• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – 11.1 Inleiding

    11 RECHTSVERGELIJKEND PERSPECTIEF
    OPSPORINGSMETHODEN

    11.1 Inleiding

    Het gaat bij rechtsvergelijking niet om het rechtstreeks
    overnemen van elders gebruikte oplossingen voor vergelijkbare
    problemen. De studie is in eerste instantie gericht op het
    doorgronden van het vreemde rechtsstelsel. Daardoor ontstaat tevens
    een beter inzicht in het eigen, nationale rechtssysteem.
    Rechtsvergelijking werkt vooral relativerend. Door de kennisneming
    van de opbouw van een rechtssysteem en de daarin gekozen
    constructies, kan een beter zicht ontstaan op denkbare en vooral
    ook haalbare oplossingen, die passen binnen het eigen stelsel.
    Kennis omtrent ervaringen elders dragen bij aan het verbeteren van
    de kwaliteit van de rechtshandhaving.

    Deze rechtsvergelijkende analyse neemt vier stelsels onder de
    loep, namelijk die van Belgi, Duitsland, Engeland en Wales, en de
    Verenigde Staten. Duitsland is het enige land dat overlapt met de
    studie van Tak c.s. Noot Uit deze en andere studies
    blijkt dat Nederland niet het enige land is dat geen wettelijke
    regeling heeft voor het gebruik van bijzondere opsporingsmethoden.
    Duitsland is het enige door de commissie bestudeerde land dat
    gedetailleerde wetgeving heeft. Nederland, Belgi, Engeland en
    Wales, en de Verenigde Staten kennen allemaal het verschijnsel van
    de richtlijnen, maar er bestaan aanzienlijke verschillen in
    draagwijdte en verantwoordingsprocedures. Andere verschillen
    vloeien met name voort uit de variatie tussen de rechtsstelsels van
    deze landen.

    Voorts kan worden vastgesteld dat meer landen in Noordwest
    Europa zich buigen over de normering van bijzondere
    opsporingsmethoden.
    De bedreiging die uitgaat van de georganiseerde misdaad vormt
    meestal de aanleiding hiertoe en draagt indirect bij aan de
    toenadering tussen normeringsstelsels. Deze ontwikkeling wordt nog
    eens bekrachtigd op het niveau van de Europese Unie (Derde Pijler).
    De Stuurgroep justitile samenwerking ontwikkelt regelingen voor
    onder meer het aftappen van telecommunicatie en de bescherming van
    getuigen. Noot De ontwikkelingen op het gebied van
    bijzondere opsporingsmethoden gaan snel. Waar mogelijk is
    geprobeerd de informatie uit de boeken en rapporten te actualiseren
    met de laatste gegevens. In het kader hiervan hebben commissie- en
    stafleden twee werkbezoeken afgelegd, namelijk aan Belgi en
    Engeland. Per land wordt aandacht besteed aan de (politile analyse
    van de) georganiseerde misdaad, aan de structuur van het
    strafproces, de organisatie van de politie en de regelgeving inzake
    opsporingsmethoden.


    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken