• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De branches horeca en gokautomaten – 5. DE SCHADE

    5. DE SCHADE

    Alvorens te kijken naar de schade die de georganiseerde
    criminaliteit veroorzaakt in de horeca-branche, staan we stil bij
    de voordelen die de misdaadwereld de horeca-ondernemers biedt. De
    kwetsbaarheid van de horecabranche hangt namelijk sterk samen met
    de aantrekkelijkheden van sommige diensten van de misdaadwereld.
    Zoals we in hoofdstuk 2 hebben gesteld, heeft de horecabranche te
    maken met bepaalde omgevingskenmerken die de bedrijfsvoering
    benvloeden: zo wordt er door het uitgaanspubliek meer geweld
    gebruikt, bestaat er bij de bezoekers een niet aflatende vraag naar
    drugs en goedkope goederen en is de concurrentie tussen ondernemers
    sterk. Deze externe invloeden vragen vanzelfsprekend om maatregelen
    vanuit de horecabranche. En sommige produkten die de georganiseerde
    misdaad biedt, lijken een oplossing te kunnen bieden. De toenemende
    onveiligheid in het uitgaanscircuit jongeren dragen vaker wapens
    bij zich dan vroeger is een gat in de markt voor aanbieders van
    bescherming. De politie kan de horeca-ondernemers hierin
    onvoldoende dienen en legale bewakingsdiensten zijn voor veel
    bedrijven onbetaalbaar. Deurmannen met contacten in de
    georganiseerde misdaad hoeven hun diensten steeds minder vaak af te
    dwingen: uit onderzoek (Bovenkerk en Derksen, 1994) blijkt dat de
    horeca-ondernemers en de personen die zich aandienen als
    beschermers steeds vaker in samenspanning werken. Ook malafide
    geldverstrekkers bieden een produkt waarnaar in de horecabranche
    een grote vraag bestaat: kapitaal. Het aantal starters neemt nog
    steeds toe, terwijl de reguliere geldmarkt niet scheutig is
    richting de branche. Bovendien moeten horeca-ondernemers bij de
    tijd blijven om hun publiek te boeien; daar zijn investeringen voor
    nodig en, alweer, kapitaal. Hier springen geldverstrekkers met
    bijbedoelingen gretig op in. De publieke toegankelijkheid maakt het
    horecabazen moeilijk om bepaalde bezoekers te weren en zo
    frequenteren ook ondernemers uit misdaadwereld de horecabedrijven.
    Hierbij moet niet worden vergeten dat het vaak om vermogende
    klanten gaat, die sommige cafbazen juist graag in huis hebben: men
    heeft immers wat te besteden en wellicht hangt er voor de eigenaar
    ook een voordeeltje aan vast.

    Uiteindelijk zullen de beschermers, de particuliere
    geldverstrekkers en de poenige klanten wolven in schaapskleren
    blijken en draait samenwerking uit op een nederlaag voor de
    horeca-ondernemer: hij raakt de macht over zijn bedrijf kwijt.
    Welke schade leveren de genoemde praktijken nu precies op voor de
    horeca? Een simpel antwoord is niet te geven omdat de schade
    slechts ten dele materieel is, en voor een belangrijk deel van
    immaterile aard. Naar een schatting van Horeca Nederland (1993)
    lijdt de branche jaarlijks zo’n 300
    miljoen gulden schade als gevolg van criminaliteit (hier zijn alle
    vormen van criminele schade bij opgeteld, zoals vernieling, –
    interne – fraude en diefstal). Maar criminaliteit levert op termijn
    meer indirect schade op: wanneer zaken worden opgekocht voor het
    witwassen van zwart geld, leidt dit tot oneerlijke concurrentie.
    Ten eerste omdat de malafide ondernemers veel meer geld kunnen
    bieden voor overnames en bonafide ondernemers zodoende geen kans
    meer maken. Ten tweede omdat de witwasgelegenheden het publiek naar
    zich toe trekken met relatief lage prijzen. Misschien nog wel
    schadelijker dan de valse concurrentie is echter de aantasting van
    de naam van de branche. Dit levert uiteindelijk ook weer financile
    schade op, omdat bonafide ondernemers steeds moeilijker
    vergunningen en leningen kunnen krijgen. Het laatste geeft malafide
    geldverstrekkers steeds meer speelruimte en gooit uiteindelijk de
    naam van de branche te grabbel.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken