• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Eindrapport – 3.3 Ontstaansgeschiedenis

    3.3 Ontstaansgeschiedenis

    Vanaf het begin van de jaren tachtig werkte het Duitse
    Bundeskriminalamt (BKA) samen met de Nederlandse politie bij
    gecontroleerde afleveringen. Noot Deze gecontroleerde
    afleveringen werden over het algemeen in beslag genomen nadat zij
    door de ontvangende organisatie aan anderen waren doorverkocht.
    Daarbij speelden zowel de lokale CID-en als de NCID een belangrijke
    rol. Het BKA maakte voor de financiering van een deel van dat
    traject gebruik van crimineel geld.

    De kosten van deze operaties en een belangrijk deel van de
    onkosten van de
    informant werden gefinancierd met gelden die
    door de criminele organisatie aan de
    informant ter
    beschikking werden gesteld. Door de criminele organisatie werden na
    de overdracht van de partij hasj de transportkosten aan de

    informant betaald. Door de informant werd dit geld
    overgedragen aan het
    BKA, die het transport, de kosten van
    opslag en de onkosten van de
    informant daarmee
    financierde.
    Noot Dit hele traject werd buiten de
    processtukken gehouden. Daarbij is incidenteel ook een proefzending
    op de markt terecht gekomen. De Nederlandse politie deed op deze
    manier in de jaren tachtig de eerste ervaringen op met
    gecontroleerde afleveringen die later in het traject in beslag
    werden genomen. Het begin van de specifieke Delta-methode door de
    Nederlandse politie ligt naar alle waarschijnlijkheid aan
    het eind van de jaren tachtig in Dordrecht. Een medewerker van de
    CRI en een FIOD-ambtenaar benaderen dan de CID van de Rijkspolitie
    in Dordrecht met de vraag om een informant, die goed ingevoerd was
    in de Hollandse netwerken, via het doorlaten van drugs meer
    informatie over deze criminele groepen te laten verkrijgen. In 1989
    wordt deze methode in eenvoudiger vorm feitelijk voor het eerst
    gebruikt door de CID Dordrecht onder leiding van de CID-chef Van
    der Putten.

    De heer Van der Putten :
    Laat ik het als volgt formuleren. Ik heb de afgelopen
    maanden natuurlijk zitten denken hoe een en ander is ontstaan. Ik
    durf rustig te stellen dat ik misschien de architect ben van het
    systeem. Maar op dat systeem kunnen weer variaties gemaakt worden.
    Laat ik zeggen dat ik de basis gelegd heb voor hetgeen later
    gevolgd is.
    Noot

    In nauwe samenwerking met een medewerker van de
    FIOD/douanerecherche, De Jongh, worden containers ingeklaard en
    buiten het douaneterrein gebracht. De Jongh draagt er zorg voor dat
    de containers niet worden gecontroleerd. Daarvoor heeft hij
    afspraken gemaakt met de douane. Indien De Jongh verzoekt een
    bepaalde container niet te controleren dan laat de douane deze
    container doorgaan. De Jongh krijgt de informatie over de
    containers met drugs van de betrokken CID-functionarissen.

    De vrachtwagen met containers worden gereden door een chauffeur,
    hier te noemen M., die een transportbedrijf heeft. In eerste
    instantie heeft CID-chef Dordrecht Van der Putten geprobeerd een
    politiechauffeur te krijgen van een infiltratieteam. Naar het
    oordeel van Van der Putten hadden deze chauffeurs onvoldoende
    kwaliteiten, zodat hij zich gedwongen zag een burgerchauffeur te
    gebruiken. In de periode 1989-1990 huurt de CID Dordrecht een loods
    waar de drugs worden opgeslagen. Noot De CID Dordrecht
    maakt gebruik van verschillende loodsen die alle betaald worden
    door criminelen. In totaal wordt ongeveer fl. 150.000,- huur
    betaald voor de loodsen. Noot

    De CID Dordrecht richt tevens een aantal gefingeerde bedrijven
    op ten behoeve van het verzorgen van de bestemmingsadressen. In de
    periode 1991-1992 worden twee nepbedrijven opgericht die dienen als
    bestemmingsadres. De kosten van deze nepbedrijven worden betaald
    met geld van de criminele organisatie door tussenkomst van de
    informant. Noot

    En van deze gefingeerde bedrijven was een bedrijf in kleding
    met een vestigingsplaats in het buitenland en in Nederland. Men
    heeft getracht door het zenden naar en ontvangen van post op het
    fake-adres het bedrijf een enigszins realistisch aanzien te
    geven.

    Het blijft onduidelijk hoeveel containers in deze periode zijn
    doorgelaten met medeweten van politie en justitie. Naar de indruk
    van de commissie gaat het hier om enkele containers met drugs die
    op de beschreven wijze zijn binnengehaald. Hiervoor is door
    officier van justitie Berserik toestemming verleend. De drugs in
    deze containers zouden grotendeels in beslag zijn genomen. Een deel
    van de drugs in deze containers is op de markt terecht gekomen.
    Noot Vast staat dat de methode van het doorlaten van
    softdrugs met behulp van een informant al is begonnen voordat het
    IRT daar mee bezig was. Noot


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken