• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De bouwnijverheid – LITERATUUR

    LITERATUUR

    H. Abadinsky, Organized crime, Nelson-Hall, Chicago,
    19913. A. C Berghuis, Rechtspersoonlijkheidsmisbruik,
    speciaal gelet op BV’s, in A. C. Berghuis, C. H. Brants en H. M.
    Willemse (red.), Witteboordencriminaliteit, Ars Aequi Libri,
    Nijmegen, 1984, p. 231-242. A.C. Berghuis, C. H. Brants en H. M.
    Willemse (red.), Witteboordencriminaliteit, Ars Aequi Libri,
    Nijmegen, 1984.

    A.C. Berghuis en G. Paulides, Faillissement bij besloten
    vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. Interimrapport
    ,
    ‘s-Gravenhage, 1982.
    J. Best en D. F. Luckenbill, Organizing deviance, Prentice
    Hall, Englewood Cliffs, 19942. A. A. Block en W. J.
    Chambliss, Miners, Tailors and Teamsters: Business Racketeering and
    Trade Unionism, in N. Passas (ed.), Organized Crime,
    Dartmouth Publishing Company, 1994, p. 347-359. L. H. M. Bosch, P.
    J. van den Noord en R. F. Broek, Fraudebestrijding en
    premie-afdracht: meeropbrengst door de Wet ketenaansprakelijkheid,
    in Kwantitatieve Methoden, jaargang 8, 1987, p. 1-18
    (SEO-overdruk nr. 37). C. H. Brants en K. L. K. Brants,
    Fraudebewustzijn in Nederland, in A. C. Berghuis, C. H. Brants en
    H. M. Willemse (red.), Witteboordencriminaliteit, Ars Aequi
    Libri, Nijmegen, 1984, p. 53-73. C. H. Brants en K. L. K. Brants,
    De sociale constructie van fraude, Gouda Quint, Arnhem,
    1991. P. J. van den Broek, P. J. Groot en J. Schellevis, Bouw en
    besluitvorming
    , EIB, Amsterdam, 1994. R. J. Brunting, Het
    koppelbazenprobleem politieel bezien
    , NPA, Apeldoorn, 1982. H.
    G. van de Bunt, Maatregelen tegen corruptie in het bedrijfsleven:
    een kwart eeuw na de invoering van art. 328ter Sr., inJustitile
    Verkenningen
    , 1993, p. 35-50.

    H. G. van de Bunt, Organisatiecriminaliteit, Gouda Quint,
    Arnhem, 1992. Bureau Criminaliteitspreventie, Bedrijfsleven en
    criminaliteit. Eerste landelijke enqute naar slachtofferschap van
    criminaliteit in het Nederlandse bedrijfsleven
    , Amsterdam,
    1990.

    A. P. Buur, Imago en karaktermoord, in Bouw/werk. De bouw in
    feiten, cijfers en analyses
    , jaargang 19, december 1994, p.
    1.
    Bureau voor Economische Argumentatie (BEA), Zwart werken in de
    bouw: oprekking van de Wet Ketenaansprakelijkheid
    , Hoofddorp,
    1991.
    B. Caroll, Combatting racketeering in the Fulton fishmarket, in C.
    Fijnaut, en J. Jacobs (eds.), Organized crime and its
    containment: a transatlantic initiative
    , Kluwer, Deventer,
    1991, p. 183-198. I. W. Corten, Groot deel van bouwbedrijven
    verdwijnt binnen drie jaar bij het SFB, in Bouw/werk. De bouw in
    feiten, cijfers en analyses
    , jaargang 19, december 1994, p.
    14-17.

    U. Drmann, K-F. Koch, H. Risch en W. Vahlenkamp, Organisierte
    Kriminalitt – wie gross ist die Gefahr?
    , BKA, Wiesbaden,
    1990.
    J. Dohmen en H. Langenberg, Graag tot een wederdienst
    bereid.
    Corruptie in Nederland, De Limburger,
    Maastricht, 1993.
    P. C. van Duyne, Tien jaar fraudebeleid, in Justitile
    Verkenningen
    , 1983, p. 5-60. P. C. van Duyne, Het spook en
    de dreiging van de georganiseerde misdaad
    , SDU, Den Haag, 1995.
    P. C. van Duyne, R. F. Kouwenberg en G. Romein,
    Misdaadondernemingen; ondernemende misdadigers in Nederland,
    Gouda Quint, Arnhem, 1990.

    Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, Ontwikkelingen
    in de
    bouwnijverheid tot en met 1996: bouwproduktie,
    werkgelegenheid en bedrijfstakstructuur
    , EIB, Amsterdam, 1991.
    Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, Bouwen in eigen
    beheer en (on)rechtmatige bedrijfsuitoefening in de bouw
    , EBI,
    Amsterdam, 1987.

    Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, De relatieve
    financile positie van de bedrijfstak bouw
    , Amsterdam, 1995.
    Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, De verwachtingen
    voor de bouwproduktie en de werkgelegenheid in 1995
    , Amsterdam,
    1995.
    Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, Zwart werken in de
    vrije sector woningbouw
    , Amsterdam, 1992. C. J. C. J. Fijnaut,
    Politile corruptie in Nederland, Gouda Quint, Arnhem,
    1993. C. J. C. F. Fijnaut, De Italiaanse mafia in Belgi: een
    analyse van de zaak Bongiorno-Steinier, in Liber Amicorum Jules
    d’Haenens
    , Mys en Breesch, Gent, 1993, p. 147-163.

    Fiod, Typologiebeschrijving bouw, Fiod, Haarlem,
    1994.
    R. Goldstock, M. Marcus, Th. D. Thatcher II en J. B. Jacobs,
    Corruption and racketeering in the New York construction
    industry
    , New York University Press, New York, 1990.
    A. J. Grootenboer, Allochtone werknemers sterk
    ondervertegenwoordigd in de bouwnijverheid, in Bouw/werk. De
    bouw in feiten, cijfers en analyses
    , jaargang 19, augustus
    1994, p. 22-223. R. J. Houwen en P.A.M.G. Kempkes, Een kwestie
    van aanpakken. Deskundigen over
    fraude door
    werkgevers

    met loongerelateerde premies en belastingen, Sociale
    Verzekeringsraad, Zoetermeer, 1993. L.W. J. C. Huberts, Omvang en
    bestrijding bestuurlijke criminaliteit, Justitile
    verkenningen
    , jaargang 19, 1993, p. 51-84.

    D. Ilegems en R. Sauviller, Bloedsporen. Een reis naar de
    mafia
    , Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 1995. J. B. Jacobs,
    Organized crime in the NYC construction industry, in C. Fijnaut en
    J. Jacobs (eds.), Organized crime and its containment: a
    transatlantic initiative
    , Kluwer, Deventer, 1991, p. 49-54. F.
    J. Jansen, Ondanks lage winstmarges is rendement van bouwbedrijven
    voldoende hoog, in Bouw/werk. De bouw in feiten, cijfers en
    analyses
    , jaargang 20, januari 1995, p. 8-14. R. J. Kelly, K-L.
    Chin en R. Schatzberg (eds.), Handbook of organized crime in the
    United States
    , Greenwood, Westport, 1994.

    D. J. Kenney en J.O. Finckenauer, Organized crime in
    America
    , Wadsworth, Belmont, 1995. G. Kilian, Korruption im
    Bauwesen, oder: Mafiose Praktiken in Perfection, in
    Kriminalistik, 1994, p. 249-254. K., Kok, De
    bouwarbeidsmarkt 1984-1992
    , Economisch Instituut voor de
    Bouwnijverheid, Amsterdam, 1994. E. Lourens, Bouwen in eigen
    beheer en (on)rechtmatige bedrijfsuitoefening in de bouw
    , EBI,
    Amsterdam, 1987.

    E. Lourens, Zwart werken in de vrije sector woningbouw,
    EIB, Amsterdam, 1992. R. Mass, Law enforcement approaches to
    organized crime infiltration of legitimate industry, in C. Fijnaut
    en J. Jacobs (eds.), Organized crime and its containment: a
    transatlantic initiative
    , Kluwer, Deventer, 1991, p. 37-54. R.
    Mokhiber, Corporate crime and violence. Big business power and
    the abuse of the public trust
    , Sierra Club Books, San
    Fransisco, 1989.

    D. E. Moldea, The Hoffa wars. Teamsters, rebels, politicians
    and the mob
    , Paddington, New York, 1978. U. Mller, Korruption
    in der ffentliche Verwaltung: Typologie und Schaden im Baubereich,
    in Kriminalistik, 1993, p. 509-516.

    J. M. Nelen, M. Boone en M. D. van Goudsoever-Herbschleb, Het
    Openbaar Ministerie en grote fraudezaken
    , Gouda Quint (WODC nr.
    133), Arnhem, 1994.
    New York State Organized Crime Task Force (NYSOCTF), Corruption
    and racketeering in the New York construction industry
    , New
    York University Press, New York/London, 1990. New York State
    Commission of Investigation, Racketeer infiltration into
    legitimate business
    , New York, 1970. N. Passas (ed.),
    Organized Crime, Dartmouth Publishing Company, 1994. Peters,
    Die Absahner. Organisierte Kriminalitt in der
    Bundesrepublik
    , Rowohlt, Reinbek bei Hamburg, 1990. H. E. Post,
    Onstuimige groei woningnieuwbouw in 1994 en 1995, in Bouw/werk.
    De bouw in feiten, cijfers en analyses
    , jaargang 20, januari
    1995, p. 19-22.

    President’s Commission on Organized Crime, The Edge,
    organized crime, business and labor unions
    , US Government
    Printing Office, Washington, 1986.
    P. Reuter, Racketeering in legitimate industries. A study in the
    economics of intimidation
    , Rand, 1987. P. Reuter, Racketering
    in Legitimate Industries: A Study in the Economics of Intimidation,
    in N. Passas (ed.), Organized Crime, Dartmouth Publishing
    Company, 1994, p. 108-141.

    P. Reuter, J. Rubinstein en S. Wynn, Racketeering in
    legitimate industries: Two case studies
    , National Institute of
    Justice, Washington, 1983.
    D. Ruimschotel, Corruptie en fraude in Nederland,
    Gouda Quint (SMP nr. 9), Arnhem, 1993. H. S. A. Scholman, De
    relatieve financile positie van de bedrijfstak bouw
    , EIB,
    Amsterdam, 1995. Sociale Verzekeringsraad, Ontwikkeling
    Handhaving 1992. Fraude- en handhavingsgegevens
    , SVR,
    Zoetermeer, 1994.

    S. P. Schouten en B. van Honk, Sociale verzekeringsfraude en
    ww-sancties. Volume-ontwikkelingen in 1993 en 1994
    , College van
    Toezicht Sociale Verzekeringen, Zoetermeer, 1995. M. J. van der
    Spek en R. C. van Geuns, Elke ondernemer rommelt wel wat: een
    onderzoek naar de naleving van wet- en regelgeving in de bouw, de
    horeca en de schoonmaak
    , Ministerie van Sociale Zaken en
    Werkgelegenheid, Den Haag, 1993.

    J. Struiksma, m.m.v. F. C. M. A. Michiels, Gewapend
    bestuursrecht
    , Tjeenk Willink, Zwolle, 1994. R. C. Thomas III,
    Organized crime in the construction industry, in Crime and
    Delinquency
    , jaargang 23, 1977, p. 304-311.

    E. Verhey, Nederlandse koppelbazen ontdekken de Duitse markt, in
    Vrij Nederland, 5 augustus 1995, p. 20-21. J. M. Verheul,
    Het koppelbaaswezen. Van ronselarij tot arbeidsmaffia, in A. C.
    Berghuis, C. H. Brants en H. M. Willemse (red.),
    Witteboordencriminaliteit, Ars Aequi Libri, Nijmegen, 1984.
    J. T. Voordijk, Naar integrale logistiek in bedrijfsketens:
    ontwikkelingen in de bouw
    , Universitaire Pers Maastricht,
    Maastricht, 1994.

    A. F. Wieting, L. A. J. Dun en F. H. H. Lambi, Eindrapport
    definitiestudie criminaliteitspreventie bij de aanleg van de
    noord-zuidlijn in Amsterdam
    , Dienst Centrale Recherche,
    Amsterdam, 1994. G. Th. Zandvliet en J.H. Gravesteijn-Ligthelm,
    Illegale arbeid: omvang en effecten, Nederlands
    Economisch
    Instituut, Den Haag, 1994.

    BIJLAGE

    Tabel 1:
    Woningbouwproduktie, 1990-1993 (mln glds, basis Nationale
    rekeningen, prijzen

    1993

    Tabel
    Bron: EIB, De verwachtingen voor de bouwproduktie en de
    werkgelegenheid in 1995, 1995

    Tabel 2:
    Utiliteitsbouwproduktie, nieuwbouw en herstel en verbouw,
    1993-1995 en 2000 (mln

    glds, excl. BTW, prijzen 1993, basis Voortgangscontrole,
    respectievelijk Nationale

    rekeningen)

    Tabel
    (1) Voorlopige cijfers (2) Raming (3) Gemiddelde jaarlijkse mutatie
    in de periode 1996-2000 Bron: EIB, De verwachtingen voor de
    bouwproduktie en de werkgelegenheid in 1995, 1995

    Tabel 3:
    Aantal bouwbedrijven in 1993 naar geografische
    spreiding

    Tabel Bron: EIB, Bouwbedrijven in 1993


    vorige        
    inhoudsopgave en zoeken