• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Tallon-arrest

    Samenvattingen

    Infiltratie

    Tallon-arrest

    HR 4 december 1979, NJ 1980, 356 m.nt ThWvV
    (Artt. 29.2 Sv, 47 Sr, 2 en 10 Opiumwet)
    Twee beambten van de
    DEA infiltreerden in het drugmilieu.
    Daar deden zij zich voor als (mede)criminelen en (mede) handelaren
    in verdovende middelen, om in overleg met hun chef en in
    samenwerking met de plaatselijke politie en de plaatselijke
    officier van justitie op een later tijdstip tot aanhouding van T.
    over te gaan.

    Rechtsvragen:
    1. Rechtmatigheid van het met behulp van infiltranten verkregen
    bewijsmateriaal? HR: Hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent de
    wijze waarop de (…) verklaringen van de getuigen (infiltranten,
    red.)
    zijn verkregen, behoefde niet aan het gebruik van die
    verklaring als bewijsmiddel in de weg te staan, nu eveneens door
    het Hof feitelijk is vastgesteld dat de verdachte door het optreden
    van evengenoemde getuigen niet is gebracht tot andere handelingen
    dan die waarop zijn opzet reeds was gericht. Deze
    standaardoverweging met betrekking tot de rechtmatigheid van
    infiltratie wordt in de literatuur het Tallon-criterium genoemd.
    Het opzetbegrip blijkt niet te zijn gericht op een concreet
    strafbaar feit, maar ziet juist op die daadwerkelijke bereidheid om
    handelend op te treden zodra de gelegenheid zich voordoet (generiek
    opzet wordt verondersteld bij een als handelaar bekend staande
    persoon). AG Mok is van mening dat tevens aan de eisen van
    proportionaliteit en subsidiariteit getoetst dient te worden. In
    deze uitspraak wordt echter (nog) niet expliciet aan deze criteria
    getoetst. Het betoog bij het hof, dat de infiltranten op grond van
    art. 29 lid 2 Sv de verdachte hadden moeten waarschuwen, faalt
    omdat art. 29 lid 2 slechts van toepassing is op het verhoor van de
    verdachte door een rechter of door een ambtenaar en omdat noch dit
    artikel noch enig daaraan ten grondslag liggend beginsel een
    waarschuwingsplicht legt op degene die, gelijk H. en B., als
    zogenaamde infiltrant of agent-provocateur met opsporingsambtenaren
    en met de officier van justitie samenwerkt (…). 2. Behoren de bij
    het onderzoek begane onjuistheden (uitlokken, medeplegen strafbare
    feiten (art. 47 Sr)) te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het
    OM?

    HR: Het middel berust op de stelling dat, indien
    opsporingsambtenaren gedekt door het openbaar ministerie, het
    strafbare feit waarvoor wordt vervolgd uitlokken of medeplegen, het
    openbaar ministerie in zijn vervolging niet ontvankelijk zou
    behoren te worden geacht. Deze stelling vindt evenwel – in haar
    algemeenheid – geen steun in het recht

    Bijzonderheden:
    Tot dan toe werd deze opsporingsmethode om tactische redenen
    verborgen gehouden. Dit kon, doordat zij veelal leidde tot
    aanhouding op heterdaad van verdachten met belastend materiaal bij
    zich (zoals in geval van pseudokoop). Vrijwel altijd vloeide
    daaruit een bekentenis voort, zodat de voorgeschiedenis van die
    aanhouding, welke uit een oogpunt van bewijsvoering dan haar belang
    verloren had, niet meer in het proces-verbaal van het
    opsporingsonderzoek werd opgenomen.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken