• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Justitie en Veiligheid

  • Inlichtingen en Terrorisme

  • Nieuwsblog

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Jihadistische angstvisioenen van de NCTV II analyse wereld

    In ‘De jihadistische angstvisioenen van de NCTV (II internationaal)’ een grove analyse van de internationale berichtgeving van de NCTV over de afgelopen tien jaar. Hier per jaar een grove analyse, een vogelvlucht, of om in de terroristische terminologie te blijven een drone vlucht. Alles wordt slechts aangestipt omdat het ondoenlijk is om op alle arrestaties en aanslagen uitgebreid in te gaan. Het gaat om het doorbreken van de denktrant, het doorbreken van de dreigingsbeeld diarree zoals elders beschreven wordt.

    Elke arrestatie wordt door de NCTV gevierd als een overwinning op de ‘vijand’, maar bij elke arrestatie hoort een verhaal. Soms worden de mensen meteen vrijgelaten, soms na maanden, jaren. Onschuldig, maar gebrandmerkt als terrorist, want dat is het beeld dat overblijft. En de aanslagen, mislukt of gelukt, zijn incidenten in de oorlog tegen de terreur. Een oorlog waar geen einde aan komt en die lijkt op een slag tussen goed en kwaad. We zijn beland in ‘Middle Earth’, ‘In de ban van de Ring’. De werkelijkheid is echter anders. Aanslagen zijn altijd doorspekt van mysteries waarbij inlichtingendiensten een belangrijke rol spelen. Voorkennis, afgebroken observaties, informanten, infiltranten en andere schimmenspelen, maar ook drone strikes, bombardementen, militaire operaties op een plaats en een aanslag in een stad of dorp ernaast. In een wereld die steeds meer wordt afgeschilderd als een bipolair speelveld strijden de zogenoemde geallieerden tegen de zogenoemde as van het kwaad, tegenwoordig steeds minder in de hoedanigheid van staten, maar steeds meer in de vorm van een groep ‘unlawful enemy combatants’. Wij, de westerse wereld, eigent zich de alledaagse waarheid van de oorlog tegen de terreur toe, een oorlog die oneindig is in tijd en geografie, maar ook in deelnemers. Deze vogelvlucht gaat deels van DTN naar DTN, en volgt een patroon van jaar in jaar uit. Tien jaar terreur, terreur van het dreigingsbeeld.

    2005 Mondiale radicalisering
    DTN-1 / 10 juni 2005
    DTN-2 / 29 september 2005
    DTN-3 / 5 december 2005
    Conclusie DTN 2005

    2006 De lange arm van al-Qaida
    DTN-4 / 2 maart 2006
    DTN-5 / 7 juni 2006
    DTN-6 / 16 oktober 2006
    DTN-7 / 20 december 2006
    Conclusie DTN 2006

    2007 Gevechtspauze PTSS NCTb
    DTN-8 / 25 april 2007
    DTN-9 / 4 juni 2007
    DTN-10 / 9 oktober 2007
    DTN-11 / 27 november 2007
    Conclusie DTN 2007

    2008 Jaar van de ongekende dreiging
    DTN-12 / 5 maart 2008
    DTN-13 / 9 juni 2008
    DTN-14 / 9 september 2008
    DTN-15 / 19 december 2008
    Conclusie DTN 2008

    2009 Nederland en haar strijdgebieden in de derde wereldoorlog
    DTN-16 / 6 april 2009
    DTN-17 / 19 juni 2009
    DTN-18 / 11 september 2009
    DTN-19 / 15 december 2009
    Conclusie DTN 2009

    2010 oorlogsmennerij en dreigingspropanda van een dienst
    DTN-20 / 7 april 2010
    DTN-21 / 18 juni 2010
    DTN-22 / 13 september 2010
    DTN-23 / 17 december 2010
    Conclusie DTN 2010

    2011 Spelen met bedreigingen, arrestaties en aanslagen
    DTN-24 / 18 maart 2011
    DTN-25 / 17 juni 2011
    DTN-26 / 3 oktober 2011
    DTN-27 / 12 december 2011
    Conclusie DTN 2011

    2012 Wie is het gevaarlijkst: armpje drukken met al-Qaida,
    DTN-28 / 26 maart 2012
    DTN-29 / 22 juni 2012
    DTN-30 / 8 oktober 2012
    DTN-31 / 17 december 2012
    Conclusie DTN 2012

    2013 Terreurfabriek
    DTN-32 / 13 maart 2013
    DTN-33 / 1 juli 2013
    DTN-34 / 7 november 2013
    Conclusie DTN 2013

    2014 Duurzame dreiging
    DTN-35 / 24 februari 2014
    DTN-36 / 30 juni 2014
    DTN-37 / 12 november 2014
    Conclusie DTN 2014

    2005 mondiale radicalisering

    DTN-1 / 10 juni 2005

    Bij de eerste DTN (juni 2005) worden internationale netwerken als Al-Qaida één op één gekoppeld aan een arrestatie in Nederland. “Het eerste vastgestelde en door aanhouding van betrokkene verijdelde geval van ‘zelfontbranding’ in Nederland kan hieraan worden toegeschreven.” Het gaat waarschijnlijk om de aanhouding van Wesam al Delaema en de man is al veroordeeld door de coördinator terrorismebestrijding voordat de rechter er aan te pas is gekomen. Zijn advocaat zegt in 2008 tegen Vrij Nederland: “Wij zijn nooit toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van dit Nederlandse onderzoek, waarbij zeker de nodige vragen zijn te zetten. Want hoe hard is die verdenking van zijn betrokkenheid bij terreurdaden nu?” (13 maart 2008). Het zou ook kunnen gaan om Bilal Lamrani, alleen was hij bekend bij justitie, had vastgezeten voor het bedreigen van Geert Wilders en “in de gevangenis had Bilal gevraagd hoe hij aan semtex kon komen en op zijn usb-stick waren handleidingen gevonden voor het maken van explosieven” (NRC Handelsblad 8 september 2007). Aan de arrestatie gaat een onheilspellende zin vooraf die de mondiale radicalisering op de kaart zet: “Diverse netwerken alsook individuen hebben het gedachtegoed van Al Qa’ida overgenomen en trachten de ideologie door missie en/of terrorisme tot uitdrukking te brengen.” De nuance is in het dreigingsbeeld niet terug te vinden. De internationale netwerken en de Nederlandse netwerken lijken één op één met elkaar verbonden in deze DTN. Veteranen trainen lokale mensen en de boel radicaliseert, gezien de twee beschreven arrestaties zijn grote vraagtekens te zetten bij de eenvoud van het bestempelen van lokale jongeren als Al-Qaida soldaten.

    DTN-2 / 29 september 2005

    De DTN (29 september 2005) die volgt, staat vooral in het teken van de aanslagen in London op 7 en 21 juli 2005. De dreiging was kritiek, althans dat suggereert het dreigingsbeeld, maar weer niet kritiek door de aanslagen in het Verenigd Koninkrijk. “In de maand juli 2005 was er sprake van een tijdelijke verhoging van de dreiging, die te maken had met het proces tegen de Hofstadverdachten.” Het DTN stelt bij de actuele dreiging dat “Nederland onverminderd in de belangstelling van potentiële terroristen staat. De militaire steun die Nederland levert aan de internationale strijd tegen het terrorisme draagt bij aan een hoog internationaal profiel van ons land.” De AIVD doet daarom onderzoek naar de bedreiging van het evenement Sail door al-Qaida (Elsevier “Al-Qa’ida dreigt met aanslag op Sail”). Het blijft onduidelijk of al-Qaida daadwerkelijk een bedreiging heeft geuit, hoewel de diensten onderzoek doen naar de berichten. De coördinator oordeelde namelijk dat “dergelijke verklaringen weinig geloofwaardig zijn.” Waarom de NCTb aan de geloofwaardigheid twijfelt wordt ook niet duidelijk, vooral ook omdat er onderzoek naar wordt gedaan. De coördinator wijst naar de media die angstgevoelens zouden aanwakkeren, maar maakt vervolgens niet duidelijk waarom het Sail incident in het dreigingsbeeld is opgenomen. Internationaal gaat het niet meer zozeer om netwerken alswel om de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak en Afghanistan. De Nederlandse aanwezigheid in die landen zou de “operationele keuze van jihadisten beïnvloeden en een belangrijke inspiratiebron voor radicalisering vormen.”

    DTN-3 / 5 december 2005

    In het derde DTN worden Nederlandse jongeren direct aan de mondiale terreurbeweging gekoppeld, Nederlandse jongeren die zich aangetrokken voelen tot de radicale islam lijken al bijna lid van al-Qaida: “in de context van mondiale radicaliseringsprocessen”. De NCTb bedoelt daarmee dat in andere westerse landen dezelfde processen plaatsvinden, “globale maatschappelijke processen”. Onduidelijk is waar die conclusie vandaan komt, het dreigingsbeeld stapelt verder. Het feit dat er van al-Zawahiri (kopstuk van al-Qaida) tegelijk een videoboodschap wordt uitgezonden als van een van de daders van de aanslagen in Londen, “in combinatie met voorlopige onderzoeksresultaten, wijst op een betrokkenheid van krachten buiten het Verenigd Koninkrijk.” Welke onderzoeksresultaten wordt niet vermeld. En of die onderzoeksresultaten zijn gedeeld is tevens twijfelachtig, want welke reden zouden de Engelse diensten hebben om dat wel te doen. De aanslagen in London zijn nooit grondig onderzocht en er heeft geen openbaar parlementair onderzoek plaatsgevonden zoals in Spanje. Enkele vragen zijn te vinden in het boek The London Bombings: An Independent Inquiry Van Nafeez Mosaddeq Ahmed. Verdachte Jean Charles de Menezes, een Braziliaanse Brit, werd op 22 juli 2005 door de politie met zeven kogels in zijn hoofd gedood. De man was ongewapend en onschuldig. Opvallend is dat de coördinator terrorisme bestrijding geen aandacht besteedt aan deze dode, noch aan de aanslagen op Bali op 1 oktober 2005, blijkbaar zijn die niet van belang voor het Nederlandse dreigingsbeeld, hoewel in Bali veel toeristen de dood vonden. Beide gebeurtenissen zetten namelijk vraagtekens bij de rol van overheden. Ten aanzien van de aanslagen op Bali heeft voormalig president van Indonesië Abdurrahman Wahid bijvoorbeeld in een interview met het Australische SBS’s Dateline aangegeven dat volgens hem politie en militaire officieren een rol hebben gespeeld bij de aanslagen. Hij maakte zich zorgen over de relaties tussen Indonesische autoriteiten en terroristen.

    Conclusie DTN 2005

    De toon is gezet in 2005. De NCTb ziet bestrijding van terreur als het aanzetten van de dreiging. Analyses van de dreiging zijn niet echt analyses, maar vetgedrukte krantenkoppen in een ambtelijke terreurbode. Achtergrond en analyse zoals een enkele keer de AIVD en de vroegere BVD dit middels door rapporten zoals ‘van Dawa tot Jihad’ heeft gedaan, komt niet overeen met het beleid van de dienst. Niet analyseren, maar aandikken is het devies.

    2006 De lange arm van al-Qaida

    DTN-5 / 7 juni 2006

    In 2006 kristalliseert zich de internationale component van het dreigingsbeeld verder uit. “Het dreigingsbeeld voor Nederland is onlosmakelijk verbonden met internationale
    Ontwikkelingen,” alsof Osama Bin Laden direct met Nederlandse radicale moslims spreekt. Aan de andere kant is “een direct effect van aanslagen elders is niet altijd aanwijsbaar,” staat in DTN 5 (7 juni 2006) bij internationale context. “Het jihadistische terrorisme in landen als Irak, Afghanistan en Indonesië doet afbreuk aan westerse belangen,” schrijft de NCTb. De oorlogen in Irak en Afghanistan worden eufemistisch aangeduid als conflictgebieden, brandhaarden alsof het alleen om “westerse belangen” zou gaan. Er woedt geen oorlog, de lokale bevolking telt niet meer mee en alles is terrorisme tegen ‘westerse belangen’. Het gevaar is “een «ideologische» wervingskracht waaruit radicalisering in het westen” voortvloeit en “de «export» van jihadistische strijders” (DTN 5).

    DTN-4 / 2 maart 2006

    Dat die internationale component nogal vaag is maakt een fatwa uit DTN-4 (2 maart 2006) duidelijk. “De authenticiteit van deze op internet geciteerde fatwa kan vooralsnog niet bevestigd worden,” schrijft de NCTb die de fatwa toeschrijft aan “Abu Musab al-Suri, volgens de dienst een van de belangrijkste Al Qa’ida ideologen.” Dat de fatwa op radicale websites staat en wordt verspreid is duidelijk, de coördinator heeft de fatwa daar vandaan. Direct contact met al-Qaida is er niet. En de cirkel is dan rond want de NCTb schrijft dat de fatwa “door veiligheidsautoriteiten serieus wordt genomen,” anders was deze niet in het dreigingsbeeld opgenomen. Dat deze opmerking angstgevoelens aanwakkert is duidelijk, maar wat deze opmerking bijdraagt aan het beter begrijpen van de dreiging van Nederland is onduidelijk. Ook de volgende paragraaf uit DTN 4 is onnavolgbaar. De coördinator stelt dat er een “overkoepelende jihadistische organisatie” in Noord-Afrika wordt opgericht en dat dat “een niet te veronachtzamen dreiging voor Europa” met zich meebrengt. Die dreiging komt voort uit de volgende redenering. De “Noord-Afrikaanse jihadistische netwerken hebben reeds contacten in Europa,” er zijn “veel Algerijnse en Marokkaanse migranten aanwezig in West-Europese” en de nieuwe organisatie heeft “waarschijnlijk een hoog netwerkkarakter”. Conclusie is dat alle Marokkaanse en Algerijnse Nederlanders deel uit maken van een netwerk en dat biedt “operationele voordelen” aan de “nieuwe organisatie.” En niet alleen Noordelijk Afrika staat in brand: “Overigens blijft ook het conflict in Irak als strijdtoneel” actief. De coördinator terreur timmert al bij het vierde dreigingsbeeld aan de weg, levensgevaarlijk is het in Nederland.

    DTN-6 / 16 oktober 2006

    Op 10 augustus 2006 worden 24 mensen aangehouden in het Verenigd Koninkrijk. Ze waren van plan om trans-Atlantische vluchten op te blazen. Enkele jaren later werden drie mannen veroordeeld. De coördinator oordeelt dat “de zaak van invloed is op de terroristische dreiging tegen het westen,” maar dat “er echter geen verbanden tussen deze zaak en Nederland is geconstateerd (DTN-6).” Ook vanuit Irak (de internationale jihadistische Agenda), Afghanistan (mag evenmin onvermeld blijven), de oorlog tussen Israël en Libanon (hernieuwde inspiratiebron) en Noord-Afrika (mogelijke uitstraling van de Ontwikkelingen) zijn een bron van zorg voor de NCTb. Bij de achtergronden van die zorg wordt verwezen naar “jihadistische netwerken”, “reizende Irak-jihadisten” en “uitstraling”. Bij elke alinea van “Internationale dreiging en uitstraling naar Nederland” van DTN-6 (16 oktober 2006) moet de toenmalige coördinator Joustra toegeven dat er “geen aanwijzingen” en “geen directe dreiging” is. De coördinator klinkt bijna verongelijkt. Waarom? Zijn wij niet belangrijk genoeg? Vandaar dat de NCTb de paragraaf afsluit met: “Ondanks alle discussies en onderzoeken zijn er op dit moment geen overtuigende definitieve inschattingen van de slagkracht van de kern van al Qa’ida.”

    DTN-7 / 20 december 2006

    De laatste DTN-7 (20 december 2006) van het jaar borduurt voort op die kern van al-Qaida. “In toenemende mate komen aanwijzingen beschikbaar die suggereren dat de kern van al Qa’ida weer in staat zou zijn om ook in westerse landen, al dan niet met behulp van lokale netwerken, aanslagen te (laten) plegen,” stelt de NCTb. Dit gekoppeld aan “signalen en geruchten die duiden op een op handen zijnde grootschalige aanslag, georganiseerd door de kern van al Qa’ida” en “dat Nederland in september in een toespraak van kern al Qa’ida kopstuk Zawahiri werd genoemd,” lijken de situatie op scherp te zetten bij de terreurbestrijders. Alles loopt met een sisser af: “De dreiging is niet zonder meer van toepassing op Nederland.” In de paragraaf terrorisme loopt de coördinator alles af wat ons landje bedreigt. De op het internet beschikbare “zeer professionele handleidingen ten behoeve van fabricage en inzet van aanslagmiddelen.” De “«talibanisering» van de grens tussen Pakistan en Afghanistan” zijn van belang voor Nederland evenals “de contacten tussen dergelijke Marokkaanse netwerken (gearresteerde inwoners van Marokko) en geestverwanten in Nederland”. Daarnaast is er ook “het internetgebruik van jihadisten” en andere zaken die “zowel de gekende als de voorstelbare dreiging.” beïnvloeden. Het klinkt als de beruchte Donald Rumsfeld quote: “There are known knowns. These are things we know that we know. There are known unknowns. That is to say, there are things that we know we don’t know. But there are also unknown unknowns. There are things we don’t know we don’t know”.

    De dreigingsbeelden hebben het karakter aangenomen van een patiënt die aan een zware angststoornis leidt. Alles heeft misschien te maken met het dreigingsniveau in Nederland, alleen zijn er geen aanwijzingen en het is onduidelijk wat het betekent voor Nederland. En de “intensieve media-aandacht voor dergelijke geruchten leidt er overigens wel toe dat een van de kerndoelen van terroristen wordt bevorderd: het verspreiden van angst,” staat in DTN-7. Waarom pompt de NCTb die geruchten dan opnieuw rond? Voegt daar het minder vage woord signalen aan toe en zegt dat de geruchten “de aandacht hebben van de Nederlandse diensten.” Wie leidt er nu aan een angststoornis? Want wie de internationale context van 2006 beschouwt, krijgt de indruk dat die “grootschalige aanslag” op Nederland slaat en dan wordt het dreigingsniveau verlaagd, niets aan de hand dus.

    Conclusie DTN 2006

    We zijn in 2006 toegetreden tot de kern van al-Qaida en eigenlijk zijn wij blind. We worden bedreigd door zowel gekende als voorstelbare bedreigingen. Alles kan, een vuile bom, vliegtuigen, bomauto’s, bomfietsen, het arsenaal is onbeperkt en eigenlijk weten we het niet. Donald Rumfeld, Secretary of Defense van de Verenigde Staten, had het al over de unknown unknowns in 2002, gelukkig is het in Nederland nog niet zo ver, want er zijn alleen nog maar known unkowns, voorstelbare bedreigingen.

    2007 Gevechtspauze PTSS NCTb

    DTN-8 / 25 april 2007

    Begin 2007 wordt het dreigingsniveau verlaagd naar beperkt. De logica van de verlaging is niet te volgen. DTN-8 (25 april 2007) borduurt voort op de vorming van een “overkoepelende jihadistische organisatie” in Noord-Afrika. De Algerijnse groep Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat (GSPC) zou zich een jaar eerder hebben aangesloten bij al-Qaida, de dreiging was toen substantieel. Toen waarschuwde de NCTb voor Algerijnse en Marokkaanse netwerken in Europa, ook in Nederland. Begin 2007 lijkt er plotseling niets aan de hand, waarom wordt niet duidelijk. Als argument voert de coördinator aan dat de Noord-Afrikaanse groepen “deels uit pragmatisme hun operationele activiteiten momenteel vooral in de eigen regio opvoeren.” Om kort te gaan, de Noord-Afrikanen blazen alleen zichzelf op. De coördinator onderwijst dat “regionale aanslagen doorgaans minder voorbereidingen vergen dan transnationale.” Opvallend is ook dat een verwijzing naar de Algerijnse en Marokkaanse gemeenschap in Europa is weggepoetst uit dit stukje internationale context. Ook Afghanistan en Irak zijn van het dreigingsmenu verdwenen, vooral Afghanistan is opvallend in verband met de Nederlandse aanwezigheid daar in 2007. Die aanwezigheid was steeds de trigger voor aanslagen in eigen land, zo niet begin 2007, waarom blijft onduidelijk. Andere ambtenaar die de teksten schreef? Beter humeur van de coördinator? Weinig tijd voor de dreiging? Het blijft gissen.

    DTN-9 / 4 juni 2007

    Twee maanden later op 4 juni 2007 (DTN-9) is Afghanistan toch weer terug: “Het internationale profiel van landen die deelnemen aan de strijd in Afghanistan blijft hoog” en “Nederland is daardoor in bepaalde mate een voorstelbaar doelwit, zeker gelet op het parallelle profiel met bijvoorbeeld Duitsland.” Afghanistan was twee maanden daarvoor nog onvindbaar op de jihadistische landkaart, maar nu is Nederland een voorstelbare target. Hoe komt een dergelijk “in bepaalde mate voorstelbaar doelwit” dan tot stand. Noord-Afrikanen vechten op jihadistische strijdtonelen zoals Irak, Tsjetsjenië en Afghanistan, keren terug naar huis en plegen een aanslag, klaar is kees. Om het spannend te houden spreekt de coördinator van landen van herkomst dat lijkt te verwijzen naar Noord-Afrika, maar kan ook Nederland zijn want “gezien de contacten met en nabijheid van Europa zou dit ook gevolgen kunnen hebben voor de dreiging tegen Europa (waaronder Nederland).” Toch blijft het dreigingsniveau beperkt. Wil de coördinator ons geruststellen? Nee, we zijn een voorstelbaar doelwit en de trainees van al-Qaida keren terug, dus is een aanslag heel goed mogelijk. Het dreigingsniveau is maar net verlaagd of de verhoging is al weer in zicht. Binnen afzienbare tijd is de dreiging weer substantieel. De NCTb wil vooral de angst erin houden.

    DTN-10 / 9 oktober 2007

    DTN-10 (9 oktober 2007) pakt dan ook uit met arrestaties in Denemarken en Duitsland gerelateerd aan mogelijke aanslagen en enkele “terroristische incidenten” in het Verenigd Koninkrijk (zie ook: ‘De mist van aanslagen’ 5 september 2007 Buro Jansen & Janssen). Het lijkt alsof het steeds dichterbij komt. De dienst schrijft dat er “al langer berichten circuleren dat Europeanen in jihadistische trainingskampen in het Midden-Oosten worden opgeleid om in de toekomst aanslagen te plegen in hun thuisland.” Landen van herkomst zijn plots niet meer de Noord-Afrikaanse landen aan de Middellandse Zee, maar Noord-Europa. De Duitse situatie zou dat onderstrepen, maar zijn de circulerende berichten meer dan geruchten? Het wordt niet duidelijk wat de coördinator nu wil zeggen met de circulerende berichten. De dienst doet er niet veel aan om de angst weg te nemen: “Hieruit blijkt dat de lange arm van Al Qa’ida inmiddels verder reikt dan landen met een grote Pakistaanse gemeenschap,” klinkt het onheilspellend. De Pakistaanse buurman is plots ingedeeld in het ‘andere’ kamp. De NCTb gooit nog wat extra internationale olie op het vuur. De “snelle radicalisering en de ongebruikelijke achtergrond van de verdachten in het Verenigd Koninkrijk … een lastig voorspelbare dreiging tegen ons land is.” Sussende woorden zijn in de DTN’s van 2007 alleen nog even in een laatste alinea gezet, daar staat dan dat er “aanwijzingen ontbreken” en “het beeld van de door de Nederlandse diensten gekende netwerken vooralsnog niet verontrustend is.” Het ging in Engeland echter niet om ‘gekende’ netwerken, maar om ‘ongebruikelijke verdachten’ en daarom is er sprake van een ‘lastig voorspelbare dreiging’, dus zelfs die sussende woorden zijn misplaatst. Rumsfeld’s unknown unknowns doen hun intrede in Europa. Dan maar over naar de gewapende jihad in Afghanistan, dat is na drie jaar dreiging vertrouwd.

    DTN-11 / 27 november 2007

    Het laatste DTN van 2007 en ook de laatste met een beperkte dreiging op dat moment lijkt te willen suggereren dat de Nederlandse aanwezigheid in bijvoorbeeld Afghanistan minder problematisch is. Het is wel een inspiratiebron voor radicale jongeren hier maar “in deze netwerken zijn geen personen met kennis over de routes naar de strijdgebieden.” Ze kunnen niet afreizen omdat ze de weg niet weten, hoewel er wel “aanwijzingen zijn van financiële steun op beperkte schaal vanuit ons land aan in het Pakistaans/Afghaanse grensgebied aanwezige jihadistische groeperingen” en er zijn “transnationale netwerken, die ook in Nederland vertakkingen hebben.” De coördinator lijkt niet te kunnen besluiten. Er zijn geen contacten en daarom hebben de jongeren geen adres om naar toe te reizen, maar ze sturen wel geld en er zijn netwerken waar zij contact mee hebben. “De dreiging tegen Nederland of tegen Nederlandse belangen in het buitenland (lees militairen) kan op termijn toenemen,” schrijft de dienst. Daarmee is de NCTb weer terug bij de “contacten tussen lokale autonome netwerken en internationale netwerken, zoals kern al Qa’ida of daaraan gelieerde groepen.” Lokale netwerken zijn ook Nederlandse netwerken suggereert DTN-11, maar er is tegelijkertijd niets aan de hand. Er is wel een internationale context, maar omdat er geen aanwijzingen waren is die internationale context eigenlijk nutteloos. Polder jihadisten zijn blijkbaar anders dan Engelse, Duitse of Deense Jihadisten. De coördinator is echter niet zo snel van zijn angststoornis af te helpen want hij wil toch wel even de factoren noemen die “de voorstelbaarheid van de dreiging voor Nederland nader inkleurt.” Hierbij noemt hij dat bekeerlingen, moslimmigranten die zich nog maar kort hebben gevestigd in Nederland, voor de NCTb aan de lijst van mogelijk terroristen moeten worden toegevoegd omdat “deze groep aantrekkelijk als doelgroep is voor terroristische netwerken.”

    Conclusie DTN 2007

    De dreigingsbeelden lezen als Russisch roulette. Toch is het altijd substantieel of beperkt, maar nooit kritiek. Het is veilig om in het midden te gaan zitten. Het kan altijd misgaan, maar het is nog niet misgegaan of toch wel. Het is bijna alsof de coördinator aan PTSS leidt, een zwaar trauma heeft opgelopen en de omstandigheden zijn daar zodat het elk moment weer kan plaatsvinden. Nederland kende eerder aanslagen naast Pim Fortuyn en Theo van Gogh. De actie van Molukkers, maar ook de RAF, Rode Leger en andere groeperingen. Waar deze ingehouden angst van de terreurdienst voor staat is niet duidelijk. Gaat het hier om faalangst, politieke druk, gebrekkige analyse, gebrek aan kennis zoals later in 2014 zal blijken, de dienst geeft geen inzicht in haar eigen dreiging. In de komende jaren zal dieper op de arrestaties worden ingegaan. In 2007 worden hier de arrestaties in Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk niet in perspectief gebracht, hoewel er vaak veel meer aan de hand is dan alleen maar de opmerking dat er terroristen zijn opgepakt. Hoe komt dat over? Er worden mensen gearresteerd, is dat rustgevend of is dat juist angstaanjagend? Betekenen arrestaties dat die ‘gevaarlijke mensen’ echt bestaan of betekent het dat er potentiële aanslagplegers zijn aangehouden en er niets aan de hand is? De dreigingsbeelden geven geen inzicht, doel is niet wegnemen, maar eerder toevoegen van angst.

    2008 Jaar van de ongekende dreiging

    DTN-12 / 5 maart 2008

    Het zat al in de lucht in 2007, de dreiging nam toe, of was eigenlijk niet afgenomen, of was voorstelbaar, in ieder geval niet meer beperkt en daarom verhoogde de coördinator de dreiging naar substantieel in 2008 wat hem een vermelding in de Volkskrant en het NRC Handelsblad opleverde. Het zou allemaal te wijten zijn aan de “toegenomen internationale jihadistische invloeden” volgens DTN-12 (5 maart 2008). De NCTb stelt dat “de dreiging hoofdzakelijk uit gaat van door de kern van al Qa’ida aangestuurde of beïnvloede groepen uit Pakistan en Afghanistan. Tegelijkertijd verwijst de dienst naar arrestaties in Spanje van een groep Indiërs en Pakistani die “naast plannen voor aanslagen in Spanje zélf, ook doelen in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Portugal op het oog hadden.” Het grote gevaar schuilde volgens de NCTb erin dat zij “vanuit het ene Europese land aanslagen in het andere worden voorbereid en gefaciliteerd,” en dat het gaat om een “ongekende dreiging.” Ook toen wilde men die vluchtgegevens van reizigers van binnen de EU verzamelen.
    “Radicalisering, netwerkvorming en training vinden in het buitenland plaats,” waardoor de zichtbaarheid in Europa afneemt, daarbij wordt verwezen naar het jaar daarvoor en de Spaanse arrestaties. Probleem bij arrestaties is dat er nog geen rechter aan te pas is gekomen, waardoor als er niets is gebeurd de vraag gerechtvaardigd is of de versie van de overheid wel klopt. De CNI, de Spaanse inlichtingendienst, had wel aangegeven dat de mannen, vrouwen en kinderen aanslagen aan het voorbereiden waren. Nu waren er onderdelen voor explosieven gevonden, maar die waren ook weer niet helemaal duidelijk, en al snel werd duidelijk dat de Spaanse politie had opgetreden na een tip van een beschermde getuige die de mensen had aangewezen. De CNI en de Spaanse politie hebben een niet al te goede naam als het gaat over de behandeling van migranten en bij de aanslagen in 2004 in Madrid zijn grote blunders gemaakt voor de aanslagen. Bij El Tribunal Supremo, de Spaanse Hoge Raad, werden de straffen voor de Pakistani en de Indiërs verlaagd omdat el Supremo oordeelde dat de plannen voor een aanslag zich in een embryonaal stadium bevonden en er weinig motivatie voor het plegen van een aanslag was bij de leden van de groep. Van een dreigingsdeskundige verwacht je een zeker matigende houding, niet iemand die bij elke arrestatie moord en brand schreeuwt. Ook niet iemand die blij is om een nieuwe terreurclub te introduceren om te onderstrepen dat die ook een “uitgebreid ondersteuningsnetwerk heeft in Europa”, wat in het Spaanse voorbeeld in het geheel niet het geval was.

    DTN-13 / 9 juni 2008

    In DTN-13 (9 juni 2008) zijn de arrestaties in Barcelona al verworden tot een Barcelona-cel “met vertakkingen in verschillende Europese landen.” De Spanjaarden vragen alleen om de overlevering van een persoon uit Nederland, die in Breda is gearresteerd. Het is alsof de coördinator zich verkneukelt over de “Barcelona-cel” want “transnationale netwerken blijven in potentie risicovol. Door alle aandacht voor Pakistaanse netwerken lijkt al-Qaida op de achtergrond te verdwijnen, maar niets is minder waar. In het DTN wordt aangegeven dat al Qa’ida-leiders Bin Laden en Al Zawahiri via video en audio boodschappen zouden hebben gezegd dat “het beledigen van de profeet Mohammed, niet ongestraft kan plaatsvinden.” Hoe de beide heren dit precies hebben gezegd blijft onduidelijk aangezien er geen bronvermelding is gegeven. Europa zou zijn genoemd in het kader van de Deense Mohammed-cartoons. Of Nederland of andere landen ook zijn genoemd blijft onvermeld. De NCTb blijft even mysterieus als Al Zawahiri die zich volgens de dienst in een apart bericht zich zou hebben “gericht tot al Qa’ida in de Islamitische Maghreb (AQIM) en de Islamitische Staat in Irak (ISI) met het verzoek om acties uit te voeren tegen Europa en specifiek Denemarken.” Wat de geïnteresseerde lezer met deze opmerking moet blijft onduidelijk en gelukkig wordt het beeld beëindigd met de zin dat er geen nieuwe ontwikkelingen in de internationale jihad zijn sinds DTN-12. Maar die Al Zawahiri dan? Of was dat een Youtube clip waarvan de authenticiteit nog niet kon worden vastgesteld? Speelt hier hetzelfde als bij de nieuwe ster aan het terroristisch firmament, LIFG. De NCTb introduceerde de LIFG (Libyan Islamic Fighting Group) in DTN-12. De groep zou zich hebben aangesloten bij al Qa’ida in het najaar van 2007, waarom deze groep wordt vermeld blijft onduidelijk. Wil de dienst aangeven hoe al-Qaida oprukt in Noord Afrika?

    DTN-14 / 9 september 2008

    De drie maandelijks productie van een DTN en ook nog regelmatig een voortgangsrapportage terrorismebestrijding is geen sinecure. Was in 2005 nog enig enthousiasme te bespeuren in de teksten, mede door de steeds veranderende indeling, kopjes en positie van onderdelen in 2008 lijkt er langzaam een soort stroomlijning plaats te vinden. Om de lezer enigszins tegemoet te komen wordt zo nu en dan een nieuw woord in het beeld geïntroduceerd. En in DTN-14 (9 september 2008) is dat voorkeursdoelwit. Nederland is per 9 september 2008 “een van de voorkeursdoelwitten van internationaal opererende jihadistische netwerken.” De NCTb baseert zich hierbij op “berichten op internationale jihadistische web fora” en “uiteenlopende bronnen.” Welke bronnen dit zijn wordt niet nader gespecificeerd. En een aanslag in Nederland zou voor de hand liggen omdat “jihadisten het in de islamitische wereld verslechterde imago van de jihadistische strijd willen opvijzelen.” De coördinator heeft nog meer berichten opgevangen, namelijk dat “Westerse (waaronder Europese) rekruten in jihadistische trainingskampen van verschillende terroristische groepen in het Pakistaans/Afghaanse grensgebied.” Wat voor berichten mogen wij als lezers niet weten, ook blijft onduidelijk hoe serieus we die berichten moeten nemen. Het dreigingsbeeld somt op: “groepen werken samen”, “al Qa’ida zou op zoek zijn naar Westerse rekruten”, “dergelijke rekruten zouden mogelijk minder opvallen” en de Duitse politie uit zijn zorgen over “islamisten die zouden hebben verbleven of thans nog zouden verblijven in trainingskampen.” Eigenlijk een recept om niet meer de trein in te stappen, maar wacht eens. “al Qa’ida zou op zoek zijn” dus het is niet eens zeker dat ze op zoek zijn, is het een gerucht, bericht, tweet … En “zouden mogelijk minder opvallen” betekent dat ze gewoon niet opvallen of dat ze er nooit zullen komen en dus niet opvallen. En tot slot de Duitse federale politieagent die het heeft over “zouden hebben verbleven of thans nog zouden verblijven.” Hoeveel vaagheid kun je stoppen in een dreigingsbeeld om vervolgens te concluderen dat de dreiging substantieel is?

    DTN-15 / 19 december 2008

    Op 26 november 2008 vonden er een reeks terroristische bomaanslagen en schietpartijen plaats in het Indiase Mumbai. Elf leden van Lashkar-e-Taiba dringen het centrum van de stad binnen en doden 164 en verwonden meer dan 600 mensen. Aan de vooravond van de aanslagen speelt nog een Amerikaanse DEA dubbelspion, David Headley, een vreemde rol. Indiërs vragen zich af waarom de Amerikanen geen inlichtingen over hem hebben gedeeld voor de Mumbai aanslagen. DTN-15 volgt op 19 december 2008 en wijdt een zin aan de aanslagen: “Indiase Mumbai, eind november, illustreren daarnaast dat westerse personen en objecten in algemene zin doelwit vormen van jihadisten.” En dat terwijl de trainingskampen in Pakistan in alle voorgaande DTN’s hoog op de agenda stonden. En ook in DTN-15 wordt gewag gemaakt van de Pakistaanse terroristen kweekvijver: “Verschillende in het Afghaans/Pakistaanse grensgebied opererende jihadistische bewegingen” waaronder de Islamic Jihad Union waar Duitse jihadisten aan verbonden zouden zijn en “ontvoering van westerse diplomaten.” Het vijftiende dreigingsbeeld lijkt stiekem een propaganda oorlog met de ‘jihadisten’ aan te willen gaan. Het begint met Fitna, de film van Wilders “die door jihadisten wordt gezien als een belediging en provocatie.” Ze willen echter geen aanslag plegen in Nederland en Nederlandse doelen elders vanwege die belediging maar om ‘hun imago op te vijzelen’. De coördinator voegt daarom opnieuw een nieuw woord toe aan het terrorisme lexicon ‘exogene dreiging’. Deze is toegenomen in “het buitenland”. Daarvoor wordt verwezen naar Pakistan en naar AQIM en “daaraan gelieerde groepen die hun activiteiten geografisch steeds verder uitbreiden in Noord-Afrika. De Noord-Afrikanen zouden westerse bedrijven in de regio bedreigen en dat zou passen in het media-offensief ten aanzien van het opvijzelen van het imago van de jihadisten. En dat imago kreeg op 11 september 2008 een flinke knauw want het lukt al-Qaida volgens de NCTb niet om een aangekondigde video op internet te zetten.” Berichtgeving daarover op jihadistische websites geeft aan dat dit door jihadisten is ervaren als gezichtsverlies,” oordeelt de coördinator die voor het eerst zich van zijn offensieve kant laat zien. Het laatste dreigingsbeeld van Joustra is een plaagstoot van de UWV man aan het grote al-Qaida.

    Conclusie DTN 2008

    Terug naar de slag om Mumbai met zijn 164 doden en meer dan 600 gewonden. Slechts één zin wijdt de coördinator eraan. Misschien niet gek, want India is nu eenmaal ver weg. Een enkele toerist is voor de dienst niet belangrijk, hoewel in de toekomst zal blijken dat die aandacht er in sommige gevallen wel degelijk is. Waarom terug naar Mumbai? Om de Amerikaanse DEA agent David Headley en zijn rol bij de terreuraanslag die nooit echt helemaal is opgehelderd. Een dubbelagent die veel vragen oproept over voorkennis van de Amerikanen en waarom de Indiërs niet zijn gewaarschuwd. Komt een aanslag ons beter uit dan een kritische beschouwing van het inlichtingen en opsporingsapparaat? Dit laatste brengt ons weer bij Spanje en de transnationale terreurnetwerken. Met twee landen heb je al een transnationaal netwerk, maar wat voegt het toe aan het dreigingsbeeld. En wat zeggen arrestaties over dat beeld? Een stel immigranten worden gearresteerd. In Nederland ook regelmatig omdat een landgenoot of een autochtone Nederlander Meld Misdaad Anoniem heeft gebeld met een terreuralarm. De Spaanse Hoge Raad oordeelde dat de gearresteerde verdachten weinig motivatie hadden voor het plegen van een aanslag. Waren zij erin geluisd en droegen ze het brandmerk van de terrorist en was er geen weg meer terug naar een veroordeling? Of was er echt een transnationaal netwerk van ongemotiveerde terroristen? Dreigen is zo gebeurd, de dienst zal er niet snel voor worden vervolgd, veel andere Nederlanders wel. Dat geeft te denken.
    2009 Nederland en haar strijdgebieden in de derde wereldoorlog

    DTN-16 / 6 april 2009

    Onder Erik Akerboom die op 1 april 2009 als nieuwe NCTb aantreedt, wordt er een vast omlijnde structuur van het dreigingsbeeld vastgelegd. Eerst een samenvatting, dan internationale dreiging, gevolgd door Europa, Nederland, polarisatie en weerstand. De koppen verschillen soms maar de vorm van het driemaandelijkse inlichtingenverslag is er. De eerste van zijn hand verschijnt op 6 april 2009. DTN-16 haakt aan op het Afghaans/Pakistaanse grensgebied waar groepen als de “kern al Qa’ida en de Islamic Jihad Union (IJU), de capaciteit en de wil hebben om westerse belangen aldaar en in Europa te treffen.” Kern al-Qaida slaat eigenlijk altijd op het duo Bin Laden en al Zawahiri, andere groepen als AQIM worden vaak geportretteerd als franchise ondernemingen van de ‘kern’. Er wordt een idee geschapen van een wijdvertakte multinationale organisatie, de internationale jihad, rond de ‘kern’. Coördinator Akerboom voegt aan de vertakkingen een nieuw land toe. “In Somalië zoekt de jihadistische groepering Al Shabaab aansluiting bij de
    internationale jihad,“ schrijft de NCTb in 2009 terwijl de banden met al-Qaida al veel langer bestaan. Bij ‘netwerken in Europa’ komt het kern duo van al-Qaida opnieuw terug. Zij zouden hebben opgeroepen tot “wraakacties tegen het Verenigd Koninkrijk” tijdens de Israëlische bombardementen op Gaza begin 2009. Enige context van die oproep is niet te vinden in het DTN, wat het betekent voor de dreiging van Nederland evenmin.

    DTN-17 / 19 juni 2009

    In DTN-17 wordt opnieuw een franchise aan al-Qaida toegevoegd, Jemen. Eigenlijk is het onduidelijk waarom de coördinator Jemen in juni 2009 toevoegde, de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Sana’a vond plaats op 17 september 2008 en de eerste schermutselingen vonden in de periode voor 2002 plaats, voor het bestaan van het DTN. De verschillende oorden aaneengeregen in de vorm van jihadistische strijdgebieden, zijn verworden tot battlefield locaties, onderdeel van de totale oorlog tegen terreur waar Nederland aan deelneemt. In de eerste vijf jaar van de NCTb, maar ook de vijf jaar die volgen, wordt geen aandacht besteed aan de achtergrond van de conflicten in de respectievelijke ‘jihadistische strijdgebieden’. Ze zijn ontmenselijkt als terrorisme haarden en voedingsbodems voor rekrutering. Soms staat er één zin in het dreigingsbeeld dat probeert te duiden waar de woede vandaan komt, maar meestal niets. In DTN-17 gaat het natuurlijk over de rekrutering in de Swat-vallei, de tribale gebieden bij de Pakistaans-Afghaanse grens, en over de kern van al-Qaida die onder druk wordt gezet. Dat die drone oorlog ook een keerzijde heeft lijkt enigszins te worden erkend: “De woede groeit mede omdat de aanvallen met onbemande vliegtuigen deels vanaf Pakistaans grondgebied zouden worden uitgevoerd,” maar vervolgens wordt er door gezapt naar “ontwikkelingen in de andere jihadistische strijdgebieden.” Van de terugkeerders “kan een grote dreiging uitgaan,” schrijft de coördinator. Bij de beschrijving kunnen zij aangestuurd worden, hebben ze een “jihadistische intentie” en hebben ze “terroristische vaardigheden opgebouwd”. Wat dit bijdraagt aan een beter begrip van de dreiging in Nederland is onduidelijk. De oorlog klotst al over onze schoenen zou je bijna denken, “intentie en vaardigheden”, het wachten is op de klap.

    DTN-18 / 11 september 2009

    “De dood van Mehsud in augustus 2009 bij een beschieting met een onbemand vliegtuig
    is voor zowel de Pakistaanse als de Amerikaanse regering dan ook een belangrijke overwinning,” staat in DTN-18. De coördinator had tot dat moment geen aandacht besteed aan dhr. Baitullah Mehsud die blijkbaar zonder vorm van proces standrechtelijk geëxecuteerd mag worden van de Nederlandse regering. De Engelse krant The Guardian schrijft op 5 augustus 2009 dat zijn vrouw ook is gedood, net als zijn dokter en diens vrouw volgens The bureau of investigative journalism. Zijn vier kinderen raakten gewond bij de aanslag door de Amerikanen. Het DTN gaat gemoedelijk verder, de andere strijdtonelen passeren de revue. “Verder zijn er indicaties dat jihadisten vanuit Somalië aanslagen beramen op westerse doelen in Kenia en Ethiopië,” schrijft de NCTb, welke zijn onduidelijk, enige analyse ontbreekt opnieuw. Al-Shabaab, de Somalische organisatie, zou “ideologische aansluiting zoeken bij de internationale jihad”, en de derde wereldoorlog breidt zich verder uit. AQIM wordt ook opnieuw opgevoerd. Die breidt zijn actieradius ook uit. “Deze groepering is vooral actief in Algerije en ontplooit daarnaast activiteiten in het grensgebied van Algerije, Mauritanië, Mali en Niger,” licht de coördinator toe. Hoewel er in februari en december 2008 en in januari 2009 in totaal acht westerlingen werden ontvoerd in Tunesië en Niger, is dit de eerste keer dat het NCTb waarschuwt voor ontvoeringen in Noord-Afrika. Waarom de dreiging niet eerder is opgenomen in het DTN is onduidelijk, helemaal omdat na januari 2009 er vooral gewapende confrontaties plaatsvonden tussen AQIM en het Algerijnse leger. Bijna de gehele moslimwereld is ondertussen verworden tot battle zone volgens politieman Akerboom: “Ook in andere delen van de wereld waar de jihad zich kan manifesteren, blijft een dreiging van ontvoering van westerlingen, en daarmee ook Nederlanders, bestaan.” Ook in Europa zijn we niet veilig: “De trend dat internationale jihadistische groeperingen Europees grondgebied nog steeds zien als een doelwit, handhaaft zich.” Het loopt allemaal met een sisser af: “Hoewel concrete aanslagplannen niet onderkend zijn.”

    DTN-19 / 15 december 2009

    We leven ondertussen na vijf jaar DTN in een totaal oorlogsveld, “ook in andere delen van de wereld waar de jihad zich kan manifesteren, blijft een dreiging van ontvoering van westerlingen, bestaan,” maar toch verlaagt de coördinator het dreigingsniveau naar beperkt eind 2009. Akerboom zal tijdens de rest van zijn termijn als coördinator het niveau niet meer verhogen. Wat is er gebeurd? Zijn er internationale veranderingen? De coördinator beweert in deze DTN plotseling dat de kern van al-Qaida, u weet wel het duo Bin Laden en Al Zawahiri, onder druk staat. Ook zijn ‘wij,’ de westerlingen, in het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan aan de winnende hand. Enige achtergrond over deze gebieden is ons onthouden, het zijn jihadistische strijdgebieden, punt. Toch is de oorlog niet voorbij, gelukkig voor de coördinator: “Ondanks de toegenomen militaire druk slagen de Pakistaanse Taliban er echter nog steeds in om in hoog tempo aanslagen in het land uit te voeren.” En niet alleen daar is het onveilig ook in Afghanistan “winnen de Afghaanse Taliban
    aan kracht.” En “elke vorm van triomf van de Taliban is een overwinning voor het jihadistische terrorisme.” De kern van al-Qaida is aan de andere kan ook weer niet vleugellam. Ze maken allerlei “geluids- en videoboodschappen gericht aan Europa” en volgens de NCTb gaat de dreiging uit van “al Qa’ida gerelateerde groeperingen.” Opnieuw zijn de rekruten “het grootste veiligheidsrisico” opnieuw uit het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan, waar ‘wij’ aan de winnende hand zouden zijn.

    Om te onderstrepen dat we eigenlijk constant door het oog van de naald kruipen, somt de coördinator drie incidenten op. De eerste gaat over een kernaanval: “Zo zijn er aanwijzingen dat ‘Al Qa’ida in de Islamitische Maghreb’ (AQIM) een inmiddels aangehouden Frans-Algerijnse kernfysicus heeft aangespoord om een aanslag te plegen op Franse bodem,” stelt DTN-19. Het gaat om Adlène Hicheur, een succesvol wetenschapper verbonden aan het Frans-Zwitserse CERN. Zeshonderd wetenschappers riepen in januari 2012 op voor zijn vrijlating. Tijdens een periode dat hij ziek was en onder de morfine zat, communiceerde hij per email met Phenixshadow, het pseudoniem van Mustapha Debchi volgens de Franse inlichtingendiensten. Vraagtekens bij deze claim van de DCRI, de Franse geheime dienst, zijn op zijn plaats. In de vuile oorlog in Algerije wordt een mistig spel gespeeld door inlichtingendiensten zoals Lounis Aggoun en Jean-Baptiste Rivoire in Françalgerie: Crimes et Mensoges d’etats en Mohammed Samraoui in Chronique des Annees de Sang duidelijk aantonen. De volgende casus van Akerboom maakt dit evenzeer duidelijk. De Deense inlichtingen- en veiligheidsdienst (Politiets Efterretningstjeneste, de PET) en de Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) hebben naar eigen zeggen met de aanhoudingen van twee individuen in de Verenigde Staten (VS) het risico van een aanslag in Denemarken gereduceerd,” schrijft hij. Het gaat om David Coleman Headley en Tahawwur Hussain Rana. Rana, een voormalig dokter en zakenman, die Headley de mogelijkheid had geboden om naar Denemarken af te reizen als werknemer van Rana’s Far North Side immigration bedrijf. Headley had het idee om een aanslag te plegen op de kantoren van de krant de Jyllands-Posten. Of Rana in de val is gelokt door Headley blijft onduidelijk, punt is dat veel zogenoemde terrorisme comploten door de FBI zelf in elkaar zijn gezet in de Verenigde Staten (The Terror Factory: Inside the FBI’s Manufactured War on Terrorism) David Headley was een DEA dubbelspion, speelde een dubieuze rol in de Mumbai aanslagen waar 164 mensen het leven verloren en was vooral op de vlucht voor de Indiase politie. En dan de ‘lone wolf’ ( een verhullend concept zie: ‘Breivik’s misdaad staat niet op zichzelf’, Buro Jansen & Janssen) die op 12 oktober 2009 een aanslag zou hebben willen plegen op een militaire kazerne. Hij werd geportretteerd als fanaticus, maar aan de andere kant stelt een journalist van Cronaca Qui dat Mohamed Game was komen klagen bij de krant over de slechte omstandigheden waaronder hij leefde. Wat er precies is gebeurd, zal misschien over jaren pas duidelijk worden als overheidsdocumenten openbaar worden gemaakt.

    Conclusie DTN 2009

    Context is het woord dat als een rode draad ontbreekt in de dreigingsbeelden. Uitgangspunt van de DTN’s kan zijn het afschilderen van de wereld als een groot inferno van Dante. Dat is betrekkelijk eenvoudig. Je zet wat aanslagen op een rij en stelt dat de kern van al-Qaida een Youtube filmpje heeft gemaakt waarbij ze Nederland op een wereldbol aanwijzen. Dit roept echter allerlei vragen op. Wie zijn die mensen van de kern, hoe echt is het filmpje, wie hebben het bekeken en hoe serieus nemen die de heren Bin Laden en Al Zawahiri. Daarnaast is er ook een andere context. Wat is er aan de hand in het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan. Welke rol speelt de Pakistaanse geheime dienst? In het geval van Mumbai moet daar nog aan toegevoegd worden welke rol Amerikaanse diensten en hun spionnen spelen. En met die spionnen komen we bij een arrestatie die een aanslag zou hebben voorkomen, maar hebben die diensten niet door een dubbelspion zelf angst en terreur gezaaid? Door de wereld plat te maken, tweedimensionaal, ontstaat er een wereld van zwart-wit. Goed en kwaad. Monsters en elfen en doet het er niet meer toe wat er in Jemen, Somalië of elders is gebeurd, gebeurt of gaat gebeuren. Natuurlijk is dreiging gekoppeld aan een industrie en overheidsfinanciering, maar wie dreiging zaait zal terreur oogsten, want veelal onschuldige mensen komen in de knel in een oorlog, ook een oorlog tegen terreur.

    2010 oorlogsmennerij en dreigingspropanda van een dienst

    DTN-20 / 7 april 2010

    Het jaar 2010 opent op een geweldige manier voor de NCTb, meer dreiging kun je je niet wensen. Gelukkig wordt in DTN-20 (7 april 2010) alles op een hoop gegooid zodat we toch nog een overzichtelijke jihadistische oorlog hebben en blijft de dreiging op miraculeuze wijze beperkt. De Internationale context wordt volgens de coördinator gekenmerkt door een “veelvormigheid van de internationale terroristische dreiging”. Volgens Akerboom betekent dit dat “in een context van diverse regionale conflicten en internationale brandhaarden de
    wereld te maken kreeg met verschillende terroristische acties, waarbij de uitvoerders
    qua achtergrond verschilden.” “Veelvormigheid” en “verschillende achtergronden”, maar gelukkig allemaal vanuit dezelfde hoek, namelijk kern van al-Qaida, dat in 2009 nog in het nauw zat maar zich razendsnel als een veelkoppig monster heeft ontwikkeld. Het draait wel allemaal om al-Qaida hoewel de “kern van al Qa’ida” verzwakt is, maar toch in staat is om aanslagen over de hele wereld te plegen. Dit zou tot uitdrukking komen door “een Amerikaanse legerpsychiater die dertien militairen op de basis Fort Hood, Texas, doodde”, de “mislukte aanslag op de Deense tekenaar van de omstreden spotprenten in Aarhus, Denemarken”, “de verijdelde aanslag tegen de vlucht naar Detroit” en een mislukte aanslag in Saoedi-Arabië waar niets over wordt gemeld. De man in Aarhus, Mohamed Geele drong het huis in van cartoonist Kurt Westergaard met een bijl en een mes. De man zou ook contacten hebben met al-Shabaab en verschillende keren naar de hoorn van Afrika zijn afgereisd. Nicholas Kamwende, hoofd van de Kenya’s antiterrorisme politie vertelde de New York Times dat hij informatie heeft gedeeld met de Deense ambassade, zoals over mogelijke connecties van Geele met plannen voor een aanslag. Dhr. Geele kwam als migrant naar Denemarken in 1995, trouwde en kreeg drie kinderen. Zijn ex-vrouw vertelde de Jyllands-Posten, de krant waar de Mohammed-cartoons van Westergaarde werden gepubliceerd, dat de PET, de Deense inlichtingendienst, zou hebben geprobeerd Mr. Geele te rekruteren in 2006. Het blijft onduidelijk welke rol de PET heeft gespeeld en of er fouten zijn gemaakt bij de surveillance van Geele. Zijn verhaal heeft veel weg van dat van Mohammed Bouyeri, hij is waarschijnlijk ook benaderd. Was hij informant van de AIVD? En dan de schietpartij op 5 november 2009 op de militaire basis Fort Hood. Majoor Nidal Malik Hasan schoot dertien militairen neer op een Amerikaanse basis. Het verhaal is te complex voor de NCTb, dus wordt alleen de aanslag vermeld want Nidal Hasan was misschien gelovig, maar leek het Amerikaanse leger niet te haten. Hij steunde militairen die terugkeerden uit Irak en Afghanistan. Hij stond op de nominatie om te worden uitgezonden, maar wilde dat niet, hij kende de gruwelijkheden van de oorlog maar al te goed. Hij postte op Scribd verhalen over zelfmoordaanslagen onder de naam Nidal Hasan, maar de FBI die kennis had genomen van de berichten lijkt niet tot actie zijn over gegaan. Dit laatste geldt ook voor Umar Farouk Abdulmutallab die op vlucht 253 van Northwest Airlines van Lagos via Amsterdam naar Detroit zijn vieze onderbroek tot ontploffing probeerde te brengen. Ook bij Abdulmutallab zijn er vele vragen te stellen waaronder die over zijn blijkbaar niet opgemerkte reisbewegingen, zijn vader, een Nigeriaanse bankier en voormalig regeringsfunctionaris, die de Amerikaanse ambassade in Abuja (Nigeria) waarschuwde voor zijn zoon die naar Jemen zou zijn vertrokken en de radicale islam aanhing, het niet intrekken van het visum van de man en het feit dat hij met zijn vieze onderbroek door diverse veiligheidscontroles, ook in Amsterdam, was gekomen. Akerboom beschuldigd in DTN-20 AQAS (“Al Qa’ida op het Arabische Schiereiland “) van “overtrokken propaganda-uitingen”, maar laat zelf geen gelegenheid onbenut om aan te geven hoe gevaarlijk ze zijn, zonder een serieuze analyse van het incident te geven, aan te geven wat de omvang en slagkracht van de groep is of achtergronden van het conflict dat al jaren speelt in Jemen te vermelden. De oorlog blijft voortduren, heerlijk simpel. De terugkerende conclusie van het Nederlands internationale profiel is dat van een “jihadistische perceptie van het islamdebat in Nederland, evenals de rol van Nederland als medestander van de VS en Israël.” Misschien is dat profiel wel een correcte omschrijving en zit daar een vraag in voor de coördinator?

    DTN-21 / 18 juni 2010

    DTN-21 (18 juni 2010) staat in het teken van de propaganda, daartoe worden verschillende woordvoerders en ideologen van de jihadistische strijd opgevoerd. Deze worden in de spotlight gezet omdat opnieuw de slagkracht van de “kern al Qa’ida onder druk staat.” De standrechtelijke executies door onbemande vliegtuigen zouden de druk op al-Qaida opvoeren. Aan de andere kant lijkt het heel goed te gaan met de multinationale onderneming Jihad Ltd. “Omdat de slagkracht van diverse aan kern al Qa’ida gelieerde franchises elders in de wereld blijft bestaan, en kern al Qa’ida zich in naam kan verbinden aan aanslagen die worden gepleegd door haar ‘filialen’, blijft van het totaalpakket (inspirator, instigator, uitvoerder) toch nadrukkelijk een internationale dreiging bestaan voor het Westen,” schrijft de coördinator. Vandaar de aandacht voor de inspiratie, lees branding. Akerboom schrijft dat de communicatie afdeling van de “kern al Qa’ida” gewijzigd is van oproepen tot “spectaculaire aanslagen” naar “zogeheten lonewolf-aanvallen”. De coördinator verbindt dit aan de verminderde slagkracht van de “kern”, “dit kan indiceren dat er voor zulke complexe aanslagen thans onvoldoende potentie is.” Aan de andere kant wijst de dienst naar allerlei transnationale complotten, niet echt lone-wolf aanvallen, die voorheen vanuit Afghanistan en nu uit Pakistan worden ‘geïnitieerd’. De coördinator verwijst naar een “complot om de Zweedse cartoontekenaar Lars Vilks te vermoorden (zie DTN20), ), is hiervan een goed voorbeeld”. Voor de poging tot brandstichting bij het huis van cartoonist Vilks in mei 2010 zijn twee broers, Kosovaarse Zweden, aangehouden en veroordeeld. Ook een lezing van Vilks werd verstoord en de politie moest ingrijpen, maar van een transnationale jihadistische link was geen sprake. In DTN-20 ging het trouwens niet over een Zweedse cartoonist, maar om een Deense. De ophef over een cartoon van Vilks, net als andere cartoons ging het internet over en er waren bedreigingen, maar in het onderzoek naar de twee broers kwam een link naar een al-Qaida filiaal niet terug. Propaganda komt niet alleen van de “kern al Qa’ida,” maar ook van de coördinator zelf. Akerboom toont zich als ex-politieman tevreden met “meer liquidaties van terroristen die zich in het westen van Pakistan schuilhouden.” En terwijl in Pakistan er wordt gebombardeerd lijkt dat niet van invloed op de dreiging op Time Square in hartje New York waar de Pakistaanse Amerikaan Faisal Shahzad zijn Nissan Pathfinder met draaiende motor en alarmlichten verkeerd parkeert om de auto met vooral kunstmest tot ontploffing te brengen. De coördinator is maar wat blij met deze terugkeerder want dit zou aantonen dat die trainingskampen levensgevaarlijk zijn. “De terroristische dreiging vanuit Pakistan komt deels van westerse jihadisten die in trainingskampen in Pakistan zijn getraind en vervolgens terugkeren naar het Westen,” stelt DTN-21. Opnieuw zijn er echter veel vragen bij de mislukte aanslag van Faisal Shahzad. Zelfs bij rechts Amerika leven er vele vragen. Zo formuleert Judith Miller van Fox News tien vragen over het werk van de FBI en de CIA, welke training de man dan zou hebben gehad met zo veel gestuntel, maar zelfs “when, where, why, and how was Faisal Shahzad radicalized? How did a happy-go-lucky Facebook guy, married with two kids and apparently doing OK in America, go from watching “Everyone Loves Raymond” – listed as one of his favorite TV shows – to Peshawar for terrorist training and back to Times Square to kill his fellow Americans?” Zij had een elfde vraag kunnen toevoegen aan de lijst, een vraag die verschillende senatoren stelden, namelijk waarom Tehrik-e-Taliban (TTP) niet als buitenlandse terroristische organisatie was aangemerkt door de Amerikanen. Het dreigingsbeeld is vooral een gruwelverhaal. Alles is mogelijk overal in de wereld en begrijpen willen we het vooral niet. Zo kabelt de dreigingsrivier verder, een verdere uitbreiding van de battleground. Naast de Hoorn van Afrika, het Arabisch Schiereiland en de regio Niger/Mali maakt de NCTb zich op voor een zeeslag met de “jihadistische maritieme slagkracht”. Vervolgens speculeert de coördinator samen met niet nader genoemde “veiligheidsdiensten” er een alinea lang op los wat allemaal mogelijk is, hoewel “er amper aanwijzingen zijn dat de intentie leidt tot daadwerkelijke activiteiten op dit gebied.” “Echter, individuele aanslagen tegen schepen … worden voor mogelijk gehouden. Piraten zouden … activiteiten voor al Shabaab kunnen ontplooien. Een mogelijke samenwerking zal … ingegeven zijn vanuit zakelijke in plaats van ideologische motieven.” De NCTb ziet patronen en veelvormige gevaren opdoemen omdat het een illustratie is van “het sluiten van zakelijke allianties met niet ideologisch gemotiveerde gewelddadige groepen of criminelen.” Volgens Akerboom is “dit ‘huurlingenconcept’ ook bekend van onder andere Al Qa’ida in de Islamitische Maghreb (AQIM) inzake een deal met Toearegs in Mali en Niger,” wat hij beschreven zou hebben in DTN-20, maar niet in de hier beschreven versie van DTN-20 is te vinden.

    DTN-22 / 13 september 2010

    DTN-22 (13 september 2010) borduurt voort op de uitbreiding van de fronten in de totale oorlog tegen terreur waar Nederland aan meedoet. “Het gist steeds meer in een breed scala aan landen, waardoor het dreigingsbeeld diffuser is geworden,” merkt de coördinator prozaïsch op. “De bewegingsvrijheid en slagkracht van kern al Qa’ida staan al langere tijd onder druk,” merkt Akerboom op alsof hij zelf aan het front staat. “Zo werd op 21 mei 2010 opnieuw een belangrijke operationele leider van kern al Qa’ida gedood” schrijft de dienst. De geëxecuteerde operationele leider van al-Qaida zal niet Fatima zijn of Nisar of hun moeder, evenmin Naeem en zijn moeder. Drie of vier kinderen werden ook vermoord door de “zogeheten «drones», onbemande vliegtuigen,” maar dat is niet te vinden in het DTN. En hoewel de ‘kern’ verzwakt is, gaat de verspreiding van de “jihadistische ideologie via het internet onverminderd voort.” Plotseling wordt er aandacht besteed aan de Youtube boodschap van de Amerikaan Adam Yahya Gadahn die zich richt tot president Obama. Waarom de coördinator nu aandacht besteedt aan een bericht van Gadahn is onduidelijk, want de Amerikaan is al sinds 2004 een al-Qaida media ster en zijn oproep rond de schietpartij op Fort Hood in maart 2010 (zie DTN-20) is veel directer. Volgens Akerboom hebben de “voorbije jaren aangetoond dat sommige personen zowel in landen met een overwegend islamitische bevolking als in seculiere westerse landen zich laten inspireren door de jihadistische propaganda,” De voorbeelden van de afgelopen jaren zijn echter veel complexer dan een één op één relatie tussen een video boodschap en een aanslag. De aanslag op een politiebureau in Bogojno in Bosnië-Herzegovina laat dat ook zien. Het NCTb schrijft: “De dader was een extremist die toegaf deel uit te maken van een grotere groep,” staat in DTN-22 en wordt vervolgd met een mogelijke relatie met oude netwerken en de jarenlange rust in het land. De dader blijkt niet een extremist te zijn, maar een lokale crimineel die de aanslag zou hebben uitgevoerd in opdracht van een radicale moslim groep. Het lijkt allemaal simpel voor de dienst, jihad in de Europese achtertuin. Probleem is dat het nooit simpel is, ook niet op de Balkan. De publicatie ‘Assessing the potential for renewed ethnic violence in Bosnia and Herzegovina’ geeft dit fijntjes aan en wijst op de grote hoeveelheden wapens en explosieven die overal in Bosnië-Herzegovina liggen, de etnische spanningen tussen Serven en Bosniërs, de haat van jongeren tegen de corrupte regering en overheidsdiensten en de waardering die de dader van de aanslag van veel jongeren krijgt. Het is eenvoudig de jihadisten de schuld te geven van alles, maar dat levert slechts een spookbeeld op, geen dreigingsbeeld. Zo ook de aanslagen op twee doelen in Kampala, Oeganda. Al snel werd al-Shabaab, de inofficiële franchise van al-Qaida in Somalië aangewezen en deze gaf ook graag toe, maar allerlei ongerijmdheden blijven ook hier onaangeroerd. Eén ervan is de vraag waarom er een aanslag werd gepleegd op the Rugby Club, een plaats waar veel critici van generaal Museveni, de leider van het land, samenkwamen. En die vraagtekens kunnen ook worden gezet bij de halleluja stemming over de arrestaties in bijvoorbeeld Marokko. “In Marokko werd eind april een cel van een transnationale groep van 24 personen gearresteerd op verdenking van rekrutering en het voorbereiden van aanslagen. Een band met al Qa’ida wordt vermoed,” schrijft de coördinator. Waarom het NCTb geen melding maakt van verdwijningen, martelingen en valse beschuldigingen die worden gemeld door mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties blijft onduidelijk. En tot slot de arrestaties van drie mannen met betrekking tot een mogelijke terroristische aanslag in Noorwegen. Omdat de arrestanten een Oeigoer, Oezbeek en een Iraakse Koerd zijn, zou er volgens de NCTb sprake zijn van een “transnationale jihadistische netwerk”, Noorwegen zou op het “jihadistische netvlies” zijn verschenen door de cartooncrisis en al in 2006 door al-Qaida zijn bedreigd. De Oezbeek nam zelf contact op nadat hij had vernomen gebrandmerkt te zijn als al-Qaida operative. Zie daar de lange arm van de terreur club die wil toeslaan. De mannen zeiden onschuldig te zijn, ze hadden wel waterstofperoxide, aceton en handleidingen verzameld, maar verschilden van mening over het doel van hun mogelijke aanslag. De drie ontkenden enige betrokkenheid bij al-Qaida of een trainingskamp in Pakistan te hebben bezocht. Nog voor het proces was begonnen waren zij door overheid en media bestempeld als een transnationale jihadistische cel.

    DTN-23 / 17 december 2010

    DTN-23 (17 december 2010) oordeelt dat Nederland een “hoog internationaal profiel” heeft “vanwege de vermeende discriminatie van moslims en gepercipieerde belastering van de islam en de profeet Mohammed” Er zijn twee zaken die opvallen in de opening van deze DTN. Met “vermeende discriminatie van moslims” impliceert de NCTb dat de dienst van mening is dat er geen discriminatie van moslims in Nederland plaatsvindt, ditzelfde geldt voor de “belastering van de islam” Daarnaast geeft de verwijzing naar het webmagazine ‘Inspire’ aan dat de dienst ervan uitgaat dat de propaganda van al-Qaida effectief is, per slot van rekening wordt al jaren in de DTN’s verwezen naar video- en audioboodschappen. Het is onduidelijk op basis waarvan de dienst tot deze conclusie is gekomen. Een gelimiteerd onderzoek van een Amerikaanse student aan The University of Texas komt in 2013 tot de conclusie dat de veronderstelling dat al-Qaida mensen rekruteert via online propaganda is “not based in reality and is not a threat warranting the discussion it receives” (Analyzing the effectiveness of al Qaeda’s online influence operations by means of propaganda theory). De NCTb is zelf ook onzeker over de berichten, maar schrijft dat sommige “berichten, die veelal waren gebaseerd op onbevestigde informatie, het beeld van een algemene, acute dreiging” kunnen creëren. Wie analyseert echter de dreiging, je zou toch verwachten dat de dienst dat doet, maar die lijkt zich te distantiëren door te stellen dat er “verwarrende berichten over terroristische dreiging” worden geschapen, die dienst doet daar met veel enthousiasme aan mee. Vraag blijft natuurlijk waarom keer op keer een verwijzing naar online activiteiten wordt gedaan in DTN’s. Daarnaast schrijft de coördinator dat mensen “de intentie hebben westerse doelen te treffen, maar dat zij dit voornemen ook ten uitvoer willen brengen.” Akerboom duidt op verschillende gebeurtenissen. Ten eerste twee bompakketten die met UPS en FedEx vanuit Jemen werden verzonden en werden onderschept. De beoogde doelwitten bleken niet meer in gebruik bij joodse instellingen. De Saoedische geheime dienst had de Amerikaanse gewaarschuwd over de bompaketten. De bommen zouden worden verstuurd vanuit Jemen waar natuurlijk een franchise van al-Qaida gevestigd is. Dat in de oorlog tegen terreur de Amerikanen, onze ‘bondgenoten’, Jemen op grote schaal bestoken met Hellfire raketten wordt door de coördinator niet benoemd. Ten tweede beschrijft de NCTb twee ‘mislukte’ aanslagen in Stockholm en Kopenhagen. Bij de aanslag op 11 december 2010 in een winkelstraat kwam de dader, de Iraakse Zweed Taimour Abdulwahab al-Abdaly, om het leven. Of de autoriteiten voorkennis hadden van de aanslag blijft onduidelijk, maar er zijn verschillende ongerijmdheden. Eén ervan is een bericht van een medewerker van het Zweedse leger aan een bekende enkele uren voor de aanslag die door het Zweedse persbureau TT gepubliceerd werd: “If you can, avoid Drottinggatan today. A lot could happen there … just so you know.” De Zweedse geheime dienst Sapo probeerde de berichtgeving van TT in diskrediet te brengen. Bij een andere mislukte aanslag op 10 september 2010, waarbij de dader, Lors Doukaev, zichzelf in een hotelkamer verwondde, lijken de geheime diensten en/of niet met elkaar, en/of niet met de politie gecommuniceerd te hebben, en/of de verdachte om onduidelijke redenen niet meer hebben geobserveerd en/of andere steken hebben laten vallen. De Belgische krant schrijft dat de Belgische diensten in januari 2010 zijn gewaarschuwd dat Doukaev aanwezig was geweest bij een reünie van radicale moslims in oktober 2009. Vervolgens heeft men geprobeerd Doukaev te vinden in zijn woonplaats Liège, maar toen hij daar niet was, hebben de diensten om onduidelijke redenen zijn zaak laten vallen. In tegenstelling tot de berichtgeving over de schermutselingen in de oorlog tegen terreur is de coördinator zeer nuchter als het over veertien bompakketten die door Griekse anarchisten aan “de regeringsleiders van Frankrijk,
    Duitsland en Italië, aan diverse ambassades in Athene en aan enkele internationale organisaties” zijn gestuurd. De actie moet “in de nationale Griekse politieke context worden bezien” terwijl ook naar de Nederlandse ambassade een pakket zou zijn gestuurd dat niet is aangekomen. Tot slot passeren alle fronten van de totale oorlog de revue en is er enige teleurstelling over het gebrek aan media boodschappen door het duo Bin Laden en Al Zawahiri en arrestaties in diverse Europese landen. Daarover meer in DTN-24.

    Conclusie DTN 2010
    Het verwrongen wereldbeeld van de NCTV I kort NL
    De jihadistische tunnelvisie van de NCTV (I en II)
    artikel als pdf
    Jihadistische angstvisioenen NCTV (II kort wereld)
    Het verwrongen wereldbeeld van de NCTV I analyse N
    DTN-37
    DTN-36
    DTN-35
    DTN-34
    DTN-33
    DTN-32
    DTN-31
    DTN-30
    DTN-29
    DTN-28
    DTN-27
    DTN-26
    DTN-25
    DTN-24
    DTN-23
    DTN-22
    DTN-21
    DTN-20
    DTN-19
    DTN-18
    DTN-17
    DTN-16
    DTN-15
    DTN-14
    DTN-13
    DTN-12
    DTN-11
    DTN-10
    DTN-9
    DTN-8
    DTN-7
    DTN-6
    DTN-5
    DTN-4
    DTN-3
    DTN-2
    DTN-1
    DTN-0