• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Ruimte voor recht

    een onderzoek naar het recht op vrijheid van demonstratie in Den Haag

    Op 24 februari 2006 heeft Buro Jansen & Janssen het onderzoeksrapport “Ruimte voor Recht” gepresenteerd. Het onderzoek behandelt tot in detail de wet- en regelgeving en praktijk van het recht op demonstratie in Den Haag in de periode 2000 – 2005.
    Het onderzoek is in opdracht van de Haagse Stadspartij.

    Uit de conclusies:

    De Haagse APV voldoet om te beginnen niet aan de Wet Openbare Manifestaties. Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen demonstraties die moeten worden aangemeld en demonstraties die niet moeten worden aangemeld.
    Van organisatoren van een demonstratie in Den Haag wordt veel verlangd. Zo moet er ‘een ordedienst worden ingesteld’, worden er afspraken verlangd over ‘mee te voeren demonstratiemiddelen’ en ‘niet te bezigen uitingen’. Inhoudelijke beperkingen bij demonstraties door de burgemeester zijn niet toegestaan. Ook in antwoord op vragen van de Tweede Kamer heeft de regering aangegeven dat er geen wettelijke ruimte is voor afspraken die een beperking zijn op de inhoud.

    Vaak wordt niet de vereiste belangenafweging gemaakt tussen het verkeersbelang en het recht op betoging. Per concrete demonstratie moet worden bekeken of het verkeersbelang voor het recht op demonstratie gaat. Het beleid dat bepaalde straten en gebieden niet toegankelijk zijn voor demonstraties is niet rechtmatig. want in strijd met art 9 Grondwet, art. 2 van de WOM.

    Niet tijdig aangemelde demonstraties (in Den Haag geldt een meldingsplicht van 4 keer 24 uur) worden bijna allemaal op last van de burgemeester ontbonden. De wet vereist echter dat er ook in deze situaties slechts beperkingen opgelegd kunnen worden ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden.

    De gemeente beroept zich voor haar restrictieve (en zoals eerder aangegeven vaak onrechtmatige) beleid op haar status van regeringshoofdstad en van de zetel van veel diplomatieke vestigingen. Als gevolg daarvan zou zij excessief worden geconfronteerd met demonstraties. De statistieken laten echter zien dat de gemeente Den Haag schromelijk overdrijft. Bij veel demonstraties gaat het slechts om individuen die wekelijks of dagelijks hun stem willen laten horen. Echt grote demonstraties komen er in Den Haag niet meer voor.

    lees meer

    Onder Druk, Terrorismebestrijding in Nederland

    Vandaag verschijnt bij uitgeverij Papieren Tijger het boek Onder Druk, Terrorismebestrijding in Nederland van onderzoeksburo Jansen & Janssen.

    Sinds de aanslagen van 11 september 2001 heeft de bestrijding van terrorisme het hart van de politiek bereikt. Twee dagen na de spectaculaire aanslagen in Amerika valt de Nederlandse politie een woning in Rotterdam binnen en arresteert vier personen op verdenking van terroristische activiteiten. De informatie is afkomstig van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

    De arrestaties vormen de opmaat van enkele fel bekritiseerde rechtszaken, een lawine aan wetsvoorstellen en de publieke en politieke roep om hard optreden tegen terroristen. De druk wordt extra vergoot door de aanslagen in Madrid en Londen, en de moord op Theo van Gogh. Verschillende malen worden in Nederland verdachte terroristen gearresteerd en weer vrijgelaten.

    In het boek onderzoekt bureau Jansen en Janssen de maatregelen die de Nederlandse overheid de afgelopen vier jaar heeft genomen. Veel wetgeving lijkt vooral bedoeld om aan de roep om hard optreden tegemoet te komen, zonder dat is aangetoond dat politie en justitie met de bestaande wetgeving niet uit de voeten zouden kunnen. Bovendien verlagen de nieuwe wetten de eisen die aan de bewijsvoering worden gesteld en krijgt geheime AIVD-informatie een prominente rol in het strafproces.
    AIVD-informatie blijkt echter vaak van twijfelachtige aard, zo blijkt uit onderzoek van Jansen & Janssen. Informanten zijn onbetrouwbaar, informatie wordt verkeerd geanalyseerd, tapverslagen worden lange tijd niet vertaald of verdwijnen op raadselachtige wijze. Soms leidt politieke druk ertoe dat inlichtingenrapportages worden aangepast of selectief gebruikt. Internationaal is de situatie al zo dat wie op de zogenaamde VN- of EU-terreurlijsten komt te staan, geen enkele mogelijkheid heeft om een onafhankelijke rechter te laten oordelen over de juistheid van de beschuldigingen.

    Burgerrechten staan onder druk door de overhaaste invoering van antiterreurwetten, goedgekeurd door politici die vaak niet al te veel kennis van zaken blijken te hebben. Ook de media spelen hun rol in het aanjagen van angstbeelden door slordig met feiten en informatie om te springen.

    Of de bestrijding van terrorisme hiermee gediend is, is maar helemaal de vraag. Er is te weinig aandacht voor onderliggende factoren van radicalisering en rekrutering. Dit complexe vraagstuk, waarin nationale en internationale politiek, cultuur. religie en identiteit een rol spelen, wordt onder het vloerkleed geveegd met de dooddoener dat er geen begrip voor terrorisme mag bestaan.
    ‘Alles wat nu wordt voorgesteld werkt eerder contraproductief,’ concludeert een van de deskundigen die deelnamen aan speciaal voor het boek georganiseerde rondetafelgesprek.

    Boekgegevens
    Onder Druk, Terrorismebestrijding in Nederland
    ISBN: 90-6728-188-3
    Prijs € 18,50

    Hoofdstuk 2:
    De AIVD, hofleverancier van informatie

    Recensies:
    De kale feiten over terreur”uit NRC Handelsblad

    Recensie uit de Staatcourant
    lees meer

    Misleidende methode

    Ahmed was in Irak advocaat van iemand uit de `inner cicle’ van Saddam Hoessein. De CIA en de BVD waren zeer geïnteresseerd in zijn ervaringen en spraken hem meerdere malen na zijn aankomst in 1999 in Nederland. Ahmed vertelt: `”Natuurlijk”, zei meneer Bert van de BVD, “krijg je een verblijfsvergunning voor bewezen diensten.”‘ Eerst moest Ahmed echter alles wat hij wist netjes aan de geheime dienst vertellen. Zijn advocaat, mr. Schoorl uit Alkmaar, moest hem duidelijk maken dat de bvdgeen verblijfsvergunningen verstrekt.
    Dit boek is een vervolg op De vluchteling achtervolgd, het in 1990 door Buro Jansen & Janssen uitgevoerde onderzoek naar de bemoeienissen van de BVD met vluchtelingen en asielzoekers. De belangrijkste conclusie van dat onderzoek was toen dat het voor de betrokken asielzoekers en vluchtelingen vaak erg onduidelijk en verwarrend was dat de bvdook via de politie opereert. Het onderscheid tussen de vreemdelingendienst van de politie (destijds verantwoordelijk voor procedures rond verblijfsvergunningen) en de inlichtingendienst (die mensen werft als informant) was niet altijd duidelijk. Omdat die twee functies in de praktijk vaak ook nog werden gecombineerd door een en dezelfde persoon, was het voor nieuwkomers extra moeilijk om erachter te komen waar ze aan toe waren.
    Voor de betrokken asielzoeker betekende dit systeem van `dubbele petten’ dat er weinig overeind bleef van het officiële recht om medewerking aan het werk van inlichtingendiensten te weigeren. Helemaal omdat, zoals uit dat onderzoek bleek, middelen als intimidatie, bedreiging en misleiding (`Als je niet meewerkt, waarom zouden we je dan een asielstatus verstrekken?’) niet werden geschuwd.
    De vluchteling achtervolgd deed bij verschijning in 1991 behoorlijk wat stof opwaaien. Er was veel media-aandacht voor het onderzoek en het leidde tot Kamervragen. Het boekje zorgde voor verspreiding van kennis over de risico’s van samenwerking met inlichtingendiensten.

    Nieuw onderzoek

    Tien jaar later is er veel veranderd, maar de pogingen om asielzoekers en migranten te werven als informant gaan door. De politieke verhoudingen in de wereld hebben zich gewijzigd: het zijn nu andere landen waar vluchtelingen vandaan komen, en ze komen deels om andere redenen. Tegelijkertijd staan terrorisme en mensensmokkel hoog op de politieke agenda. De asielprocedures zijn aangescherpt en het is nu niet langer de Vreemdelingendienst maar de Immigratie- en Naturalisatiedienst IND, van het ministerie van Justitie) die verantwoordelijk is voor de toelatingsprocedure. De IND heeft haar eigen Bureau Bijzondere Zaken voor onderzoek naar asielzoekers die van een misdrijf worden verdacht, en om de inlichtingendiensten van interessante informatie te kunnen voorzien.
    In dezelfde periode is het werk van inlichtingendiensten en het opsporingsonderzoek van politie en justitie naar elkaar toe geschoven, deels overlapt het elkaar zelfs. Dit levert onduidelijke situaties op waar ook asielzoekers en migranten mee te maken kunnen krijgen. Zo let de AIVD niet langer alleen op de politieke achtergrond van asielzoekers en migranten (een inlichtingentaak), de dienst doet ook onderzoek naar mensensmokkel en georganiseerde misdaad (meer opsporingswerk). Dit alles in nauwe samenwerking met gespecialiseerde politiediensten binnen heel Europa.
    De afgelopen jaren zijn de procedures voor een verblijfsvergunning in Nederland strenger geworden, en de mogelijkheden er een te krijgen kleiner. Voor asielzoekers, die toch al in een kwetsbare positie verkeren, werd de afhankelijkheid van Nederlandse instanties daardoor versterkt. Tegen deze achtergrond waren wij benieuwd hoe het nu toegaat bij het benaderen van asielzoekers.

    Openlijke controle

    Dit hernieuwd onderzoek naar de bemoeienissen van inlichtingendiensten met asielzoekers en migranten vond plaats vanuit de doelstelling die Buro Jansen & Janssen al jarenlang nastreeft: meer openheid over en controle op politie, justitie en inlichtingendiensten. Zonder publicatie van praktijken die anders geheim zouden blijven, is geen openbare controle mogelijk.
    Daarnaast streven we naar de versterking van de positie van asielzoekers, die zich tijdens de procedure voor een verblijfsvergunning in een onzekere positie bevinden. Voor hen moet duidelijk zijn wanneer ze met de IND te maken hebben inzake hun eigen asielverzoek, en wanneer het belang van inlichtingendiensten vooropstaat. Met deze publicatie in de hand kunnen advocaten, vluchtelingenorganisaties en andere belangenbehartigers een asielzoeker die benaderd is beter bijstaan of, zo mogelijk, voorkomen dat het zover komt.
    Dit boek Misleidende Methode begint met enige achtergrondinformatie over de positie van asielzoekers in Nederland en de procedures waarmee ze te maken krijgen. Hoofdstuk 2 gaat over de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De IND speelt een centrale rol in de asielprocedure en het horen van asielzoekers. Wat gebeurt er met de informatie uit de vertrouwelijke gehoren van asielzoekers? Welk onderzoek doet de IND zelf? En wat is hierbij de rol van het Bureau Bijzondere Zaken van de IND? Voor welke asielzoekers bestaat bijzondere belangstelling?
    Centraal in hoofdstuk 3 staat de BVD(tegenwoordig AIVD)en de manier waarop deze dienst informatie verzamelt onder vluchtelingen. Wie benadert de BVD, en waarom juist deze mensen? Op welke manier gebeurt dat, en zijn degenen die benaderd worden om informatie te leveren gezien hun (kwetsbare) positie in staat om medewerking te weigeren? Is het voor hen mogelijk een inschatting te maken van de gevolgen van het praten met de BVD?
    In hoofdstuk 4 onderzoeken we de samenwerking tussen de verschillende diensten die zich bezighouden met het verzamelen van informatie over asielzoekers en migranten. De IND, haar afdeling Bureau Bijzondere Zaken, de BVD, de Vreemdelingendienst en buitenlandse inlichtingendiensten azen allemaal op bepaalde informatie. Hoe werken zij samen? In hoeverre hebben zij toegang tot elkaars informatie, en is er overleg? Is deze samenwerking inzichtelijk en controleerbaar, of kunnen asielzoekers en migranten alleen maar hopen dat informatie over hen niet bij de inlichtingendienst van hun land van herkomst terechtkomt?
    In de conclusies komen de lijnen uit de voorgaande hoofdstukken samen en kijken we naar de ontwikkelingen op dit gebied die plaatsvonden in de onderzoeksperiode, van de publicatie van De vluchteling achtervolgd (begin jaren negentig) tot in het begin van de nieuwe eeuw. Wat is er in die tijd veranderd? En waar gaat het naartoe?

    Verantwoording
    Tot slot een verantwoording over de gebezigde onderzoeksmethoden en bronnen. We hebben gebruikgemaakt van informatie die openbaar was en informatie die we met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur openbaar hebben gemaakt (zie literatuurlijst).
    Daarnaast hebben we voor dit onderzoek honderden telefoontjes gepleegd: met asielzoekers, vluchtelingen en migranten, met advocaten, vluchtelingen- en migrantenorganisaties, met deskundigen van universiteiten en met journalisten. In enkele tientallen gevallen leidde dit tot gesprekken met de asielzoeker en/of migrant zelf of zijn belangenbehartiger. Sommigen van hen zijn met naam en toenaam terug te vinden in de voorbeelden die dit boek illustreren, anderen bleven om begrijpelijke redenen liever anoniem.
    Het was niet makkelijk om met asielzoekers te spreken over hun ervaringen met inlichtingendiensten. Sommigen waren bang dat dit gevolgen voor hun procedure voor verblijfsrecht in Nederland zou hebben. Anderen waren bang voor repercussies uit de eigen gemeenschap als ze te boek kwamen staan als iemand die contacten met inlichtingendiensten had gehad. Vaak wilden mensen maar liever niet herinnerd worden aan die gesprekken.
    We hebben ook veel migrantenorganisaties aangeschreven en gesproken. Politieke organisaties van bijvoorbeeld Turkse, Koerdische of Iraanse migranten hadden wel ervaringen met informanten, maar verkozen om daarmee niet in de openbaarheid te treden. Anders dan tien jaar geleden hadden ze er nu ieder hun eigen reden voor om de zaken in eigen kring af te handelen.
    Degenen die wel met ons spraken, deden dat omdat ze het belangrijk vonden hun teleurstelling en frustratie over de werkwijze van inlichtingendiensten met andere vluchtelingen(organisaties) te delen. Sommige verhalen mochten we slechts als achtergrondinformatie gebruiken, andere konden wemet of zonder de naam van degene die het betrof publiceren. Instemming van de betrokkenen stond voor ons voorop bij het maken van dit boek.

    Een van onze informatiebronnen vraagt om wat nadere toelichting, en dat is Hilbrand Nawijn. Het is van belang te weten dat wij voor dit onderzoek met hem spraken in augustus 2001. Hij was toen vreemdelingenadvocaat; daarvoor was hij jarenlang directeur van de IND. Na het gesprek is hij een paar maanden minister van Vreemdelingenzaken en Integratie geweest voor de Lijst Pim Fortuyn, de [kk]lpf[kx]. Nawijn gaf ons achtergrondinformatie over het functioneren van Bureau Bijzondere Zaken van de IND.

    Opvallend is dat we vooral met mannen gesproken hebben. Onduidelijk is of de inlichtingendiensten vooral mannen benaderen, bijvoorbeeld omdat die vaker `interessante’ functies in het leger hebben, en wij dus bij navraag naar deze gesprekken automatisch bij mannen terechtkwamen. Het kan ook zijn dat vrouwen die benaderd zijn hierover geen contact hebben gezocht met bijvoorbeeld hun advocaat, waardoor hun verhaal onbekend bleef.

    Hoofdstuk 1
    De procedure

    Hoofdstuk 2
    Het hemd van het lijf gevraagd: de IND op het inlichtingenpad

    Hoofdstuk 3
    Asielzoekers bespied

    Hoofdstuk 4
    Samen weten we nog net iets meer

    Conclusie

    Nawoord

    Tips lees meer

    De Snuffelstaat, Nederland en de BVD

    Vrijwel onopgemerkt heeft Nederland een nieuwe wet op de inlichtingendiensten gekregen. De BVD heet sinds 1 juni 2002 plotseling AIVD. Maar wat is er nog meer veranderd?
    De speurders van Buro Jansen & Janssen volgen onze vaderlandse spionnen al jaren. Nauwgezet brengen ze in kaart hoe de dienst infiltreert in bonafide milieu-organisaties, zich mengt onder hooligans, zich bemoeit met taxi-chauffeurs, met moskeeën, met georganiseerde misdaad.
    Het lijkt alsof de dienst sinds het wegvallen van de Russen als Grote Vijand wanhopig op zoek is naar nieuwe werkterreinen, om het voortbestaan veilig te stellen. En met succes! Want het budget wordt voortdurend verhoogd, het personeelsbestand verder uitgebreid. De nieuwe wet heeft de bevoegdheden aanzienlijk verruimd, terwijl de mogelijkheden van democratische controle er zeker niet op zijn vooruitgegaan. Hoe gaat de dienst precies te werk? Hoe zit het met de vaak discutabele samenwerking met de politie? Gaan de spionnen hun boekje wel eens te buiten? En hoe gevaarlijk is dat? Zou de samenleving zich niet beter op een andere wijze kunnen beschermen tegen al dan niet vermeende gevaren?
    De snuffelstaat onthult wat bezorgde burgers willen weten over de werking van de geheime dienst – voor zover daar achter te komen is. De AIVD denkt iedereen ongestraft te kunnen beloeren. Sommige mensen loeren terug.

    Volledige Inhoud :

    Inleiding
    1 Een nieuwe wet

      Wat verandert er zoal?

     

      Bijzondere bevoegdheden

     

      Cryptografie

     

      Notificatie

     

      Buitenland

     

      Inzage

     

      Klachtrecht

    2 Verboden vruchten

      Georganiseerde misdaad

     

      Spionnen in de rechtszaal: de zaak Mink

     

      Samenwerking met de politie

    3 Geheime consultancy

      Infiltratie van de overheid

     

      Het screenen van politici

     

      Veiligheidsdienst Aruba

    4 Handhaving van de openbare orde

      Regionale Inlichtingendiensten

     

      Methoden van informatievergaring

     

      Privacy in het geding

     

      Een bizarre handleiding

     

      Groenfront!: de windmolens van Herman

     

      Oolbekkink

     

      De Betuwelijn

     

      Voetbalvandalisme

    5 Actievoerders en ballonnenblazers

      ‘Beroepsactivisten’

     

      Een infiltratiepoging bij Milieudefensie

     

      Dierenrechtenactivisten

     

      Kollum

     

      De Amsterdamse taxi-oorlog

    6 De islam in Nederland

      Radicale islam

     

      Politieke islam

     

      Integratie

     

      Een vijfde colonne?

    7 Inlichtingen zonder grenzen

      Collega’s of concurrenten?

     

      Aandachtsgebieden

     

      Terrorisme

     

      Europol

     

      VS en g8

     

      Club van Bern

     

      Midden-Europa-conferentie

     

      G5

     

      Quantico-groep

     

      Police Working Group on Terrorism

     

      Kilowattgroep

     

      Militaire inlichtingendiensten

     

      Invloed

     

      Europa na 11 september

     

      Europees aanhoudingsbevel

     

      Verkeersgegevens

     

      Europol en Eurojust

     

      Controle op migranten

    8 Economische spionage in het buitenland

      De opheffing van de Inlichtingendienst Buitenland

     

      Menselijke bronnen en afluistertechnieken

     

      Een internationaal netwerk

     

      Relaties met het bedrijfsleven

     

      ‘Offensieve inlichtingenactiviteiten’

     

      Wapens voor Pakistan

     

      Kernwapens voor Iran?

     

      Van je vrienden moet je het hebben: mi5 in Nederland

    9 Asielzoekers

      Intimidatie en beloftes

     

      Oorlogsmisdadigers

     

      Nader gehoor:

    10 Op terroristenjacht

      Een prominente rol

     

      Provocatie en uitlokking

     

      Mensenrechten

    Slot: nut en nadeel van inlichtingendiensten

    Organisatie

      Personeel en budget

     

      Sturing en controle

     

      Samenwerking

    Auteurs

    lees meer

    Schone schijn

    Smerige streken in de strijd tussen burgers en bedrijven.

    Samengesteld door Eveline Lubbers
    Zie de website:
    www.evel.nl
    Het bedrijfsleven wringt zich in allerlei bochten om het imago op te poetsen – en gaat daarbij niet altijd even subtiel te werk.

    In Schone schijn schetst Eveline Lubbers het brede spectrum aan praktijken dat daarbij wordt ingezet, variërend van relatief onschuldige PR-strategiën tot complete inlichtingen-operaties: greenwash, pressie op politieke partijen, gelobby achter de schermen, het opzetten van nep-actiegroepen en het inschakelen van onlinedetectivebureau’s. McDonald’s liet privédetectives infiltreren bij een actiegroep. Shell en BP bedienden zich van een spion die zich uitgaf voor documentairemaker.

    Bedrijven blijken liever te investeren in het onschadelijk maken van hun critici en het beïnvloeden van de publieke opinie, dan werkelijk iets te veranderen aan alom gesignaleerde misstanden.

    Schone schijn leert bezorgde burgers, organisaties en actiegroepen deze strategiën van misleiding en manipulatie te herkennen, en laat zien hoe je daar met behulp van de nieuwe media en de nodige creativiteit op kunt reageren. Door de vele internationale bijdragen biedt Schone schijn een uiterst informatief overzicht van de stand van zaken in de global battle.

    Dit belangrijke boek maakt duidelijk dat bedrijven nauwelijk bereid zijn kritiek te verdragen […] ze verweren zich niet met feiten en argumenten, maar met een aantal smerige streken. Naomi Klein lees meer

    Zoom

    Dossier over Cameratoezicht

    1. Politiek en Cameratoezicht in vogelvlucht

    2. Notitie Cameratoezicht

    3. Wetgeving

    4. Nederland

    5. Engeland

    6. Operators

    7. Camera’s en techniek

    lees meer

    Tips tegen tralies

    Activisten en politie, justitie en inlichtingendiensten, het blijft een moeizame relatie… Het is als activist bijna onmogelijk om niet met hen in aanraking te komen. Dit boek geeft een inzicht in de verschillende diensten die er zijn, hoe ze werken en hoe je zo weinig mogelijk door ze lastig gevallen kunt worden. Ook is het een praktische handleiding voor je rechten in de bak, hoe een verhoor werkt en wat je kunt doen als een politie- of inlichtingendienst je benaderd. Niet om paranoia van te worden, maar juist om paranoia te vermijden. Dit boek is zeker niet alleen voor de jonge, beginnende activist bedoeld. De praktijk wijst uit dat ook de zogenaamde doorgewinterde actievoerder nog wel eens een steekje laat vallen. Je bent tenslotte nooit te oud om wat te leren…


    inhoud:

     

     

    lees meer

    Dossier Cryptografie

    Zie speciale website rondom dossier

    De bestrijding van cybercriminaliteit staat sinds enige tijd hoog op de politieke agenda. Vooral in de Verenigde Staten roert de overheid zich. De denial-of-service aanvallen die in februari plaatsvonden tegen een aantal belangrijke commerciële websites, zoals Yahoo!, Amazon.com, en CNN, waren koren op de molen van de Amerikaanse Justitie. Bij dit soort aanvallen worden grote hoeveelheden informatie tegelijkertijd verstuurd, die opstoppingen in computers veroorzaken waardoor websites niet langer bereikbaar zijn. Een soort winkelblokkade dus, maar dan in cyberspace.
    De Amerikaanse minister van Justitie Janet Reno eiste onmiddellijk een verhoging van de justitiële budgetten en uitbreiding van bevoegdheden om cybercriminelen aan te kunnen pakken. De budgetten tegen cybermisdaad zijn al indrukwekkend. In januari 2000 kondigde president Bill Clinton een pakket maatregelen aan ter waarde van 2 miljard dollar. Het geld wordt gestoken in de opleiding van computerbeveiligingsspecialisten, onderzoek naar computerbeveiliging en publiek-private programma’s op dit gebied. ‘Onze diensten zullen de capaciteit krijgen om cybercriminelen over de hele wereld op te sporen en te vervolgen,’ verzekerde een strijdlustige Reno. Dat belooft wat.

    Het cybercrime virus heeft inmiddels autoriteiten over de hele wereld aangestoken. In de retoriek over de bedreiging die van cybercriminaliteit, cyberterrorisme en cyberoorlogsvoering uitgaat, duiken steevast drie onderdelen op. De kwetsbaarheid van de digitale infrastructuur, het gebruik van het Internet om digitale misdaden te plegen, en het gebruik van versleuteling om ongehinderd te communiceren en bewijsmateriaal te verdonkeremanen. Harde gegevens over de werkelijke gevaren ontbreken; er wordt druk gegoocheld met cijfers en alles wat ook maar enigszins op een hack of een overtreding lijkt, wordt op de grote berg van cybercriminaliteit geworpen. De autoriteiten benadrukken de gevaren van een onveilige en ongecontroleerde cyberwereld dan ook voornamelijk om zoveel mogelijk bevoegdheden tot datasurveillance, opsporing en afluisteren te krijgen.

    Dit Dossier Cryptografie belicht de pogingen van de autoriteiten om Internet aftapbaar te maken, met speciale aandacht voor de manieren waarop zij proberen het probleem van cryptografie aan te pakken. Het onder controle brengen van het Internet is een internationale aangelegenheid. Het dossier belicht de moeilijk controleerbare organen, zoals de P8, de Raad van Europa en de Europese Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken. In deze fora overleggen de geïndustrialiseerde landen over de harmonisatie van technische standaarden die het Internet aftapbaar moeten maken, over harmonisatie van opsporingsbevoegdheden en over samenwerking bij grensoverschrijdende onderzoeken naar cybercriminaliteit. De daar overeengekomen maatregelen druppelen vervolgens rechtstreeks of via verdragen door in de nationale wetgeving.

    Politie- en inlichtingendiensten beweren met de regelmaat van de klok dat ze hun tent wel kunnen sluiten als er geen oplossing wordt gevonden voor het gebruik van versleutelingsprogramma’s. Daartegenover staan de argumenten van burgerrechtengroepen, die versleuteling als een belangrijke voorwaarde zien voor het beschermen van privacy in de digitale wereld. Ook het bedrijfsleven roert zich stevig in deze discussie. Betrouwbare cryptografie is nodig om digitaal zakendoen mogelijk te maken.
    In dit Dossier staan de diverse pogingen beschreven die zijn ondernomen om cryptografie te verbieden of onder strikte controle te houden en de nieuwe wegen die justitie inmiddels is ingeslagen. Nu duidelijk is dat cryptografie niet is tegen te houden, grijpen de autoriteiten naar andere opsporingsmethoden om versleuteling te omzeilen.

    Privacy en de rechten van verdachten lijken het stiefkindje te zijn van alle cyberontwikkelingen. Dat geldt zeker nu inlichtingendiensten zich met overgave op het digitale jachtterrein hebben gestort. Het aftapbaar maken en houden van communicatie is voor inlichtingendiensten van groot belang. De enorme aftapnetwerken die communicatie uit de lucht plukken en doorzoeken op steekwoorden, vormen een onuitputtelijke bron van politieke en economische inlichtingen. Controle op het werk van de inlichtingendiensten is nauwelijks mogelijk.
    In een aantal Europese lidstaten begint serieuze kritiek door te dringen op Echelon, het wereldwijde aftapnetwerk van de Verenigde Staten, Engeland, Canada, Nieuw Zeeland en Australië. Er worden rechtszaken voorbereid, in de kranten verschijnen uitgebreide artikelen over Echelon en er vinden serieuze polemieken plaats. In Den Haag heerst vooralsnog, zoals te doen gebruikelijk bij onderwerpen van enige importantie, de stilte van het sterfhuis.

    Wie het Internet opgaat, laat een makkelijk traceerbare weg van digitale sporen na. Met de toenemende digitalisering van de maatschappij wordt de handel en wandel van burgers steeds transparanter. Dat biedt ongekende mogelijkheden tot opsporing en het pro-actief in kaart brengen van ‘mogelijke’ dadergroepen. Politie en justitie knagen aan de schotten tussen de vele databases waarin gegevens van burgers liggen opgeslagen. De activiteiten van politiediensten en inlichtingendiensten overlappen elkaar steeds meer.
    De klaagzang van politie en justitie dat ze lichtjaren achterlopen op high-tech criminelen, is vooral een deuntje in het koor dat om uitbreiding van bevoegdheden vraagt. De digitale wereld is eerder een vat vol virtuele verleidingen dat uitnodigt tot grensverleggend onderzoek.
    INLEIDING
    1. #@??KQP/X:+GT^^C;*A![]W>
    2. LUISTERVINKEN OM DE TAFEL
    3. AFLUISTERAARS ALLER LANDE…
    4. DE SLEUTEL TOT SUCCES
    5. TAPPEN IN DE POLDER
    EPILOOG
    Casus compleet lees meer

    dossier Pepperspray

    Zie speciale website rondom dossier

    Als het aan de politie-lobby ligt staat Nederland aan de vooravond van de introductie van een nieuw politiewapen: peperspray. Na twee onderzoeken door TNO is de politiek nu om. Peperspray wordt waarschijnlijk in 2001 ingevoerd als politiewapen.
    Peperspray is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Uit praktijkervaringen en experimenten in het buitenland blijken er zeer veel haken en ogen aan het gebruik van peperspray te zitten. Om te voorkomen dat peperspray zonder verdere discussie wordt ingevoerd heeft Buro Jansen & Janssen haar bevindingen over het middel gebundeld in een dossier en op deze website gezet. lees meer

    De muren hebben oren

    De muren hebben oren…
    een gids tegen afluisteren
    Inhoud

    Verschenen in 1994.
    Uitverkocht
    In april 1996 verscheen een aangepaste/gemoderniseerde duitse versie, die via de boekhandel nog te bestellen is:

    Der kleine Abhörratgeber
    Backslash, Hack-tic, Jansen & Janssen, Keine Panik e.a.
    ISBN: 3-89408-056-6
    Edition: ID-Archiv

    Afluisteren is niet langer uitsluitend voorbehouden aan staatsorganen. Onlangs bleek zelfs dat de telefonische conversatie tussen een aantal politiemensen was onderschept. Het is duidelijk: iedereen die wat tijd en geld investeert is in staat gesprekken af te luisteren: een concurrerend bedrijf bijvoorbeeld, een privé-detective of journalist van de roddelpers.

    Wie hecht aan optimale privacy zal dus voorzichtig moeten omspringen met moderne communicatiemiddelen. Net als alle telefoonverkeer is computercommunicatie immers ook betrekkelijk eenvoudig af te luisteren. De privacy in woning of kantoor wordt bedreigd door de inzet van richtmicrofoons en bugs, en wat op het beeldscherm van de computer staat kan elders dienovereenkomstig opgevangen en gelezen worden.

    De muren hebben oren laat zien hoe afluisteraars te werk gaan en welke technieken zij gebruiken. Het boek biedt de lezer echter vooral de kennis en methoden om luistervinken te slim af te zijn.

    Traditionele en draadloze telefoonsystemen komen aan de orde, radio- en cameratechnieken. Omdat nooit helemaal te voorkomen is dat berichten worden onderschept, wordt ook veel aandacht besteed aan allerlei vormen van cryptografie. De lezer kan bovendien, met bijgeleverde floppy, direct experimenten met diverse crypto-programma’s voor de computer. Officieren van Justitie kunnen dus weer veilig hun werk mee naar huis nemen. De echte wizz-kids kunnen daarnaast aan de slag met crypto-apparatuur voor de telefoon.

    De muren hebben oren is natuurlijk ‘echt iets voor de knutselaar’, maar is evenzeer bedoeld èn begrijpelijk voor leken.

    Burgers, politieke of maatschappelijke organisaties (en vooruit, ook die politiemensen) die tegen de tijdgeest in prijs blijven stellen op hun privacy kunnen aan de hand van dit boek de kennis verwerven om veilig te communiceren.

    Eind 1999 verscheen ‘Luisterrijk’, een nieuwe gids over afluisteren.

    Regenjassendemokratie

    Regenjassendemokratie
    BVD-infiltraties bij aktievoerder/sters
    1990, Uitverkocht.
    Inhoud
    “Iedereen die ooit op één of andere manier in de ogen van het gezag aanleiding heeft gegeven geregistreerd te worden, loopt de kans net als Jan-Karel bij het verlaten van het postkantoor een zwarte zak over zijn hoofd te krijgen.”
    De beste manier om je te verweren tegen de bedreiging door de geheime dienst is hun doelen en werkwijzen bekend te maken. Deze ‘Schreibtischtäter’ zijn alleen zo machtig omdat ze onder bescherming van geheimhouding en anonimiteit werken. Worden ze uit de schemering getrokken, dan zijn het ineens middelmatige ambtenaren, die helemaal niet zo geweldig en vreesaanjagend zijn. Ze zijn slechts machtig, als iedereen zwijgt. En dat zal zo blijven, zolang de slachtoffers zich laten afschrikken en diegenen die in vertrouwen genomen zijn niets zeggen. Alleen wanneer de geheime diensten moeten vrezen dat elke bespieding, benadering en provocatie bekend kan worden, zullen ze voorzichtiger worden en hun aktiviteiten inperken. Daarom moeten alle voorvallen aangekaart worden.

    Hans-Jürgen Schulz
    Die Geheime Internationale Spitzel, Terror und Computer, Frankfurt, 1982.

    Bij Jansen & Janssen worden al jaren BVD-benaderingen bij aktievoerders/sters bijgehouden. In deze brochure beschrijven Jansen & Janssen hoe de benaderingen in de praktijk in z’n werk gaan. Hieruit wordt onder meer duidelijk wat de BVD allemaal tot haar werkterrein rekent. De BVD bespiedt niet alleen diegenen die op het punt staan over te gaan tot levensgevaarlijk terrorisme; zij probeert alles wat beweegt in kaart te brengen. Jansen & Janssen konkluderen dat de kontrolemogelijkheden op de aktiviteiten van de Dienst zo goed als afwezig zijn. De BVD maakt haar eigen beleid. Aan de hand van aktuele voorbeelden wordt in de brochure geanalyseerd waar het ongelimiteerd verzamelen van informatie over duizenden mensen toe kan leiden. Het gevaar is groot dat dit materiaal, eenmaal opgeslagen, op reis gaat om op een onverwacht moment ergens op te duiken.

    Inleiding

    1.”Neem die stap nou”

    2. Hoe komt u aan die informantent

    3. Wat de BVD wil weten

    4.Demokratische controle

    5.De BVD rukt op

    Bijlage 1. Tilly en Ruud

    Bijlage 2. Overzicht benaderingen

    Tips 1. Hoe om te gaan met benaderingen

    Tips 2. De benadering

    lees meer