• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Kroongetuige St. Maarten

    Kroongetuige St. Maarten

    HR 15 februari 1994, NJ 1994, 322 m.nt. AHJS

    (Artikelen:
    Opiumlandsverordening) I.c. betrof het een zogenaamde
    rip-deal op St. Maarten welke beklaagde en zijn broer in
    samenwerking met twee politieambtenaren hadden opgezet. Beklaagdes
    broer had twee personen voorgespiegeld, hen in contact te zullen
    brengen met anderen die bereid waren tot het verkopen van cocane.
    Onderweg naar de zogenaamde plaats van verkoop werd de auto met
    daarin beklaagde en diens broer en de aspirant-kopers (Nichols en
    Jones) opgewacht door de beide tevoren ingeseinde agenten en tot
    stoppen gedwongen. Onder bedreiging van hun vuurwapens namen zij de
    aspirant kopers zesenvijftigduizend dollars af, waarbij de buit
    later onder de vier werd verdeeld. De slachtoffers zijn eerst tot
    aangifte overgegaan en hebben een verklaring afgelegd nadat van de
    zijde van het openbaar ministerie de toezegging was gedaan dat zij
    niet zouden worden vervolgd wegens een mogelijk door hen gepleegde
    overtreding van de Opiumlandsverordening. Verweer: Voor het
    Gemeenschappelijk Hof van Justitie Nederlandse Antillen en Aruba
    wordt het verweer gevoerd dat het openbaar ministerie niet
    ontvankelijk zou moeten worden verklaard in haar vervolging wegens
    de hiervoor omschreven toezegging van niet-vervolgen (deal). Het
    hof: Dat verweer wordt verworpen. Blijkens de zich in het dossier
    bevindende stukken bestonden er substantile aanwijzingen dat twee
    agenten van het politiekorps te St. Maarten betrokken waren bij een
    ernstig ambtsmisdrijf. Aannemelijk is geworden dat dat misdrijf
    slechts tot klaarheid zou kunnen worden gebracht indien aan Nichols
    en Jones bedoelde toezegging werd gedaan (subsidiariteit,
    red.)
    . Door die toezegging te

    doen streefde het openbaar ministerie een redelijk doel na, te
    weten de bevordering van een onkreukbaar politiekorps op St.
    Maarten (proportionaliteit, red.). Nu er geen aanwijzingen
    zijn dat de geloofwaardigheid van de verklaringen van Nichols en
    Jones door deze gang van zaken – negatief -is benvloed, is er geen
    grond het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren noch
    de bedoelde verklaringen als onrechtmatig verkregen
    buiten beschouwing te laten.
    Cassatiemiddel:
    dat dit verweer onvoldoende gemotiveerd is verworpen. Het hof heeft
    miskend dat de gevolgde opsporingsmethode in strijd is met de
    beginselen van een goede procesorde en het beginsel van fair
    hearing (art. 6 EVRM en 14 IVBP).

    De Hoge Raad:
    Aldus heeft het hof het verweer, zonder blijk te geven van een
    onjuiste rechtsopvatting, op toereikende gronden verworpen en ook
    zonder nadere motivering niet onbegrijpelijke gronden verworpen. ‘s
    Hofs oordeel kan, verweven als het is met de waardering van
    feitelijke aard, in cassatie niet verder worden getoetst.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken