• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Niemietz

    Niemietz

    Europees Hof voor de Rechten van de Mens 16 december 1992, NJ
    1993, 400 m.nt. EJD (Artikel 8 EVRM)
    Tegen Klaus Wegener werd in januari 1986 in Mnchen een procedure
    gestart wegens belediging. In een brief aan de rechtbank van
    Freising, ondertekend door ene Klaus W., werd namelijk de
    handelwijze van een rechter, tijdens een proces tegen een werkgever
    die uit overtuiging had geweigerd voor zijn werknemers
    kerkbelasting af te dragen, ondemocratisch en terroristisch
    genoemd. In het kader van dit onderzoek was een huiszoekingsbevel
    uitgevaardigd dat betrekking had op het kantoor van de advocaat
    Niemietz. Niemietz was een aantal jaren voorzitter geweest van de
    Antiklerikaler Arbeitskreis, een werkgroep van de Freiburgse partij
    Bunte Liste, waaraan Klaus Wegener verbonden was geweest (de
    voornoemde brief was blijkens het onderschrift geschreven in naam
    van Antiklerikale Arbeitskreis geschreven). Tot eind 1985 werd de
    post voor de Bunte Liste, naar het kantoor van Niemietz (klager in
    dit geding) gestuurd. Door middel van deze huiszoeking hoopten de
    autoriteiten meer over Wegener te weten te komen.

    Rechtsvraag:
    Was de huiszoeking in strijd met het recht op privacy, art. 8
    EVRM?
    Het Europese Hof:
    A. Was there an interference ?
    The court does not consider it possible or necassary to attempt an
    exhaustive definition of the notion of private life. However, it
    would be too restrictive to limit the notion to an Inner circle in
    which the individual may live his own personal life as he chooses
    and to exclude therefrom entirely the outside world not encpmpassed
    within that circle. Respect for private life must also comprise to
    a certain degree the right to establish and develop relationships
    with other human beings. There appears, furthermore, to be no
    reason of
    principle why this understanding of the notion of private life
    should be taken to exclude activities of a professional or business
    nature since it is, after all, in the course of their working lives
    that the majority of people have a significant, if not the
    greatest, opportunity of developing relationships with the outside
    world. (…) Algemene overweging (31): More generally, to interpret
    the words private life and home as including certain professional
    or business activities or premises would be consonant with the
    essential object and purpose of Art. 8, namely to protect the
    individual against arbitrary interference bij the public
    authorities. Omstandigheden: Warrant issued a search for, and a
    seizure of, documents – without qualification or limitation.
    Examination of four cabinets with data concerning clients as well
    as six individual files. Conclusie: An interference with his rights
    under Art. 8.

    B. Was the interference in accordance with law?
    It was based on suspicion rather than facts and so did not meet the
    conditions laid down by Art. 103 Code of Criminal Procedure and
    since it was intended to circumvent the legal provisions
    safeguarding professional secrecy.

    C. Did the interference have a legimate aim or aims?
    Yes, the prevention of crime and protection of the rights of
    others.
    D. Was the interference necessary in a democratic?
    On the other hand, the warrant was drawn in broad terms, in that it
    ordered a search for and a seizure of documents, without any
    limitation, revealing the identity of the author of the offence
    letter; this point of special significance where, as in Germany,
    the search of a lawyer’s office is not accompanied by any special
    procedural safeguards, such as the presence of an independent
    observer. More importantly, having regard to the materials that
    were in fact inspected, the search impinged on professional secrecy
    to an extent that appears disproportionate in the circumstances; it
    has, in this connection, to be recalled that, where the lawyer is
    involved, an encroachment on professional secrecy may have
    repercussions on the proper administration of justice and hence on
    the rights guaranteed by Art. 6 of the Convention.

    Noot EJD: Kon men al uit het Chappell-arrest de conclusie
    trekken, dat een kantoor onder de privacy-bescherming valt, thans
    zegt het Hof ondubbelzinnig dat zakelijke activiteiten (en de
    ruimten van een individu) onder de bescherming van art. 8 EVRM. Het
    Hof komt daar langs drie wegen: 1. een groot deel van het
    individuele leven speelt zich af op het werk; 2. er is geen
    onderscheid te maken tussen priv- en zakelijke communicatie; 3.
    zakelijke activiteiten kunnen zowel op een huisadres als een
    kantooradres worden ontplooid. Twee aspecten, te weten het
    huisrecht en privacy op de werkplek worden verder in de noot nader
    belicht. Bijzonderheden: Vergelijk relationele (o.m.
    Chappell-arrest, NJ 91, 522 en Huvig en Kruslin NJ 1991, 523) en
    informationele privacy (o.m. Gaskin-zaak, NJ 91, 659).


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken