• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – V-Mann David

    V-Mann David

    HR 17 januari 1984, NJ 1984, 405 m.nt. ThWvV en Ars Aequi 1984,
    33 (P.J. Blaauw) Een Duitse informant David die werkt voor de
    politie te Frankfurt, ontmoet in Frankfurt een Engelssprekende
    Nederlandse vrouw en een Filipijnse jongen. Via haar wordt hij, in
    verband met de aanschaf van herone, in contact gebracht met Luuk K.
    te Rotterdam, die hem op zijn beurt (na het tonen van een monster)
    weer in contact brengt met twee Turken die elke hoeveelheid willen
    (en blijkbaar kunnen) leveren. Op dat moment wordt door de politie
    te Frankfurt telefonisch contact opgenomen met de politie te
    Rotterdam. Rechtsvragen:

    1. Naar aanleiding van verweer in lagere instanties dat het
    openbaar ministerie niet ontvankelijk diende te worden verklaard
    vanwege het niet dekken van de opsporingshandelingen van V-Mann
    David (Lockspitzel) in het buitenland overweegt het Hof onder
    meer:

    dat immers vooreerst de enkele omstandigheid dat een informant
    als genoemde David reeds is opgetreden voordat de Nederlandse
    justitie zijn activiteiten kon controleren, er niet aan de weg
    stond hem alsnog in te schakelen, mits zorgvuldig wordt nagegaan of
    het optreden van de informant in de voorafgaande periode aan de in
    Nederland geldende maatstaven daaromtrent heeft voldaan. Met een
    beroep op het Tallon-arrest wordt in het eerste middel van cassatie
    verdedigd dat het openbaar ministerie slechts ontvankelijk is,
    indien de opsporingsambtenaar (in dit geval een Duitse informant)
    in zijn optreden gedekt wordt door het openbaar ministerie en dat
    het Hof derhalve de verwerping van het verweer dienaangaande niet
    naar de eisen van de wet met redenen heeft omkleed.

    HR: In ‘s Hofs overweging (…) ligt besloten dat het openbaar
    ministerie het optreden van David, voorzover dat heeft plaatsgehad
    voordat diens activiteiten door de Nederlandse justitie konden
    worden gecontroleerd, achteraf heeft gedekt, na te hebben
    onderzocht of dat optreden heeft voldaan aan de in Nederland te
    dien
    aanzien geldende maatstaven. Het middel dat berust op de stelling
    dat het Hof niet zou zijn ingegaan op het verweer dat het optreden
    van de informant David niet door het openbaar ministerie gedekt is,
    faalt dus reeds bij gebrek aan feitelijke grondslag.

    2. Uit de inhoud van de gebezigde middelen zou niet kunnen
    worden afgeleid dat verdachte door het optreden van David niet is
    gebracht tot een andere handeling dan die waarop zijn opzet reeds
    was gericht. De Hoge Raad oordeelt dat de gevolgtrekking die door
    het hof naar aanleiding van een verklaring ter terechtzitting in
    hoger beroep wordt gemaakt, niet onbegrijpelijk is en geen blijk
    geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Dit wordt door het middel
    voorts bestreden met stellingen van feitelijke aard (zoals: dat
    verdachte nimmer eerder met dergelijke praktijken had ingelaten
    etc., red.)
    , waarvoor evenwel in cassatie geen plaats is.

    Bijzonderheden:
    De controle op het optreden van de informant ligt in feite bij de
    politie en het openbaar ministerie. Als de rechter over de feiten
    beslist dat niet aannemelijk is geworden dat die controle heeft
    gefaald is dat oordeel in cassatie onaantastbaar. Praktisch
    gesproken is er maar een manier om het vermoeden dat die controle
    deugdelijk is geweest te ondergraven. Dat is door materiaal aan te
    dragen waaruit kan blijken, dat de verdachte uitgelokt is tot het
    verrichten van handelingen die hij niet reeds voornemens was te
    ondernemen.(noot ThWvV) Overigens gingen in de V-Mann David-zaak
    twee verdachten wel vrijuit in verband met de afwezigheid van een
    crimineel verleden. In deze zaak kon dit in cassatie niet meer
    worden getoetst vanwege de feitelijke aard van dit verweer.
    Noot


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken