NRC: Identificatieplicht in EGNovember 18, 1990
NRC Handelsblad 18/11/1990
DOOR EEN ONZER REDACTEUREN
BRUSSEL, 18 DEC. Voor het aangaan van vaste bank- en verzekeringsrelaties zal vanaf 1 januari 1993 in de Europese Gemeenschap een identificatieplicht gelden. Een richtlijn (EG-wet) van deze strekking hebben de EG-ministers van financien gisteren aanvaard.
Uitzonderingen worden alleen gemaakt voor incidentele balietransacties bij banken van minder dan 15.000 ecu (35.000 gulden). Voor grotere bedragen die bij banken worden aangeboden, zal wel een identificatieplicht gelden.
De richtlijn is onderdeel van het EG-beleid tegen het witwassen van crimineel verworven geld. In alle gevallen waarbij verdenking bestaat dat sprake is van witwassen van crimineel geld, zijn financiele instellingen verplicht dit aan de nationale justitiele autoriteiten te melden.
Aanvankelijk lag het in de bedoeling een identificatieplicht verplicht te stellen bij bedragen vanaf 10.000 ecu (23.000 gulden). Dit stuitte op onoverkomelijke bezwaren van Duitsland. De richtlijn werd gisteren met grote meerderheid aangenomen met alleen Duitsland als tegenstemmer.
De EG-lidstaten mogen afzonderlijk besluiten om bij een lager bedrag al een identificatieplicht te eisen.
Sir Leon Brittan, de EG-commissaris belast met de financiele sector, zei dat met de integriteit van de Europese financiele markten niet valt te sollen. ‘Deze richtlijn toont aan dat de EG bij de voltooiing van de interne markt een liberaal systeem voor financiele instellingen wenst, maar misbruik niet zal toestaan.’
Bij het afsluiten van levensverzekeringen zal eveneens een identificatieplicht gelden. Op Nederlands verzoek is de identificatieplicht bij kleine verzekeringen onder 2.500 ecu (5.750 gulden) zoals reis- en vakantieverzekeringen die vaak telefonisch worden afgesloten, en bij polissen voor bedrijfspensioenen die via arbeidscontracten worden geregeld, uit de richtlijn geschrapt.
Het proces tegen Uitgeverij RavijnNovember 1, 1990
Uit: NN, buro Jansen & Janssen, 1990 en 1991.
Wat vooraf ging: Uitgeverij Ravijn distribueerde in 1990 het boekje De Tragiek van een Geheime Dienst over de PID Nijmegen.
De zitting
Een week na de verschijning van het boekje “De Tragiek van een Geheime Dienst” werden er eindelijk gerechtelijke stappen ondernomen. Na dagenlange vergaderingen tussen politie, justitie en vermoedelijk ook BVD waren ze er uit: geen strafrechtelijke vervolging van de makers, geen verbod van het boek, maar een civielrechtelijke procedure tegen de verspreiders, uitgeverij Ravijn uit Amsterdam.
Vrijdag laat in de middag kregen wij en een aantal Nijmeegse panden en groepen een dagvaarding om maandagochtend om 10 uur te verschijnen voor de Rechtbank in Arnhem. (Zegt de deurwaarder: “Prettig weekend, verder!”). Zes van de PID-ers hadden een kort geding aangespannen om verdere aantasting van hun privacy te voorkomen en eisten onmiddellijke stopzetting van de verspreiding en het terughalen van de boeken op straffe van een dwangsom van 5000,- per dag.
Maandagochtend al heel vroeg begon de losse verkoop van de Tragiek van een geheime dienst in de hal van het gerechtsgebouw en na aanvang van het proces ging dat binnen gewoon door. De enorme zaal was maar net groot genoeg om al het publiek te kunnen bergen, de stemming was vrolijk en gezellig, ondanks of juist dankzij de 4 gleufhoeden met regenjassen en zonnebrillen die vanuit een hoek alles nauwlettend in de gaten hielden.
lees meer
Als terrorist gearresteerdOctober 1, 1990
Jan Karel en de ETA-bom
Oktober 1990, niet eerder gepubliceerd
“Ik vermoed dat er lijsten zijn van mensen die iets met kraken te maken hebben, of te maken hebben gehad. Waarschijnlijk wist de politie na de bomaanslag op het Auroragebouw niet waar ze het zoeken moest en dacht: ‘laten we maar eens op die kraaklijsten kijken.’
De signalementen waren ‘een kale kop’, ik denk dat ze in dat krakersbestand zijn gaan zoeken, dat ze daar de kale koppen uitgehaald hebben en aan die getuigen hebben gevraagd: ‘is het soms een van deze kale mannen geweest?’ En dat die getuige toch wel erg zijn best heeft willen doen en heeft gezegd: ‘Ja dat is hem’ of ‘die lijkt erop’.”
lees meer
Als terrorist gearresteerd, Jan Karel en de ETA-bomOctober 1, 1990 - bron: Buro Jansen & Janssen
“Ik vermoed dat er lijsten zijn van mensen die iets met kraken te maken hebben, of te maken hebben gehad. Waarschijnlijk wist de politie na de bomaanslag op het Auroragebouw niet waar ze het zoeken moest en dacht: ‘laten we maar eens op die kraaklijsten kijken.’
De signalementen waren ‘een kale kop’, ik denk dat ze in dat krakersbestand zijn gaan zoeken, dat ze daar de kale koppen uitgehaald hebben en aan die getuigen hebben gevraagd: ‘is het soms een van deze kale mannen geweest?’ En dat die getuige toch wel erg zijn best heeft willen doen en heeft gezegd: ‘Ja dat is hem’ of ‘die lijkt erop’.” lees meer
Als terrorist gearresteerd: Jan Karel en de ETA-bomOctober 1, 1990 - bron: Buro Jansen & Janssen
“Ik vermoed dat er lijsten zijn van mensen die iets met kraken te maken hebben, of te maken hebben gehad. Waarschijnlijk wist de politie na de bomaanslag op het Auroragebouw niet waar ze het zoeken moest en dacht: ‘laten we maar eens op die kraaklijsten kijken.’
De signalementen waren ‘een kale kop’, ik denk dat ze in dat krakersbestand zijn gaan zoeken, dat ze daar de kale koppen uitgehaald hebben en aan die getuigen hebben gevraagd: ‘is het soms een van deze kale mannen geweest?’ En dat die getuige toch wel erg zijn best heeft willen doen en heeft gezegd: ‘Ja dat is hem’ of ‘die lijkt erop’.” lees meer
Inhoudsopgave Regenjassendemokratie, BVD-infiltraties bij aktievoerder/stersApril 1, 1990
“Iedereen die ooit op één of andere manier in de ogen van het gezag aanleiding heeft gegeven geregistreerd te worden, loopt de kans net als Jan-Karel bij het verlaten van het postkantoor een zwarte zak over zijn hoofd te krijgen.”
De beste manier om je te verweren tegen de bedreiging door de geheime dienst is hun doelen en werkwijzen bekend te maken. Deze ‘Schreibtischtäter’ zijn alleen zo machtig omdat ze onder bescherming van geheimhouding en anonimiteit werken. Worden ze uit de schemering getrokken, dan zijn het ineens middelmatige ambtenaren, die helemaal niet zo geweldig en vreesaanjagend zijn. Ze zijn slechts machtig, als iedereen zwijgt. En dat zal zo blijven, zolang de slachtoffers zich laten afschrikken en diegenen die in vertrouwen genomen zijn niets zeggen. Alleen wanneer de geheime diensten moeten vrezen dat elke bespieding, benadering en provocatie bekend kan worden, zullen ze voorzichtiger worden en hun aktiviteiten inperken. Daarom moeten alle voorvallen aangekaart worden.
lees meer
RegenjassendemokratieApril 1, 1990 - bron: Buro Jansen & Janssen
Regenjassendemokratie
BVD-infiltraties bij aktievoerder/sters
1990, Uitverkocht.
Inhoud
“Iedereen die ooit op één of andere manier in de ogen van het gezag aanleiding heeft gegeven geregistreerd te worden, loopt de kans net als Jan-Karel bij het verlaten van het postkantoor een zwarte zak over zijn hoofd te krijgen.”
De beste manier om je te verweren tegen de bedreiging door de geheime dienst is hun doelen en werkwijzen bekend te maken. Deze ‘Schreibtischtäter’ zijn alleen zo machtig omdat ze onder bescherming van geheimhouding en anonimiteit werken. Worden ze uit de schemering getrokken, dan zijn het ineens middelmatige ambtenaren, die helemaal niet zo geweldig en vreesaanjagend zijn. Ze zijn slechts machtig, als iedereen zwijgt. En dat zal zo blijven, zolang de slachtoffers zich laten afschrikken en diegenen die in vertrouwen genomen zijn niets zeggen. Alleen wanneer de geheime diensten moeten vrezen dat elke bespieding, benadering en provocatie bekend kan worden, zullen ze voorzichtiger worden en hun aktiviteiten inperken. Daarom moeten alle voorvallen aangekaart worden.
Hans-Jürgen Schulz
Die Geheime Internationale Spitzel, Terror und Computer, Frankfurt, 1982.
Bij Jansen & Janssen worden al jaren BVD-benaderingen bij aktievoerders/sters bijgehouden. In deze brochure beschrijven Jansen & Janssen hoe de benaderingen in de praktijk in z’n werk gaan. Hieruit wordt onder meer duidelijk wat de BVD allemaal tot haar werkterrein rekent. De BVD bespiedt niet alleen diegenen die op het punt staan over te gaan tot levensgevaarlijk terrorisme; zij probeert alles wat beweegt in kaart te brengen. Jansen & Janssen konkluderen dat de kontrolemogelijkheden op de aktiviteiten van de Dienst zo goed als afwezig zijn. De BVD maakt haar eigen beleid. Aan de hand van aktuele voorbeelden wordt in de brochure geanalyseerd waar het ongelimiteerd verzamelen van informatie over duizenden mensen toe kan leiden. Het gevaar is groot dat dit materiaal, eenmaal opgeslagen, op reis gaat om op een onverwacht moment ergens op te duiken.
Inleiding
1.”Neem die stap nou”
2. Hoe komt u aan die informantent
3. Wat de BVD wil weten
4.Demokratische controle
5.De BVD rukt op
Bijlage 1. Tilly en Ruud
Bijlage 2. Overzicht benaderingen
Tips 1. Hoe om te gaan met benaderingen
Tips 2. De benadering
lees meer
Tips: de benadering.April 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Bijlage bij Regenjassendemokratie
Het beste advies: zeg meteen dat je niets met de BVD te maken wilt hebben.
Helaas blijkt dat de meeste benaderde mensen uit een mengeling van tijdelijke beduusdheid en nieuwsgierigheid de BVD-er niet onmiddellijk de deur uitzetten. Daarom toch een aantal tips.
lees meer
Hoe om te gaan met ontmaskering.April 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Bijlage bij Regenjassendemokratie
De ontmaskering van iemand die langere tijd voor de politie of de BVD heeft gewerkt is een pijnlijke geschiedenis. Aangezien het praktisch onmogelijk is de beweging of wat daar voor door gaat kontinu te scannen op mogelijke infiltranten, komen de meeste mollen vanzelf naar boven. Omdat ze het niet meer uithouden, wat het gevolg kan zijn door wantrouwen van de omgeving. Vaak zijn er achteraf gezien onbegrepen ‘seintjes’ van de infiltrant geweest, waarmee hij heeft aangegeven dat er iets aan de hand was. lees meer
Overzicht benaderingenApril 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Bijlage bij Regenjassendemokratie
In dit chronologische overzicht van benaderingen binnen ‘de beweging’ zijn de 58 benaderingen opgenomen die ons bekend zijn over de afgelopen 3 jaar. Voor zover de gevallen nog niet eerder waren gepubliceerd, hebben we als dat mogelijk was iedereen toestemming gevraagd voor deze publikatie. Mensen die elders in de brochure ook genoemd worden, zijn hieronder met dezelfde schuilnaam opgenomen.
Infiltranten die ontmaskerd zijn, waren al eerder met hun echte naam in de publiciteit, dat hebben we zo gelaten. Benaderingsgevallen de die uitsluitend in dit overzicht voorkomen hebben geen naam. Als in deze lijst BVD-ers en PID-ers bij naam genoemd worden, zijn dat de namen waarmee zij zich zelf voorstelden. lees meer
De BVD rukt op.April 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Hoofdstuk 5 Regenjassendemokratie
De BVD heeft heel nadrukkelijk geen opsporingsbevoegdheden. Na de oorlog lag de herinnering aan de Gestapo, de politieke politie van de Duitsers nog te vers in het geheugen. Formeel wordt in de wet dan ook nog steeds vastgehouden aan de radikale scheiding tussen inlichtingenwerk en opsporingsdoeleinden.
Het werk van de BVD is niet gebonden aan het Wetboek van Strafvordering. Dat houdt onder meer in dat een BVD-er ongewapend is en nooit iemand mag aanhouden. Maar het betekent ook dat het door niemand te controleren is hoe de BVD aan haar informatie komt. Omdat er geen regels zijn waar de Dienst zich aan hoeft te houden én omdat de BVD formeel geen opsporingswerk doet, is er bijna nooit aanleiding tot rechterlijke toetsing. De enkele keren dat het wel zover komt dat een BVD-er ter verantwoording wordt geroepen door een rechter, beroept hij zich altijd op de noodzaak tot geheimhouding om te voorkomen dat er teveel bekend zou worden over de werkwijze van de Dienst. BVD-informatie als bewijsmateriaal is in Nederland dan ook zeer omstreden. lees meer
Demokratische controleApril 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Hoofdstuk4 Regenjassendemokratie
Laten we, in dit hoofdstuk, voor het gemak aannemen dat we in een demokratische rechtsstaat leven, en dat dus de politieke verantwoordelijkheid voor het doen en laten van overheidsdiensten bij de minister ligt. De minister legt verantwoording af aan de door het volk gekozen leden van de Tweede Kamer, die een kontrolerende funktie hebben en de minister desnoods kunnen wegsturen. lees meer
Wat de BVD wil weten.April 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Hoofstuk 3 Regenjassendemokratie
Legendarisch is het verhaal over de Amsterdamse kraakboekwinkel het Fort van Sjakoo, waar jarenlang iedere week een wat muizig heerschap schichtig alle schappen afging voor het nieuwste radikale drukwerk. Zijn onopvallendheid begon zo op te vallen dat de winkel besloot voor het gemak voortaan maar een pakketje voor hem samen te stellen en klaar te leggen. Met een bonnetje erbij.
lees meer
De BVD rukt op.April 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Hoofdstuk 5, Regenjassendemokratie
De BVD heeft heel nadrukkelijk geen opsporingsbevoegdheden. Na de oorlog lag de herinnering aan de Gestapo, de politieke politie van de Duitsers nog te vers in het geheugen. Formeel wordt in de wet dan ook nog steeds vastgehouden aan de radikale scheiding tussen inlichtingenwerk en opsporingsdoeleinden.
Het werk van de BVD is niet gebonden aan het Wetboek van Strafvordering. Dat houdt onder meer in dat een BVD-er ongewapend is en nooit iemand mag aanhouden. Maar het betekent ook dat het door niemand te controleren is hoe de BVD aan haar informatie komt. Omdat er geen regels zijn waar de Dienst zich aan hoeft te houden én omdat de BVD formeel geen opsporingswerk doet, is er bijna nooit aanleiding tot rechterlijke toetsing. De enkele keren dat het wel zover komt dat een BVD-er ter verantwoording wordt geroepen door een rechter, beroept hij zich altijd op de noodzaak tot geheimhouding om te voorkomen dat er teveel bekend zou worden over de werkwijze van de Dienst. BVD-informatie als bewijsmateriaal is in Nederland dan ook zeer omstreden. lees meer
“Hoe komt u aan die informanten?”April 1, 1990 - bron: Regenjassendemokratie
Hoofdstuk 2, Regenjassendemokratie
Voormalig BVD-chef de Haan: “Wij wenden ons tot mensen in die groep van wie wij weten dat zij toch al wat wankelmoedig zijn, dat zij weliswaar lid van zo’n organisatie zijn geworden, maar dat zij toch niet ten diepste overtuigd zijn dat zij in die organisatie ook een goed belang dienen. Wij proberen dan ook niet de ‘hardliners’ te bewegen voor ons te gaan werken, die doen dat natuurlijk toch niet, die zeggen al bij voorbaat: Nee.” (NRC, 22 december 1984). lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>