• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Eindrapport – 4.4 Bevindingen

    4.4 Bevindingen

    4.4.1 Aftappen telecommunicatie

    Het aftappen van telecommunicatie (telefoon, mobiele telefoon,
    semafoon, fax, dataverkeer) moet plaatsvinden in het kader van een
    gerechtelijk vooronderzoek met machtiging van de
    rechter-commissaris (artt. 125g e.v. WvSv). De commissie heeft
    slechts n keer geconstateerd dat aftappen van telecommunicatie
    zonder machtiging van de rechter-commissaris heeft
    plaatsgevonden.

    Het gebruik van taps van (auto)telefoons, semafoons en faxen
    vindt frequent en nagenoeg automatisch plaats in grote strafzaken.
    Het aantal taps loopt jaarlijks in de duizenden. Het gebruik van
    dit opsporingsmiddel is routine geworden voor zowel politie als
    justitie. De waarde van het middel voor bewijsrechtelijk gebruik is
    afgenomen omdat leden van criminele organisaties slechts zelden via
    de telefoon belastende uitspraken doen. Dit neemt niet weg dat dit
    middel veel informatie kan opleveren. Door middel van de tap worden
    contacten tussen bepaalde personen, afspraken en
    ontmoetingsplaatsen vastgesteld. Van de tapverslagen wordt soms
    kennis genomen door de criminele inlichtingendienst.

    Aantal geplaatste taps in Nederland, aandelen per
    arrondissement (bron, rapport WODC).

    Tabel
    Tappen is een tijdelijk geheim dwangmiddel. De tapverslagen en
    beschikkingen vormen onderdeel van het strafdossier. In de loop van
    het gerechtelijk vooronderzoek (na het beindigen van de tap) komen
    de gegevens beschikbaar voor de verdachte. Andere getapte personen
    (niet-zijnde de verdachte) worden niet op de hoogte gebracht. Van
    een niet later op naam gesteld gerechtelijk vooronderzoek tegen NN
    raakt de getapte persoon niet (vanwege justitie) op de hoogte.

    Het is inmiddels (sinds 1 januari 1996) technisch mogelijk om
    mobiele GSM-telefoons af te luisteren via de infrastructuur van
    PTT-Telecom. Afluisteren van GSM geschiedt op grond van artikel
    125g Sv. In 1995 is voor het eerst met gebruik van speciale
    kostbare apparatuur GSM getapt in een kernteamonderzoek. In
    verschillende deelonderzoeken van een opsporingsteam is veelvuldig
    gebruik gemaakt van aftapmogelijkheden. Zo worden in Turkije GSM
    aansluitingen getapt teneinde de onderlinge relaties tussen de
    verdachten te kunnen vaststellen en gesprekken te kunnen
    afluisteren. Het
    aftappen gebeurt door Turkse politiemensen
    met een machtiging van een Turkse rechter. Eerder zijn ook ATF
    gesprekken afgeluisterd. Dit keer zonder kennisgeving aan de Turkse
    autoriteiten.

    Zodra het berichtenverkeer gericht wordt afgeluisterd is een
    machtiging van de rechter-commissaris noodzakelijk. Deze
    machtigingen worden nagenoeg automatisch verleend en verlengd, met
    name in opsporingsonderzoeken naar georganiseerde criminaliteit.
    Zelden wijst een rechter-commissaris een vordering tot aftappen af.
    Wel komt het voor dat er eerst informeel overleg plaats vindt
    tussen de officier van justitie en de rechter-commissaris.
    Rechters-commissarissen benadrukken echter dat zij steeds weer een
    nieuwe afweging maken van de proportionaliteit en subsidiariteit
    van het tappen van bepaalde personen. Het aftappen van
    gegevensverkeer vindt plaats in het kader van een gerechtelijk
    vooronderzoek. Daarmee is het een onderdeel van het tactische
    onderzoek. In veel gevallen krijgt de CID toegang tot de inhoud van
    het gegevensverkeer. Dit is dan het geval omdat de CID, die
    parallel aan het tactisch traject opereert, op de hoogte moet zijn
    van hetgeen in het tactische traject gebeurt. Gegevens uit de tap
    worden ook opgeslagen in CID-registers. Op het moment dat de
    rechter-commissaris opdracht geeft tot vernietiging van de
    tapverslagen is niet gegarandeerd dat daarmee ook de door de CID
    opgeslagen gegevens worden vernietigd. In de praktijk blijft de bij
    de CID opgeslagen informatie gewoon bestaan. Een wettelijke
    grondslag voor het opslaan van tapinformatie in CID-registers
    ontbreekt. In het ontwerp Herziening gerechtelijk vooronderzoek
    wordt een voorziening getroffen om tapinformatie in andere zaken te
    kunnen gebruiken. Het printen van telefoonnummers (printers/call
    tracers) en het registreren van semafoonoproepen vindt veelvuldig
    plaats. Op die manier tracht de politie in kaart te brengen wie met
    wie telefonisch contact legt. Het gaat daarbij niet om de
    boodschap, maar om de vaststelling van contacten. Wanneer de
    semafoon wordt gebruikt voor gegevensverkeer valt deze onder het
    regime van artikel 125g Sv. Als er nog geen gerechtelijk
    vooronderzoek loopt, ligt de bevoegdheid tot printen bij de
    officier van justitie. In een dergelijk geval dient de officier van
    justitie binnen een maand na het verkrijgen van de gegevens een
    gerechtelijk vooronderzoek te
    vorderen indien hij van deze gegevens gebruik wil maken. In de
    praktijk wordt deze wettelijke termijn, die volgt uit artikel 125h,
    lid 4 Sv wel eens overschreden.

    De heer Maan :
    De wet zegt dat als je gebruikt wilt maken van de gegevens
    die uit een printerlijst naar voren zijn gekomen een gerechtelijk
    vooronderzoek moet worden gevorderd binnen een maand na ontvangst,
    na kennisneming van de desbetreffende gegevens.
    De voorzitter: Dus u zegt:
    ik mag er een tijd over doen voordat ik er kennis van neem
    en zo kan ik het oprekken?
    De heer Maan:
    Het is geen kwestie van oprekken. Het gaat niet om de datum
    waarop de beschikking door mij is gegeven. Het gaat om de datum
    waarop ik kennis neem van de desbetreffende gegevens, die voor mij
    relevant zijn om te gebruiken. Naar aanleiding daarvan beslis ik om
    een gerechtelijk vooronderzoek te vorderen.

    Noot

    De commissie heeft vastgesteld dat het in een paar gevallen
    voorgekomen is dat informatie is opgevangen omdat de hoorn van de
    haak van een telefoontoestel lag. De commissie is van mening dat in
    dit verband geen sprake is van een aparte opsporingsmethode.

    4.4.2 Scannen

    Het scannen van mobiele telefoons en semafoons is niet apart
    wettelijk geregeld. De jurisprudentie staat het toe om deze
    middelen in te zetten voorzover zij niet gericht, stelselmatig of
    langdurig worden ingezet. Het gericht gebruiken van scanners om
    daarmee telefoongesprekken af te luisteren wordt opgevat als het
    aftappen van gegevensverkeer en moet dan ook aan de daarvoor
    geldende voorwaarden voldoen. Het scannen van mobiele telefoons
    door de politie heeft verschillende doelen. Met behulp van een
    zogenoemde kolibrie kan worden vastgesteld of van deze
    communicatiemiddelen gebruik wordt gemaakt. Dit wordt door de
    jurisprudentie toegelaten. Het middel scannen werd op die manier
    gebruikt ter ondersteuning van het volgen en observeren van
    personen.

    Het is echter tevens mogelijk met behulp van de kolibrie
    gesprekken, gevoerd over mobiele telefoons af te luisteren. Dit kan
    enerzijds gebeuren met het doel de inhoud van de gesprekken in het
    verdere verloop van de strafzaak te gebruiken en anderzijds om vast
    te stellen waar een bepaalde persoon naar toe gaat. De commissie
    heeft vastgesteld dat observatieteams voor laatstgenoemd doel,
    frequent mobiele telefoons afluisteren. Er is dan sprake van het
    beluisteren van de inhoud van het gesprek, die bovendien soms
    zakelijk wordt weergegeven in OT-verslagen. Voor dit beluisteren is
    vaak geen machtiging gegeven.

    De voorzitter:
    Twintig jaar geleden bestonden er nog geen
    Kolibries.
    De heer Jansen:
    Nee, maar toen had je wel een tap. Je had een indicatie. Het
    is maar heel kort in zwang geweest om open over de telefoon te
    praten, want na de eerste rechtszaken was dat mooi afgelopen. Je
    had dus wel indicaties. Je kon aan een stemverheffing, aan het
    nerveus worden van mensen die over de telefoon praatten, merken dat
    er met een bepaalde lading iets niet goed moest zitten. Men was
    alerter, nerveuzer. Men belde elkaar vaker. Een ogenschijnlijk
    onbelangrijke lading bleek ineens ontzettend belangrijk te zijn.
    Het ging een keer om 20 ton elastiekjes waar niemand in Nederland
    op zat te wachten, maar men had daar geweldig veel haast mee. Dan
    is daar iets fout. Dan ga je daarnaar kijken.

    Noot
    De heer De Graaf:
    Met die Kolibrie kon u eigenlijk twee dingen doen:
    bepalen dat iemand aan de telefoon zat en rechtstreeks afluisteren
    als u erachter zat en een frequentie opving.
    De heer Mosterd:
    Dan konden wij gewoon afluisteren, ja.
    De heer De Graaf:
    Dat deed u dan zonder machtiging van de
    rechter-commissaris?
    De heer Mosterd:
    Voor alle duidelijkheid: de informatie die wij via de
    Kolibrie hoorden, gebruikten wij alleen als er een machtiging
    van de
    rechter-commissaris was. Nog steeds gaat de
    schakelaar van het apparaat gewoon om als wij zien dat er iemand
    belt met ATF3, alhoewel je die vandaag de dag niet veel meer
    tegenkomt.
    De heer De Graaf:
    Wat bedoelt u met de schakelaar gaat om?
    De heer Mosterd:
    Dat het apparaat aangaat. Dan maakt het observatieteam
    er gebruik van om te anticiperen op de bewegingen van de
    verdachte.
    De heer De Graaf:
    Is dat een grijs gebied of een grensgebied?
    De heer Mosterd:
    Ik wil er niet schijnheilig over doen: wij beroepen ons er
    natuurlijk op dat het eigenlijk nergens wettelijk verboden is om
    een
    scanner te gebruiken. Er zijn ook uitspraken,
    richtlijnen, over dat je hem wel mag gebruiken voor operationele
    werkinformatie ten behoeve van je
    observatieteam, maar dat
    je de informatie die zonder machtiging is verkregen, niet mag
    gebruiken ten behoeve van het onderzoek.
    Noot

    Het is nu bijna algemeen gebruikelijk om voor het scannen een
    machtiging van de rechter-commissaris te vragen, indien het in
    feite het afluisteren van telefoonverkeer betreft en om het OM om
    toestemming te vragen als het gaat om het scannen ter ondersteuning
    van de observatie. Het middel wordt ook ingezet als er geen
    verdenking bestaat. Veelal betreft het in de praktijk onderzoeken
    naar criminele organisaties. Het middel wordt dus enerzijds ingezet
    om telefoongesprekken af te luisteren en anderzijds als hulpmiddel
    bij andere vormen van observatie. Terwijl de artikelen 125f en 125g
    Sv van toepassing worden geacht voor het scannen om af te
    luisteren, is er geen expliciete wettelijke grondslag voor het
    scannen ter ondersteuning van de observatie.

    4.4.3 Direct afluisteren

    Onder direct afluisteren verstaat de commissie het afluisteren
    en/of opnemen van gesprekken met gebruikmaking van verborgen
    microfoons en/of recorders. Als men geen deelnemer aan het gesprek
    is of als men niet handelt in opdracht van een gespreksdeelnemer,
    is het verboden gesprekken met een technisch middel af te luisteren
    of op te nemen (artt. 139a en 139b Sr). Evenzo is het verboden
    afluisterapparatuur te plaatsen (art. 139d Sr). Alleen voor de
    Binnenlandse veiligheidsdienst is een uitzondering opgenomen.
    Aangezien voor opsporingsambtenaren geen uitzondering is gemaakt,
    mag een gesprek door politie en justitie alleen direct afgeluisterd
    worden als men zelf aan het gesprek deelneemt of als een
    gespreksdeelnemer hiertoe opdracht heeft gegeven. Infiltranten
    nemen geregeld gesprekken op.

    De voorzitter:
    Was het afluisteren van de safe houses – de infiltrant heeft
    gesprekken met de criminele groepering – of het afluisteren van
    auto’s rechtmatig?
    De heer Naey:
    De wetgeving op dat punt is zodanig, dat het in het algemeen
    niet strafbaar is, wanneer iemand een gesprek opneemt en
    afluistert, waarbij hij zelf is betrokken.
    De voorzitter:
    Dat is ook geen inbreuk op de privacy?
    De heer Naey:
    Het is niet strafbaar. Als ik van de eerdere gesprekken van
    de parlementaire enqutecommissie opnames had gemaakt, dan zoudt u
    onaangenaam verrast zijn geweest, als ik dat had uitgezonden of
    gepubliceerd. Dat is niet strafbaar. Dat wil niet zeggen dat het
    onder omstandigheden geen inbreuk is op de privacy. Het zijn twee
    verschillende zaken.
    Noot

    De commissie heeft vastgesteld dat verschillende vormen van direct
    afluisteren zich hebben voorgedaan. Veelvuldig werden gesprekken
    afgeluisterd met toestemming van n van de deelnemers. Dat gebeurde
    vooral bij ontmoetingen met informanten, pseudo-koop en
    infiltratie-acties. Daarnaast hebben politie en justitie gebruik
    gemaakt van afluisterapparatuur in openbare ruimten en is
    meegeluisterd met gesprekken die gevoerd zijn in een openbare
    gelegenheid. Ter illustratie:

    De heer Vos:
    Heeft direct afluisteren enige malen
    plaatsgevonden?
    De heer Koers:
    Dat heeft een paar keer plaatsgevonden. Wij hebben een keer
    geprobeerd op een terras met geluidsboxen een gesprek af te
    luisteren. Daarbij is de redenering toegepast, dat de wet verbiedt
    in een gesloten ruimte met technische hulpmiddelen een gesprek op
    te nemen; dit is niet een gesloten ruimte; wij kunnen eens kijken
    of het lukt. Dat was voordat het nieuwe wetsvoorstel
    direct
    afluisteren in de Kamer aanhangig is gemaakt. (…) Ik herinner
    mij nog een zaak waarin het in overleg met een gevangenisdirecteur
    gebeurd is, omdat de dreiging bestond dat iemand zou ontsnappen.
    Dat heeft echter absoluut niets opgeleverd.(…)
    De heer Vos:
    Mag in een woning ook direct afgeluisterd worden of gelden
    daar weer andere normen voor?
    De heer Koers:
    Ik vind dat er in een woning niet direct afgeluisterd mag
    worden.
    De heer Vos:
    Is dat ooit gebeurd?
    De heer Koers:
    In n zaak weet ik dat een collega dat gedaan heeft om – ook
    daar liep het onderzoek vast – uit te sluiten dat bepaalde mensen
    wel of niet bij een moord betrokken waren. Daar is het
    gebeurd.
    De heer Vos:
    Is daar verslag van gedaan?
    De heer Koers:
    Daar is verslag van gedaan Noot
    De voorzitter:
    Wij willen het met u nog hebben over twee kleine puntjes. In
    de doorlichting van uw regio komt ook nog voor dat u wel eens ging
    afluisteren met, geloof ik, uw eigen koffer.
    De heer Paulissen:
    Ja. Wij zagen dat criminelen niet meer via de telefoon met
    elkaar praatten, maar stad en land afreden om ontmoetingen met
    elkaar te hebben. Wij hebben zelfs een geval gehad waarin iemand
    naar Luxemburg reed om daar tien minuten op de hoek met iemand te
    praten en vervolgens terugging. Wij hebben gezegd: we kunnen achter
    ze aan blijven rijden tot we een ons wegen, maar wij zullen toch
    een beetje zicht moeten krijgen op datgene wat daar gebeurt. Wij
    hebben toen gezegd: in openbare ruimten vangt iedereen gesprekken
    op. Als je daar bent, vang je flarden van een gesprek op van een
    naastliggend tafeltje. Waarom

    zou je als politie ook niet mogen proberen, die flarden op te
    vangen? Misschien vang je flarden op die je in het totaal van de
    onderzoeksgegevens uiteindelijk weer wat wijzer maken.

    De heer Paulissen:
    Wij hebben toen gezegd dat datgene wat een normale burger in
    de openbare ruimte doet, ook voor de politie toelaatbaar is. Zij
    kan dus flarden van gesprekken en mededelingen oppakken. Nogmaals,
    Daarvan kan achteraf worden gezegd: dat is heel stout, dat had je
    niet moeten doen. Daar heb ik ook wel vrede mee. Maar ik wil maar
    aangeven dat wij dit soort afwegingen gemaakt hebben. Uiteindelijk
    hebben wij in die afweging gezegd: wij vinden dit te
    verantwoorden.
    De voorzitter:
    Heeft het overigens gewerkt?
    De heer Paulissen:
    Neen, op dat punt schaam ik mij nog het meest. Als je daarop
    terugkijkt, ziet het er allemaal wel amateuristisch uit. Het heeft
    dus niet gewerkt. Wij zijn er op een gegeven moment ook mee
    gestopt.
    Noot

    De commissie heeft enkele voorbeelden aangetroffen van het plaatsen
    van bugs en andere afluisterapparatuur zonder dat n van de
    deelnemers toestemming had gegeven. Ook is enkele malen gebruik
    gemaakt van richtmicrofoons. Dat deed zich vooral voor bij ernstige
    noodsituaties.

    De heer Koekkoek:
    (…) Werkt u met afluisterapparatuur?
    De heer Broere:
    Ja.
    De heer Koekkoek:
    Bij welke gelegenheden?
    De heer Broere:
    Gijzelingen, ontvoeringen. Wij maken daarbij ook gebruik van
    camera’s om zicht te krijgen op wat zich binnen afspeelt.

    Noot

    De indruk bestaat dat inzet van deze methoden alleen wordt
    overwogen in zaken die OM en politie zeer ernstig vinden. Dit valt
    ook te concluderen uit de doorlichting. Daarin wordt 15 maal
    melding gemaakt van direct afluisteren, waarvan in zes gevallen met
    medeweten van n der gespreksdeelnemers. Het afluisteren vond plaats
    in gevallen van moord/doodslag, gijzeling, een schietpartij,
    kinderporno, een zedenzaak, fraude en handel in verdovende
    middelen. Een paar uitgewerkte voorbeelden:

    Moordzaak
    Tijdens het onderzoek naar de gewelddadige moord op een bejaarde
    vrouw is direct afgeluisterd. Dit gebeurde door de plaatsing van
    afluisterapparatuur in een woning teneinde de gesprekken van de
    vermoedelijke dader in de aangrenzende woning af te luisteren. Dit
    betrof een zwaar verslaafde jongen die bij zijn moeder woonde. Uit
    de bandjes die gedurende twee dagen van gesprekken tussen moeder en
    zoon zijn opgenomen bleek dat de jongen niet betrokken was bij de
    moord. Deze afluisteroperatie gebeurde onder de regie van de

    CID en met toestemming van de officier van justitie.

    Gijzelingszaak
    In het geval van een gijzelingszaak is direct afgeluisterd door het
    aanbrengen van afluisterapparatuur in een hotelkamer. Het ging om
    de gijzeling van een uit
    Duitsland afkomstige Turk. Het zag
    ernaar uit dat de onderhandelingen tussen de familie en de
    gijzelnemers in een nader bepaalde lokatie zouden plaatsvinden. Op
    voorhand heeft de politie toen een hotelkamer gehuurd waarin video-
    en geluidsapparatuur is geplaatst. Naderhand liep de zaak anders en
    is deze afluisteractie niet nodig gebleken. Hiervoor was
    toestemming gegeven door de officier.

    Afluisteren in het huis van bewaring
    In het huis van bewaring zat een verdachte die vermoedelijk
    betrokken was bij de invoer van verdovende middelen van Frankrijk
    naar Nederland. Een medeverdachte kwam op bezoek en er zou wellicht
    over de handel gepraat worden. Besloten werd om direct af te
    luisteren, hetgeen echter geen succes had.
    Het direct
    afluisteren leverde vaak slechte kwaliteit van het opgenomen
    geluid. Dat vormt volgens politie- en justitiefunctionarissen de
    belangrijkste reden waarom nog weinig gebruik wordt gemaakt van
    deze methoden.

    De heer Kloosterman:
    Ik heb nog nooit gezien dat zoiets werkt. Ze hebben mij nog
    nooit kunnen bewijzen dat dit te doen is voor ons soort werk. Het
    is mooi in het bos, als het heel stil is, voor de vogeltjes, maar
    ik denk niet dat je in een stad als Amsterdam een richtmicrofoon
    kan gebruiken.
    Noot

    De toestemming en controle van direct afluisteren varieerde. De
    criteria op basis waarvan tot gebruik werd besloten, zijn
    onduidelijk. De toestemming werd, zover kon worden nagegaan, door
    een officier van justitie gegeven. In het verleden (voor 1992) werd
    zelden toestemming gevraagd aan het OM. De laatste jaren is daar
    verandering in gekomen. De commissie heeft geconstateerd dat
    officieren van justitie toestemming hebben
    gegeven voor vormen van direct afluisteren waarvoor geen juridische
    basis bestond. Daar komt bij dat de vastlegging van het direct
    afluisteren varieert van uitgebreid (bij de DTOO) tot summier (bij
    de afzonderlijke STO’s bij de regio’s). Het wetsontwerp Direct
    afluisteren waarvan de behandeling voor de duur van de enqute is
    opgeschort, voorziet in een exclusieve rol voor de DTOO bij het
    aanbrengen van afluisterapparatuur.

    4.4.4 Observeren en volgen

    Onder observeren en volgen verstaat de commissie het direct,
    fysiek heimelijk gadeslaan en heimelijk volgen van een persoon of
    een object, al of niet met gebruikmaking van hulpmiddelen. Het
    observeren en volgen is het klassieke schaduwen. Dit schaduwen
    wordt meestal aangeduid als dynamische observatie. Noot
    Daarnaast kent men de statische observatie. Dat is het
    vanuit een vast punt in de gaten houden van een object (woning,
    loods, dealpand). Het gebeurt door het subject op enige afstand te
    volgen, zowel op de openbare weg als in voor het publiek
    toegankelijke ruimten. Daarbij wordt gebruik gemaakt van optische
    hulpmiddelen, zoals verrekijkers en van
    beeldregistratie-apparatuur, zoals foto-en videoapparatuur. Ook
    worden wel detectoren ingezet:

    Wanneer men een vermoeden heeft dat er ingebroken gaat worden
    in een pand, dit kan zijn op basis van CID-informatie, kan men
    ertoe overgaan om een postkoffer te plaatsen. Dit werkt als volgt.
    In een ruimte wordt op een strategische plaats een klein kastje met
    een of andere detector geplaatst. Dit kan bijvoorbeeld een
    warmtemeter zijn of een bewegingsmelder. Dit kastje is draadloos
    dan wel met een draad verbonden aan een koffer. Wanneer de detector
    een signaal uitzendt wordt de apparatuur in de koffer geactiveerd
    om een van te voren geprogrammeerd nummer van bijvoorbeeld de
    meldkamer of een
    semafoon te bellen. Een ingesproken bandje
    meldt vervolgens welke postkoffer gemeld heeft, waarna een poging
    tot betrappen op heterdaad kan worden gedaan. Dit gebeurt veelal
    met toestemming van de eigenaar van het pand. Deze postkoffer wordt
    ook wel gebruikt bij een huiszoeking die meerdere dagen bestrijkt.
    Hiermee kan worden voorkomen dat goederen ‘s nachts ontvreemd
    worden. Van tevoren wordt over de inzet geen officier gekend.

    Dynamische observatie wordt zeer veelvuldig ingezet. De duur
    varieert van enkele uren tot enkele weken. De totale duur van een
    observatie van een criminele groep kan maanden duren.

    De heer Koekkoek:
    Wat is de langste observatie die u ooit heeft gedaan
    op dezelfde zaak?
    De heer Kloosterman:
    Enkele jaren.
    De heer Koekkoek:
    En dat betekende dat u steeds maar weer…
    De heer Kloosterman:
    U moet het niet zo zien dat wij ‘s ochtends vroeg opstaan en
    dan direct op die zaak gaan en dat wij dat twee jaar lang
    doen.
    De heer Koekkoek:
    Ik bedoel dat u er regelmatig mee bezig bent.
    De heer Kloosterman:
    Enkele malen in de week wordt er gekeken wat hij doet.
    Noot Langdurige observatie, zeker in combinatie met
    andere opsporingsmethoden, is een ingrijpende zaak.
    De voorzitter:
    Wij zien nu constant, en dat hebben wij ook in ons onderzoek
    gezien, dat de politie langdurig observeert, ook zonder dat er
    sprake is van een specifiek strafbaar feit. Men kijkt ook naar de
    achtergrond van mensen. Gisteren en vanochtend hebben wij dat ook
    gehoord en hebben wij ook de noodzaak gehoord die daarbij door
    justitie en politie wordt aangegeven om dat te doen. Nu die
    wettelijke regeling er nog niet is, is dat dan allemaal
    onrechtmatig?
    De heer Corstens:
    Ik zou beweren dat het onrechtmatig is. Als je de redenering
    aanhangt dat het onderdeel is van de opsporingstaak of in het
    algemeen van de
    politietaak en je zegt dat er daarmee
    voldoende legitimatie is, misken je het systeem van de Grondwet en
    het systeem van het Verdrag. Mijn conclusie zou zijn dat het
    onrechtmatig is. Een ding is naar mijn idee nodig, in elk geval,
    naast allerlei andere zaken die straks nodig zullen blijken te
    zijn, zo schat ik althans, en dat is een wettelijke regeling van
    dit type langdurige, stelselmatige, systematische

    observatie. Op dit moment zou ik dus zeggen dat het onrechtmatig
    is.
    Noot

    Ook de omstandigheden waaronder en de plaats alwaar de observatie
    plaatsvindt kunnen deze zeer ingrijpend maken. Zo bleek uit de
    doorlichting dat een rechercheur zich tijdens een tactisch
    onderzoek in een verdovende middelenzaak heeft laten opnemen in het
    ziekenhuis op de kamer van de verdachte. Op deze wijze kon
    observatie plaatsvinden.

    Deze observatie-activiteiten worden doorgaans verricht door een
    observatieteam. De beslissing tot inzet van een OT wordt genomen
    door de tactische chef of de CID-chef. Soms wordt toestemming
    gevraagd aan de officier van justitie. De verkregen informatie
    wordt vastgelegd in een volgrapport
    en verstrekt aan de tactische recherche of de CID. De resultaten
    van de observatie worden veelal als CID-informatie behandeld. Dat
    betekent dat aangegeven wordt wat is waargenomen, maar niet hoe is
    waargenomen. De gegevens worden veelal verwerkt in de
    CID-bestanden.

    4.4.5 Plaatsbepalingsapparatuur

    Het gebruik van plaatsbepalingsapparatuur is het inzetten van
    een heimelijk geplaatste zender die een signaal uitzendt dat bij
    ontvangst de plaats van het object aangeeft. De ontvanger kan zowel
    op een centrale plaats zijn ondergebracht, als mobiel worden
    ingezet. Juridisch wordt het gebruik van plaatsbepalingsapparatuur
    opgevat als ondersteuning bij de observatie.
    Plaatsbepalingsapparatuur kan tevens worden gebruikt om bewegingen
    in kaart te brengen. De jurisprudentie lijkt deze methode te
    aanvaarden en acht deze onderworpen aan de algemene criteria voor
    observatie. Noot

    De heer Vos:
    In de notitie die u ons stuurde, meldde u het geval van
    een
    peilzender die in een fiets werd ingebouwd van twee
    jongens die van brandstichting verdacht werden.
    De heer Van der Spoel:
    Dat betreft een geval van een collega van mij. Je kunt je
    daarbij de vraag stellen of ze het allemaal wel goed hebben
    bekeken, of het allemaal wel evenwichtig is. Ik denk dat dergelijke
    middelen alleen in bepaalde gevallen moeten worden gebruikt. Dat
    geldt ook voor de
    telefoontap en andere dwangmiddelen die
    wij kennen uit het Wetboek van Strafvordering.

    Noot

    Plaatsbepalingsapparatuur wordt vooral ingezet in verband met
    doelmatigheidsoverwegingen. De inzet bespaart mankracht en maakt
    onopgemerkte observatie mogelijk. Peilapparatuur wordt vooral
    gebruikt ter ondersteuning van het OT indien een verdachte moeilijk
    te volgen is. Een voorbeeld, gegeven tijdens het verhoor van een
    observant:

    De heer Koekkoek:
    Dat ging met hoge snelheid over de autobaan?
    De heer Kloosterman:
    Nee, dit ging met heel lage snelheid. Ja, ik kan het
    eigenlijk wel vertellen, maar… Wij maakten toen gebruik van
    peilapparatuur. Eh, de man reed nogal langzaam.
    De heer Koekkoek:
    Wat is langzaam op de autobaan?
    De heer Kloosterman:
    80 km/u. (…) meestal word je dan voorbij gereden door de
    vrachtwagens. Dus dan valt 80 km/u erg op, als er een hele sliert
    OT-auto’s rijdt. (Gelach) Het schijnt grappig te zijn, maar voor
    ons zijn zulk soort situaties heel moeilijk. Dus toen is er
    besloten om peilapparatuur in te zetten. (…) Ik denk dat ook
    meegenomen is dat een sliert Nederlandse auto’s in een buitenland
    heel moeilijk te verbergen is. Dus vandaar dat er ook
    peilapparatuur ingezet is.
    Noot

    De feitelijke aanbrenging vindt veelal plaats door de DTOO. De
    wijze waarop de DTOO dat doet blijft voor de aanvrager geheim. De
    verzoeken om technische ondersteuning aan de DTOO zijn vanaf 1992
    verdrievoudigd. Noot In 1995 worden 212 verzoeken om plaatsing van
    peilbakens uitgevoerd. Noot De meningen over de
    kwaliteit van de peilbakens verschilt.

    De voorzitter:
    Gisteren heeft onze laatste getuige (Kloosterman) gezegd dat
    hetgeen voorhanden is, eigenlijk niet goed werkt.
    De heer Hellemons:
    Dat heb ik gehoord, maar ik ben het in het geheel niet met
    hem eens.
    De voorzitter:
    Maar hij rijdt ermee rond; u stuurt de mensen
    eruit.
    De heer Hellemons:
    De vraag is waar hij mee rondrijdt. Ik wil hier graag bij
    aantekenen dat er, zoals ik al aangegeven heb, een enorme variteit
    aan
    plaatsbepalingssystemen is. Ik neem aan dat de getuige
    van gisteren doelt op een standaardmethodiek van een

    observatieteam.
    De voorzitter:
    Het plakken van een…
    De heer Hellemons:
    Van een peilbaken, zoals u waarschijnlijk wilde opmerken. Ik
    teken hierbij aan dat er op dit moment heel andere systemen bij
    onze dienst in gebruik zijn. Ongetwijfeld zullen er vanavond rijen
    deskundigen op de televisie komen en in de krant staan, die
    allemaal laten zien dat een peilbaken piept en dat je met een
    apparaat, waarvan zij driftig verkondigen dat het echt maar f.120
    ex BTW kost, die
    peilzender onmiddellijk te pakken hebt aan
    de andere kant van de kamer. Ik durf hier echter absoluut te
    beweren dat wij goede systemen in gebruik hebben. Ik daag elke
    crimineel uit om die te vinden. Ik denk dat dat niet lukt.

    Noot

    De inzet van plaatsbepalingsapparatuur gebeurt frequent, in sommige
    regio’s meer dan 30 keer per jaar. De duur van de inzet kan variren
    van enkele dagen tot meer dan een half jaar. Van een eenduidige
    (eerste) maximumduur met de mogelijkheid tot verlenging is in de
    praktijk geen sprake. Dat betekent dat niet tevoren
    wordt bepaald hoelang het middel mag worden ingezet. In de meeste
    gevallen wordt het middel pas in de verdenkingsfase ingezet, maar
    het wordt ook ingezet in de hieraan voorafgaande periode. Veelal
    betreft het in de praktijk onderzoeken naar criminele organisaties
    die verdacht worden van de handel in verdovende middelen, maar het
    vindt ook toepassing bij andere criminaliteit, zoals inbraken en
    autokraken. Tot 1992 besloot de politie zelfstandig over de inzet
    van deze middelen. Toestemming voor het gebruik van deze middelen
    wordt nu veelal schriftelijk gegeven door een officier van
    justitie. Sinds 1 januari 1995 moet de inzet van een technisch
    middel aan de Centrale toetsingscommissie worden gemeld. In een
    aanzienlijk aantal gevallen is er inmiddels melding gedaan. Tot
    nadere normering heeft dit nog niet geleid. De inzet van
    plaatsbepalingsapparatuur is geheim. Er is een tendens om in het
    zogenoemde stamproces-verbaal zakelijk mee te delen dat van
    plaatsbepalingsapparatuur is gebruik gemaakt en eventueel ook voor
    welke termijn. Het is geen vaste regel dat hetgeen door middel van
    de plaatsbepalingsapparatuur wordt waargenomen in de vorm van een
    proces-verbaal wordt vastgelegd.

    4.4.6 Foto- en video-apparatuur

    Het gebruik van foto- en video-apparatuur is niet wettelijk
    geregeld. De jurisprudentie laat het fotograferen en het maken van
    video-opnamen toe, zolang de privacy niet geschonden wordt. Van
    belang is dat niet meer wordt waargenomen dan een lijfelijk
    aanwezige politiefunctionaris had kunnen waarnemen.

    De heer De Graaf:
    Een camera op het raam, is dat in uw arrondissement wel of
    niet gebeurd?
    De heer Koers:
    Ik weet dat er in n zaak een video geplaatst is op een
    woning waarmee door de woning heen gekeken kon worden. Het betrof
    een zaak waarin een moord gepleegd werd.
    Noot

    Foto- en video-observatie wordt zeer veel gehanteerd. Het gaat
    daarbij primair om het observeren van de buitenkant van een gebouw,
    lokaliteit of woning. Het gaat daarbij veelal om videocamera’s die
    op de openbare weg zijn geplaatst of met toestemming van
    betrokkenen in een huis of loods. Een enkele maal werd via een
    inkijkoperatie een camera geplaatst in een loods zonder toestemming
    van de rechthebbende. Sommige camera’s waren gekoppeld aan een
    bewegingsdetectiesysteem. Bij nagenoeg elk omvangrijk
    strafrechtelijk onderzoek wordt wel gebruik gemaakt van deze
    methode. In de doorlichting wordt honderden malen melding gemaakt
    van de inzet van deze methode.

    De heer Koers:
    Van alle bezoeken in de caravan, waar onze infiltrant toen
    woonde, en in het appartement waar hij later woonde, zijn
    video-opnames met geluidopnames gemaakt om dit risico, deze
    discussie (of er wel of niet een verhoorsituatie was, red.) uit te
    sluiten.
    Noot

    De mate van controle varieert. Soms geeft een officier van justitie
    toestemming, soms is hij alleen op de hoogte en soms doet de
    politie het zelfstandig.

    De voorzitter:
    Nee, ik bedoel de slimmigheidjes. Ik vind het een vervelend
    woord, maar u hebt het zelf gentroduceerd. Ik zou het niet bedacht
    hebben. Laten wij zeggen: methodieken waarover u zelf besliste en
    die verder niet terug te vinden waren.
    De heer Mosterd:
    Ja, er is nog de statische observatie, het plaatsen
    van videocamera’s. Dat passen wij in Hollands-midden regelmatig toe
    teneinde zicht te krijgen op lokale dealers. Hoe is hun handel en
    wandel, wanneer komen de klanten en wanneer de spullen? Dat
    plaatsen bepaal ik gewoon zelf. Nu is het overleg gelukkig
    inmiddels zodanig dat wij deze zaken ook ter kennisgeving bespreken
    met de officier, maar dat was een stukje niemandsland. Pas sinds
    het begin van dit jaar moeten wij dat doorgeven aan de

    Centrale

    toetsingscommissie, zodat zij er zicht op krijgt hoe vaak dit
    middel wordt toegepast.

    De voorzitter:
    Gebruikt u ook video met geluid in verhoorkamers van
    politiebureaus?
    De heer Mosterd:
    Die wordt ook gebruikt, maar die is dan altijd openlijk
    geplaatst. De verdachte die gehoord wordt, ziet gewoon dat er video
    staat. In zwaardere zaken kan een koppel in een kamer ernaast zich
    dan ook inleven in de verhoorsituatie.
    De voorzitter:
    Dat is zichtbaar, niet heimelijk?
    De heer Mosterd:
    Dat is gewoon zichtbaar. Het is aan iedereen
    bekend.
    De voorzitter:
    En videocamera’s met geluid?
    De heer Mosterd:
    Nee, die gebruiken wij niet. Ik herinner mij die discussie,
    maar wij werken alleen met beelden. Op geen enkele manier proberen
    wij via dergelijke methodieken geluid op te nemen, te
    registreren.
    De voorzitter:
    Wordt er bij het maken van de processen-verbaal goed op
    gelet dat het zien van gebeurtenissen zowel met het blote oog als
    met video gebeurd kan zijn? Staat er bijvoorbeeld in het
    proces-verbaal: ik zag om 9.32 uur dat mijnheer Jansen zijn pand
    verliet? Of staat erin: ik zag dat mijnheer Jansen om 9.32 uur zijn
    pand

    verliet?

    De heer Mosterd:
    In het begin hebben wij het zodanig op papier geformuleerd
    dat het niet duidelijk werd of het via een videocamera was
    geregistreerd of rechtstreeks met de ogen van de betrokkenen. Ook
    daarin zie je een ontwikkeling. Wij geven nu gewoon aan of er wel
    of niet gebruik is gemaakt van een videocamera.

    Noot

    Dit middel wordt – ook bij statisch gebruik – niet alleen ingezet
    na een redelijk vermoeden van schuld, maar ook pro-actief en
    (zelfs) in het kader van de openbare ordehandhaving. Het middel
    wordt bij alle soorten misdrijven toegepast. De inzet geschiedt in
    hoofdzaak om doelmatigheidsredenen. Er wordt mankracht bespaard en
    soms is andere observatie onmogelijk.

    De duur van de inzet varieert sterk: van enkele uren tijdens het
    volgen tot (statisch) enkele maanden (bijvoorbeeld een loods).
    Relevante waarnemingen worden met het oog op de interne
    communicatie binnen het onderzoeksteam in het journaal vermeld.

    De inzet van het middel is doorgaans geheim. Tot voor kort
    geraakte de verdachte als regel in het geheel niet op de hoogte van
    de inzet van het middel. Er is een tendens om in het
    stamproces-verbaal zakelijk mededeling te doen van de inzet van het
    middel. Het is nog niet gebruikelijk daarbij de duur van de inzet
    en hetgeen is waargenomen aan te geven. Probleem bij de
    openbaarmaking is dat daardoor mogelijk gevaar ontstaat voor derden
    die hun medewerking verleenden.

    4.4.7 Inkijkoperaties

    Inkijkoperaties is de verzamelnaam voor de activiteiten waarbij
    men heimelijk en zonder toestemming van de rechthebbende een
    (afgesloten) gebouw of erf betreedt, eventueel door middel van
    braak of verbreking, om binnen de situatie in ogenschouw te nemen
    en/of apparatuur aan te brengen in de ruimte zelf of aan een in die
    ruimte aanwezig object. Er bestaat in de praktijk onduidelijkheid
    over de definitie van inkijkoperaties. Sommigen beschouwen het over
    een hek kijken of door een kier in de schutting kijken al als een
    inkijkoperatie. Noot

    De reden voor een inkijkoperatie is veelal het verder sturen van
    het onderzoek. Een inkijkoperatie bevestigt een bestaande
    aanwijzing of een bestaand vermoeden. Een inkijkoperatie kan er toe
    leiden dat een vordering tot huiszoeking (beter) kan worden
    gemotiveerd. Er worden eveneens (zij het minder frequent)
    inkijkoperaties uitgevoerd om plaatsbepalingsapparatuur op een
    voertuig te plaatsen of een videocamera te installeren. De
    jurisprudentie laat een inkijkoperatie op basis van de Opiumwet
    (art..9) toe. Noot Ook kan dit plaatsvinden op basis van
    bijzondere wetten. De rechtbank Den Bosch achtte de schouw (art.
    150 Sv) een wettelijke basis voor inkijkoperaties. Het met
    gebruikmaking van een hulpmiddel in een ruimte naar binnen gluren,
    zonder die ruimte te betreden (bv. met een endoscoop in een loods
    of vrachtwagen kijken), wordt in de zaak Charles Z. toelaatbaar
    geacht.

    De heer Koekkoek:
    Biedt de Opiumwet een basis?
    De heer Corstens:
    Ja, artikel 9, Opiumwet. In de eerste plaats eist de
    Opiumwet, net als Strafvordering, dat er sprake moet zijn van een
    redelijk vermoeden. Het mag alleen maar als er sprake is van een
    verdenking van een strafbaar feit en dus niet in de voorfase, de
    fase van pro-actief optreden. Dat heeft een van de kamers van het
    Amsterdamse Hof naar mijn gevoel terecht uitgemaakt. In de tweede
    plaats heb ik het idee dat je binnen de Opiumwet het binnengaan van
    plaatsen mag doen om daar andere, geregelde handelingen te stellen,
    namelijk in beslag nemen, huiszoeking of iemand aanhouden. Het gaat
    niet op voor deze wijze van opereren. Naar mijn gevoel heeft de
    wetgever daar niet aan gedacht.
    De heer Koekkoek:
    U ziet het niet als een zelfstandige bevoegdheid?
    De heer Corstens:
    Nee, ik zie het niet als een zelfstandige bevoegdheid.
    Noot De Handleiding kijkoperaties 1995, die is
    uitgevaardigd door het College van procureurs-generaal
    Noot , stelt uitdrukkelijk dat, buiten gevallen die
    onder de Opiumwet plaatsvinden, de schouw de grondslag van een
    inkijkoperatie is. Volgens de handleiding is inkijken in woningen
    niet toegestaan. De commissie heeft verschillende vormen van
    inkijkoperaties aangetroffen: een politieman die met een
    controlerend ambtenaar mee naar binnen gaat om rond te kijken, het
    kijken door een door de politie geboord gat in de zijkant van een
    loods, het oplichten van een dakplaat van een loods, het
    binnentreden om plaatsbepalingsapparatuur te plaatsen of te
    vernieuwen, het plaatsen van bewegingsmelders, het binnentreden in
    loodsen en schuren om de situatie te bezien en de aanwezige
    goederen te controleren.
    De voorzitter:
    Inkijkoperaties? De heer Welten had er maar n. En wij hebben
    toen doorgevraagd: hoeveel
    inkijkoperaties heeft u in de
    afgelopen jaren gehad.
    De heer Van Amerongen:
    Ik zit pas twee jaar bij deze afdeling. Ik denk dat er in
    ieder geval iets van tien waren

    en die zijn allemaal keurig netjes benoemd in het proces-verbaal
    en door de rechter getoetst.
    De voorzitter:
    Heeft bij u niet gespeeld dat van bepaalde
    inkijkoperaties geen proces-verbaal was gemaakt? Wij weten dat
    daarop in Den Bosch een zaak stukging.
    De heer Van Amerongen:
    Ik ken dat voorbeeld ook, ja.
    De voorzitter:
    En bij u niet? Is dat nooit voorgekomen?
    De heer Van Amerongen:
    Jawel. Ik heb n keer toestemming gegeven – dat was in de
    eerste fase dat ik er zat gebruikelijke wijze was waarop wij dat
    drie vier jaar terug deden. Wij hebben pas de ommezwaai gemaakt na
    – om een
    inkijkoperatie te doen onder de CID-vlag, zoals wij
    dat dan noemen. Ik denk dat dat ook de de notitie van de twee heren
    Revers en Pieters van het Bossche parket, omdat zij hem onder 9
    Opiumwet en dan onder 150 Wetboek van Strafvordering lieten vallen.
    Wij hebben achteraf gemeend, die zaak alsnog te moeten melden en
    daarvan 9 Opiumwet te maken. Maar voorheen – ik heb dat gisteren
    nog een keer nagevraagd omdat ik het verhoor van de heer Welten heb
    gehoord – vond dat naar mijn mening gewoon plaats onder de
    CID-vlag. Ik denk dat dit als reden had dat men eigenlijk vond dat
    wel de zorgvuldigheid er was, dat dus de beginselen van
    proportionaliteit en subsidiariteit werden ingevuld, maar dat het
    wat de wetmatigheid betreft, niet kon.
    Noot
    De heer De Graaf:
    Heeft u toestemming gegeven voor een
    inkijkoperatie?
    Mevrouw Gonzales:
    Ja, dat heb ik gedaan.
    De heer De Graaf:
    Op grond van 9 Opiumwet?
    Mevrouw Gonzales:
    Ja.
    De heer De Graaf:
    Volgens de richtlijnen Gonsalves?
    Mevrouw Gonzales:
    Exact. Klopt.
    De heer De Graaf:
    En keer?
    Mevrouw Gonzales:
    Dat is n keer gebeurd en ik moet erbij zeggen dat het nog
    mislukt is ook, dus het had niet veel resultaat.
    De heer De Graaf:
    Het is dus bij een poging gebleven?
    Mevrouw Gonzales:
    Ja, en het is geverbaliseerd, inderdaad op basis van 9
    Opiumwet.
    Noot Van inkijken in woningen of kantoren
    Noot is nauwelijks gebleken. Men zou kunnen spreken van
    enkele – zeer zeldzame – semi-inkijkoperaties in woningen/kantoren,
    waarbij een opsporingsambtenaar andere ambtenaren tijdens een
    reguliere controle begeleidde. Inkijken is een methode die binnen
    politie en justitie met enige regelmaat is gehanteerd. Inmiddels
    lijkt het aantal sterk terug te lopen. Inkijkoperaties werden vaak
    uitgevoerd zonder enige verdere vastlegging en zonder vermelding in
    het proces-verbaal. Verschillende arrestatieteams (bijvoorbeeld
    Rijkspolitie West II, Utrecht en Rotterdam) voerden dergelijke
    operaties uit, ook ten behoeve van het IRT.
    De voorzitter:
    Het lijstje van de heer Zllner betrof allerlei
    inkijkoperaties waar verder geen verslaglegging van terug
    te vinden was. Uit een zakboek kwam naar voren: klusje voor Lith.
    En wij vragen ons nu af wat dat was.
    De heer Lith:
    Mijn opvatting daarover is dat de registratie niet
    thuishoort bij het
    arrestatieteam maar bij degene die de
    verantwoordelijkheid had. Die lag bij mij en daar is het
    geregistreerd. Ik heb er ook over gesproken met de heer Zllner. Ik
    heb ook geconstateerd dat een aantal malen bij hem op z’n lijstje
    stond: klusje. Ik zal u een voorbeeld geven. Als ik hem vroeg om
    met zijn team bij wijze van spreken morgen zo’n inkijkactie te
    verrichten, dan ging hij vanavond voorverkennen. Daar besteedde hij
    twee uur aan. En dat bleek er ook op te staan als klusje. In die
    zin kan ik precies bij de administratie van het
    IRT
    terugvinden welke inkijkacties, overigens met toestemming van
    het openbaar ministerie, wij hebben gedaan.

    Noot

    De inkijkoperaties werden veelal ook uitgevoerd door de Dienst
    technische operationele ondersteuning van het Korps landelijke
    politiediensten. Over de omvang van de inzet van deze methode is
    weinig te zeggen aangezien slechts zelden zaken werden vastgelegd.

    Een aantal voorbeelden is bekend uit de doorlichting.
    Inkijkoperatie in een kas
    In een verdovende middelenzaak is door de politie zonder
    toestemming van de officier een
    inkijkoperatie uitgevoerd in
    een kas. Het vermoeden was er dat er hennepplanten zouden worden
    gekweekt. In de grote kas bleken inderdaad enige honderden
    hennepplanten te staan. Hierna is er nog een tweede keer gekeken
    o.a. door CRI-medewerkers die bevestigden dat het inderdaad ging om
    verboden planten. Vervolgens zijn bij huiszoeking de planten in
    beslag genomen.

    Meeliften
    De politie heeft onder bijzondere omstandigheden een
    voor-inkijkoperatie gedaan in een loods. In het kader van een
    onderzoek werd genformeerd bij het GEB naar het energieverbruik in
    een bepaalde loods. Door het GEB werd gemeld dat de gasinstallatie
    was afgesloten en dat er een aanvraag was om de levering te
    hervatten. Het GEB moest echter de aanwezige gasinstallatie nog
    keuren. Vervolgens heeft een politieman de GEB-controleur vergezeld
    bij de controle van de gasinstallatie in de loods. Hierbij was de
    eigenaar aanwezig. De politieman heeft de situatie in de loods en
    de afsluiting hiervan bekeken. Het doel van dit meeliften was om de
    opportuniteit van een eventuele latere
    inkijkoperatie danwel
    een huiszoeking te beoordelen. Dit vervolgtraject is echter niet
    doorgegaan.


    Milieuambtenaar controleert op verzoek
    In een onderzoek heeft een ambtenaar van milieuzaken op verzoek van
    de politie een bedrijf gecontroleerd. Hij werd hierbij vergezeld
    door een politieambtenaar die met een verborgen camera opnamen
    maakte in het pand. De politieman heeft zichzelf niet als zodanig
    kenbaar gemaakt maar deed zich voor als een collega van de
    milieu-ambtenaar. Later is dit in een andere situatie nogmaals
    gebeurd, maar dan zonder camera.
    In sommige gevallen was er
    sprake van toestemming van het OM, in andere gevallen was het OM
    niet op de hoogte. Soms vond de inzet plaats op initiatief van de
    CID, soms van de tactische recherche. Tot voor kort besloot de
    politie zelfstandig over het gebruik van dit middel. De Handleiding
    kijkoperaties verplicht de politie tot toestemming van het OM. De
    registratie van de inkijkoperaties liet veel te wensen over. Het
    bleek in verschillende gevallen niet mogelijk achteraf te
    reconstrueren wie waarvoor inkijkoperaties had verricht. De
    gebeurtenissen rond de strafzaak Henk R. tonen dit duidelijk
    aan.

    4.4.8 Andere observatiemethoden

    In verschillende interviews komen vuilnissnuffel en postvang, in
    de zin van hengelen in brievenbussen, aan de orde. Postvang in deze
    zin is in strijd met het grondwettelijk gewaarborgde briefgeheim.
    Het Wetboek van Strafvordering kent een aparte regeling voor het
    onderscheppen van poststukken (zie artt. 100-102 en 114 Sv).
    Postvang buiten deze regeling om is onrechtmatig. In de zaak
    Charles Z. heeft de Hoge Raad beslist dat het in die zaak
    toegepaste onderzoek van huisvuil geen schending van het recht op
    de persoonlijke levenssfeer opleverde.

    Slechts weinigen zien vuilnissnuffel en postvang als bijzondere
    methoden waarvoor aparte regelgeving zou moeten worden
    geformuleerd. Deze methoden worden volgens betrokkenen al gebruikt
    zolang de politie bestaat.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken