• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Inlichtingen PTT

    Inlichtingen PTT

    HR 8 november 1994, (nr. 97.639) NJB 27 januari 1995, nr. 15 p.
    54-55
    (Artt. 11 lid 3 Wet Persoonsregistratie en 6 en 8 EVRM)
    1. Het verstrekken van inlichtingen over telefoonnummers en
    tenaamstellingen van telefoonaansluitingen valt niet onder bereik
    van art. 125f (oud) Sv en levert een inbreuk op de privacy (art 8
    EVRM). Hoge Raad:

    Ook voor zover het middel bedoelt te betogen dat het verstrekken
    van inlichtingen over telefoonnummers en tennaamstellingen van
    telefoonaansluitingen moet gelden als inbreuk op het private life
    in de zin van het eerste lid van art. 8 EVRM welke niet is in
    accordance with the law and (…) necessary (…) in the interests
    of (…) public safety or (…) for the prevention of disorder or
    crime (…) in de zin van het tweede lid van art. 8 EVRM, en om die
    reden onrechtmatig is, faalt het, Ingevolge art. 11 tweede lid van
    de Wet Persoonsregistraties (WPR) kan de PTT de gevraagde
    inlichtingen verschaffen indien daartoe een dringende en gewichtige
    reden bestaat. ‘s Hofs oordeel dat een redelijke verdenking dat een
    misdrijf als is voorzien in de Opiumwet is gepleegd zodanig
    dringende en gewichtige reden oplevert en het verschaffen van de
    bedoelde inlichtingen rechtvaardigt, is juist.

    2. Verweer: Printgegevens kunnen alleen verschaft worden over
    het verleden, de vordering is erop gericht die situaties
    administratief te vereenvoudigen door een verzoek te doen voor een
    bepaalde periode en deze te verlengen.

    Hoge Raad:
    Het verweer stoelt op de opvatting dat onder een vordering als
    bedoeld in art. 125f (oud) SV niet mede is begrepen een vordering
    tot het verstrekken van inlichtingen ter zake van het in dat
    artikel bedoelde verkeer, dat heeft plaatsgevonden nadat genoemde
    vordering is gedaan. Die opvatting vindt echter geen steun in de
    tekst van meer genoemde bepaling noch in de geschiedenis van de
    totstandkoming daarvan.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken