• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VIII – VII.6. De huidige situatie

    VII.6. De huidige situatie

    De Nederlandse politie heeft naar verhouding veel werk gemaakt
    van de Colombiaanse drugssmokkel omdat hier zulke forse partijen
    mee gemoeid zijn. Er is vrij veel bekend over de Colombiaanse
    organisaties die op Nederlandse bodem actief zijn. Er zijn binnen
    deze groepen ook al moorden gepleegd op de manier van sicario’s
    (onder andere in Amsterdam, zoals blijkt uit ons relaas over die
    stad) en iets van hun geweldscultuur is overgewaaid naar ons land.
    Een bekende manier om achter de herkomst van drugs te komen is om
    de chemische samenstelling te onderzoeken en te bezien welke
    partijen bij elkaar horen, en dan terug te redeneren naar
    organisaties. Colombiaanse drugslords hebben het de politie
    gemakkelijk gemaakt door hun eigen merk in de partijen te ponsen en
    de drugs op karakteristieke wijze te verpakken. Op grond van die
    logo’s, een analyse van de netwerken van betrekkingen die
    ontstonden toen zij de namen en telefoonnummers die ze in
    zakboekjes aantroffen op basis van CID-informatie en
    getuigenverklaringen, was de CRI in staat om de puzzel te leggen
    door vier bekende grote organisaties die in Europa actief zijn, ook
    in Nederland te situeren. In 1990 was 78% van alle in Nederland in
    beslaggenomen cocane direct door deze Colombiaanse organisaties
    ingevoerd. De rest was voornamelijk Surinaams of Antilliaans. In
    1991 was het aandeel van de Colombianen 25%, in 1992 60%, in 1993
    35% en in 1994 78%. De handelscontacten worden in Nederland gelegd
    door een stel van enkele tientallen vertegenwoordigers van de
    kartels die in verschillende plaatsen in Nederland een kantoor
    hebben gevestigd. Er is ook marihuana aangetroffen verstopt in
    gedroogd fruit en in textiel. De aanvoerroute loopt direct vanuit
    Zuid-Amerika of via een land in West-Afrika. De contacten met het
    Nederlandse milieu lopen veelvuldig via Antillianen en daar zal hun
    (bijna) gemeenschappelijke taal wel debet aan zijn. Voor Nederland
    is de belangrijkste organisatie die van de firma A. In Colombia is
    deze firma bekend als een van de allergrootste handelshuizen en op
    het eerste gezicht werkt men hier niet clandestien. De vader en
    zijn vele zonen A bezitten steenkoolmijnen, wijngaarden en grote
    warenhuizen. De grote partij in IJmuiden was van deze organisatie
    afkomstig en aan de volmaakt professionele wijze waarop de drugs
    waren verpakt, was duidelijk dat dit door een hele grote
    onderneming moest zijn gedaan omdat daar dure en gespecialiseerde
    apparatuur voor nodig was geweest. Toen de naam van deze
    gerespecteerde firma op deze onaangename wijze in het nieuws kwam,
    heeft de grote baas voor de Colombiaanse media verklaard dat er
    helaas sprake was van een zwart schaap in de familie die op z’n
    eigen houtje van de firma misbruik had gemaakt. Onderzoek van de
    Nederlandse FIOD naar de bestemming van de winsten van de
    drugshandel in de vorm van cheques aan toonder leverde het
    onverwachte resultaat op dat de directeur van het familiebedrijf
    wel degelijk in eigen persoon de cheque had gendosseerd.

    Zijn de grote partijen eenmaal binnen Nederland gehaald, dan is
    moeilijk te volgen waar de drugs naartoe gaan. Het zijn steeds
    samengestelde partijen en daaruit blijkt dat een heleboel
    investeerders steeds weer geld bijeen leggen om het transport te
    wagen. Daar zijn Nederlandse afnemers bij (in Amsterdam,
    Rotterdam,
    Enschede, Dordrecht en andere plaatsen), maar vooral ook
    buitenlandse organisaties. Partijen worden overgegeven of
    doorverkocht aan Belgen, Fransen, Duitsers, Zwitsers, Engelsen en
    andere Europeanen. Er zijn trouwens ook Marokkaanse grootafnemers
    waargenomen. Het wereldje van de cocane-groothandelaren in
    Nederland maakt een uitgesproken internationale indruk. Er zijn
    Spanjaarden bij betrokken, Engelsen (van een van hen werd in 1992
    een automobiel aangetroffen van het merk Porsche met in de koffer
    126 baren goud ter waarde van 2,5 miljoen gulden), Italianen,
    Chilenen en anderen. De indruk bestaat dat de Colombiaanse
    connectie via Suriname (zie hoofdstuk II) vooral en in de eerste
    plaats gericht is op de binnenlandse markt in Nederland (inclusief
    alle buitenlandse toeristen) en dat de Colombianen zelf Nederland
    gebruiken als knooppunt in het internationale transport. Bij de
    logistiek van dit geheel spelen de Nederlandse Antillen en vooral
    Aruba een belangrijke rol. Hier hebben Colombianen belangrijke
    aandelen in grote hotels en casino’s en hier komen zij en hun
    afnemers in de beslotenheid van hun eigen kring bij elkaar om
    zakelijke transacties te bespreken. We hebben al gezien dat de
    opbrengsten in beginsel terugvloeien naar Colombia. In dat proces
    speelt een aantal Nederlandse wisselkantoren evenwel een vitale
    rol. Voorheen was dat het bedrijf Thomas Cook, maar dat is op
    aandrang van de FIOD en na de inwerkingtreding van het Meldpunt
    Ongebruikelijke Transacties op zijn schreden teruggekeerd. Ook
    Isralische geldwisselaars hebben in Amsterdam een dergelijke rol
    gespeeld. Een bedrijf dat gevestigd is in De Bilt en dat regelmatig
    zakelijke contacten onderhoudt met bedrijven in het Carabische
    gebied, is in dit opzicht nog steeds belangrijk. Thans is het zaak
    om de meldplicht voor ongebruikelijke transacties te ontlopen. Im-
    en exportbedrijven lenen zich beter voor het witwassen en
    wegsluizen van drugsgelden dan banken en wisselkantoren.

    Een episode die bij de bespreking van de betrokkenheid van Aruba
    bij de Colombiaanse kartels niet mag ontbreken heeft zich in 1993
    afgespeeld in Amerika en Amsterdam. De Amsterdamse criminele
    inlichtingendienst werd in dat jaar direct betrokken bij een
    overigens op het allerlaatst afgeblazen operatie om de belangrijke
    Arubaanse zakenman en ex-minister B, die (althans bij de
    Amerikanen) te boek stond als een van de belangrijkste witwassers
    ter wereld, te pakken te krijgen. De Nederlandse meesteroplichter
    Ari Olivier trad in een door de Amerikaanse douane (US Customs
    Service
    ) geleide actie op als een soort
    pseudo-zakenpartner.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken