• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VII – V.8. Besluit

    V.8. Besluit

    In de discussie over de ontwikkeling van de georganiseerde
    criminaliteit is in de afgelopen jaren haar dreigende vervlechting
    met legale economische sectoren voortdurend aan de orde gesteld.
    Bij herhaling werd gewag gemaakt van het feit dat de onderwereld
    langzaam maar zeker de bovenwereld zou infiltreren. Italiaanse of
    Amerikaanse toestanden zouden ook in Nederland reeds spelen. De
    integriteit van de Nederlandse maatschappij zou gevaar lopen. Het
    lag derhalve voor de hand dat in dit onderzoek werd nagegaan of van
    een dergelijke evolutie sprake is.

    Branches zijn voor georganiseerde criminaliteit aantrekkelijk
    vanwege de systematische en structurele winsten die door middel van
    geweld, afpersing en protectie kunnen worden behaald, met het oog
    op de spreiding van risico’s (men is minder afhankelijk van de
    onzekere markt van de levering van illegale goederen en diensten),
    om als dekmantel te fungeren voor illegale activiteiten, om er
    misdaadgeld in wit te wassen, en ook vanwege de economische en
    politieke macht die controle over een branche met zich meebrengt.
    De algemene conclusie die op basis van de in dit rapport
    gepresenteerde studies kan worden getrokken is dat, algemeen
    gesproken, van vervlechting van de georganiseerde criminaliteit met
    legale economische sectoren in Nederland geen sprake is. Naar onze
    mening worden legale branches op dit moment niet door criminele
    groepen gecontroleerd. Wel is vastgesteld dat in branches allerlei
    vormen van organisatiecriminaliteit voorkomen, met grote financile
    schade voor de overheid, het bedrijfsleven of ten koste van het
    fysieke milieu. Daarnaast is er de beroeps- of groepscriminaliteit
    waarvan de branches slachtoffer zijn. Criminele controle over
    legale branches als de bouwnijverheid of over de havens zoals die
    in Itali, de Verenigde Staten of Japan bestaat, is in Nederland
    niet aan de orde.

    Bij deze algemene conclusie moeten echter wel drie
    kanttekeningen worden geplaatst. In die branches die naar hun aard
    dicht aanliggen tegen de drugshandel of die op de een of andere
    manier van belang zijn voor de logistiek van deze handel, zijn wel
    aanwijzingen te vinden van criminele infiltratie. Bij het vervoer
    over de weg, over zee of door de lucht van drugs zijn niet alleen
    de transportbranche maar ook de grootste zee- en luchthavens van
    Nederland betrokken. Criminele groepen schakelen
    transportondernemingen in om drugs te smokkelen, kopen hiervoor
    kleine transportbedrijfjes of richten die zelf op. Voor hetzelfde
    doel maken zij gebruik van de toevoerhavens van Nederland. Van
    innesteling of van het onder controle brengen van de vervoerssector
    is evenwel geen sprake. En er zijn in het bestudeerde materiaal ook
    geen aanwijzingen gevonden die wijzen op pogingen van de
    georganiseerde criminaliteit om de macht over deze branche in
    handen te krijgen. Vooral op Schiphol krijgen allerhande criminele
    groepen weliswaar hulp van binnenuit, maar ook die hulp staat in
    het teken van de smokkel van verdovende middelen. De tweede
    kanttekening bij de algemene conclusie betreft de situatie in de
    horeca. De horeca is een van de
    weinige bestudeerde branches waarbij een patroon van georganiseerde
    criminaliteit wordt aangetroffen dat het faciliteren van illegale
    handelingen te boven gaat. Er bestaan ten eerste criminele groepen
    die actief zijn in de sfeer van de protectie. Zulke groepen zijn
    aangetroffen in Utrecht, de Vechtstreek en in een aantal kleinere
    provincieplaatsen. In de steden Arnhem, Enschede en Nijmegen is de
    plaatselijke horeca er samen met de politie in geslaagd pogingen
    van gedwongen protectie van buitenaf in de kiem te smoren. Verder
    zijn er in sommige steden criminele groepen die de plaatselijke
    horeca beheersen of daarbinnen reeksen van bedrijven bezitten op
    een manier die de Amerikanen racketeering noemen. Door het
    opkopen van horecagelegenheden verzekeren criminele groepen zich
    niet alleen van een eigen territorium, dus een plek waar de
    controle-organen van de overheid weinig zicht meer op hebben, maar
    ook van een infrastructuur voor de organisatie van andere illegale
    activiteiten, zoals de verkoop van drugs, het witwassen van geld en
    de plaatsing van illegale gokkasten.

    Een derde kanttekening bij onze algemene conclusie is dat zij
    alleen betrekking heeft op de branches die wij in deze korte
    tijdspanne hebben kunnen onderzoeken. Gegeven deze tijdsdruk was
    het onmogelijk alle branches te bestuderen en op hun
    eventuele banden met de georganiseerde criminaliteit te bekijken.
    De keuze van de branches die wel zijn onderzocht, is ingegeven door
    de ervaringen die men op dit gebied in het buitenland heeft
    opgedaan en door signalen die hier te lande zijn afgegeven in de
    pers en de wetenschap, en door de overheid (politie en justitie).
    Dit zijn branches die dicht aanliggen tegen de levering van
    illegale goederen en diensten, de traditionele georganiseerde
    criminaliteit (transport, havens, autobranche, de horeca en
    gokautomaten), en branches waarvan elders in de wereld voorbeelden
    van controle door de georganiseerde criminaliteit zijn te vinden,
    zoals de bouwnijverheid en de afvalverwerkingsbranche. Ten
    overvloede is dan ook nog gekeken naar de verzekeringsbranche, de
    wildlife-branche en de smokkel van nucleair materiaal. Natuurlijk
    is het altijd mogelijk dat door deze selectie bedenkelijke
    ontwikkelingen in bepaalde andere branches over het hoofd zijn
    gezien. Maar gelet op de manier waarop de genoemde branches zijn
    geselecteerd, mag de kans hierop niet groot worden geacht. Het
    verdient echter aanbeveling om deze veronderstelling te toetsen via
    onderzoek, bijvoorbeeld in de rookwarenindustrie en de vleesen
    zuivelsector. Komen we, tot slot, terug op de vraag in de titel van
    dit hoofdstuk: is georganiseerde criminaliteit in legale
    economische sectoren een feit of een fictie? In bepaalde sectoren
    is dit een feit, maar niet in de zin dat zij geheel of ten dele,
    landelijk of plaatselijk, worden gecontroleerd door criminele
    groepen. Alleen in de sector van de horeca komt in sommige steden
    een situatie voor die gaat in de richting van
    racketeering.


    vorige        
    inhoudsopgave en zoeken