!-logo. Earth First!- woordvoerders liepen zich het vuur uit de sloffen om de berichten tegen te spreken m aar het kwaad was meestal al geschied.

    Een aantal houtverwerkingsbedrijven verspreidde de berichten ook actief onder haar arbeiders met de aanbeveling om zich te verzetten tegen intimidatie door Earth First!-activisten.

    In april 1990 publiceerde de eerder genoemde Sahara Club in haar nieuwsbrief een document dat naar haar zeggen afkomstig was uit de Earth First! Terrorist Manual. In het document werd uitgebreid uitgelegd hoe een bom in elkaar gezet moest worden.

    De desinformatiecampagne tegen Earth First! ging gepaard met dreigementen aan het adres van een aantal actievoerders. Een groot deel ervan was gericht tegen Judi Bari. “Judi Bari, get out and go back where you came from, We know everything. You won’t get a second warning”. Ze kwamen met tientallen tegelijk aan, ondertekend met een strop of een laars.

    Voor Judi Bari was duidelijk dat de anti-milieubeweging organisaties hierachter zaten. “Niet alle bedreigingen kwamen per post. Wise Use-activiste Candy Boak, leidster van Mother Watch, was een specialiste. Ik kan me goed herinneren dat ze me thuis belde, meteen na een vergadering over de Redwood Summer. Ze vertelde dat ze ons had gezien, beschreef de mensen die op de vergadering waren en de auto’s waarin ze reden. “We weten waar jullie wonen, daar in Redwood Valley‘.”

    De bomaanslag

    Judi Bari en Darryl Cherney waren in het voorjaar bezig met een campagne om op te roepen om die zomer naar de Redwood Summer-bijeenkomst te komen. Op 24 mei 1990 vertrokken ze uit Oakland naar Santa Cruz om informatie te geven aan een groep stud enten. Ze waren nog maar net op weg toen midden in een drukke winkelstraat in Oakland een bom ontplofte in de auto. Judi Bari was levensgevaarlijk gewond, Darryl Cherney kwam grotendeels met de schrik vrij. Die vrijheid bleek al snel zeer beperkt want als een duveltjeuit een doosje was binnen een paar minuten een anti-terreurteam van de FBI ter plekke.

    Judi Bari, die op dat moment bewusteloos was, en Darryl Cherney werden gearresteerd wegens “het in bezit zijn van een bom en het voorbereiden van een aanslag”. De bommenexpert van de FBI, Frank Doyle, legde aan de pers uit dat de terroristen de bom op de achterbank vervoerden. Net als bij Dave Foreman’s arrestatie zei de FBI dat ze een grote slag hadden geslagen. De pers werd uitgebreid te woord gestaan en TV-ploegen mochten filmen bij de huiszoekingen die op de arrestaties volgden. De FBI bl ies in Darryl Cherney’s huis, recht voor de camera’s, een doos met cassettebandjes op “omdat daar wel eens een bom in zou kunnen zitten”. De restanten van de bom werden door het FBI-lab vergeleken met de in beslag genomen spullen. Hiermee moest het bewijs geleverd worden dat Judi en Darryl de bom hadden gefabriceerd. Het onderzoek wees uit dat de bom een soort granaat was, gevuld met flinke spijkers en bedoeld om zoveel mogelijk te verwonden. De tijdklok kon 12 uur overbruggen en de ontsteking z elf reageerde op snelheid. Daarnaast bleek dat het epicentrum van de bom onder de bestuurdersstoel zat en niet erachter zoals Frank Doyle beweerde.

    Wat voor Judi Bari en Darryl Cherney al vanaf het begin vaststond, werd bevestigd door het FBI-lab. De bom was tégen hen gericht, niet door hen vervaardigd en meegenomen. Ook de procureur die de vervolging in moest stellen, vond de bewijsvoering o nvoldoende. De FBI dacht er anders over. Hoewel alles erop wees dat de bom tegen de twee Earth First!-ers gericht was, gebruikte de FBI de aanslag als aanleiding om Earth First! door te lichten.

    De FBI op onderzoek

    Een week na de bomaanslag ontving een regionale krant een uiterst vreemde anonieme brief. “Ik maakte met deze handen de bom die de auto van Judi Bari vernietigde, twijfel niet want ik kan beschrijven hoe die bom in elkaar zat”. De brief besch reef in bijbelse taal Judi’s deelname aan de verdediging van een abortuskliniek een paar jaar eerder. (“Ik zag hoe het duivelsvuur uit haar mond, ogen en oren spoot…”)

    Judi Bari: “Mijn pro-abortusstandpunt, mijn heidendom en milieu-activisme werden genoemd als redenen om me te vermoorden. Tot in detail beschreef de schrijver niet alleen de bom die mijn auto verwoestte, maar ook die van de aanslag op de zaagmolen in Cloverdale.(7). Hij claimde beide aanslagen.” De brief was ondertekend met The Lord’s Avenger (God’s Wreker). Als reactie op deze brief deed de FBI een tweede inval bij Judi, zogenaamd om te zoeken naar de typemachine van de Avenger .

    Bij alle lokale kranten werden de originelen opgevraagd van alle ingezonden brieven die maar enigszins het milieu, abortus of houthakken als onderwerp hadden. Alléén de brieven van milieu-activisten werden in beslag genomen.

    De FBI ging ook langs bij lokale politiebureaus voor de namen en adressen van alle belangrijke milieu-activisten. Ook managers in de houtindustrie en van anti-milieubeweging organisaties kregen bezoek van de FBI. Ze werden gevraagd al hun informatie ov er milieu-activisten over te dragen.

    De industrie zelf had ook actief onderzoek gedaan naar Earth First!. John Campbell, president van Pacific Lumber (Maxam) had hierin het voortouw genomen. Hij gaf de Country Activist Newspaper uit, een publicatie die v olledig aan Earth First! gewijd was. Daarnaast had hij een lijst met 53 namen van actieve Earth First!-leden die volgens hem allemaal tot de harde kern behoorden.

    De FBI kreeg ook veel informatie van leden van Wise Use. Candy Boak van Mother Watch gaf al haar gegevens aan de FBI. Tegelijkertijd organiseerde ze met de Sahara Club een bijeenkomst over `dirty tricks’. Arbeiders kregen le s in nieuwe manieren om milieu-activisten te intimideren.

    Deze zogenaamde speurtocht naar de daders van de bomaanslag leverde uiteindelijk een schat aan informatie op over meer dan 150 milieu-activisten in de regio. Maar zelfs dit was niet voldoende. Alle telefoongesprekken van Judi Bari en Darryl Cherney tus sen maart en mei 1990 werden onderzocht, 634 gesprekken werden stuk voor stuk nagecheckt. Familie, vrienden en andere activisten werden door de plaatselijke FBI-afdelingen doorgelicht. Als er maar enigszins het vermoeden bestond dat ze contact met é& #233;n van de twee hadden, werd er meer uitgezocht.

    Het ging allang niet meer om bewijsvoering maar om inlichtingen. Hoe langer het onderzoek duurde en het zich uitsluitend bleef richten op milieu-activisten, des te duidelijker werd het dat de FBI z’n eigen agenda had. In plaats van het opsporen van de daders was de FBI bezig Earth First! kapot te maken.

    Judi Bari ging uiteindelijk zelf op onderzoek uit. Ze dook in de geschiedenis van de FBI en sprak met andere activisten die vergelijkbare ervaringen hadden opgedaan. Ze ontdekte dat Richard James Held, die het onderzoek tegen haar leidde, een bekende Cointelpro-veteraan was. Cointelpro

    Het COunter INTELligence PROgam stamt uit de jaren dat J. Edgar Hoover de scepter zwaaide over de FBI. Cointelpro was opgezet om oppositiegroepen in de VS te isoleren, te manipuleren en zoveel mogelijk uit te schakelen. Methodes als infiltratie, het inzetten van agent-provocateurs, desinformatiecampagnes en het uitschakelen of vermoorden van politieke leiders waren daarbij niet ongebruikelijk. Het bestaan van Cointelpro werd onthuld nadat in 1971 een actiegroep inbrak in het kantoo r van de FBI te Media. Naar aanleiding van de onthullingen startte de Senate Judiciary Committee in 1975 een onderzoek naar de FBI en concludeerde dat de Cointelpro-activiteiten volkomen illegaal waren. Als gevolg hiervan werd het opt reden van de FBI aan allerlei restricties gebonden. Achteraf gezien bleek dit niet meer dan een adempauze.

    Uit verschillende rapporten en onderzoeken is bijvoorbeeld duidelijk geworden dat de FBI al sinds de jaren zeventig bezig is de milieubeweging in de VS in al haar facetten in kaart te brengen. Als rechtvaardiging zocht de FBI altijd naar mogelijke band en met communisten. Op grond van de FARA-Act was de FBI namelijk gemachtigd om “binnenlandse agenten van het communisme in de gaten te houden”. Tijdens de eerste grote Earth Day, op 22 april 1970werden tussen de 40 en 60 agenten van de FB I op pad gestuurd om de activiteiten van die dag te volgen.

    In 1988 werd duidelijk dat de FBI nog steeds allerlei oppositiegroepen dwarszat. In het boek Break-Ins, Death Threats and the FBI, The covert war against the Central America Movement toonde journalist Ross Gelbspan aan op welke manier de FBI in de jaren tachtig is doorgegaan met operaties tegen burgerrechtenbewegingen en solidariteitsorganisaties. Een samenwerkingsverband van de FBI, de Salvadoraanse geheime dienst en rechtse organisaties dwarsboomde de solidariteitsgroepen met Midden-Ame rika. Met de komst van de regering Reagan voelde de FBI zich weer voldoende gedekt om ongegeneerd te intimideren, in te breken en te infiltreren. Een opmerkelijke verandering in strategie was de verregaande samenwerking met particuliere inlichtingendienst en. Sinds 1981 had de FBI toestemming om contracten af te sluiten met particuliere ondernemingen of instituten voor het verzamelen van gegevens. De FBI omzeilde via deze weg de beperkingen van haar binnenlandse spionage-activiteiten. Op terreinen die voor de FBI verboden waren, werden privé-detectives of instituten ingehuurd. Informatie die door hen werd verzameld kwam via `openbare’ bronnen dan alsnog in de FBI-files terecht. Ook omgekeerd werden de particuliere inlichtingendiensten als witwa ssers gebruikt. Illegaal verkregen FBI-informatie werd doorgesluisd naar die instituten, alwaar het opdook in allerlei publicaties, waarna de FBI het weer kon citeren in rapporten.

    Judi Bari’s eigen onderzoek

    In september 1993 stelde een commissie van het Huis van Afgevaardigden(8) een onderzoek in naar de FBI. Het duurde echter tot begin 1994 voordat Judi alle gegevens over de FBI mocht inzien. Uit de meer dan 5000 pagina’s tellende (politie)rapporten en d ossiers met foto’s, blijkt dat de FBI nog grover te werk is gegaan dan al werd vermoed.

    Zo bleek uit de documenten dat de FBI in april 1990, vier weken voor de bomaanslag op Judi Bari en Darryl Cherney, aan het College of the Redwoods in Eureka een trainingscursus gaf aan bomdeskundigen. Het onderwerp van deze cursus was het maken van en omgaan met pijpbommen. De hoofdinstructeur was niemand minder dan Frank Doyle, bomexpert van het anti-terreurteam van de FBI, die meteen na de aanslag ter plaatse was en daarna het hele onderzoek naar zich toe had getrokken. Onder de deelnem ers waren maar liefst vier agenten van de FBI en de Oaklandse politie die eveneens direct na de bomaanslag aanwezig waren om bewijsmateriaal te verzamelen.

    Volgens de FBI was de cursus gewoon routine en was er in dit geval sprake van een bizar toeval maar Judi Bari heeft er zo haar eigen gedachten over. “Hoe meer we ontdekten over die cursus, hoe vreemder het werd. Ons werd verteld dat de studenten w as geleerd dat het zeer uitzonderlijk is als een bom in een auto wordt geplaatst. Toch was bij twee van de drie auto’s, die tijdens de praktijklessen werden opgeblazen, de bom in de auto geplaatst. Het lijkt er erg op dat `geheel toevallig’ de FBI dezelfd e ongewone bomaanslag voorbereidde die mij en Darryl later trof”. Depraktijklessen werden gegeven op een terrein van Louisiana Pacific, één van de bedrijven die het zwaarst onder vuur lag gedurende de Redwood Summer protesten.

    Een ander opmerkelijk feit dat naar voren kwam bij de bestudering van de dossiers, is de rol van de FBI-informant Irv Sutley. Eén van de dreigbrieven die Judi Bari na de bomaanslag had gekregen, vertoonde veel overeenkomsten met de schrijfstijl va n Sutley. De brief was getypt op een ouderwetse typemachine en is door Judi vergeleken met de brief die hij aan de politie van Ukiah had gestuurd. “De stijl van de typemachine, de onregelmatigheden aan de letters en de manier waarop de adressen waren getypt, leken heel erg veel op elkaar, helemaal nadat we het uitvergroot hadden. Het feit dat één van de brieven overeenkomt met een brief geschreven door een informant van de FBI is op zichzelf nog geen bewijs dat de FBI betrokken was bij deze campagne. Maar mogelijk identieke brieven vragen om meer onderzoek en de weigering van de FBI dat onderzoek te doen, roept dan ook de nodige vragen op.”

    De FBI onderzocht?

    Na het bestuderen van de dossiers begon de voorbereidingsfase van het proces tegen de FBI waarin Judi Bari en haar advocaat de betrokken agenten van de FBI en de Oaklandse politie onder ede mogen horen. In maart 1995 zal een eerste openbare hoorzitting over de zaak volgen. De kans is groot dat de agenten daadwerkelijk vervolgd zullen worden. Vooral de getuigenis van de onderzoekers van het gerechtelijk laboratorium is daarbij van belang. Achteraf blijkt immers dat er met hun informatie weinig tot niets gedaan is.

    Tot aan de senaatsverkiezingen van eind 1994 was er een redelijke kans dat het Congres een onderzoek zou instellen naar de FBI-activiteiten tegen Earth First! De senator op wiens voordracht het onderzoek plaats zou vinden, Dan Hamburg, werd echt er bij de verkiezingen verslagen door zijn Republikeinse tegenstander. Bij die verkiezingen verloren de Democraten bovendien hun meerderheid in de senaat. Omdat het voorzitterschap van alle commissies ook door de Republikeinen is overgenomen, is de kans o p een onderzoek naar de FBI minimaal geworden.(9)

    Hetgeen Judi Bari is overkomen, is extreem. De honderden andere mishandelingen, bedreigingen en brandstichtingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, zijn fysiek misschien niet zo indrukwekkend maar als patroon minstens even bedreigend. Het do orbreken van dit patroon is niet eenvoudig. Toch heeft de milieubeweging antwoorden op de escalatie van geweld waarbij openbaarheid en samenwerking trefwoorden zijn. Breed opgezette, open aangekondigde acties verdienen volgens velen de voorkeur boven sabo tage-acties. De milieubeweging richt zich meer en meer op coalities met de arbeiders met als inzet verbetering van de arbeidsomstandigheden én van het milieu.

    Men verdedigt zich tegen het geweld door de weerbaarheid te verhogen door uitwisseling van informatie, meer aandacht te schenken aan juridische hulp en door het volgen van zelfverdedigingscursussen. Nieuw is het gebruik van `groene’ privé-detectiv es. Veel uitzoekwerk in zaken zoals die van Pat Costner en Judi Bariwerd gedaan door speurders met het hart op de goede plaats.

    Nederland

    In Nederland zit de milieubeweging in de lift. Eind november 1994 zat een aantal Nederlandse milieu-organisaties rond de tafel. Onder het motto `Nederland Overvoerdt’ werd gepraat over directe actievormen in de strijd voor het behoud van het milieu. Volkert Vintgens van Milieudefensie denkt dat deze niet echt van de grond komen door de cultuur van consensus die in Nederland heerst. “De aanleg van Rijksweg 19 bij Delft wordt met inspraakprocedures al sinds 1975 tegengehouden”. Toch neemt de frustratie over de vaak lange procedures toe, vooral omdat het uiteindelijk niets oplevert. “Inspraakprocedures en ludieke acties zijn belangrijk maar de huidige tactiek kan niet dezelfde blijven als grootschalige projecten gewoon doorgaan” aldus Wouter van Eck, een van de initiatiefnemers van de discussie.(10)

    Langzamerhand lijkt de Nederlandse milieubeweging het pad op te gaan van de Amerikaanse en Engelse activisten. Milieudefensie treedt met de campagne tegen de uitbreiding van Schiphol buiten de geijkte paden. Er is veel internationale samenwerking door organisaties als A Seed, EYFA en WISE. Hier en daar ontluiken radicale actiegroepen die in navolging van het Engelse Earth Liberation Front(11) de auto en de wegenbouwers tot doelwit hebben gekozen. Ook de komst van de Amerikaanse dierenrech tenbeweging PETA zorgt voor de nodige spanning in bepaalde directiekamers. De opkomst van een radicalere milieubeweging lijkt onafwendbaar.

    Verdachte inbraken

    Een organisatie die al een tijd aan de weg timmert, is de internationale milieugroep European Youth For(est) Action (EYFA). Zowel internationaal als landelijk richt de organisatie zich op bedrijven en politici. Het laatste jaar valt de roep om r adicalere acties in het blad van EYFA, The Verge, op. Daarnaast organiseert EYFA jaarlijks Ecotopia, een praktisch en ideologisch zomerkamp voor milieu-activisten uit de gehele wereld.

    Tijdens de topontmoeting van de G7 in München in 1992 organiseerde EYFA een opzienbarende actie. Activisten waren uit de Verenigde Staten, Duitsland, Engeland en Nederland naar de topontmoeting gegaan om aandacht te vragen voor het milieu. Tijdens de persconferentie van de verschillende regeringsleiders sprongen de actievoerders naar voren en confronteerden de aanwezige pers met het milieubeleid van de verschillende landen. Iedereen werd gearresteerd en de Europese activisten werden door de Duitse politie verhoord. De Amerikaan Mitch werd echter meteen door de veiligheidsdienst van president Bush apart genomen en aan een verhoor onderworpen. Na een tijdje mocht iedereen weer gaan. Een paar maanden later ging Mitch voor een familiebezoek naar de Ve renigde Staten. In het vliegtuig kwam er iemand naast hem zitten die zich voorstelde als lid van de geheime dienst. Netjes doch doordringend werd hem gevraagd wat het doel van zijn bezoek was. Of hij zich toch vooral rustig wilde houden en geen contact wi lde zoeken met andere activisten. Eenmaal aangekomen bij zijn familiebleek dat ook zij vereerd waren met een bezoekje van de geheime dienst. Deze vroeg of het dissidente famielid een beetje in toom gehouden kon worden.

    Bij het kantoor van EYFA in Sittard ging ondertussen ook van alles mis. Sommige post deed er te lang over of kwam helemaal niet meer aan, een agenda raakte zoek en meerdere keren verdwenen er op onverklaarbare wijze spullen uit het kantoor. Op de dag d at er een actie was bij chemieconcern DSM, kwam een medewerker van EYFA ‘s ochtends op kantoor iemand tegen die daar niet thuishoorde. De onverwachte bezoeker vroeg of hij even kon bellen maar ging er als een speer vandoor nadat hij bij een telefoon gebra cht was. Op 2 januari 1993, op een moment dat iedereen in Duitsland zat voor de jaarlijkse internationale vergadering, vond er een inbraak plaats die zelfs de politie verdacht vond. Een laptop, een memorecorder en een fotocamera werden meegenomen. Een gro te hoeveelheid geld en een zeer dure videorecorder bleven gewoon liggen.

    Was het een junk? Of iemand op zoek naar informatie? Het blijft onduidelijk wat er nu precies bij EYFA aan de hand was. Door de internationale contacten en de tendens naar radicalere acties kan niet uitgesloten worden dat er één of meerdere d iensten geïnteresseerd zijn in het doen en laten van EYFA. Typerend is een gebeurtenis tijdens het bezoek aan Moskou van een moeder van één van de leden van EYFA. Zij deed mee aan een toeristische rondleiding door het oude hoofdkantoor van de KGB en kreeg de schrik van haar leven. Toen de groep stilhield bij het schilderij van een hoge piet van de geheime dienst vertelde de gids dat de man zich tegenwoordig bezighoudt met milieu-activisten, waaronder EYFA. Geen prettig idee gezien de Russis che reactie op milieu-activisme. Sinds 1990 zijn er jaarlijks ongeveer tien mensen onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen.

    De BVD en de CRI

    De overheid lijkt tot nu toe terughoudend te reageren op het opkomende milieu-activisme. Hoewel de radicale acties niet ongemerkt voorbij zijn gegaan, maakt men zich voorlopig nog geen zorgen. In het jaarverslag over 1993 van de Centrale Recherche Info rmatiedienst (CRI) is voor het eerst ruimte gemaakt voor een paragraaf over milieu-activisme. In het hoofdstuk Terrorisme en Gewelddadig Activisme beschrijft de Dienst Bijzondere Recherche Zaken de opkomst van de radicale milieubeweging in Nederland.(12)

    De CRI constateert dat het Dierenbevrijdingsfront onder een andere naam brandstichtingen en vernielingen heeft gepleegd. De oprichting van de Nederlandse tak van het Earth Liberation Front is niet ongemerkt voorbijgegaan. De CRI baseert zich op oproepen tot actie in het blad NN maar komt tot de conclusie dat “ondanks de aankondigingen in actiebladen, de acties geen van alle echt gewelddadig en niet tegen personen gericht waren.”

    Toch lijkt de CRI zich in de praktijk wel wat drukker te maken. Voor de Earth Night actieweek van 31 oktober tot 6 november 1994 werden alle plaatselijke politiekorpsen gewaarschuwd. Deze werden geadviseerd de nodige voorzorgsmaatregelen te neme n om te voorkomen dat de milieubeweging (“met vooral aanhang in de studentensteden”) grote schade zou aanrichten. In Nijmegen vroeg de politie aan deKamer van Koophandel een lijst met mogelijke doelwitten van milieu-activisten. Tijdens de actiew eek werd er intensief gesurveilleerd bij deze objecten. In tegenstelling tot een eerdere actieweek in april 1994 gebeurde er deze keer bijna niets.

    Voor zover bekend maakt de BVD zich nog minder zorgen dan de CRI. Milieu-activisme komt met geen letter voor in het jaarverslag van 1993. De BVD stelt meer in het algemeen vast dat “de politiek-activistische beweging, een conglomeraat van enkele h onderden anti-autoritaire, radicaal linkse personen, in 1993 een geringe actiebereidheid aan de dag legde”. Voor 1994 voorspelde de BVD een verdere afname. Dat deze afname nu juist niet opgaat voor de milieubeweging heeft de Dienst in de tussentijd w aarschijnlijk ook wel geconstateerd.

    De BVD zal vanuit een andere taakstelling milieu- activisten wel degelijk in de peiling houden. Eén van de hoofdtaken van de BVD is namelijk “het instandhouden van het maatschappelijk leven”. Deze vage omschrijving komt er voornamelijk o p neer dat een aantal bedrijven in Nederland is aangemerkt als “vitale bedrijven”. Dat zijn voor het grootste deel bedrijven die eerste levensbehoeften produceren zoals electriciteits- en gasbedrijven. Maar ook “transport” heeft het be treffende stempel, zeker als het niet binnen een acceptabele termijn vervangbaar is. Vliegveld Schiphol valt binnen deze categorie, dus moeten de bedreigingen in kaart gebracht worden. De BVD maakt een soort masterplan dat ook kan dienen voor inter ventie bij calamiteiten. De campagne van de milieubeweging tegen Schiphol zal daarin niet ontbreken.

    Schiphol

    In november 1993 startte Milieudefensie de campagne tegen de uitbreiding van Schiphol. Op Schiphol hielden actievoerders ballonnen in de hand met daaraan een strookje papier met de dreigende tekst: “Als dit zilverpapier was geweest, zou Schiphol n u plat liggen. Laat het niet zover komen”. Milieudefensie verwacht dat de uitbreiding van Schiphol onder de bevolking dezelfde emoties op gaat roepen als destijds de komst van de kruisraketten. In het actiejaar 1995 komen er een aantal grote acties, in het voorjaar nog ludiek maar voor het najaar belooft Milieudefensie méér, bijvoorbeeld het lamleggen van het vliegverkeer.

    Schiphol is een gevoelig actie-object vanwege het grote economische belang dat wordt gehecht aan de uitbreiding. In het verleden bleek al dat de overheid snel reageert op acties bij Schiphol die men te ver vindt gaan.

    Tussen juli 1985 en januari 1986 werd Schiphol al eens op de korrel genomen door de “Lastige Zwanenburger”. De actiegroep kondigde een aantal plagen aan uit protest tegen de geluidsoverlast van de Zwaneburgerbaan. De eerste plagen waren ludie k, er werden muizen losgelaten in de hal van Schiphol, later werden de acties grimmiger. Nadat eerst rook- en stinkbommen waren ontstoken, eindigde de plagen met een barricade van brandende autobanden op de A4, de toegangsweg van Schiphol.

    Bij de opsporing van de daders deed de politie van de Haarlemmermeer een beroep op collega’s van de Plaatselijke InlichtingenDienst (PID). De PID had een lijst van 30 mensen die in aanmerking kwamen voor ondervraging. Op deze lijst stonden mensen die i n een openbaar protestcomité tegen Schiphol zaten en zelfs mensen die zich alleen maar telefonisch of op een vergadering negatief hadden uitgelaten over het vliegveld. De PID ging bij een aantal mensen op bezoek en dat maakte indruk. Veel mensen voel den zich gecriminaliseerd en durfden hun gezicht niet meer te laten zien bij protesten tegen Schiphol.

    Geert Ritsema werkt bij de Vereniging Milieudefensie aan de campagne `Minder Schiphol, Meer Milieu’. Hij is niet bang voor vergelijkbare reacties van politie en BVD op de huidige campagne. “Acties als van de Lastige Zwanenburger zullen wij niet or ganiseren, wij zijn goed in andere dingen. Ik verwacht eerder problemen op publicitair gebied.”

    Bedrijven en de `actie-industrie’

    Het is de vraag of bedrijven als Schiphol zich beperken tot de informatie die de BVD kan leveren. Uit het vierde hoofdstuk in dit boek blijkt dat er een behoefte is aan inlichtingen die niet via de officiële Dienst te krijgen zijn. Ze gaan daarvoo r zelf op pad of huren specialisten in om inlichtingen te verzamelen. Bedrijven zijn zeer geïnteresseerd in tegen hen gerichte campagnes van pressiegroepen. Het tijdig reageren op een campagne tegen het vervuilende karakter van produkt X kan de balan s van de winstrekening gunstig beinvloeden.

    Onder de noemer “Omgaan met actie- en belangengroepen” werd in 1990 een drukbezochte conferentie gehouden die werd georganiseerd door het Marketing & Communications Center. Naast chemiebedrijven (Shell, Ciba-Geigy en Akzo), afvalverwerkers (Rijnmond NV) en ambtenaren van verschillende ministeries woonden onder andere Milieudefensie, Natuur en Milieu en Bont voor Dieren de dag bij. Het doel van de conferentie was het bijspijkeren van het Nederlandse management op het gebied v an communicatie met actie- en pressiegroepen.

    Het zou het Nederlandse bedrijfsleven nog steeds ontbreken aan het vermogen om het beleid bij te stellen op grond van kritiek van buitenaf.

    Dat bedrijven in Nederland grote moeite hebben met de omgang met actiegroepen werd onlangs bevestigd door de studie van drs. M.J. van Riemsdijk. In zijn boek Actie of Dialoog (13) beschrijft hij de starre houding van bedrijven ten aanzien van ac tiegroepen. Meestal reageren ze niet of te laat, de schade aan het bedrijf – zoals aantasting van het imago – is dan al aangericht.

    Onderwerp worden van een campagne is een bedrijfsrisico waar maar beter rekening mee gehouden kan worden, moeten de dames en heren van het bedrijfsleven beseffen. “Voorkomen is beter dan genezen”. Dit simpele principe zou standaard moeten wor den opgenomen in de management-opleidingen als het aan de heer G. Hazekamp van het adviesbureau Hollander en van der Mey ligt. Als het bedrijf dan toch doelwit wordt van een actiegroep, moet een groepje specialisten ermee aan de slag. Een open beleid, zow el naar eigen werknemers als naar consumenten toe, is volgens Hazekamp een eerste vereiste. Hazekamp toonde zich destijds – in 1990 – gelukkig methet feit dat actiegroepen in Nederland zich genuanceerder opstellen dan in de meeste andere landen. Keiharde acties gericht op de consument zouden volgens hem in Nederland niet echt aanslaan.

    Een uitzondering daarop vormden de succesvolle anti-bont acties in de jaren tachtig. Ron Haarman van het Nederlands Bont Instituut stak de hand in eigen boezem en sprak van “het tragische relaas van een branche zonder P.R.”. De bontindustrie was tot eind jaren tachtig niet in staat een antwoord te bedenken op de acties van de dierenbeschermers. De tegencampagne van het Nederlands Bont Instituut kwam te laat op gang. Haarman heeft er veel van geleerd. Hij gaf zijn toehoorders het advies het be lang en de impact van actiegroepen tijdig in te schatten. “Een nauwgezette analyse van de actiegroep om de tegenstrategie te bepalen, is hierbij een eerste vereiste. (…) Wat is de aard van de actiegroep? Wat zijn de doelstellingen? Met wie werkt de groep samen?” Het Nederlands Bont Instituut maakte onderscheid tussen drie categorieën actiegroepen. Ten eerste die met een breed maatschappelijk draagvlak zoals het Wereld Natuur Fonds, de Dierenbescherming en Greenpeace. “E en goede en permanente relatie met een dergelijke organisatie is van groot belang. Het heeft zelfs een positieve uitstraling op de organisatie”. Daarnaast zijn er de one issue actiegroepen zoals Bont voor Dieren en Lekker Dier. Ook met deze gr oepen zou Haarman het liefst compromissen sluiten. “Analyse van de doelstellingen en werkelijke bedoelingen kunnen tot de ontnuchterende conclusie leiden dat dialoog en dus zekere samenwerking niet tot de mogelijkheden behoren”. Als laatste noem t Haarman de ondergrondse groeperingen die zonder maatschappelijk draagvlak zouden zijn en op anarchistische leest zouden zijn geschoeid zoals het Dierenbevrijdingsfront. Volgens Haarman is het voor het imago van de sector van belang acties zoals het besm euren van puien en dichtlijmen van sloten, zoveel mogelijk te verzwijgen.

    Ook Haarman was zeer te spreken over het genuanceerde optreden van de meeste Nederlandse actiegroepen. “In Nederland staat bij het actievoeren het welzijn van de dieren centraal, in het buitenland (Engeland, de VS, Italië, Duitsland) de recht en van het dier.” Haarman zegt “een en ander scherp in de gaten te houden”, bang als hij is voor het overslaan van radicalere methodes naar Nederland.

    De pelsdierfokkerij

    De pelsdierfokkerij is nog steeds dé sector waar de tegenstellingen het duidelijkst naar buiten komen. De dierenbeschermingsorganisaties (Dierenbescherming, Lekker Dier, Bont voor Dieren en PETA) voeren al jarenlang acties tegen het fokken van pel sdieren. Pelsdieren worden onder erbarmelijke omstandigheden gefokt en na een kort leven gedood. “Actiegroepen gaan misleidend te werk” vindt Wim Verhagen van de Nederlandse Federatie van Pelsdierfokkerijen (NFE). “Ze scheppen een beeld van de fokkerij dat niks met de realiteit te maken heeft. In het kader van de vrije meningsuiting mag je alles roepen. Ze wekken de indruk dat pelsdieren mishandeld zouden worden”.

    De NFE probeert goed op de hoogte te blijven van eventuele acties. Wim Verhagen: “We zitten er bovenop om te horen welke koers deactiegroepen volgen. En omdat wij een erg internationaal gerichte branche zijn, zorgen we dat we door onze collega’s o ver de wereld a la minuut geïnformeerd zijn over het bereik van de acties. Dat zal niet alleen binnen de bedrijfstak maar ook binnen de actie-industrie zo gebeuren. Wij hebben daarvoor mensen vrijgemaakt. Er zijn specialisten mee belast die het gehee l in de gaten houden en voor ons analyseren. Dit soort zaken wordt ook besproken binnen het Landbouwschap want het is een gezamenlijk belang van al die organisaties”.

    Terwijl het aantal acties tegen de pelsdierfokkers afneemt, lijkt de agressieve tegenreactie te groeien. De P.R.-strategie van het Nederlands Bont Instituut die de afgelopen jaren enig succes begon te boeken, wordt in de wielen gereden door de fokkers zelf. Het Bontinstituut en de Pelsdierfederatie nodigden eind 1994 in een advertentiecampagne – met foto’s van leuke jonge mensen die zeiden dat het allemaal best meeviel – het publiek uit “om zelf een oordeel te komen vellen over de omstandigheden o p de pelsdierfokkerijen”. Toen een medewerkster van Bont voor Dieren samen met een tv-ploeg van de VPRO daadwerkelijk op bezoek ging bij een fokkerij werd meteen de camera uit hun handen geslagen.

    Ook bij de behandeling van een rapport over de toestanden in pelsdierfokkerijen in de Tweede Kamer op 2 februari 1995 liepen de emoties hoog op. Ongeveer tweehonderd pelsdierenfokkers verzamelden zich daarbij op het Binnenhof om te pleiten voor het voo rtbestaan van hun branche. Toen er dierenbeschermers verschenen, werkte dat als een rooie lap op een dolle stier. Een aantal van hen werd bont en blauw geslagen en moest zich in het ziekenhuis laten behandelen.

    PETA

    De uit de VS overgewaaide dierenrechtenorganisatie People for the Ethical Treatment of Animals (PETA) vormt in de ogen van de branche-organisaties een nieuw gevaar voor de verhoudingen tussen bedrijven en actiegroepen. PETA is in d e VS opgezet door Alex Pacheco en Ingrid Newkirk op basis van de filosofie van Peter Singer(14). PETA valt op door een brede en zeer professionele aanpak, dat is wat hen zo bedreigend maakt voor bedrijven. Hoewel de acties van PETA zelf altijd openbaar en breed opgezet zijn, sympathiseert de beweging ook openlijk met het Animal Liberation Front. PETA stuurt persberichten over nachtelijke, anonieme acties van het ALF door naar de pers en verdedigt hun acties. In de Verenigde Staten wordt PETA dan ook scherp in de gaten gehouden door de FBI en andere inlichtingendiensten.

    Toen PETA zich in 1993 in Nederland vestigde stuurde het Nederlands Bont Instituut een brandbrief naar de toenmalige minister van Justitie, Hirsch Ballin. “Nederland krijgt te maken met misleiding en intimidatie (…), bovendien zullen de acties t egen de diverse bedrijfstakken (…) een gewelddadig karakter krijgen”. Hirsch Ballin werd gevraagd “passende” maatregelen te nemen.

    Ook Wim Verhagen maakt zich zorgen over PETA: “Dat is een dierenrechtengroep, het zijn zogenaamde veganisten. Die zijn tegen elk dierengebruik. Wij horen daarover uit Amerika dat het een hele agressieve groep is, die al jarenlang harde acties voer t.”

    Sinds de organisatie een Nederlandse vestiging heeft opgezet, is er geen maand voorbijgegaan zonder acties. Met een elan waarmee Greenpeace de harten van miljoenen Nederlanders stal, timmert PETA hard aan de weg. PETA streeft gelijke rechten na voor dier en mens. Dieren zijn er volgens hen niet om gebruikt te worden maar verdienen volledig respect.

    PETA probeert niet alleen het aantal acties tegen bont in Nederland op te voeren, ook acties gericht tegen bedrijven die dieren gebruiken om produkten uit te testen, staan regelmatig op de agenda. Gillette is daarbij internationaal het doelwit van de c ampagne.

    Toen PETA een kantoor in Nederland opende, stond de BVD onmiddellijk op de stoep. De Dienst ging ook langs bij één van de bestuursleden om te waarschuwen voor het gewelddadige karakter van PETA en te vragen of hij informatie door wilde geven over de activiteiten van de club. Wist hij eigenlijk wel dat PETA zo nauw verbonden was met het ALF? PETA zou zich in Nederland toch wel rustig opstellen? En was hij wel op de hoogte van zijn verantwoordelijkheid als bestuurslid?

    PETA zegt niet alleen door de BVD goed in de gaten te worden gehouden. Wat het Bontinstituut en de Pelsdierfederatie zelf al aangaven, kan PETA uit de praktijk bevestigen. Het Bontinstituut filmt bij zoveel mogelijk anti-bont acties en PETA vermoedt da t er een uitgebreid archief wordt bijgehouden over activisten.

    Nederland en de VS, een vergelijking waard.

    Nederland en de Verenigde Staten zijn natuurlijk niet zomaar met elkaar te vergelijken. Radicale acties worden hier niet zo massaal georganiseerd als de afgelopen tien jaar in de VS gebeurde. Daarnaast lijkt de `overlegcultuur’ in Nederland ver weg te staan van de confrontatieve sfeer in de VS. Zelfs als de Nederlandse milieubeweging meer directe acties zou gaan voeren, is het maar de vraag of er een georganiseerde tegenreactie zal ontstaan. De anti-milieucoalitie in Amerika kan immers veel meer steune n op een conservatief netwerk dan hier ooit denkbaar is. Kenmerkend is ook een extreem liberale gedachte over ontginning van de natuur. In zo’n sfeer kunnen groepen als Wise Use hun gang gaan en mensen opjutten tegen de milieubeweging.

    Terwijl de milieubeweging in de VS voornamelijk strijdt tegen bedrijven, zijn de speerpunten in Nederland vooral gericht op infra-structurele projecten zoals de uitbreiding van Schiphol en het wegennet. Het is meer dan waarschijnlijk dat de BVD en poli tie zich met de milieubeweging gaan bezighouden maar FBI toestanden zijn hier niet echt te verwachten.

    De reacties op de komst van de dierenrechtenorganisatie PETA naar Nederland tonen aan dat Nederland ook z’n grenzen kent. Wie die grens in de ogen van het bedrijfsleven of de overheid passeert, wordt uitgesloten en verdacht. PETA is voor velen duidelij k zo’n grensgeval, waarschijnlijk omdat ze veel duidelijker dan anderen bedrijven aanvalt op hun beleid. Wie de confrontatie aangaat, kan die blijkbaar terugverwachten. Of dat ook voor anderen opgaat, moet de toekomst uitwijzen.

    EINDNOTEN:

    1) Tree spiking is een actievorm waarbij zeer grote spijkers in bomen worden geslagen. De bomen blijven wel in leven maar kunnen moeilijk gekapt worden. De actievorm is omstreden omdat de houtkappers ernstig verwond kunnen raken als hun kettingz aag op zo’n spijker stuit. Monkeywrenching is het saboteren van machines.

    2) David Helvarg, The War Against the Greens, Sierra Club Books, San Francisco 1994.

    3) Informatie over de anti-milieubeweging organisaties is te vinden in: Carl Dearl, The Greenpeace Guide to Anti-environmental Organisations, Real Story Books, Odonian Press, Berkeley. David Helvarg, The War Against the Greens, Sie rra Club Books, San Francisco 1994. Judi Bari, The Timber War, Common Courage Press, Monroe.

    4) The Economist, 16 november 1991.

    5) “First they kill your dog”, Jonathan Franklin in The Muckraker, Journal of the Center for Investigative Reporting, Fall 1992.

    6) Judi Bari, The Timber War, Common Courage Press, Monroe.

    7) De Cloverdale fabriek is een onderdeel van het bedrijf Louisana Pacific. Vier weken voordat de bom in Judi Bari’s auto explodeerde, was er een pijpbom ontploft bij de Cloverdale fabriek.

    Bij het onderzoek van de FBI werd deze aanslag min of meer op het conto van Judi Bari geschreven.

    8) Het House Subcommittee on Civil and Constitutional Right.

    9) Informatie over de aanslag op Judi Bari is te vinden in: The return of Cointelpro, Lies of our times, september 1993. The FBI targets Judi Bari, Ward Churchil in Covert Action, winter 1993-94. Judi Bari, The Timber War en David Helvarg, The War against the Greens, Nieuwsbrieven mei en november van het Redwood Summer Justice Project.

    10) In: tijdschrift Milieudefensie januari 1995

    11) Het Earth Liberation Front is in 1991 ontstaan. Een aantal milieu-activisten in Engeland vond de acties van het Engelse Earth First! niet ver genoeg gaan. Het ELF voert vooral nachtelijke sabotage-acties uit tegen bedrijven die het wegenplan uitvoeren. In 1994 kwam het `Terra-ist’ magazine uit met achtergronden over de acties en motieven. Ook het Nederlandse blad NN publiceert regelmatig over het ELF.

    12) Deze afdeling (voorheen BZC) heeft als kerntaak het bestrijden van terrorisme en politiek gewelddadig activisme. Met een tweemaandelijks bulletin “Update Terrorisme en Politiek Gewelddadig Activisme” worden bel anghebbenden op de hoogte gehouden. In 1993 verschenen er 5 met een oplage van 600.

    13) M.J. van Riemsdijk, Actie of Dialoog, Enschede, Universiteit van Twente, 1994.

    14) De Australiër Peter Singer is een omstreden theoreticus. Zijn provocerende ideeën over biotechnologie en het “afmaken” van gehandicapte mensen hebben vooral in Duitsland veel mensen de gordijnen ingejaagd.

    Uit: Welingelichte Kringen, 1995, buro Jansen & Janssen.

    door Wil van der Schans