• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Ambtelijk bevel

    Ambtelijk bevel

    HR 3 mei 1988, NJ 1989, 165 en NJB 1988 (33), nr. 240, p. 1207
    e.v.
    (Artt. 43 Sr en 2 lid 1 onder b Opiumwet)
    Met de informatie dat verdachte een aanbod had gedaan op zeer korte
    termijn elke gewenste hoeveelheid amfetamine te kunnen leveren en
    dat hij te kennen had gegeven al vijf jaar in de business te
    zitten, ging een
    informant (nummer 32) naar de politie.
    Daaruit vloeide een vertrouwensaankoop van 1 kilo en een tweede
    definitieve aankoop van een grotere hoeveelheid door de

    burger-infiltrant (informant) voort.
    Rechtsvragen:

    Was de voortzetting van de pseudokoopmethode leidende tot een
    tweede aankoop in strijd met het beginsel van subsidiariteit en dus
    onrechtmatig? En het onvoldoende gronden verwerpen van het verweer
    dat i.c. de opsporing door middel van een burger-informant of wel
    een
    informant niet zijnde opsporingsambtenaar had
    plaatsgevonden.

    Ten aanzien van de toetsing aan proportionaliteit en
    subsidiariteit overwoog het hof dat de aard van het feit, ten
    aanzien waarvan verdenking was ontstaan – amfetaminehandel door
    verdachte op grote schaal – de toepassing van de gevolgde methode
    rechtvaardigde en andere meer gebruikelijke opsporingstechnieken,
    gelet op de ervaringen ten aanzien van verdachte in het verleden,
    onvoldoende effectief geacht konden worden. Het hof toetste
    derhalve expliciet aan de eisen van respectievelijk
    proportionaliteit en subsidiariteit. Op basis van toestemming van
    de officier van justitie voor het in bezit nemen door nr. 32
    (informant/infiltrant) van een al afgesproken (en be-onderhandelde
    prijs en kwaliteit) monster amfetamine en het feit dat
    monsterneming bij een serieuze onderhandeling gebruikelijk is (feit
    van algemene bekendheid), besluit het hof dat nr. 32 verdachte niet
    had gebracht tot andere handelingen dan waarop zijn opzet reeds was
    gericht (Tallon-criterium). Uit de bewijsmiddelen (8.2.3.1/2) leidt
    het hof af dat verdachte zich vanaf het begin van de
    onderhandelingen heeft gepresenteerd als iemand die steeds op korte
    termijn over grote hoeveelheden amfetamine zou kunnen beschikken en
    die daarvoor een regelmatige afzet zocht zodat de pseudokoop en
    tweede koop niet onrechtmatig zijn. De gevolgde methode van
    vooraankoop van 1 kg amfetamine, gevolgd door een tweede aankoop
    van een grotere omvang werd door het hof niet onrechtmatig
    bevonden. De Hoge Raad oordeelt met betrekking tot het plegen van
    strafbare feiten door een burger-infiltrant/informant: Het middel
    miskent dat het in art. 43 Sr bevoegde gezag niet bevoegd kan zijn
    tot het bevelen van een strafbaar feit dat niet (reeds uit andere
    hoofde) gerechtvaardigd is. Uit die bepaling kan niet worden
    afgeleid dat een rechtmatig begaan van een onder normale
    omstandigheden verboden handeling ten dienste van de opsporing van
    een verboden handeling in verdovende middelen slechts voorbehouden
    kan zijn aan opsporingsambtenaren.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken