• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grond- rechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wet- geving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Blinde vlek of doorn in het oog

    Uit : VD-Amok-special over inlichtingendiensten
    december 1998

    De Nederlandse inlichtingendiensten en extreem-rechts
    De Nederlandse inlichtingendiensten infiltreren, luisteren af, volgen, liegen en bedriegen. Dat is algemeen bekend. Publikaties over de bezigheden van de dienst beschrijven echter vooral haar aandacht voor linkse politieke groepen en personen. Toch is ook extreem-rechts onderwerp van aandacht. Welke extreem-rechtse groepen zijn door de BVD geobserveerd en waarom?
    Het is moeilijk met zekerheid te zeggen wat de belangrijkste motivatie voor de BVD is om extreem-rechts in de gaten te houden. Vier overwegingen spelen een rol.

    a) De BVD is geïnteresseerd in de ontwikkeling van extreem-rechts. Het behoort tot haar taak om anti-democratische organisaties in de gaten te houden. Een deel van extreem-rechts dient daar zeker toe gerekend te worden.

    b) Daarnaast oefent de Tweede Kamer regelmatig druk uit op de BVD om extreem-rechts in de gaten te houden. Deze druk volgt meestal na een extreem-rechtse actie of verkiezingssucces dat voor onrust zorgt. De BVD is niet erg gecharmeerd van deze druk. De BVD vindt dat gezien de geringe dreiging die van extreem-rechts uitgaat, ze gedwongen wordt teveel tijd aan extreem-rechts te besteden. In de sinds 1991 gepubliceerde jaarverslagen en de onderzoeken die in opdracht van de BVD gedaan worden, wordt de dreiging van extreem-rechts min of meer als een probleem gezien. De informatie is zeer beperkt en oppervlakkig. Uit de jaarverslagen blijkt wel welke organisaties de BVD interessant vindt.

    c) De derde reden om extreem-rechts te volgen is ter legitimatie van het eigen bestaan. Dat is misschien enigszins gezocht. En toegegeven, het zal niet de reden zijn om onderzoek naar extreem-rechts te doen, maar het heeft wel degelijk een rol gespeeld. Op het moment dat in 1989 de Berlijnse Muur valt en vlak daarna het Warschaupact in elkaar stort, zou het niet verrassend zijn geweest als in de publieke opinie of de Tweede Kamer het bestaansrecht van de Nederlandse inlichtingendiensten ter discussie wordt gesteld. Dat gebeurt niet, maar de nieuwe BVD-chef Docters van Leeuwen lanceert toch een media-offensief dat de BVD een nieuw bestaansrecht moet verlenen. Hij geeft een lang televisie-interview en gaat uitgebreid in op het ANS (Aktiefront Nationale Socialisten). Hij laat een video zien van een ANS-bijeenkomst die door de politie in beslag genomen is en gebruikt het ANS als voorbeeld om het belang van het bestaan van zijn dienst te illustreren. Door de algemeen gedragen afkeer van organisaties als het ANS, probeert Docters hiermee begrip te kweken voor de aanwezigheid van een inlichtingendienst in de Nederlandse samenleving. Dit is vergelijkbaar met de publiciteit die de BVD al jaren geeft aan haar activiteiten op het gebied van non-proliferatie. Wie is immers voor de verspreiding van technologie op het gebied van massavernietigingswapens?

    d) De interesse van buitenlandse diensten voor Nederlands extreem-rechts is ook een reden om extreem-rechts in de gaten te houden. Met name vanuit Duitsland is belangstelling over de contacten tussen Nederlandse en Duitse nazi’s. Het ANS en dan vooral haar leider Eite Homan zijn een belangrijke schakel binnen de Duitse neo-nazistructuren en zodoende is de Verfassungsschutz (VfS, Duitse BVD) erg in hem geïnteresseerd. Homan is in ieder geval vanaf begin jaren negentig een terugkerend hoofdstuk in de jaaroverzichten van de VfS. Ook blijkt uit de Duitse jaaroverzichten dat de dienst vrij nauwkeurig bijhoudt dat Duitse nazi’s zich op Nederlands grondgebied bevinden en andersom. In 1996 wordt de samenwerking tussen Duitse en Nederlandse inlichtingendiensten in de praktijk gebracht. Eite Homan besluit dan de coördinatie van het verzamelen van persoonlijke gegevens van medewerkers van justitie en inlichtingendiensten in Duitsland en Nederland op zich te nemen. De bedoeling is om deze gegevens te publiceren. Een reactie laat niet lang op zich wachten en op 15 september 1996 doet de BVD een opmerkelijke stap. Op ten minste zes plaatsen in Nederland bezoeken medewerkers ANS-activisten. De bezochte personen krijgen in duidelijke bewoordingen te horen dat ze hun samenwerking met Eite Homan moeten stoppen. Homan zelf krijgt overigens geen bezoek. Tegelijkertijd doet de VfS hetzelfde, ze brengt een huisbezoek aan een aantal leidinggevende figuren binnen de Duitse neo-nazi-scene. Ook een andere actie van Homan weet de nodige aandacht van de VfS teweeg te brengen. Hij brengt een speciale editie van het nazistische blad NS-Kampfruf uit waarin wordt opgeroepen de gewapende strijd in Duitsland te beginnen.

    Spook van de inlichtingendiensten
    De rol van de inlichtingendiensten in extreem-rechtse organisaties kent nog een opmerkelijk (maar niet zo verrassend) neveneffect. Vanaf medio jaren tachtig is met name Janmaat ervan overtuigd dat de BVD er alles aan doet om zijn partij kapot te maken. Hij ziet hij in allerlei negatieve ontwikkelingen binnen de Centrumpartij en de Centrumdemocraten de hand van deze inlichtingendienst. Met enige regelmaat worden dan ook ‘infiltranten’ ontmaskerd en uit de partij gegooid. Janmaat komt zelden of nooit met bewijzen dat het hier om infiltranten gaat. Het is dan ook goed mogelijk dat hij niet alleen handelt uit angst voor infiltratie, maar ook om hem onwelgevallige partijleden te lozen en hen met het stempel ‘infiltrant’ een trap na te geven. Overigens is Janmaat niet de enige die er deze praktijk op na houdt. Ook in het ANS is het goed gebruik regelmatig infiltranten te ontmaskeren. Een opmerkelijk geval is Roel de Boer. Roel de Boer wordt rond de gemeenteraadsverkiezingen in 1994 actief binnen de CP’86 en het ANS en wordt lid van de CD, het Nederlands Blok, Voorpost en het Vlaams Blok. Hij voert onder andere in februari 1994 een racistische kladactie uit in zijn woonplaats Tiel. Daarnaast helpt hij het Nederlands Blok met folderen en verzamelt hij ondersteunende handtekeningen voor de CP’86. Eind 1994 wordt door het ANS een folder over Roel de Boer verspreid waarin hij als BVD-agent wordt bestempeld. Hij kan hierna nog een tijdje functioneren binnen de CP’86, maar verdwijnt in de loop van 1995 uit het extreem-rechtse circuit.

    Genoeg, te veel, te weinig?
    De aandacht voor extreem-rechts door de BVD bestaat, maar het is niet met zekerheid te zeggen in welke mate. De rol van de BVD bij de bestrijding van extreem-rechts lijkt zich veelal te beperken tot radicale organisaties als het ANS. Informatie over individuele daders uit extreem-rechtse hoek wordt, voor zover dat is na te gaan, zelden doorgegeven aan justitie en ook de rol van de BVD bij bestrijding van partijen als CD, CP’86 en Nederlands Blok lijkt minimaal. Deze organisaties worden wel oppervlakkig in de gaten gehouden, maar niet actief bestreden.

    Door de jaren heen is altijd in sterke mate gesuggereerd dat de BVD alleen oog had voor linkse activiteit in Nederland. Dit lijkt voor de jaren veertig, vijftig en zestig inderdaad te kloppen. Het gros van de tijd, geld en menskracht gaat in het onderzoek naar links en dan met name in de CPN en verwante groepen zitten. Dit is niet echt verrassend, aangezien de extreem-rechtse organisaties in de eerste twintig jaar na de oorlog erg klein waren. Het is onwaarschijnlijk dat in de jaren zeventig een cultuuromslag heeft plaatsgevonden. Extreem-rechtse partijen kwamen en gingen, maar hadden geen grote rol van betekenis binnen het politieke krachtenveld. Dit in tegenstelling tot de linkse politiek, die in die jaren een behoorlijk grote invloed wist te ontwikkelen.

    In de jaren tachtig verandert dit en groeit de aanhang van extreem-rechts flink. De Centrumpartij weet een parlementszetel te winnen. Ook wordt het een en ander duidelijk over BVD-activiteit in extreem-rechtse kringen, maar wederom staat dit in geen verhouding tot de bekend geworden activiteiten van de inlichtingendienst binnen links. Na de val van de Muur lijkt de BVD haar taak op het gebied van extreem-rechts enigszins uit te breiden. Het wordt een terugkerend hoofdstuk in de jaarverslagen van de dienst, die sinds 1991 verschijnen, en steeds vaker bereiken activiteiten van de dienst op dit gebied de publiciteit. Zoals hierboven al aangehaald valt echter te betwijfelen of de blinde vlek aan de rechterkant echt verdwenen is. De profilering op extreem-rechts gebied door de BVD wordt in ieder geval gebruikt om haar eigen bestaan te legitimeren.

    Beeldvorming en werkelijkheid
    Waarom de BVD zich zo opstelt is een grote vraag. Hier zijn drie redenen voor aan te voeren.

    Ten eerste is de BVD van mening dat er nooit echt dreiging is uitgegaan van extreem-rechts. Minimale aandacht moet wel aan het onderwerp geschonken worden, maar het een en ander moet niet overdreven worden. Mogelijk speelt de lange anti-linkse traditie van de BVD hier een rol in.

    Ten tweede maakt de BVD zich druk over het beeld dat in de maatschappij en politiek bestaat van extreem-rechts. In haar ogen wordt het gevaar van extreem-rechts overdreven. De BVD ziet het als haar taak om dat beeld te corrigeren. Blijkens de door de BVD zelf gegeven informatie neigt dit corrigeren regelmatig tot bagatelliseren. Een verschijnsel dat in het jaarverslag van 1998 als volgt wordt verwoord: “In het publieke debat over extreem-rechts wordt de omvang van het verschijnsel wel eens overschat. De BVD gaf ook in 1997 voorlichting aan politici, bestuurders en andere betrokkenen om verkeerde beeldvorming tegen te gaan”.

    Ten derde is de BVD vaak niet in staat de structuur van extreem-rechts echt te doorgronden. Er wordt klaarblijkelijk gezocht naar structuren die er niet zijn. Binnen de extreem-rechtse cultuur wordt zeer veel afgesproken en georganiseerd door kleine groepjes aan de borreltafel. Dit wordt door de BVD niet als een vorm van organisatie gezien, waardoor met name geweld vanuit extreem-rechtse hoek als niet-georganiseerd en dus als minder serieus wordt gekwalificeerd.

    Extreem-rechts wordt door de BVD dus wel in de gaten gehouden, maar het is onduidelijk in welke mate. Gezien de moeite die de dienst voor de correctie van de politieke beeldvorming over extreem-rechts doet, kan vermoed worden dat de heersende opinie de BVD een doorn in het oog is. Door bezorgdheid in de Tweede Kamer en commotie in de maatschappij moet de dienst aandacht aan extreem-rechts besteden die de BVD kennelijk liever in andere onderwerpen investeert.

    Zo er al een taak is voor de BVD in haar huidige vorm om politieke groeperingen in de gaten te houden, is het niet aan deze dienst om aan beeldvorming te doen, aangezien dergelijke beeldvorming met name bedoeld is om eigen politiek te maken en niet om een reëel beeld van extreem-rechts te geven.

    Willem Wagenaar van buro Jansen & Janssen

    met dank aan anti-fascistische onderzoeksgroep Kafka

    Noten

    1) Hij schat de aanhang van het ANS tijdens deze uitzending overigens op enkele honderden personen, wat een grove overschatting is en duidt op een gebrek aan kennis van de materie.

    2) Doordat de repressie ten opzichte van neo-nazigroeperingen in Duitsland veel harder is dan in Nederland, dient Nederland vaak als uitwijkplaats voor logistieke structuren. Het ANS-Nederland voorziet de Duitse beweging bijvoorbeeld van postbussen, telefoonnummers en ruimtes om bijeenkomsten te houden.

    3) Bron: Nieuwe Revu, 1 juni 1994. Saillant detail is dat ook zijn stiefvader Joop de Boer zich bereid verklaart een handtekening te zetten. Joop de Boer heeft jarenlang voor de BVD geïnfiltreerd in de anti-kernenergiebeweging tot aan zijn ontmaskering in 1990.

    4) Jansen en Janssen is te bereiken via postbus 10591, 1001 EN Amsterdam of via info@burojansen.nl Kafka is te bereiken via postbus 14710, 1001 LE Amsterdam, tel. 06-51682822 of via kafkanet@dds.nl.

    Kader

    De Centrumpartij, Rost van Tonningen en de NVU krijgen in de jaren 80 alle drie aandacht van de BVD. Dit gebeurt aantoonbaar in de persoon van Eric de Jong. De Jong verzamelt bij alle drie de organisaties informatie en geeft die door aan de BVD. Ook weet De Jong bij te dragen aan de onderlinge haat en nijd in extreem-rechts door Joop Glimmerveen tot twee keer toe binnen te laten op het secretariaat van de Centrumpartij, wanneer hij deze beheert. Glimmerveen kan de gehele ledenadministratie van de concurrerende partij rustig doornemen. Deze ledenadministratie speelt Eric de Jong ook door aan Rost van Tonningen en de BVD.

    Bron: Nieuwe Revu, 18 oktober 1984.