• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Doorzending Aruba

    Doorzending Aruba

    HR 22 oktober 1985, NJ 1986, 346
    (Art.3 Opiumlandsverordening 1960 Aruba)
    Uit een proces-verbaal blijkt dat in de kelder van de luchthaven
    Schiphol in Nederland een koffer is gevonden door Nederlandse
    opsporingsambtenaren, dat deze koffer daar door hen is geopend en
    dat zij daarin (een op) herone (gelijkende stof) aantroffen. De
    koffer is overgedragen aan de Rijkspolitie en onderzocht. Een
    onderzoek naar de betreffende passagier leverde geen resultaat op,
    waarna in overleg met de officier van justitie te Haarlem besloten
    is de koffer overeenkomstig de aanwijzingen op het bagage-etiket
    door te zenden naar Aruba met een daarin achterblijvende
    hoeveelheid van 380 gram (van de 8055 gram) herone die niet in
    beslag genomen werd verklaard, terwijl de rest in beslag genomen
    werd. Rechtsvraag:
    De feitelijke inbeslagneming had al plaatsgevonden in Nederland,
    zodat de verdere verzending er een van de Staat was geweest,
    terwijl die inbeslagneming slechts op last van de
    rechter-commissaris had mogen geschieden. Was deze gang van zaken
    onrechtmatig?

    Hof: Inderdaad is de op Aruba inbeslaggenomen herone enige tijd
    in de feitelijke macht van Nederlandse opsporingsambtenaren
    geweest, maar indien dat al, in verband met art. 104 Sv als
    inbeslagname mag gelden, geheel binnen het kader van de handelingen
    die reeds door beklaagde en/of medeverdachten waren bedoeld, –
    hetgeen in het midden kan blijven – dan blijft het doorzenden van
    die hoeveelheid herone naar Aruba voorbereid en uitgevoerd, te
    weten het verzenden van een koffer met in bussen verpakt op herone
    gelijkend poeder van Amsterdam naar Aruba per KLM. Er kan dus ook
    niet gezegd worden dat beklaagde en/of medeverdachte(n) door het
    optreden van de Nederlandse opsporingsambtenaren tot enige andere
    handeling zijn gebracht dan waarop hun opzet reeds was gericht, te
    weten het op Aruba binnenbrengen van de bewuste koffer inhoudende
    bussen met herone.

    Tussenkomst van de rechter-commissaris in Nederland bij al dan
    niet in beslagnemen was niet vereist, daar de koffer niet beschouwd
    kan worden als een pakket, brief, stuk of ander bericht
    toevertrouwd aan de post, telegrafie of aan een andere instelling
    van vervoer, als bedoeld in art. 68A Sv (Nederlandse Antillen) en
    art. 100 Sv (Nederland) (…) Overwegende, dat het doorzenden heeft
    plaatsgevonden na overleg met de officier van justitie en na
    kennisgeving aan de politieautoriteiten op Aruba en geen wettelijke
    voorschrift noch in Nederland noch in de Nederlandse Antillen zich
    tegen een zodanig handelen verzet. De Hoge Raad: Na te hebben
    vastgesteld, dat het doorzenden van de koffer met herone naar de
    Nederlandse Antillen heeft plaatsgevonden na overleg met de
    officier van justitie en na kennisgeving aan de politieautoriteiten
    op Aruba, heeft het hof geoordeeld dat geen wettelijke voorschrift
    noch in Nederland noch in de Nederlandse Antillen zich tegen
    zodanig handelen verzet. ‘s Hofs overweging dat geen wettelijk
    voorschrift in de Nederlandse Antillen – te verstaan als: geen
    rechtsregel van Nederlands Antilliaans recht – zich tegen bedoeld
    handelen verzet draagt de verwerping van het verweer zelfstandig en
    is, uitgaande van hetgeen het hof ook overigens als vaststaand
    heeft aangenomen door overneming van de verwerping van het verweer
    uit het beroepen vonnis, juist.

    Noot ThWvV:
    Het hof maakt hier de vergelijking tussen deze doorzending en de
    activiteit van een undercover agent. Daarnaast stelt ThWvV dat ook
    als het anders was zou ik niet weten wat de politie voor
    onbehoorlijks heeft gedaan door de koffer door te zenden naar zijn
    bestemming om degene, die hem kwam ophalen, te pakken te
    krijgen.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken