• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage I – HOOFDSTUK 9 AANBEVELINGEN TOEKOMSTIGE ENQUTES

    HOOFDSTUK 9 AANBEVELINGEN TOEKOMSTIGE ENQUTES

    1. De Wet op de Parlementaire Enqute dient naar het oordeel van
    de commissie te worden gewijzigd. De commissie meent dat het
    mogelijk moet zijn om in zeer uitzonderlijke gevallen van een
    besloten verhoor onder ede een openbaar verslag te publiceren. De
    commissie heeft zich, in tegenstelling tot voorgaande
    enqutecommissies, op het standpunt gesteld dat artikel 18b, eerste
    lid, van de Wet op de Parlementaire Enqute niet de mogelijkheid
    biedt tot het openbaar maken van een verslag van een besloten
    verhoor. 2. De commissie meent dat het noodzakelijk is ten behoeve
    van omvangrijke onderzoeken een draaiboek samen te stellen voor de
    organisatie van een dergelijk onderzoek. De commissie heeft de
    indruk dat door het ontbreken van een dergelijk draaiboek te vaak
    het wiel opnieuw moet worden uitgevonden. Inmiddels heeft de Tweede
    Kamer ruime ervaring met het doen van onderzoeken. Het is zaak om
    de opgedane ervaringen vast te leggen voor toekomstig
    onderzoek.

    3. De commissie heeft goede ervaringen met de ondersteuning door
    een beperkte, deskundige staf en een gering aantal externe
    onderzoekers. Op die manier heeft de commissie de mogelijkheid
    maximale controle uit te oefenen op de inhoud en de uitvoering van
    de onderzoeken.

    4. Om kosten en tijd te kunnen besparen acht de commissie het
    wenselijk voor toekomstige parlementaire onderzoeken dat de Kamer
    permanent kan beschikken over een goed beveiligde en geoutilleerde
    ruimte op of rond het Binnenhof.

    5. De commissie is van oordeel dat het bij parlementaire
    onderzoeken mogelijk moet zijn gebruik te maken van informatie die
    bij openbaarmaking gevaar kan opleveren voor personen en zaken die
    het belang van de staat raken, zonder dat die informatie per
    definitie ter kennis gebracht wordt van alle leden van de Kamer. De
    commissie stelt voor artikel 18b, derde lid, Wet op de
    Parlementaire Enqute op dat punt te wijzigen. 6. De commissie acht
    het wenselijk dat na de beindiging van het onderzoek van een
    onderzoekscommissie het archief niet vernietigd hoeft te worden,
    maar dat na consultatie van de Registratiekamer een regeling wordt
    getroffen vergelijkbaar met de regeling en het besluit
    Politieregisters om inzage te verschaffen in de gegevens. 7. De
    commissie heeft veel tijd besteed aan overleg met de
    bewindspersonen over de inhoud van het begrip het belang van de
    staat. Het is de commissie gebleken dat zeer verschillende
    interpretaties van dit begrip mogelijk zijn. De commissie acht het
    wenselijk dat de Kamer en de regering zich buigen over de vraag hoe
    het belang van de staat, zoals bedoeld in de Wet op de
    Parlementaire Enqute, moet worden uitgelegd. 8. De verhoren van de
    commissie zijn rechtstreeks op de televisie uitgezonden. De
    commissie geeft toekomstige onderzoekscommissies het advies om de
    visuele media de vrijheid te geven de verhoren rechtstreeks uit te
    zenden. Tijdens de verhoren is niet gebleken van een verstorend
    effect van de rechtstreekse uitzendingen. 9. Het verdient
    aanbeveling om na elke verhoordag een korte persbriefing te
    verzorgen voor de media. Tijdens deze briefings kunnen vragen
    worden gesteld over de verhoren van die dag en de verhoren voor de
    komende dagen.

    10. De commissie heeft goede ervaringen opgedaan met de
    attenderingsbulletins in de vorm van weekberichten en dagberichten,
    die werden samengesteld door de documentalisten. Op die manier werd
    de commissie constant op de hoogte gehouden van actuele
    ontwikkelingen op haar onderzoeksterrein. 11. Het is de commissie
    goed bevallen alle commissieleden te laten participeren in het
    verhoren van getuigen. Het vergt de nodige afstemming tussen de
    leden voor en tijdens het verhoor, maar het verlevendigt de
    discussie en draagt bij aan een maximale waarheidsvinding.


    Inhoudsopgave en zoeken