• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • De jihadistische tunnelvisie van de NCTV

    Na lezing en bestudering van tien jaar dreigingsbeelden van de NCTV valt op dat de dienst voornamelijk oog heeft voor islamitisch geweld. Terreurbepaling, terrorismebestrijding en dreigingsmanagement blijken politiek gekleurde activiteiten te zijn.

    Alle Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland (DTN’s) van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) hebben ongeveer een vergelijkbare structuur. Het dreigingsbeeld wordt geschetst vanuit verschillende aandachtspunten. Centraal staat een internationale ‘analyse’ waarbij het vooral gaat om ‘jihadisten’ en organisaties als al-Qaida, door de terreurdienst kern al-Qaida genoemd.

    Al-Qaida zou Nederland bedreigen op het internet of op andere wijze, en natuurlijk ook Nederlandse belangen in het buitenland. De paragraaf waarin de internationale context wordt beschreven, wordt of ‘internationale context’, ‘internationale dreiging’, ‘internationale context van jihadistische dreiging’, ‘dreiging algemeen’, ‘toegenomen internationale jihadistische invloeden’, ‘internationale dreiging – ontwikkelingen jihadistische strijdgebieden’, ‘dreiging tegen westerse landen’ en ‘dreiging tegen (belangen van) Europa’ genoemd.

    Specifiek Europa, Europese landen of Europese Unie komen minder vaak voor. Meestal wordt er een onderscheid gemaakt tussen Amerika en Europa of een omschrijving als de ‘westerse wereld’ en ‘de rest’, hoewel het woord ‘rest’ in tegenstelling tot het westen niet zo wordt genoemd. Sinds eind 2010 wordt Azië vermeld in de DTN’s en sinds 2013 is er sprake van een speciaal kopje ‘internationale jihadistische dreiging: Afrika en Azië’. Afrika komt al eerder in het dreigingsbeeld voor, maar dan in de vorm van ‘Noord-Afrika’ en de ‘Hoorn van Afrika’.

    Weerbaarheid Nederlander

    De internationale context wordt meestal gevolgd door een ‘dreiging tegen Nederland’, maar soms door het ‘jihadistische internet’ of ‘overige’. Standaard wordt er afgesloten met eerst ‘radicalisering en polarisatie’ of de laatste jaren vooral ‘gewelddadige radicalisering en polarisatie’ en als laatste ‘weerstand’. Over de laatste paragraaf van de dreigingsbeelden kunnen we kort zijn. De ‘weerstand’ of ‘weerbaarheid’ van de Nederlandse samenleving is onverminderd groot volgens terreurambtenaar Schoof. Volgens alle DTN’s van de afgelopen tien jaar wordt er stelling genomen tegen radicalisme, extremisme, terrorisme en vinden er geen ideologisch gemotiveerde confrontaties tussen mensen en groepen plaats.

    Waarom de coördinator keer op keer tot deze conclusie komt, wordt niet onderbouwd. Hoewel racistische incidenten misschien geen goede graadmeter zijn, geven ze wel aan dat er iets speelt in het land. Deze incidenten vinden geregeld plaats in Nederland, in 2012 aanzienlijk vaker dan het jaar daarvoor. Maar de coördinator oordeelt zonder enige verandering dat de ‘weerbaarheid van de Nederlandse samenleving onverminderd groot is’.

    Daarnaast stelt Schoof geregeld in het DTN dat ‘jihadisten’ in het buitenland stellen dat moslims in Nederland worden gediscrimineerd en de islam en de profeet worden beledigd. De NCTV plaatst hier steevast vraagtekens bij in de vorm van de standaardzin ‘de vermeende discriminatie van moslims en de gepercipieerde beledigingen van de islam en de profeet Mohammed in ons land’ die geregeld wordt opgenomen in het dreigingsbeeld. Op basis waarvan de coördinator stelt dat de discriminatie vermeend is of de belediging gepercipieerd, in de hoofden van Nederlandse moslims als het ware, maakt de terreurdienst niet duidelijk.

    Analyse terrorisme dreiging

    ‘Het DTN is een globale analyse van de nationale en internationale terroristische dreiging tegen Nederland en Nederlandse belangen in het buitenland’, schrijft de dienst. ‘Dit systeem geeft dus de (potentiële) terroristische dreiging op Nederland als geheel weer, waarbij alle informatie die iets zegt over de kans op een aanslag wordt meegewogen, en daarmee ook de internationale context en de voorfasen van terrorisme: radicalisering en rekrutering. Het is niet zozeer de eindkwalificatie van de dreiging (het dreigingsniveau), maar de onderliggende periodieke schets van de dreigingsrelevante ontwikkelingen die de inhoudelijke basis vormt van het Nederlandse contraterrorismebeleid.’

    Naast het dreigingsbeeld is er ook veertien maal een voortgangsrapportage terrorismebestrijding, sinds 2012 Voortgangsrapportage Contraterrorisme en –Extremisme, geproduceerd. Dreigingsbeeld en voortgangsrapportage vloeien in elkaar over. Dreiging inschatten is geen wetenschap, het heeft iets weg van het weerbericht, ook met de bijbehorende weercodes en de economische voorspelling op de beurs… gaat de zeepbel nu klappen of niet.

    De terreur-coördinator presenteert de analyse van de dreiging als een abstracte afweging, waaruit dan een dreigingskleur voortkomt. In de afgelopen tien jaar was die kleur voortdurend beperkt of substantieel, waarbij het onderscheid tussen de beide kleuren verwaarloosbaar is. Dit heeft vooral te maken met de tekstuele uitleg van de dreiging, waarmee de NCTV probeert aan te geven waarom de dreiging beperkt of substantieel is. Wie tien jaar dreiging door worstelt, kan geen duidelijk onderscheid ontdekken.

    De abstracte afweging, analyse van de NCTV, is gebaseerd op internationale en nationale informatie. Net als bij inlichtingendiensten is 70 tot 80 procent van die informatie uit openbare bronnen afkomstig, zowel fysiek als digitaal. Daarnaast is er informatie afkomstig uit politie-onderzoek, van de geheime dienst, van telefoon- en internettaps en andere strafrechtelijke en heimelijke methoden van de overheid. De coördinator brengt deze informatie tezamen, zelf doet de dienst geen onderzoek.

    Specifieke informatie van de inlichtingendienst komt niet aan bod. Ook verkregen informatie afkomstig van politie-onderzoek wordt niet in detail besproken, maar beschrijvingen van arrestaties, demonstraties, aanslagen in het buitenland weer wel. Bij hoge uitzondering schrijft de terreurdienst dat zij bepaalde informatie niet kan prijs geven. Hierbij draait het meestal om bestuursrechtelijk optreden tegen mensen en personen.

    Of het weglaten van AIVD/MIVD en politie informatie in het DTN te maken heeft met de gevoeligheid van de materie of de gevoeligheid, lees weinig rechtsstatelijke basis, van de genomen maatregelen, maakt de terreurdienst niet duidelijk. Voor een goede analyse van de veiligheidssituatie van Nederland en haar belangen zijn naast het samenvoegen van informatie en inlichtingen, ook achtergronden en analyses noodzakelijk. Daarnaast zijn analyses van zowel korte als lange termijn trends, los van bestaande inlichtingen over bedreigingen, noodzakelijk om zicht op veiligheidssituaties te hebben.

    Voor bepaling van de dreiging voor Nederland zal de ontwikkeling van de burgeroorlog in Oekraïne moeten worden geanalyseerd om in te kunnen schatten wat voor gevaren die voor Nederland en haar belangen kan hebben. Tien jaar dreigingsbeeld biedt echter geen indruk van een analytische dienst, korte en lange termijn trends en een brede blik komen niet naar voren in de geschetste beelden. Ook diepgravende analyse, verdieping en achtergrond analyses van conflicten, aanslagen, arrestaties, ontwikkelingen zijn niet te vinden in de publicaties van de NCTV.

    Fixatie op de jihad

    Zoals uit uitgebreidere analyses en hun ‘samenvatting’ van zowel de nationale als internationale component van het DTN blijkt, zijn de beelden platte documenten een dunne tabloid gevuld met chocoladekoppen. Echte dreigingsanalyse is er niet in terug te vinden. Als het al een geschetst beeld is, dan is het niet alleen een stilstaand beeld van een dienst die vooral gefixeerd is op de jihad, maar ook een beeld dat tweedimensionaal is.

    Een arrestatie van een verdacht persoon is er een van een terrorist en de ‘tegenpartij’ is een slag toegebracht. Een aanslag in Kopenhagen is een aanslag in Nederland. Een drone-aanval en standrechtelijke executie van een persoon die gelieerd zou zijn aan al-Qaida is een overwinning op de jihadi’s. Een opstand in het Midden-Oosten is altijd gevaarlijk omdat de jihadisten daardoor het land kunnen overnemen. Een moslimpartij in Noord-Afrika is altijd gelieerd aan islamitische terreur. Een aanslag op een joodse instelling of een mediabedrijf is altijd van een terugkeerder die de diensten te slim af is.

    Zo rolt de ‘globale analyse’ van de NCTV een beeld uit dat bipolair is. Tien jaar terreurdienst schetst een maatschappij die identiek is aan die van de voormalige Amerikaanse president G.W. Bush en zijn oorlog tegen de terreur: ‘Either you are with us or you are with the terrorists’. Naast alles wat de dienst zou weten, is er ook veel onbekend en die onbekende dreiging is natuurlijk nóg gevaarlijker. Die dreiging maakt een aanslag niet alleen voorstelbaar, maar ook reëel.

    Ook met die ongekende dreiging treedt de terreurdienst in de voetsporen van de Bush-doctrine en heel specifiek in het gedachtenraamwerk van neoconservatief Donald Rumsfeld, Defense Secretary onder Bush. Rumsfeld: ‘There are known knowns. These are things we know that we know. There are known unknowns. That is to say, there are things that we know we don’t know. But there are also unknown unknowns. There are things we don’t know we don’t know.’

    Het ‘onbekende gevaar’, ook het gevaar dat we zelfs niet kennen, opent de deur om iedereen en alles te verdenken en verregaande maatregelen tegen vermeende verdachten in te voeren. Tien jaar dreigingsbeeld injecteert terreur in alle geledingen van de samenleving en maakt iedereen tot een verlengstuk van het inlichtingen- en opsporingsapparaat.

    Politieke kleur

    In tien jaar tijd heeft de NCTV drie coördinators gehad: Tjibbe Joustra, Erik Akerboom en Dick Schoof. Joustra en Akerboom hebben beiden vier jaar de rol van terreurambtenaar vervuld, Schoof vult inmiddels twee jaar deze plek in. Joustra is actief binnen de VVD, Akerboom is ook lid van de VVD en Dick Schoof sympathiseert dusdanig met die partij dat hij waarschijnlijk ook lid is.

    De NCTV bestaat sinds 2004 en heeft gediend onder de kabinetten Balkenende II (CDA, VVD, D66), Balkenende III (CDA, VVD), Balkenende IV (CDA, PvdA, CU), Rutte I (VVD, CDA) en Rutte II (VVD, PvdA). Tot 2010 waren de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk voor de coördinator, sinds 2010 de minister van Veiligheid en Justitie. Van 2004 tot 2007 waren de verantwoordelijk ministers van CDA en VVD huize, tussen 2007 en 2010 CDA en PvdA en vanaf 2010 is VVD minister Ivo Opstelten de verantwoordelijke bewindsman.

    De kleur als de toon van het Dreigingsbeeld en de voortgangsrapportages laten een constant beeld zien van een conservatief, rechts, repressief wereldbeeld. De invloed van de enige sociaaldemocratische verantwoordelijke voor de terreurdienst tussen 2007 en 2010, Ter Horst, is niet te ontwaren in het Dreigingsbeeld. Dit wekt de indruk dat terrorismebestrijding boven de partijen staat, althans boven de drie partijen die het politieke landschap in Nederland al decennialang kleuren.

    Terrorismebestrijding is echter geen apolitiek thema, terreur heeft altijd een politieke kleur. De Palestijnse beweging Hamas is een gekozen partij in Palestina, president Morsi van Egypte was een gekozen leider van de Moslimbroeders, president al-Assad van Syrië is een dictator, iets dat ook geldt voor president al-Sisi, koerden worden onderdrukt door Turkije, Soennieten door de overwegend Sjiitische regering van Irak. Alles aan de ‘oorlog tegen de terreur’ heeft een politieke kleur, om te beginnen met de woorden oorlog en terreur.

    Werkzaamheden

    In het eerste jaar van het bestaan van de coördinator werd er nog geen DTN geschreven en was terreurambtenaar Joustra bezig met het werven van personeel. In dat jaar werd Theo van Gogh vermoord en vaagheid rond het opereren van inlichtingen- en opsporingsdiensten markeert het functioneren van de terreurdienst in de tien jaar die volgen.

    Het werk van de dienst is vastgelegd in het tweede lid van artikel twee van de instellingsregeling Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. De dienst moet ‘zorg dragen voor de ontwikkeling van een helder en eenduidig beleid op het vlak van terrorismebestrijding, daaronder begrepen strategische en internationale beleidsontwikkeling en communicatiestrategie.’ Het moet de samenwerking van de diverse partijen op het terrein van terrorismebestrijding regisseren.

    De terreurdienst is een informatiemakelaar wan het moet ‘informatie van inlichtingen verschaffende diensten en bestuurlijke en wetenschappelijke bronnen bijeenbrengen, combineren en veredelen van ten behoeve van integrale analyses en dreigingsbeelden inzake terrorisme.’ Daarnaast heeft het een scala van verantwoordelijkheden ten aanzien van de burgerluchtvaart, te weten ‘het zorg dragen voor de beveiliging, het toezicht op de inrichting van de keten en de kwaliteit van de beveiliging van de burgerluchtvaart.’

    De dienst is verantwoordelijk voor het ‘nationaal stelsel van bewaken en beveiligen’ en voert de regie ten aanzien van ‘de voorlichting en woordvoering over terrorismebestrijding.’ De eerste drie taken, terrorismebestrijding, samenwerking en de informatiepositie, zijn terug te vinden in het DTN en de voortgangsrapportages. Of de dienst haar werk goed uitvoert, valt niet te toetsen.

    Nauwelijks aandacht voor bepaalde terreurvormen

    Opvallend is wél dat allerlei traumatische incidenten niet echt worden opgepakt door de terreurdienst. De moord op Theo van Gogh in 2004 hoort daar zelfs bij, hoewel de coördinator toen nog niet actief aan het werk was. De afgelopen jaren waren er echter drie grote ‘incidenten’ die een wissel hebben getrokken op het veiligheidsbewustzijn van de Nederlandse burgers.

    De eerste vond plaats op 30 april 2009 toen Karst Tates met zijn Suzuki Swift op een menigte en de open bus van de koninklijke familie in Apeldoorn inreed. Naast de dader vonden zeven mensen hierbij de dood. Twee jaar later, op 9 april 2011, schoot Tristan van der Vlis zes mensen dood met een Smith & Wesson M&P 15-22 in een winkelcentrum in Alphen aan de Rijn. Hij verwondde ook nog zeventien andere mensen en doodde vervolgens zichzelf. In 2014 werd vlucht KL4103 in Oost Oekraïne uit de lucht geschoten en stortte neer. Hierbij kwamen 298 mensen om het leven, waaronder 193 met de Nederlandse nationaliteit. Vier heftige gebeurtenissen waar de terreurdienst eigenlijk elke keer weinig woorden aan vuil maakt.

    Van Gogh is een markeringspunt geworden, niet een basis voor analyse en zelfonderzoek. Apeldoorn komt twee keer terug, waarbij niets wordt geanalyseerd en uitgezocht en het betreft passages als ‘de Nederlandse gewelddadige eenlingen Tates (Apeldoorn 2009)’ en ‘met Boston vers in het geheugen en ‘Apeldoorn’ en de ‘Damschreeuwer’ op het netvlies.’ Alphen aan de Rijn komt slechts één keer in het dreigingsbeeld en/of de voortgangsrapportages voor als ‘Nederlandse gewelddadige eenlingen.’ De MH17 en Oekraïne komen in het geheel niet voor in het verhaal van Schoof.

    Een jaar voorafgaande het neerschieten van vlucht MH17, in het juli-nummer van de terreurbode van 2013, staat in de tweede voortgangsrapportage contraterrorisme en –extremisme, een paragraaf over de beveiliging van de burgerluchtvaart. In de meeste voortgangsrapportages wordt er aandacht besteed aan de burgerluchtvaart, maar in dat juli-nummer gaat het specifiek over ‘communicatie en voorlichting’ ten aanzien van de veiligheid van de luchtvaart.

    De terreurdienst stelt dat ‘vanuit de NCTV er doorlopend wordt gewerkt aan het ontsluiten van nuttige informatie voor professionals, bijvoorbeeld via een kennisbank, factsheets en whitepapers, alsmede aan het bieden van concreet handelingsperspectief, zoals via e-learningmodules.’ Wat Schoof precies bedoelt met het ‘ontsluiten van nuttige informatie’ is niet duidelijk.

    Een jaar later, vlak voor de tragische gebeurtenis in Oost Oekraïne, schrijft de Schoof in het DTN-36 [30-06-14] dat ‘de aanwezigheid van manpads bij ABaM en de capaciteit om deze te gebruiken, een blijvend risico vormen voor de burgerluchtvaart boven de regio.’ De coördinator heeft het hier over Egypte onder de gekozen president Mohamed Morsi, van waaruit een keer met een raketwerper op een Aziatisch schip werd geschoten.

    Vanaf juli 2013 tot en met juli 2014 zijn in Egypte, voor zover bekend, geen vliegtuigen uit de lucht geschoten. Waarom de coördinator bang is voor de veiligheid voor de burgerluchtvaart aldaar wordt niet duidelijk. Schoof schrijft in diezelfde periode niets over mogelijke risico’s voor de burgerluchtvaart boven Oekraïne, terwijl daar toch ook militair materieel aanwezig was dat mogelijk een risico zou kunnen vormen voor de luchtvaart.

    Blinde vlek

    Waarom de NCTV geen risico-inschatting en dreigingsbeeld van Nederlandse belangen in en boven Oekraïne heeft opgesteld, hangt niet samen met al dan niet aanwezig personeel van een inlichtingendienst. De aanwezigheid van één inlichtingenofficier op de diplomatieke vestiging in een ander land heeft meestal een beperkt nut. De verbindingsofficier kan hooguit wat contacten verzorgen met de inlichtingen- en opsporingsdiensten van het land, lokale informanten runnen en contacten onderhouden met Nederlandse ondernemers of werknemers in het land voor het verkrijgen van informatie.

    Het bereik van de verbindingsofficier is beperkt en voor een compleet of beter beeld van de veiligheidssituatie in een land is aanwezigheid niet een noodzakelijkheid. Artikel 2 lid2c beschrijft deze taak van de coördinator: ‘Het bijeenbrengen, combineren en veredelen van informatie van inlichtingen verschaffende diensten en bestuurlijke en wetenschappelijke bronnen ten behoeve van integrale analyses en dreigingsbeelden inzake terrorisme.’ Eén bron is volstrekt onvoldoende.

    Oekraïne vormde een blinde vlek voor de terreurdienst, net als Amsterdam 2004, Apeldoorn 2009 en Alphen aan de Rijn 2011. Dit heeft alles te maken met het jihadistische wereldbeeld van de coördinatoren. In een bipolaire wereld is een raketwerper van een jihadist, ook al zijn de berichten over dat schot minimaal, een aanval van ‘onze tegenstander’. Dit krijgt een prominente plek in het dreigingsbeeld, ook al weet de coördinator er verder niets van.

    Zo belandt ook mogelijke intimidatie van jihadisten vanuit de moslimgemeenschap rond de gemeenteraadsverkiezingen in de terreurbode en wordt het een hype vanwege twee dreigingsbeelden over de teloorgang van de weerstand van de gemeenschap. Polarisatie tussen de Russische gemeenschap en bijvoorbeeld de Poolse gemeenschap zal niet aangetroffen worden in het dreigingsbeeld omdat het niet in het verhaal van de coördinator past.

    Rule of law

    Dat terreur bepaling, terrorismebestrijding en dreigingsmanagement politiek gekleurde activiteiten zijn, maken de dreigingsbeelden van tien jaar NCTV duidelijk. Een gekozen moslim president van Egypte wordt afgeschilderd als een terrorist en oud dictator Mubarak en de nieuwbakken dictator al-Sisi als partners in de oorlog tegen de terreur.

    ‘Terrorismebestrijding is een mensenrecht’, volgens de NCTV, waardoor de Amerikanen met hun drone-aanvallen tegen al-Qaida en andere groepen keer op keer een slag kunnen toebrengen. Dat deze standrechtelijke executies van mogelijke verdachten van terrorisme, maar vooral van vele onschuldige familieleden, vrouwen en kinderen, een schending zijn van ieder denkbaar mensenrecht, komt niet in het hoofd van de coördinator op.

    Personen en organisaties die verdacht zijn in de ogen van de terreurdienst, maar die feitelijk geen enkele overtreding of strafbaar feit hebben begaan, worden bestuursrechtelijk of extra rechtsstatelijk via ‘verstoren’ aangepakt. Dit is niet in tegenstelling, maar staat in directe relatie met de wens van de NCTV om te werken aan de ‘rule of law’ in het kader van terrorismebestrijding.

    ‘Rule of law’ is voor de dienst namelijk niet rechtsstatelijk maar buitenwettelijk, want bij haar werk ten aanzien van de rule of law werkt de Nederlandse overheid samen met landen als de VS, Pakistan, Algerije, Jordanië, Saoedi-Arabië en Turkije die, onder het mom van terreurbestrijding, ook de meest draconische maatregelen nemen en mensonterende praktijken erop nahouden.

    Met het zien van terrorismebestrijding als mensenrecht en een verwrongen notie van de rule of law, verwordt de oorlog tegen de terreur in een oorlog van de terreur, maar dan niet de terreur van groepen als al-Qaida, maar de terreur van een dienst als de NCTV, de terreur van de staat.
    artikel als pdf
    DTN-37
    DTN-36
    DTN-35
    DTN-34
    DTN-33
    DTN-32
    DTN-31
    DTN-30
    DTN-29
    DTN-28
    DTN-25
    DTN-26
    DTN-27
    DTN-24
    DTN-23
    DTN-22
    DTN-21
    DTN-20
    DTN-19
    DTN-18
    DTN-17
    DTN-16
    DTN-15
    DTN-14
    DTN-13
    DTN-12
    DTN-11
    DTN-10
    DTN-9
    DTN-8
    DTN-7
    DTN-6
    DTN-5
    DTN-4
    DTN-3
    DTN-2
    DTN-1
    DTN-0
    Het verwrongen wereldbeeld van de NCTV I kort NL
    Jihadistische angstvisioenen NCTV (II kort wereld)
    Jihadistische angstvisioenen NCTV (II analyse were
    Het verwrongen wereldbeeld van de NCTV I analyse N