• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage V – Plea-bargain

    Plea-bargain

    HR 28 maart 1995, nr. 99.127
    Verdachte meende dat er beslist een deal was gemaakt over de eis
    van twee jaar als schoon schip gemaakt zou worden door verdachte.
    De rechercheurs zouden daartoe carte blanche hebben gekregen van de
    officier van justitie. Vervolgens heeft verdachte niet alleen met
    autodiefstallen, maar ook – geheel onverwacht – een overval op

    Albert Heijn te Delft toegegeven.

    Voorgestelde cassatiemiddelen:
    1. Het hof heeft ten onrechte beslist het verzoek van de raadsman
    om twee rechercheurs als getuigen te horen af te wijzen. (Dit om
    duidelijkheid te krijgen omtrent onder meer aard en inhoud van door
    verdediging gestelde plea-bargain, red.)
    .

    Het hof:
    De eveneens door de verdediging gestelde deal had slechts
    betrekking op de eis van de Officier van Justitie, waarvan zowel de
    Rechtbank als het hof kunnen afwijken, hetgeen gezien de ernst van
    de telastegelegde feiten voor de hand lag. Daarnaast mocht de
    verdachte er niet zonder meer vanuit gaan dat de door hem gestelde
    toezegging van de officier van justitie, gedaan i.v.m. gestolen
    auto’s, zich zou uitstrekken tot een dergelijke ernstig en van
    geheel andere aard zijnd feit als de betreffende overval. Dat de
    verdachte de door hem gestelde deal zonder voorwaarden op een
    dergelijke wijze genterpreteerd heeft, dient voor zijn rekening te
    blijven. Het Hof is dan ook van oordeel dat de door het achterwege
    blijven van de oproeping van deze getuigen de verdachte
    redelijkerwijs niet in zijn verdediging kan worden geschaad. Het
    openbaar ministerie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt
    gesteld dat nooit sprake is geweest van
    een deal. Volgens de verdediging zou de officier slechts 2 jaar
    eisen indien de verdachte schoon schip zou maken. In de toelichting
    op het eerste cassatiemiddel wordt geklaagd over de rechterlijke
    afwijkingsmogelijkheid van de eis van de officier van justitie.
    Zelfs indien de rechter afwijkt van de eis, ook indien dat in
    opwaartse richting is, is de hoogte van die eis niet irrelevant. De
    vragen of de toezegging alleen in verband met de gestolen auto’s is
    gedaan en of bij verdachte gerechtvaardige verwachtingen zijn
    gewekt kunnen volgens de verdediging alleen beantwoord worden door
    verhoor van desbetreffende verbalisanten. 2. Volgens de verdediging
    zou de niet ontvankelijkheid v/h openbaar ministerie wegens niet
    nakoming deal (eis 2 jaar) uitgesproken moeten worden.

    Hof:
    De door de raadsman aangevoerde argumenten kunnen de door hem
    daaruit getrokken conclusie niet dragen: Zelfs indien het door de
    raadsman gestelde juist zou zijn, dan kan hieruit slechts volgen,
    dat de verdachte er (met het openbaar ministerie) van uit ging dat
    hij vervolgd zou worden. Van een niet ontvankelijkheid (…) kan
    dan ook geen sprake zijn. Het niet naleven van gemaakte afspraken
    leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie,
    zolang die afspraken maar niet inhouden dat er niet vervolgd zal
    worden In zijn beoordeling van de middelen overweegt de Hoge
    Raad:

    Voor de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuigen
    heeft het hof de juiste maatstaf aangelegd, toereikend
    gemotiveerd:
    a. het door de raadsman omtrent de deal gestelde aldus verstaan dat
    de beweerdelijke toezegging van de zijde van de officier van
    justitie is gedaan met het oog op het verkrijgen van een bekentenis
    van de verdachte ter zake van door hem gepleegde autodiefstallen
    en;

    b. geoordeeld dat, indien de juistheid van het aldus gestelde
    zou moeten worden uitgegaan, bij de verdachte niet de verwachting
    kan zijn gewekt dat die toezegging ook betrekking had op de
    bekentenis ter zake van de onder 1 telastegelegde en
    bewezenverklaarde overval te Delft.

    In aanmerking genomen dat niet is vastgesteld of aangevoerd dat
    zich omstandigheden hebben voorgedaan op grond waarvan zou moeten
    worden geoordeeld dat zich een ernstige schending heeft voorgedaan
    van beginselen van een behoorlijke procesorde, (…) is het beroep
    op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie door het hof
    terecht verworpen (…) motiveringsklachten behoeven geen
    bespreking.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken