• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Leander

    Leander

    EHRM 26 maart 1987, NJCM-bulletin 13-2 (1988) p. 148-166
    (Artt. (6,) 8, 10 en 13 EVRM + 13 Besluit Veiligheidsonderzoeken
    Zweden (uitvoeringsinstructie: een geheim KB))

    De klacht van Leander kwam er in hoofdzaak op neer dat hem, naar
    Zweeds recht onvoldoende mogelijkheden werden geboden zich teweer
    te stellen tegen de te zijnen aanzien uitgesproken verdenking een
    verhoogd veiligheidsrisico te zijn. Leander wenste in aanmerking te
    komen voor een (tijdelijke) aanstelling in openbare dienst bij het
    marine-museum. Het betrof een vertrouwensfunctie omdat uit de
    hoofde van die functie ook (mogelijk beperkt) toegang zou zijn tot
    een aantal magazijnen en historische objecten op de naastgelegen
    marinebasis. Het veiligheidsonderzoek omvatte onder meer onderzoek
    van gegevens uit een geheim politieregister van de Nationale
    politie raad. Het opnemen van gegevens over Leander geschiedde
    hoofdzakelijk op grond van een geheim KB uit 1973, een
    instructiebesluit ter uitvoering van het Besluit
    Veiligheidsonderzoeken 1969. Voor registratie van gegevens en
    verstrekking daarvan zouden in genoemd KB allerlei garanties zijn
    ingebouwd ter verzekering van de juistheid. Leander vermoedde dat
    zijn verleden (dat is zijn vroegere lidmaatschap van de Zweedse
    communistische partij, het deel uitmaken van een links-liberaal
    tijdschrift, het tijdens zijn diensttijd actief zijn in de
    soldatenvakbond en de Zweedse bond voor bouwarbeiders en het maken
    van enkele reizen naar Oostbloklanden) de negatieve uitkomst van
    het veiligheidsonderzoek had bepaald.

    Het Europees Hof beantwoord de volgende vragen:
    A. Whether there was any interference with an Art. 8 right?
    It was uncontested that the secret police-register contained
    information relating to Mr. Leander’s private life. Both the
    storing and the release of such information, which were coupled
    with a refusal to allow Mr. Leander an opportunity to refute it,
    amounted to an interference with his right to respect to private
    life as guaranteed bij Art. 8 .1.

    B. Whether the interference was justified?
    1. Legitimate aim? Yes, protection of national security.
    2. In accordance with law?
    a. General principles: Interference must have some basis in
    domestic law. Accessible to the individual concerned and its
    consequences for him foreseeable. Special context of secret
    controls of staff in sectors affecting national security cannot be
    the same as in many other fields. Nevertheless (…) the law has to
    be sufficiently clear in its terms to give them an adequate
    indication as to the circumstances in which and the conditions on
    which the public authorities are empowered to resort to this kind
    of secret and potentially dangerous interference with private life
    (.67, p. 32).

    b. Application in the present case: The interference had a valid
    basis in domestic law, namely (Besluit Veiligheidsonderzoeken
    1969)
    Accessable/foreseeable? Ordinance does confer a wide discretion on
    the National Police Board as to what information may be entered in
    the register. Limited by law (welke info mag worden opgeslagen): No
    entry is allowed merely for the reason that a person, by belonging
    to an organisation or by other means, has expressed a political
    opinion. Information necessary for the special police service and
    to be intended to serve the purpose of preventing or detecting
    offences against national security, etc. Ordinance contains
    explicit and delailed provisions as to what information may be
    handed out, the authorities to which information may be
    communicated, the circumstances in which such communication may
    take place and the procedure to be followed by the National Police
    Board when taking decisions to release information. Therefore in
    accordance with law.

    3. Necessary in a democratic society in the interest of national
    security? Pressing social need, proportionate to the legitimate
    aim.
    In these circumstances, the court accepts that the margin of
    appreciation available to the respondant State in assessing the
    pressing social need in the present case, and in particular in
    choosing the means for achieving the legitimate aim of protecting
    national security, was a wide one. (…) there exist adequate and
    effective guarantees against abuse. (…) the Government invoked
    twelve different safeguards… (zie p. 151-152). Waarbij vooral
    door het Hof grote waarde werd gehecht aan: de aanwezigheid van
    parlementarirs in de Nationale politie raad (met vetorechten) en
    het toezicht van de kant van de Justitiekanselier, de Ombudsman en
    de vaste kamer commissie voor Justitie.

    The interference to which Mr. Leander was subjected cannot
    therefore be said to have been disproportionate to the legitimate
    aim pursued.
    Ook de verweren met betrekking tot de schending van art. 10 EVRM
    (vrijheid van meningsuiting) en art. 13 (effective remedie) slagen
    niet.
    Voor de volledige uitspraak: zie publications of the European Court
    of Human Rights, Serie A, Vol. 116, 26 maart 1987, Straatsburg
    1987.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken