• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VII – BIBLIOGRAFIE

    BIBLIOGRAFIE

    Abadinsky, H., The Criminal Elite; Professional and Organized
    Crime
    , Greenwood Press, Westport, Connecticut, 1983.
    Abadinsky, H., Organized Crime, Nelson Hall, Chicago,
    1990.
    Adviescommissie Mensenrechten, Mensenhandel, Den Haag,
    1992.
    Albanese, J., Where Organized Crime and White Collar Crime Meet;
    Predicting the Infiltration of Legitimate Business
    (paper
    presented at the Annual Meeting of the American Society of
    Criminology, Miami, november 1994).

    Albini, J.L., The Mafia and The Devil: What They Have in Common,
    in Journal of Contemporary Criminal Justice, jaargang 9,
    1993, p. 240-250.
    Amir, M., Organized Crime and Violence, in Studies on Crime and
    Crime Prevention
    , jaargang 4, 1995, p. 86-104.
    Anderson, M., The United Kingdom and Organised Crime – The
    International Dimension, in European Journal of Crime, Criminal
    Law and Criminal Justice
    , jaargang 1, 1993, p. 292-308.
    Anechiarico, F., Beyond Bribery: The Political Influence of
    Organized Crime in New York City, in C. Fijnaut en J. Jacobs
    (eds.), Organized Crime and Its Containment;A Transatlantic
    Initiative
    , Kluwer Law and Taxation, Deventer, 1991, p.
    87-100.

    Aniskiewicz, R., Metatheoretical Issues in the Study of
    Organized Crime, in Journal of Contemporary Criminal
    Justice
    , jaargang 10, 1994, p. 314-324.
    Arlacchi, P., Leven in de mafia; Het verhaal van Antonio
    Calderone
    , Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 1993. Assemble
    Nationale, Rapport de la Commission d’Enqute sur les moyens de
    lutter contre les tentatives de pntration de la mafia en
    France
    , Paris, 1993.

    Bandini, T. c.s., La criminalit organizzata; Moderne
    metodologie di ricerca e nuove ipotesi esplicative
    , Dott. A.
    Giuffr Editore, Milano, 1993.
    Beetstra, T.A., C.D.C.J. van Mourik, J.M. Neefe en A.E.M. de
    Ridder, De sociale constructie van georganiseerde criminaliteit in
    Nederland, in M. Moerings, (eindred.), Hoe punitief is
    Nederland?
    , Gouda Quint, Arnhem, 1994, p. 237-252.

    Bell, D., The End of Ideology, Free Press, New York,
    1960.
    Berghuis, A.C., P.C. van Duyne en J.J.A. Essers, Effecten van de
    Wet Ketenaansprakelijkheid op malafiditeit
    , Staatsuitgeverij,
    ‘s-Gravenhage, 1985.
    Berghuis, A.C. en L.K. de Jonge, Moord en doodslag in 1989 en 1992,
    in Tijdschrift voor Criminologie, jaargang 35, 1993, p.
    55-62.
    Berghuis, A.C. en G. Paulides, Misbruik van BV’s; Een empirisch
    onderzoek
    , Staatsuitgeverij, ‘s-Gravenhage, 1983.
    Bersten, M., Defining Organised Crime in Australia and the USA, in
    Australian Journal of Criminology, jaargang 23, 1990, p.
    39-59.
    Bestrijding, De, van vuurwapencriminaliteit op de korrel
    genomen
    , ‘s-Gravenhage, Recherche Advies Commissie , 1991.
    Blaauw, J.A., De bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in
    Nederland, in Algemeen Politieblad, jaargang 123, 1974, p.
    227-236.
    Blaauw, J.A., Bestrijding handel in verdovende middelen: een
    hopeloze zaak?, in Algemeen Politieblad, jaargang 129, 1980,
    p. 171-181.
    Block, A.A., Perspectives on Organizing Crime; Essays in
    Opposition
    , Kluwer Academic Publishers, Dordrecht, 1991.
    Block, A.A., History and the Study of Organized Crime, in A.A.
    Block, Space, Time & Organized Crime, Transaction, New
    Brunswick, 1994a, p. 3-20.
    Block, A.A., Organized Crime: History and Historiography, in A.A.
    Block, Space, Time & Organized Crime, Transaction, New
    Brunswick, 1994b, p. 21-50.
    Block, A.A. en W.J. Chambliss, Organizing Crime, Elsevier,
    New York, 1981.

    Boer, M. de, Vrouwenhandel:
    beleid in beeld; Eindrapport Evaluatie van de PG-richtlijnen
    voor de opsporing en vervolging van vrouwenhandel
    , Willem Pompe
    Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Utrecht, 1994.

    Boerman, J., Georganiseerde misdaad in de horeca?, Vakgroep
    Criminologie, Vrije Universiteit, Amsterdam, 1994
    Bovenkerk, F., Hedendaags kwaad; Criminologische opstellen,
    Meulenhoff, Amsterdam, 1992. Bovenkerk, F. en E. Derksen,
    Beschermings-industrie en het caf-bedrijf in de binnenstad van
    Utrecht, in Nederlands Juristenblad, jaargang 69, 1994, p.
    457-464.

    Bruinsma, G.J.N., Methodologie en de persoon van de onderzoeker,
    in G.J.N. Bruinsma en M.A. Zwanenburg (red.), Methodologie voor
    bestuurskundigen
    , Coutinho, Muiderberg, 1992, p. 104-117.
    Bruinsma, G.J.N., Georganiseerde criminaliteit: mythe van de
    media?, in Delikt & Delinkwent, jaargang 23, 1993, p.
    833-838.

    Buijs, H.W.J. en A.M. Verbraken, Vrouwenhandel; Omvang en de
    kanalen waarlangs vrouwenhandel naar Nederland plaatsvindt
    ,
    Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ‘s-Gravenhage,
    1985. Bundeskriminalamt, Lagebild Organisierte Kriminalitt
    Bundesrepublik Deutschland 1994
    , Wiesbaden, 1995. Bunt, H.G.
    van de, Organisatiecriminaliteit, Gouda Quint, Arnhem, 1992.
    Bunt, H.G. van de, Redactioneel, in Tijdschrift voor
    Criminologie
    , jaargang 35, 1993, p. 201-202. Bynum, T.S.,
    Controversies in the Study of Organized crime, in T.S. Bynum (ed.),
    Organized Crime in America: Concepts and Controversies,
    Willow Tree, Monsey, New York, 1987, p. 3-11. Cartner, D.C.,
    International Organized Crime: Emerging Trends in Entrepreneurial
    Crime, in Journal of Contemporary Criminal Justice, jaargang
    10, 1944, p. 239-266.

    Carter, D.L., Growth of Organized Crime and Violence in
    Western Europe: A Forecast
    , FBI-Academy, Quantico, s.d.
    Centrale Recherche Informatiedienst, Jaarverslag 1993,
    Zoetermeer, 1994. Chambliss, W.J., On the Paucity of Original
    Research on Organized Crime: A Footnote to Calliher and Cain, in
    American Sociologist, jaargang 10, 1975, p. 36-39.

    Cordinatiestructuur aanpak zware, georganiseerde
    criminaliteit
    , Ministerie van Justitie en Ministerie van
    Binnenlandse Zaken, ‘s-Gravenhage, 1993.
    Corns, Ch., Inter-agency Relations: Some Hidden Obstacles to
    Combating Organised Crime, in Australian Journal of
    Criminology
    , jaargang 25, 1992, p. 169-185.
    Corten, I.W., Groot deel van bouwbedrijven verdwijnt binnen drie
    jaar bij het SFB, in Bouw/werk; De bouw in feiten, cijfers en
    analyses
    , jaargang 19, 1994, p. 14-17.
    Cressey, D.R., Methodological Problems in the Study of Organized
    Crime as a Social Problem, in Annals of the American Academy of
    Political and Social Sciences
    , nummer 374, 1967, p. 101-112.
    Cressey, D.R., Theft of the Nation; The Structure and Operations
    of Organized Crime in America
    , Harper, New York, 1969.

    Cressey, D.R., Criminal Organization:
    Its Elementary Forms, Heinemann, London, 1972. Dijk,
    van, van Soomeren en Partner en Steinmetz, Softdrugs in
    Nederland; Consumptie en handel
    , Rapport

    nummer 10, 1995.
    Domburg, P.J.M. van, Over de grenzen van het
    verschoningsrecht, Vuga, Den Haag, 1994. Drmann, U., K-F. Koch, H.
    Risch en W. Vahlenkamp, Organisierte Kriminalitt; Wie gross ist
    die Gefahr?
    , Bundeskriminalamt, Wiesbaden, 1990.

    Duyne, P.C. van, Geldwitwassen: omvangsschatting in
    nevelslierten, in P.C van Duyne en anderen (red.),
    Misdaadgeld, Gouda Quint, Arnhem, 1993, p. 13-32.
    Duyne, P.C. van, Het spook en de dreiging van de georganiseerde
    misdaad
    , SDU-Uitgeverij, Den Haag, 1995. Duyne, P.C. van, R.F.
    Kouwenberg en G. Romeijn, Misdaadondernemingen; Ondernemende
    misdadigers in Nederland
    , WODC-Gouda Quint, ‘s-Gravenhage,
    1990.

    Edelhertz, H. en T.D. Overcast, The Business of Organized
    Crime; An Assessment of Organized Crime Business-Type Activities
    and Their Implications for Law Enforcement
    , Palmer Press,
    Loomis, z.j. Egmond, F., Op het verkeerde pad; Georganiseerde
    misdaad in de Noordelijke Nederlanden 1650-1800
    , Bert Bakker,
    Amsterdam, 1994.

    Eindrapport over de uitvoering van het beleidsplan
    Samenleving en criminaliteit door het Openbaar Ministerie
    ,
    ‘s-Gravenhage, 1990.
    Emanuels, J.A., Overwegingen van accountants bij beslissingen in
    conflictsituaties
    , SDU, Den Haag, 1995. Eshof, P. van den en H.
    Bergsma, Vuurwapen-moord onder schot bij misdaadanalyse CRI, in
    Algemeen Politieblad, jaargang 138, 1989, p. 219-222.

    Eshof, P. van den en D. Vegter, Georganiseerde twijfel?
    Wetenschap en aanpak georganiseerde misdaad, in Het Tijdschrift
    voor de Politie
    , jaargang 56, 1994, p. 9-13.
    Eshof, P. van den en E.C.J. Weimar, Moord en doodslag in Nederland;
    Nederlandse gegevens in internationaal perspectief, in Justitile
    Verkenningen
    , jaargang 17, 1991, p. 8-34. Eshof, P. van den en
    C. Wiebrens, Wetenschap contra georganiseerde misdaad, in
    Modus, jaargang 2, 1994, p.
    5-7.
    Fijnaut, C., De undercover-agent: een omstreden voorbode van een
    nieuw recherchebeleid, in Delikt en Delinkwent, jaargang 10,
    1980, p. 698-712.
    Fijnaut, C., De zaak Francois; Beschouwingen naar aanleiding van
    het vonnis
    , Kluwer, Antwerpen, 1983. Fijnaut, C., De uitdaging
    van de georganiseerde misdaad, in Delikt en Delinkwent,
    jaargang 14, 1984, p. 581-584.

    Fijnaut, C., De reguliere recherche: bespiegelingen over haar
    nabije verleden, heden en toekomst, in C. Fijnaut en A.
    Kuijvenhoven (red.), De recherche onder de loupe; Inleidingen
    voor het recherchecongres op 14 en 15 oktober 1985 te Zutphen
    ,
    J.B. van den Brink, Lochem, 1985a, p. 17-61. Fijnaut, C.,
    Georganiseerde misdaad; Een onderzoeksgerichte terreinverkenning,
    in Justitile Verkenningen, jaargang 11, 1985b, p. 5-42.

    Fijnaut, C., De schermutselingen rondom de politile bestrijding
    van georganiseerde misdaad, in Tijdschrift voor
    Criminologie
    , jaargang 30, 1988, p. 148-157.
    Fijnaut, C., De connecties tussen EG-fraude en georganiseerde
    misdaad, in H. de Doelder (red.), Bestrijding van EG-fraude,
    Gouda Quint, Arnhem, 1990, p. 87-96.
    Fijnaut, C., Officier van Justitie versus Bende van de
    Miljardair
    , Gouda Quint, Arnhem, 1993a. Fijnaut, C.,
    Politile corruptie in Nederland, Gouda Quint, Arnhem,
    1993b. Fijnaut, C., De mafia in Nederland, in Delikt &
    Delinkwent
    , jaargang 23, 1993c, p. 617-620. Fijnaut, C.,
    Georganiseerde misdaad en de bestrijding ervan: de situatie in de
    Lage Landen vanuit Europees perspectief, in J. Roth en M. Frey,
    Het verenigd Europa van de mafia, Van Gennep, Amsterdam,
    1994a, p. 343-398.

    Fijnaut, C., Prostitutie, vrouwenhandel en (vermeende)
    politiecorruptie in Antwerpen; De reactie van de overheid
    ,
    Acco, Leuven-Amersfoort, 1994b.
    Fijnaut, C. en J. Jacobs (eds.), Organized Crime and its
    Containment; A Transatlantic Initiative
    , Kluwer Law and
    Taxation, Deventer, 1991.
    Fijnaut, C. en G.T. Marx (eds.), Undercover; Police Surveillance
    in Comparative Perspective
    , Kluwer Law International, Den Haag,
    1995.
    Franke, H. , Geweldscriminaliteit in Nederland; Een
    historisch-sociologische analyse, in Amsterdams Sociologisch
    Tijdschrift
    , jaargang 18, 1991, p. 13-45.
    Gaylord, M.S., The Chinese Laundry: International Drug Trafficking
    and Hong Kong’s Banking Industry, in Contemporary Crises,
    jaargang 14, 1990, p. 23-37.
    Georganiseerde criminaliteit en interregionale
    groepscriminaliteit; Definitieve resultaten van een landelijke

    misdaadanalyse, Centrale Recherche Informatiedienst,
    ‘s-Gravenhage, 1988. Georganiseerde, De, criminaliteit in
    Nederland; Dreigingsbeeld en plan van aanpak
    , Ministerie van
    Justitie en Ministerie van Binnenlandse Zaken, ‘s-Gravenhage,
    1992.

    Goldstock, R., M. Marcus, Th. Thacher II en J. Jacobs,
    Corruption and Racketeering in the New York City Construction
    Industry; The Final Report of the New York State Organized Crime
    Task Force
    , New York University Press, New York, 1990.

    Groot-van Leeuwen, L.E. de, De advocaat tussen clint en
    samenleving, in Justitile Verkenningen, jaargang
    21, 1995, p. 107-118.
    Gropp, W., Special Methods in Investigation for Combating Organized
    Crime, in European Journal of Crime, Criminal Law and Criminal
    Justice
    , jaargang 1, 1993, p. 20-36.
    Heijden, A.W.M. van der, Analyse van de georganiseerde misdaad, in
    A.W.M. van der Heijden (red.), Criminele inlichtingen; De rol
    van de Criminele Inlichtingendiensten bij de aanpak van de
    georganiseerde misdaad
    , Vuga, ‘s-Gravenhage, 1993, p.
    105-118.

    Hobbs, D., Professional and Organized Crime in Britain, in M.
    Maguire, R. Morgan en R. Reiner (eds.), The Oxford Handbook of
    Criminology
    , Clarendon Press, Oxford, 1994, p. 441-468.
    Hoetjes, B.J.S., Over de schreef; Het schemergebied tussen
    ambtenaar en burger, in Justitile Verkenningen, jaargang 17,
    1991, p. 8-32.

    Home Affairs Committee, House of Commons, Organized
    Crime
    , HMSO, London, 1995. Hoogenboom, A.B., De mythe van de
    georganiseerde misdaad, in Vraagstelling, jaargang 1, 1994,
    p. 47-58. Hoogenboom, A.B., V. Mul, A. Wielinga (red.),
    Financile integriteit; Normafwijkend gedrag en (zelf)regulering
    binnen het financile stelsel
    , Gouda Quint, Arnhem, 1995.

    Hoogenboom, A.B., Boy, have I got a deal for you; Georganiseerde
    fraude in het financile stelsel, in A.B. Hoogenboom, V. Mul en A.
    Wielinga (red.), Financile integriteit; Normafwijkend
    gedrag en (zelf)regulering binnen het financile stelsel,
    Gouda Quint, Arnhem, 1995, p. 27-62.

    Huberts, L.W.J.C., De omvang van corruptie en
    fraude in Nederland: onderzoeksverslag, s.n., s.l., 1991.
    Huberts, L.W.J.C. (red.), Bestuurlijke corruptie en
    fraude in Nederland, Gouda Quint, Arnhem, 1992. Ianni, F.A.
    en E. Reuss-Ianni, A Family Business; Kinship and Social Control
    in Organized Crime
    , Routledge & Kegan Paul, London,
    1972.

    Ianni, F.A. en E. Reuss-Ianni, Network analysis, in P.P. Jr.
    Andrews en M.B. Peterson (eds.), Criminal Intelligence
    Analysis
    , Palmer, Loomis, California, 1990, p. 67-84.
    International Organization for Migration, Trafficking and
    Prostitution: The Growing Exploitation of Migrant Women from
    Central and Eastern Europe
    , Budapest, 1995.
    Jacobs, J., Busting the Mob; United States v. Cosa Nostra,
    New York University Press, New York, 1994. Joutsen, M., The
    Potential for the Growth of Organized Crime in Central and Eastern
    Europe, in European Journal on Criminal Policy and Research,
    jaargang 1, 1993, p. 77-86.

    Kenney, D.J. en J.O. Finckenauer, Organized Crime in
    America
    , Wadsworth, Belmont, 1995. Klijn, A, J.G.C. Kester en
    F.W.M. Huls, Advocatuur in Nederland 1952-1992, in Justitile
    Verkenningen
    , jaargang 18, 1992, p. 10-44.

    Korf, D.J. en M. de Kort, Drugshandel en
    drugsbestrijding
    , Universiteit van Amsterdam, Criminologisch
    Instituut Bonger, Amsterdam, 1990.
    Korf, D.J. en M. de Kort, Dealers en dienders, Universiteit
    van Amsterdam, Criminologisch Instituut Bonger, Amsterdam,
    1993.
    Korthals Altes, F., Het beleid inzake georganiseerde criminaliteit,
    in Fijnaut, C., Georganiseerde misdaad en strafrechtelijk
    politiebeleid
    , J.B. van den Brink, Lochem, 1989, p. 33-48.
    Kruissink, M. en R.F. Kouwenberg, Vuurwapencriminaliteit in het
    vizier; Een onderzoek bij politie en justitie
    ,
    WODC, ‘s-Gravenhage, 1991.
    Kruissink, M. en C. Wiebrens, De kogel en de kerk, in Het
    Tijdschrift voor de Politie
    , jaargang 54, 1992, p. 51-56.
    Lagendijk, R., Toeren, fooien en klantjes laden; Normafwijkend
    gedrag,
    fraude en corruptie bij de reiniging,
    Amsterdam, 1995 (lezing gemeentelijke studiedag over fraude en
    corruptie op 21 september 1995). Lenting en Partners, De
    Nederlandse cafetaria: de visie van de klant en de ondernemer
    ,
    Misset BV, Nijmegen, 1991.

    Levi, M., The Extent of Cross-Border Crime in Europe: The View
    from Britain, in European Journal on Criminal Policy and
    Research
    , jaargang 1, 1993, p. 57-76.
    Leyendecker, H., R. Rickelmann en G. Bnisch, Mafia im Staat;
    Deutschland fllt unter die Rauber
    , Steidl, Gttingen, 1992.
    Lupsha, P.A., Networks versus Networking, in G.P. Waldo (ed.),
    Career Criminals, Sage, Beverly Hills, 1983, p. 59-87.
    Maltz, M.D., Measuring the Effectiveness of Organized Crime
    Control Efforts
    , The Office of International Criminal Justice,
    Chicago, Ill., 1990.
    Maltz, M.D., Defining Organized Crime, in R.J. Kelly, K-L. Chin en
    R. Schatzberg (eds.), Handbook of Organized Crime in the United
    States
    , Greenwood Press, Westport, Connecticut, 1994, p. 21-38.
    Martens, F.T., Organized Crime Control; The limits of Government
    Intervention, in Journal of Criminal Justice, jaargang 14,
    1986, p. 239-247.

    Martens, F.T. en F. Pulley, Cross-cultural Reflections of
    Organized Crime, in International Journal of Comparative and
    Applied Criminal Justice
    , jaargang 8, 1984, p. 63-74. Martin,
    J.M. en A.T. Romano, Multinational Crime; Terrorism, Espionage,
    Drug & Arms Trafficking
    , Sage, Newbury Park, 1992.

    Marx, G.T., Notes on the Discovery, Collection, and Assessment
    of Hidden and Dirty Data, in J.W. Schneider en J.I. Kitsuse (eds.),
    Studies in the Sociology of Social Problems, Ablex, Norwood,
    1984, p. 78-113. Mens, L. van, Prostitutie in bedrijf;
    Organisatie, management en arbeidsverhoudingen in seksclubs en
    privhuizen
    , Eburon, Delft, 1992.

    Mertens, N., Agressieve vermogenscriminaliteit ten nadele van
    Chinese horeca-ondernemers: uitkomst van een enqute
    , Vianen,
    1994.
    Ministero dell’Interno, 1993 Report on Organized Crime in
    Italy
    , Rome, 1994. Moore, W.H., The Kefauver Committee and
    the Politics of Crime, 1950-1952
    , The University of Missouri
    Press, Columbia, Missouri, 1974.

    Moore, S.F., Law as Process; An Anthropological Approach,
    Routledge & Kegan Paul, Londen, 1978. Mul, V., Money
    Laundering, (g)een kwestie van definiren, in A.B. Hoogenboom, V.
    Mul en A. Wielinga (red.), Financile integriteit; Normafwijkend
    gedrag en (zelf)regulering binnen het financile stelsel
    , Gouda
    Quint, Arnhem, 1995, p. 83-94.

    National Criminal Intelligence Service, An Outline Assessment
    of the Threat and Impact by Organised/Enterprise Crime upon United
    Kingdom Interests
    , London, 1993. Nederlandse, Het,
    drugbeleid; Continuteit en verandering
    , ‘s-Gravenhage,
    1995.
    Nuijten-Edelbroek, E.G.M., Georganiseerde politie contra
    georganiseerde misdaad, in Justitile Verkenningen, jaargang
    11, 1985, p. 60-96.
    Observatoire Gopolitique des Drogues, Etat des drogues, drogues
    des Etats
    , Hachette, Paris, 1994. Paoli, L., An Underestimated
    Criminal Phenomenon: The Calabrian ‘Ndrangheta, in European
    Journal of Crime, Criminal Law and Criminal Justice
    , jaargang
    2, 1994, p. 212-238. Peters, B., Die Absahner; Organisierte
    Kriminalitt in der Bundesrepublik
    , Rowohlt, Reinbek bei
    Hamburg, 1994.

    Pieth, M. en D. Freiburghaus, Die Bedeutung des organisierten
    Verbrechens in der Schweiz
    , Bern, 1993. Potter, G.W.,
    Criminal Organizations; Vice, Racketeering, and Politics in an
    American City
    , Waveland, Prospect Heights, 1994.

    Rapport van de werkgroep bestrijding zware georganiseerde
    criminaliteit
    , Ministerie van Justitie, ‘s-Gravenhage,
    1987.
    Rasmussen, D.W. en B.L. Benson, The Economic Anatomy of a Drug
    War; Criminal Justice in the Commons
    , Rowman & Littlefield
    Publishers, London & Boston, 1994.
    Rebscher, E. en W. Vahlenkamp, Organisierte Kriminalitt in der
    Bundesrepublik Deutschland
    , Bundeskriminalamt, Wiesbaden,
    1988.
    Recht in beweging; Een beleidsplan voor Justitie in de komende
    jaren
    , Ministerie van Justitie, ‘s-Gravenhage, 1990.
    Reuter, P., Disorganized Crime; Illegal Markets and the
    Mafia
    , MIT-Press, Cambridge, 1986. Reuter, P., Racketeering
    in Legitimate Industries; A Study in the Economics of
    Intimidation
    , Rand, Santa Monica 1987.

    Reuter, P., Research on American Organized Crime, in R.J. Kelly,
    K-L. Chin en R. Schatzberg (eds.), Handbook of Organized Crime
    in the United States
    , Westport, Greenwood, 1994, p. 91-120.
    Reuter, P. en J.B. Rubinstein, Fact, Fancy, and Organized Crime, in
    The Public Interest, jaargang 53, 1978, p. 45-68.

    Robinson, J., The Laundrymen; Inside the World’s Third
    Largest Business
    , Simon & Schuster, London, 1994. Roelandt,
    T.J.A., Verscheidenheid in ongelijkheid; Een studie naar
    etnische stratificatie en onderklassevorming in de Nederlandse
    samenleving
    , Thesis Publishers, Amsterdam, 1994. Rogovin, Ch.
    en F.T. Martens, The Evil That Men Do, in Journal of
    Contemporary Criminal Justice
    , jaargang 8, 1992, p. 62-79.

    Roth, J. en M. Frey, Die Verbrecher Holding; Das vereinte
    Europa im Griff der Mafia
    , Piper, Mnchen, 1992. Sasse, H.M.,
    Het ambtsgeheim van de notaris; Openingsrede voor de algemene
    vergadering 1983 van de Koninklijke Notarile Broederschap, in
    WPNR, jaargang 114, 1983, p. 620-623. Schelling, T.C.,
    Economic Analysis and Organized Crime, in President’s Commission on
    Law Enforcement and Administration of Justice, Task Force
    Report: Organized Crime
    , Appendix D., Government Printing
    Office, Washington 1967, p. 114-126.

    Sieber, U. en M. Bgel, Logistik der Organisierten
    Kriminalitt
    , Bundeskriminalamt, Wiesbaden, 1993.
    Sietsma, K.J.H.H., Bestrijding handel in verdovende middelen: een
    andere benadering, in Algemeen Politieblad, jaargang 129,
    1980, p. 411-422.
    Slort, P.A., Begripsverwarring rond criminele groepen, in
    Algemeen Politieblad, jaargang 137, 1988, p. 442-444.
    Smith, D.C., Some Things that May Be more Important to Understand
    about Organized Crime than Cosa Nostra, in University of Florida
    Law Review
    , jaargang 24, 1971, p. 1-30. Smith, D.C., Wickersham
    to Sutherland to Katzenbach: Evolving an Official Definition for
    Organized Crime, in Crime, Law and Social Change, jaargang
    16, 1991, p. 135-154.

    Spierenburg P., Lange termijn trends in doodslag; Theoretische
    overdenkingen en Nederlands bewijsmateriaal, 15e-20e eeuw, in
    Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, jaargang 20, 1993, p.
    66-106. Squires, G.J., Banking: Hallowed Halls and Hawalla, (paper
    gepresenteerd tijdens The International Police Exhibition and
    Conference (IPEC), 1987).

    Stichting tegen Vrouwenhandel, Schotten en dwarsverbanden,
    1992-1994
    , Utrecht, 1994. Strafrecht met beleid; Beleidsplan
    openbaar ministerie 1990-1995
    , Ministerie van Justitie,
    ‘s-Gravenhage, 1990.

    Sutherland, E.H., Is White Collar Crime Crime?, in American
    Sociological Review
    , jaargang 10, 1945, p. 132-139.
    Tappan, P., Who is the Criminal?, in American Sociological
    Review
    , jaargang 12, 1947, p. 96-102. Task Force on Organized
    Crime, Task Force Report: Organized Crime, U.S. Government
    Printing Office, Washington, 1967.

    Udink, E., Criminele geldstromen:
    schijn en werkelijkheid, Gouda Quint, Arnhem, 1993.
    United Nations, Economic and Social Council, Problems and
    Dangers Posed by Organized Transnational Crime in the Various
    Regions of the World
    , 18 August 1994, nr. E/Conf. 88/2 (World
    Ministerial Conference on

    Organized Transnational Crime, Napels, 21-23 November 1994).
    Veer, H. van ‘t, H. Moerland en C. Fijnaut, Gokken in drievoud;
    Facetten van deelname, aanbod en regulering
    , Gouda Quint,
    Arnhem, 1993.
    Vondelen, Ch. van, Illegale naaiateliers; Confectie voor de
    consument of maatwerk voor
    fraude, Haarlem, 1993 (scriptie
    HEAO).
    Wennekes, W., Eeuwenoud; De lange levens van zeven Nederlandse
    bedrijven
    , Thomas Rap, Amsterdam, 1989.
    Wennekes, W., De aartsvaders; Grondleggers van het Nederlandse
    bedrijfsleven
    , Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 1993.
    Williams, Ph., The New Threat: Transnational Criminal Organizations
    and International Security, in Criminal Organizations,
    jaargang 9, 1995, p. 3-19.
    Wit, J.Th. de en W.P.M. van Haaren, Strijd tegen zware,
    georganiseerde criminaliteit, in Algemeen Politieblad,
    jaargang 137, 1988, p. 315-317.
    Yesilgz, Y., Allah, satan en het recht; Communicatieproblemen
    met Turkse verdachten
    , Gouda Quint, Arnhem, 1995.
    Zoest, S. van, De wet melding ongebruikelijke transacties; Een
    literatuurstudie
    , WODC, Den Haag, 1995
    (stageverslag Vrije Universiteit Amsterdam).
    Zwart, W.A. de en C. Mensink, Alcohol, tabak, drugs en
    gokken
    , NIAD, Utrecht, 1993.

    BIJLAGE 1

    ANALYSESCHEMA ONDERZOEK NAAR GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT
    Een onderzoek naar de aard (en omvang) van de georganiseerde
    criminaliteit in Nederland komt neer op het zoeken naar een
    antwoord op 4 hoofdvragen:

    • Wat voor groepen maken zich in dit land schuldig aan
      georganiseerde criminaliteit?
    • Welke vormen van georganiseerde criminaliteit worden door deze
      groepen bedreven?
    • Op wat voor manieren worden deze vormen van georganiseerde
      criminaliteit gepleegd?
    • En hoe worden de inkomsten uit het plegen van georganiseerde
      criminaliteit besteed? Hierna worden per hoofdvraag puntsgewijze de
      voornaamste vraagpunten opgesomd die in het onderhavige onderzoek
      aan de orde zullen komen.

    I. De omschrijving van de groepen

    I.1. Origine

    I.1.1. Autochtone groepen

    Hier zal om te beginnen de volle aandacht uitgaan naar die 10
    groepen die in de opeenvolgende CRI-inventarisaties als koplopers
    zijn aangemerkt. Mocht op grond van andere bronnen blijken dat
    bepaalde andere groepen zeker zo belangrijk zijn, dan komen die in
    de plaats van een of meer groepen die aan de hand van de
    CRI-inventarisaties zijn gekozen.

    I.1.2. Allochtone en buitenlandse groepen

    • Colombiaanse kartels
    • Turkse groepen
    • Marokkaanse groepen
    • Italiaanse mafia
    • Chinese triades
    • Surinaamse/Antilliaanse groepen
    • Nigeriaanse netwerken
    • Ghanese netwerken
    • Joegoslavische bendes
    • Russische mafia

    I.2. Interne organisatie

    • omvang (aantal aanhangers)
    • arbeidsverdeling/specialisatie
    • (recrutering) medewerkers
    • disciplinering, sanctionering, loyaliteit medewerkers
    • kwalificaties medewerkers

    I.3. Externe (criminele) relaties (nationaal en
    internationaal)

    • persoonlijke betrekkingen
    • zakelijke relaties

    – gemeenschappelijke projecten

    I.4. Duurzaamheid groepen

    • vast leiderschap
    • criminele achtergrond leden
    • duur van hun lidmaatschap
    • bestand tegen (strafrechtelijk) optreden overheid (inclusief
      vrijheidsstraffen)

      I.5. Syndicaat-achtige machtsposities -Bestaan zulke posities
      – die als het ware het uiteinde

      van het spectrum vormen waarvan kleine, los georganiseerde
      groepen het beginpunt zijn – in

      Nederland?

    II. De omschrijving van de illegale activiteiten

    II.1. De levering van illegale goederen en
    diensten

    • drugs
    • gokspelen
    • prostitutie/vrouwenhandel
    • wapenhandel
    • mensenhandel
    • (vracht-)autodiefstallen

    II.2. Illegaal optreden in legale markten en nijverheden
    (racketeering)

    • horeca/speelautomaten
    • transport
    • bouwnijverheid
    • textielnijverheid
    • afvalverwerking

    II.3. Andere illegale activiteiten

    • fraude (uitkeringen, verzekeringen, subsidies)
    • overvallen
    • kidnappings

    II.4. Vervlechting van activiteiten genoemd in
    II.1-II.3

    III. De omschrijving van de modi operandi

    III.1. Toepassing van geweld

    • fysiek geweld
    • dreiging met fysiek geweld
    • (andere vormen van) intimidatie (inbraak/kidnapping)
    • sabotage
    • chantage

    III.2. Afscherming (tegen de overheid)

    • geen administratie
    • beperking informatie-uitwisseling
    • screenen medewerkers
    • codetaal
    • contra-observatie

    – contra-tap

    • corruptie
    • geweld

    III.3. Bezit productie- en distributiemiddelen

    • transportmiddelen
    • lokaties
    • papieren
    • juridische constructies
    • etc. (afhankelijk bedrijfstak)

    III.4. Inschakeling deskundige derden

    • advocatuur
    • accountancy
    • notariaat
    • technici
    • wetenschappers

    III.5. Connecties met invloedrijke personen, bedrijven,
    verenigingen, organisaties

    • politie/justitie
    • bestuur
    • bankwezen
    • sportverenigingen (sponsoring)

    IV. Besteding inkomsten

    • uitbundige levensstijl
    • money laundering
    • uitbreiding bestaand marktaandeel
    • overstap naar andere misdaadmarkten
    • investering in infrastructuur (aankoop onroerend goed)

      BIJLAGE 2

    AFSPRAKEN ONDERZOEKSGROEP FIJNAUT
    De parlementaire enqutecommissie opsporingsmethoden heeft vier
    wetenschappelijke onderzoekers (prof.dr. C. Fijnaut
    (onderzoeksleider), prof.dr. F. Bovenkerk, prof.dr. H. van de Bunt
    en prof.dr. G. Bruinsma) gevraagd onderzoek te doen naar de aard,
    ernst en omvang van de zware, georganiseerde criminaliteit. Voor
    dit onderzoek zijn onderstaande afspraken gemaakt:

    1. De onderzoekers zullen hun werkzaamheden op beveiligde
    werkkamers (CRI, politiebureau, WODC, ruimten enqutecommissie)
    verrichten. Zij zullen geen materiaal (bijvoorbeeld verslagen van
    interviews) thuis opbergen. Zij zullen de nodige zorgvuldigheid in
    acht nemen, zodat anderen geen kennis kunnen nemen van de verkregen
    persoonsgegevens.

    2. In de onderzoekrapportage zullen verstrekte persoonsgegevens
    niet herleid kunnen worden tot individuele personen.
    3. De onderzoekers kunnen alle CID-registers raadplegen, exclusief
    de informantenregisters. Indien gegevens uit CID-registers worden
    geraadpleegd dan vindt dat plaats in het gebouw van het CRI. Het is
    uitdrukkelijk niet de bedoeling van de onderzoekers om de verkregen
    gegevens te toetsen aan de bron (c.q. informantenformulieren).

    4. De onderzoekers zullen (evaluatie-)rapporten over onderzoeken
    die zijn of worden verricht alsmede
    schriftelijke analyses van criminele groepen en hun activiteiten
    tegen wie (nog) geen opsporingsonderzoek is gestart, raadplegen.
    Ter bescherming van informanten die mogelijk in de rapporten worden
    genoemd, worden de volgende twee voorzieningen getroffen:

    a. de korpsen die de rapporten aan de betrokken onderzoeker,
    prof.dr. C. Fijnaut, overleggen, zullen eerst zelf nagaan of in de
    rapporten namen van informanten worden genoemd dan wel anoniem
    opgevoerde informanten herleidbaar zijn tot individuele personen
    dan wel informatie bevat, die tot levensbedreigende situaties kan
    leiden: deze gegevens worden dan geanonimiseerd en/of gecodeerd
    door de korpsen; b. vervolgens zal de officier van justitie Van
    Erve of Van der Kerk, na overleg met de eerder genoemde onderzoeker
    de anonimisering en/of codering controleren.

    5. De rapporten zullen worden verstuurd naar de CRI, alwaar de
    betrokken onderzoeker een afgescheiden werkkamer tot zijn
    beschikking heeft. Een aantal politie-medewerkers worden belast met
    het overbrengen van de gegevens uit de RCID-en naar de CRI. De
    rapporten staan onder zijn beheer: hij zal de nodige voorzieningen
    treffen om het vertrouwelijk materiaal van de rapporten te bewaren.
    Uitsluitend aan de overige onderzoekers zal onder zijn
    verantwoordelijkheid inzage in de rapporten worden verleend; deze
    inzage vindt plaats indien en voorzover dit nodig is voor het
    verrichten van het onderzoeksdeel van de betrokken overige
    onderzoekers.

    6. Het raadplegen van de aanwezige LCID-bestanden bij de CRI zal
    plaatsvinden door prof.dr. C. Fijnaut. Hij zal de overige
    onderzoekers inzage geven indien en voorzover dit nodig is voor het
    verrichten van hun deel van hun onderzoek.

    7. De rapportage van de onderzoeksgroep Fijnaut zal vr
    publicatie ter inzage worden gegeven aan de minister van
    Justitie.


    Inhoudsopgave en zoeken