• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – 9.1 Inleiding

    9 CORRUPTIE-GEVOELIGHEID VAN BIJZONDERE
    OPSPORINGSMETHODEN

    9.1 Inleiding

    9.1.1 Achtergrond en vraagstelling

    Sinds de jaren zeventig, toen bijvoorbeeld in het Amsterdamse
    korps werd gediscussieerd over gevallen van normafwijkend gedrag
    (naggen) en het verkrijgen van speciale politiekortingen (dalven)
    Noot , staat het onderwerp van politile corruptie
    regelmatig in het brandpunt van de belangstelling. In 1989 sprak
    bijvoorbeeld een aantal korpschefs openlijk hun bezorgdheid uit
    over de corruptie binnen hun eigen gelederen. Noot
    Hoofdcommissaris Brand van Den Haag verwoordde hun zorg als volgt:
    Er zijn altijd vormen van normafwijkend gedrag geweest, maar
    gemiddeld beperkte zich dat tot kleinere zaken. Maar waar we nu
    tegen aankijken, is tegen een georganiseerde criminaliteit, die
    meer dan in het verleden over geweldige hoeveelheden geld beschikt.
    En dan kun je er donder op zeggen dat er ook corruptie is binnen
    overheidsorganen. Je moet je realiseren dat er zoveel geld
    beschikbaar is dat ze proberen mensen tot echte corruptie over te
    halen. Ik moet helaas zeggen dat we het ook tegenkomen. Ook in
    politie-organisaties ontdekken we zo nu en dan dat het er is. Dat
    feit is op zich verontrustend. We zullen er geweldig achterheen
    moeten zitten. Het is nu ook dat we er soms rekening mee houden,
    dat wij soms dingen doen of laten omdat we weten dat corruptie in
    ons bedrijf niet meer is uitgesloten. Noot Het gevoelen
    dat politile corruptie een zeer ernstige zaak is en dat de ernst
    hiervan zal groeien naarmate de belangen van de geldbedragen in het
    criminele milieu toenemen was in maart 1990 voor de Recherche
    Advies Commissie (RAC) reden om een werkgroep in te stellen die
    onderzoek zou moeten doen naar de aard en de omvang van de
    corruptie binnen de politie. In 1992 verscheen het advies van
    Fijnaut aan deze commissie. Noot Dit advies was voor de
    Rechercheschool Zutphen aanleiding om op 14 oktober 1993 een
    studiedag te organiseren met als titel Politile corruptie in
    Nederland: verschijningsvormen, achtergronden en
    beheersingsstrategien Noot In 1991 wijdde het
    tijdschrift Justitile Verkenningen, dat onder andere wordt
    uitgegeven door het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie
    Centrum van het ministerie van Justitie (WODC), een themanummer aan
    de betrouwbaarheid van de overheid. Dit nummer stond volledig in
    het teken van politile corruptie, omdat het politieapparaat, door
    het permanente contact met de criminele wereld, kwetsbaar is en
    omdat de betrouwbaarheid van het politieapparaat een absolute
    voorwaarde vormt voor haar optreden. De Raad van
    Hoofdcommissarissen, waarvan een lid speciaal is belast met het
    onderwerp integriteit, heeft eind 1994 een overzicht laten maken
    van de maatregelen die in de verschillende korpsen in Nederland
    worden genomen ter bestrijding van politile corruptie.
    Noot De noodzaak voor dergelijke maatregelen werd kort
    geleden nog onderstreept. In het voorjaar van 1995 verschenen
    verschillende berichten in de pers waarin
    vertrouwensfunctionarissen van twee grote korpsen in Nederland
    stelden, dat er het een en ander grondig mis is met de integriteit
    bij de politie. Andere korpsen hebben deze berichten inmiddels met
    klem van de hand gewezen. Noot

    Onderzoeksvraag

    Naar wordt verondersteld, bestaat er een nauw verband tussen de
    georganiseerde criminaliteit en corruptie. Noot Een van
    de kenmerken van dit type criminaliteit, is dat er pogingen worden
    ondernomen om zo mogelijk corrumperende contacten te leggen met
    relevante overheidsfunctionarissen, aldus de nota De
    georganiseerde criminaliteit in Nederland: dreigingsbeeld en plan
    van aanpak
    . Noot Het Hoofd van de Rijksrecherche
    Amsterdam, Kuijper, beschrijft tijdens zijn openbaar verhoor een
    concreet voorbeeld.

    De heer Rabbae:
    In het kader van ons onderzoek is het interessant om van u
    te weten welke invloed, structureel of incidenteel, de
    georganiseerde criminaliteit heeft op de politie.
    De heer Kuijper:
    Uit eigen ervaring kan ik daar betrekkelijk weinig over
    zeggen. Ik kan alleen maar een gevoel vertalen. Erg veel zaken zijn
    er nog niet geweest, maar de zaken die er zijn geweest laten wel
    zien dat er

    sprake was van regelrechte omkoping voor het verkrijgen van
    diensten van de betrokken politieman. In het onderhavige geval ging
    het over informatie. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat de
    georganiseerde criminaliteit het erop toelegt punten binnen de
    politie te krijgen waar men gebruik van kan maken. In een bepaalde
    zaak, die speelde in het gokhuizencircuit, was iemand gewoon
    platgelegd door de organisatie.

    De voorzitter:
    Platgelegd?
    De heer Kuijper:
    Corrupt gemaakt. Hij kreeg wekelijks een uitkering, varirend
    tussen de f.300 en f.500. Daar hoefde hij eigenlijk niets voor te
    doen. In het gokhuizencircuit was de verwachting dat de geldgever
    de intentie had om deze politieman in voorkomende gevallen te
    gebruiken, als dat nodig was. Dat is ook naar voren gekomen. Er is
    ook een veroordeling van de betrokken geldgever gekomen.

    Noot

    In reactie op onder andere de genoemde nota, heeft de minister van
    Binnenlandse Zaken, in samenwerking met de minister van Justitie,
    een groot aantal initiatieven ontplooid, gericht op het beschermen
    van de openbare sector tegen inbreuken op de integriteit.
    Noot

    Dit hoofdstuk is met name gericht op mogelijke vormen van
    corruptie binnen de politie. De minister van Binnenlandse Zaken
    schrijft in een brief aan de Kamer over dit onderwerp onder meer:
    Om de onkreukbaarheid, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid in
    politiek en bestuur te behouden is voortdurende aandacht voor de
    handhaving van de bestuurlijke en ambtelijke integriteit
    noodzakelijk. Dit geldt temeer voor de politie, gelet op de aard en
    ingrijpendheid van de taken en de bevoegdheden van de politie.
    Noot

    In haar rapport Opsporing Gezocht besteedt de Werkgroep
    vooronderzoek opsporingsmethoden (werkgroep-Van Traa) op
    verschillende plaatsen aandacht aan politile corruptie. Mede naar
    aanleiding van de opmerkingen van een aantal van de genterviewde
    respondenten, stelt de werkgroep onder meer: Het parlementair
    onderzoek zou moeten bezien in hoeverre (de structuur van) bepaalde
    opsporingsmethoden gevoelig zijn voor corruptie. Tevens dient
    bezien te worden welke maatregelen door politie en justitie genomen
    worden om de corruptierisico’s door het gebruik van bepaalde
    opsporingsmethoden te reduceren. Noot De werkgroep
    benadrukt dat het haar met name gaat om de aard van het
    verschijnsel. Ze ziet geen aanleiding een verdergaand onderzoek
    naar de omvang van corruptie binnen politie en justitie te
    entameren. In dit hoofdstuk staat de volgende vraag centraal:

    Welke corruptierisico’s bestaan er ten aanzien van (de
    organisatie van) opsporingsmethoden bij met name de beheersing en
    de bestrijding van de, georganiseerde criminaliteit?
    Welke opsporingsmethoden met name zullen worden bekeken, en wat in
    dit onderzoek onder corruptie wordt begrepen, zal hierna verder
    worden toegelicht (9.1.2). De centrale onderzoeksvraag zal worden
    beantwoord aan de hand van een aantal concrete casus. Deze zijn
    gebaseerd op de literatuur en op afgeronde onderzoeken door de
    Rijksrecherche. De casus geven een beeld van verschillende
    corruptie-risico’s die met de desbetreffende methode zijn
    verbonden. Er worden ook gevallen beschreven waarin van
    daadwerkelijke corruptie niet is gebleken, maar die desondanks wel
    inzicht bieden in een aantal gevoelige plekken van een
    opsporingsmethode. In dit hoofdstuk zullen nadrukkelijk geen
    uitspraken worden gedaan over de spreiding of de omvang van de
    beschreven corruptie-risico’s in Nederland.

    9.1.2 Definiring kernbegrippen

    Politile corruptie

    De term corruptie heeft een zware lading en leent zich daarom
    gemakkelijk voor een breed gebruik. Dit hoofdstuk is gebaat bij een
    scherpe definitie van het begrip. Het recht verstaat onder
    corruptie onder meer het aannemen of opeisen van giften en beloften
    door ambtenaren van derden, met het oog op een voor die derde
    gunstig ambtelijk optreden. Noot In de bestuurskunde is
    corruptie wel beschreven als: bewust besluitvormingsgedrag bij de
    bekleder van een openbare positie, waarbij zich een illegitieme
    ruiltransactie voordoet, die verbonden is met ongeoorloofde
    loyaliteiten, dat wil zeggen die ten goede komt aan ongeoorloofde
    belangen. Noot Hierna staan verschillende vormen van
    politile corruptie centraal. Naast (strafrechtelijke)
    veroordelingen voor bijvoorbeeld omkoping of valsheid in
    geschrifte, zijn vele voorbeelden denkbaar die op een of andere
    manier te maken hebben met laakbaar gedrag door politieambtenaren
    varirend van bijvoorbeeld het achterhouden van inbeslaggenomen
    horloges tot een hoge politiefunctionaris
    die van een gokhuisexploitant een reisje naar het Verre Oosten
    accepteert. Ook het laten lekken van vertrouwelijke
    politieinformatie wordt in dit verband vaak genoemd, bijvoorbeeld
    in het openbaar verhoor van Bovenkerk waarin hij verslag doet van
    de bevindingen van zijn onderzoek naar de georganiseerde
    criminaliteit in Amsterdam:

    De heer Bovenkerk:
    (…) Er is iemand die al een tijd lang in de binnenstad van
    Amsterdam dienst doet als rechercheur, een hele goeie. Dat is heel
    merkwaardig, degenen die het betreft, worden door hun collega’s in
    veel gevallen als hele goeie gezien. Zulke mensen zijn wellicht ook
    aantrekkelijk voor de georganiseerde misdaad. Maar in ieder geval
    is er iemand geregeld waargenomen in een caf buiten Amsterdam waar
    leden van een criminele organisatie komen. Die geeft daar tips,
    bijvoorbeeld over lopend onderzoek. Dat is een duidelijk geval. Er
    is ook iemand die al heel lang meesjouwt in de binnenstad, op de
    Wallen, die gedreven wordt door een zekere seksuele obsessie en die
    nu in dienst is getreden van een groot escortbedrijf dat dingen
    doet die eigenlijk niet behoren en dat om die reden ook vaak
    voorwerp van onderzoek door de politie is. Welnu, voordat de
    politie een inval doet, geeft hij een tip en de politie treft een
    leeg escortbureau aan.
    De voorzitter:
    Is dat ook relevant voor ons onderzoek?
    De heer Bovenkerk:
    Dat zou ik wel zeggen, want degene om wie het gaat, is
    iemand met grote criminele antecedenten en met vertakkingen in
    allerlei organisaties. Een ander voorbeeld: iemand is bevriend met
    een eminente horeca-ondernemer in het Wallengebied, iemand die daar
    tot de zwaarste mensen wordt gerekend. Zo gaat het vaak; je komt
    daar binnen en je raakt bevriend met zo’n figuur. Er is vastgesteld
    dat de betrokken echtparen samen met vakantie gingen. Dat vond men
    niet acceptabel en het was aannemelijk dat er ook informatie was
    doorgesijpeld. Ook is er iemand instrumenteel bij het doorgeven van
    allerlei vertrouwelijke gegevens over auto’s uit de
    politieregistratie aan een bende die auto’s steelt en exporteert:
    Wat zijn goede auto’s? Van wie zijn ze? Enz. Verder is er nog een
    aantal mensen die als consequentie van de macho-cultuur die onder
    mannelijke politieagenten veel voorkomt, veelvuldig een bepaalde
    sportschool bezoeken, die bij nader inzien blijkt te worden
    gedreven door een vertegenwoordiger in Nederland van het
    drugskartel te Cali. Die blijkt getipt te zijn bij de binnenkomst
    van een grote vracht in Nederland, zodat de politie die zending
    niet heeft kunnen onderscheppen (…).
    Noot

    De door de Recherche adviescommissie ingestelde werkgroep hanteert
    de volgende definitie van politile corruptie:
    Het door een politie-ambtenaar aannemen van geld of andere
    prestaties, in ruil voor een tegenprestatie als gevolg waarvan
    (rechts-)personen speciale bescherming van de politie genieten of
    kennis krijgen van vertrouwelijke informatie, en/of er door de
    politie niet naar behoren wordt opgetreden dan wel haar functie
    niet naar behoren kan worden uitgeoefend. Noot

    Onder deze definitie vallen derhalve geen illegale activiteiten
    van politiemensen die niets met hun hoedanigheid of functie te
    maken hebben, noch onbehoorlijke of misdadige gedragingen van
    politiemensen in het kader van hun taakuitoefening, zonder dat daar
    uiteindelijk wederdiensten van derden tegenover staan. De
    verschillende definities worden vertaald in vijf concrete vormen
    van politile corruptie: 1. Normafwijkend gedrag (naggen);

    2. Het lekken van politie-informatie, bijvoorbeeld het wegtippen
    van operationele gegevens aan criminelen; 3. Het behalen van
    (financieel of ander) voordeel aan criminele activiteiten; 4.
    Omkoping (Wetboek van Strafrecht, Algemeen Rijksambtenarenreglement
    (ARAR)); en 5. Eventuele andere strafbare feiten.

    Samen vormen deze categorien – in zekere zin – een glijdende
    schaal van politile corruptie. Lezend van boven (1) naar beneden
    (5) neemt de (juridisch, maatschappelijke) ernst van het
    verschijnsel stapsgewijs toe. Bovendien kan worden opgemerkt dat
    deze verschijningsvormen van corruptie weliswaar analytisch zijn te
    onderscheiden, maar in de praktijk zullen ze in meer of mindere
    mate door elkaar lopen en veel moeilijker strikt te scheiden
    zijn.

    Bijzondere opsporingsmethoden

    Een politieambtenaar zal in het algemeen tot corrumptief gedrag
    gebracht worden door het optreden van een derde. De werkgroep
    schrijft in dit verband:
    Vooral bij het gebruik van informanten en infiltranten bestaat voor
    politie en justitie het gevaar van corruptie.
    Noot
    Dit wordt bevestigd door het hoofd van de Rijksrecherche
    Amsterdam:

    De heer Rabbae:
    Kunt u ons aangeven welke opsporingsmethoden en -technieken
    van de politie corruptiegevoelig zijn?
    De heer Kuijper:
    Dat is het direct omgaan met het criminele milieu, in de
    breedste zin van het woord, varirend dus van het runnen van

    informanten tot het ondernemen van infiltratie-acties: ik denk
    dat dat zeer sterke corruptogene factoren zijn.

    Noot

    Dit onderzoek blijft beperkt tot die methoden waarbij het optreden
    van derden noodzakelijk is. Naast de door de werkgroep genoemde
    methoden wordt ook aandacht besteed aan de methode van de
    gecontroleerde aflevering. In dit hoofdstuk wordt de
    corruptie-gevoeligheid van de volgende bijzondere
    opsporingsmethoden onderzocht:

    a. het runnen van informanten;
    b. politile en criminele infiltratie; en
    c. gecontroleerde aflevering.

    9.1.3 Verantwoording methoden onderzoek

    In het kader van dit onderzoek is de relevante wetenschappelijke
    literatuur bestudeerd. Daarnaast zijn interviews gehouden met
    medewerkers van twee onderdelen van de Rijksrecherche, twee
    voormalige leden van een politieel infiltratieteam, een voormalig
    begeleider van infiltranten en een personeelsbegeleider. Om nog
    meer inzicht te krijgen in de relatie tussen bijzondere opsporing
    en politile corruptie zijn de Hoofden van alle vijf Rijksrecherche
    onderdelen in ons land schriftelijk benaderd met een verzoek om
    nadere inlichtingen. Noot In het verlengde daarvan is
    een groot aantal rijksrecherche-dossiers nader bestudeerd.

    9.1.4 Opbouw

    In de volgende paragrafen zal telkens n bijzondere
    opsporingsmethode centraal staan. In paragraaf 9.2 wordt met name
    aandacht besteed aan het runnen van informanten, paragraaf 9.3
    staat in het teken van verschillende vormen van infiltratie en
    paragraaf 9.4 is gewijd aan de methode van de gecontroleerde
    aflevering. Deze drie paragrafen kennen dezelfde opbouw en bestaan
    uit een beschrijving van een aantal casus en een korte beschouwing
    waarin de betekenis van de onderzochte zaken wordt genterpreteerd.
    Elke paragraaf wordt afgesloten met een aantal voorlopige
    conclusies. In paragraaf 9.5 tenslotte worden de verschillende
    bevindingen met elkaar in verband gebracht en wordt een aantal
    algemene conclusies geformuleerd.


    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken