• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 10.2 Taak en organisatie

    10.2 Taak en organisatie

    10.2.1 De taak van de rechter-commissaris

    De rechter-commissaris heeft twee hoofdtaken. Hij dient
    allereerst het gebruik van ingrijpende dwangmiddelen te bewaken,
    dat wil zeggen te beslissen of in het belang van het
    strafrechtelijk onderzoek inbreuken op vrijheid
    en privacy van verdachten en andere personen kunnen worden gemaakt.
    Deze bevoegdheid hangt samen met de onafhankelijkheid van de
    rechter-commissaris. Hij wordt beter dan de officier van justitie
    in staat geacht een onpartijdig oordeel te vellen. Als de officier
    van justitie zulke ingrijpende maatregelen nodig acht, zal hij
    daarvoor altijd de toestemming van de rechter-commissaris moeten
    vragen. De toepassing van de klassieke dwangmiddelen wordt door de
    officier gevorderd en de rechter-commissaris beslist op die
    vordering. De tweede hoofdtaak is het instellen en verrichten van
    het gerechtelijk vooronderzoek door het verhoren van verdachten en
    getuigen (artt. 181, 184 lid 2, 185, 200 en 210 Sv), het
    onderzoeken van plaatsen (artt. 112 en 192 Sv) en andere
    onderzoekswerkzaamheden. De rechter-commissaris voert zijn taken in
    beginsel uit in aanwezigheid van de verdachte of diens raadsman,
    die hij steeds de gelegenheid moet geven vragen te stellen en
    opmerkingen te maken.

    De organisatie van het gerechtelijk vooronderzoek is onderzocht
    door de Commissie herijking Wetboek van Strafvordering, de
    commissie-Moons. Haar aanbevelingen die zijn uitgemond in
    wetsvoorstellen worden in paragraaf 10.2.5 besproken.

    Artikel 177 Sv bepaalt dat de rechter-commissaris, zoveel
    mogelijk in overleg met de officier van justitie, het doen van
    nasporingen kan opdragen en bevelen kan geven aan
    opsporingsambtenaren. Het is de taak van de rechter-commissaris om
    onvolkomenheden in het onderzoek van politie en OM te signaleren en
    aanvullende opsporing te doen of te laten doen. Verder kan hij
    evenzeer onderzoek doen of laten doen naar aanleiding van verweren
    van de verdediging, bijvoorbeeld het nagaan van een alibi.

    Hij kan ook onderzoek laten doen naar de persoonlijkheid of de
    achtergronden van de verdachte, bijvoorbeeld in de vorm van een
    psychiatrisch rapport. Als de rechter-commissaris de indruk heeft
    dat door de verhoren en andere activiteiten de zaak voldoende tot
    klaarheid is gebracht, sluit hij het gerechtelijk vooronderzoek
    (artikel 237 Sv). Na sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek
    moet de zaak gereed zijn voor de terechtzitting. Er wordt wel
    gesproken van het panklaar maken van een zaak voor de zitting.

    De positie van de rechter-commissaris is enigszins dualistisch.
    Enerzijds is hij betrokken bij het onderzoek – formeel is hij de
    leider van het gerechtelijk vooronderzoek – en anderzijds is hij
    als rechter toetser of controleur. Voor een toetsende functie wordt
    een zekere afstandelijkheid wenselijk geacht. Dit staat op
    gespannen voet met het leiding geven aan het onderzoek. In de
    praktijk heeft de rechter-commissaris niet de dagelijkse leiding
    van het gerechtelijk vooronderzoek. Doorgaans laat hij zich
    regelmatig op de hoogte stellen van de voortgang van het onderzoek.
    Dat gebeurt bijvoorbeeld bij gelegenheid van de (nieuwe)
    vorderingen tot toepassing van dwangmiddelen of bij gelegenheid van
    de verlenging van tapbeschikkingen. De mate waarin de
    rechter-commissaris zich daadwerkelijk met het onderzoek inlaat,
    verschilt per kabinet en per rechter-commissaris.

    Feitelijke werkzaamheden in grote strafzaken

    De werkzaamheden van de rechter-commissaris kunnen worden
    verduidelijkt door een beschrijving van de gang van zaken bij een
    strafzaak van behoorlijke omvang. In dergelijke zaken is doorgaans
    sprake van een gerechtelijk vooronderzoek. De officier van justitie
    zal als regel na een voorafgaand opsporingsonderzoek een
    gerechtelijk vooronderzoek vorderen teneinde de toepassing van
    dwangmiddelen, zoals de telefoontap en de huiszoeking mogelijk te
    doen zijn. Voorafgaande aan de vordering gerechtelijk vooronderzoek
    ter fine van tappen en/of huiszoeking is er niet zelden informeel
    vooroverleg tussen rechter-commissaris en officier van justitie. In
    dat informele vooroverleg wordt de rechter-commissaris genformeerd
    over het reeds verrichte onderzoek en worden de mogelijkheden van
    het gerechtelijk vooronderzoek besproken. Een schriftelijke
    vordering van de officier van justitie gaat vergezeld van
    rapportage van de politie in de vorm van een proces-verbaal ter
    onderbouwing van de verdenking en de noodzaak tot het toepassen van
    een dwangmiddel. Aan de hand van deze doorgaans summiere stukken
    toetst de rechter-commissaris of er een verdenking is, en als die
    er is, opent hij een gerechtelijk vooronderzoek. Deze toetsing
    wordt bemoeilijkt in het geval de politierapportage bestaat uit
    informatie van de Criminele inlichtingendienst. In dat geval is de
    rechter-commissaris nauwelijks in staat de betrouwbaarheid van de
    informatie na te gaan. Daarom bestaat er in veel kabinetten de
    hoofdregel dat een gerechtelijk vooronderzoek niet geopend wordt
    uitsluitend op de CID-informatie die afkomstig is uit een enkele
    bron.

    Afhankelijk van zijn wensen en de mededeelzaamheid van de
    officier en de politie ontvangt hij (doorgaans mondeling)
    informatie over het lopende opsporingsonderzoek, zoals een
    infiltratietraject. Ingeval een gerechtelijk vooronderzoek ten
    behoeve van het tappen van telefoongesprekken wordt gevorderd,
    blijft de activiteit van de
    rechter-commissaris in eerste
    instantie beperkt. De
    rechter-commissaris neemt (globaal)
    kennis van de inhoud van de door de politie in de vorm van een
    proces-verbaal uitgewerkte gesprekken. Hij verlengt desgevorderd de
    machtiging tot tappen mits hij daartoe voldoende grond aanwezig
    acht. Hierdoor krijgt de
    rechter-commissaris zicht op het
    verloop van het onderzoek. Vervolgens wordt hij veelal benaderd
    om

    een datum voor de huiszoeking te bepalen. Voorafgaand aan de
    huiszoeking(en), die vaak op meer plaatsen tegelijk worden
    gehouden, vindt een briefing plaats. Tijdens de briefing of daaraan
    voorafgaand vindt er overleg plaats over het tijdstip en de wijze
    van binnentreden (al dan niet met geweld), over de intensiteit van
    het zoeken, over de vraag of bewoners al dan niet aanwezig kunnen
    zijn bij de zoeking, over de mogelijkheid van onderzoek van
    computers, over de voorwerpen die in beslag genomen zullen worden
    en de vraag of de officier van justitie tijdens de zoeking aanwezig
    is of dat volstaan kan worden met een hulp-officier van justitie.
    Voorts zal besproken worden of er gelijktijdig in verschillende
    panden kan worden binnengetreden en hoelang de situatie ter plaatse
    bevroren moet worden in afwachting van de komst van de

    rechter-commissaris. Wanneer al dan niet tijdens een lopend
    gerechtelijk vooronderzoek verdachten worden aangehouden en in
    verzekering gesteld, zal voor de afloop van de eerste
    inverzekeringstelling de
    rechter-commissaris de
    rechtmatigheid van de inverzekeringstelling moeten beoordelen of
    desgevorderd moeten beslissen over de inbewaringstelling. In dat
    kader dient er een verhoor van de verdachte plaats te vinden. Dat
    verhoor strekt ertoe na te gaan of er voldoende aanleiding is de
    verdachte langer gedetineerd te houden. De
    rechter-commissaris
    toetst of er ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte en of er
    voldoende grond is voor de voortzetting van het voorarrest. In de
    praktijk wordt de inverzekeringstelling doorgaans niet verlengd,
    maar vordert de officier van justitie inbewaringstelling in geval
    hij voortzetting van de detentie wenst.
    Door het verhoor van de
    verdachte komen de belangen van de verdachte in het kader van het
    gerechtelijk vooronderzoek beter in beeld voor de
    rechter-commissaris. Tijdens het verhoor van de verdachte door de
    rechter-commissaris kan de raadsman van de verdachte aanwezig zijn.
    Ten behoeve van de voorgeleiding bij de rechter-commissaris wordt
    door de politie een zogenaamd voorgeleidingsproces-verbaal
    opgemaakt. In dat stadium zijn in de regel de overige stukken
    (waaronder de verslagen van de afgeluisterde telefoongesprekken)
    voor de verdediging nog niet toegankelijk. Het
    voorgeleidingsproces-verbaal bestaat uit een globale weergave van
    de stand van het onderzoek en behelst de verklaringen van de
    verdachte tegenover de politie en eventuele getuigenverklaringen,
    waaronder de aangifte van een strafbaar feit.

    Vanaf het verhoor krijgt de rechter-commissaris meer greep op
    het gerechtelijk vooronderzoek. In dit stadium is het niet
    gebruikelijk dat nadere onderzoekshandelingen door de
    rechter-commissaris worden genitieerd. Doorgaans zal de verdediging
    later schriftelijk te kennen geven welke onderzoekshandelingen (met
    name het horen van getuigen) zij gewenst acht. Het komt ook wel
    voor dat de officier om nader onderzoek van de rechter-commissaris
    vraagt of dat de rechter-commissaris ambtshalve overgaat tot het
    horen van getuigen. Dit is echter uitzondering. In het stadium van
    voorgeleiding wordt veelal wel beslist over de vraag of
    psychiatrische rapportage van de verdachte noodzakelijk is.

    Wanneer de rechter-commissaris getuigen hoort, gaat
    het vaak om getuigen die al door de politie zijn ondervraagd. De
    verdediging wordt op deze wijze in de gelegenheid de
    betrouwbaarheid van de getuige te toetsen. Verhoor van andere
    getuigen, door de verdediging voorgedragen, is zeker geen
    uitzondering. Onder de getuigen neemt de bedreigde getuige een
    bijzondere plaats in (art. 226a e.v. Sv). Hierop wordt nader
    ingegaan in bijlage 5 Methoden, hoofdstuk 4

    Informanten.

    Rogatoire commissies in het kader van internationale
    rechtshulpverdragen spelen in toenemende mate een rol in het
    gerechtelijk vooronderzoek. Op verzoek van buitenlandse justitile
    autoriteiten die belast zijn met de buitenlandse takken van het
    grote onderzoek kunnen rechters-commissarissen
    onderzoekshandelingen verrichten, vaak in aanwezigheid van
    buitenlandse collega’s of opsporingsambtenaren. Omgekeerd kunnen
    zij zelf in het buitenland aanwezig zijn bij getuigenverhoren of
    andere onderzoekshandelingen die op hun verzoek in dat buitenland
    worden ondernomen. Die aanwezigheid dient uiteraard om erover te
    waken dat de juiste vragen worden gesteld en dat de
    waarheidsvinding aan Nederlandse maatstaven voldoet. Als de
    rechter-commissaris de indruk heeft dat door de verhoren en andere
    activiteiten de zaak voldoende tot klaarheid is gebracht, sluit hij
    het gerechtelijk vooronderzoek (artikel 237 Sv). Als de verdachte
    langer dan twee maanden in voorarrest zit, kan het gerechtelijk
    vooronderzoek ook door dagvaarding van de verdachte voor de
    terechtzitting worden gesloten. Dit wordt wegdagvaarden genoemd.
    Nadat de zaak is weggedagvaard kan de rechter-commissaris tot aan
    de zitting alleen nog onderzoekshandelingen verrichten in opdracht
    van de voorzitter van de meervoudige strafkamer (artikel 241 Sv).
    Wanneer het vooronderzoek nog niet is afgerond, zal de officier van
    justitie ter terechtzitting aanhouding van de zaak en verwijzing
    naar de rechter-commissaris voor verder onderzoek vorderen. Meestal
    wordt de rechter-commissaris daarbij de mogelijkheid geboden het
    onderzoek in volle omvang voort te zetten. De openbare
    terechtzitting heeft in dit soort gevallen een pro forma
    karakter. Als de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt,
    moet er elke drie maanden een dergelijke pro forma-zitting
    plaatsvinden. Op deze wijze is het mogelijk dat de inhoudelijke
    behandeling van de strafzaak vele maanden na de eerste aanhouding
    plaatsvindt. Ook als de rechter-commissaris van oordeel is dat het
    gerechtelijk vooronderzoek is voltooid, kan hem door de rechtbank
    of het gerechtshof worden opgedragen
    nadere onderzoekshandelingen te doen. Zowel de rechtbank als het
    gerechtshof hebben de mogelijkheid het onderzoek ter terechtzitting
    aan te houden en de zaak te verwijzen naar de rechter-commissaris
    voor nader onderzoek. Een dergelijke verwijzing kan ook
    plaatsvinden zonder dat er eerder een gerechtelijk vooronderzoek is
    geweest. Dit type verwijzingen vormt een substantieel deel van de
    werkzaamheden van de rechter-commissaris. Verwijzing naar de
    rechter-commissaris voor het horen van getuigen vindt veelal om
    redenen van doelmatigheid plaats.

    Veel rechters zien een inherente spanning tussen een sturende
    rol van een rechter-commissaris van het optreden van OM en politie,
    en de mogelijkheid om dat optreden vervolgens te toetsen. Zij zien
    de rol van de rechter-commissaris dus vooral als controlerend. Zij
    verlangen meestal wel een actievere sturing van het politile
    onderzoek door het OM.

    Niet zelden achten rechters-commissarissen het met name hun taak
    te onderzoeken of het verlangde dwangmiddel kan worden toegepast
    aan de hand van de stukken die door het OM zijn overgelegd. En
    rechter-commissaris schrijft hierover:

    De rechter-commissaris krijgt van de officier van
    justitie een proces-verbaal met voor de te nemen beslissing van
    belang zijnde feiten en geeft in de rust van zijn kabinet,
    verwijzend naar dat proces-verbaal zijn beslissing. Dat is het en
    meer niet. Dat is in het vervolg van de procedure ook eenvoudig
    toetsbaar: uit het proces-verbaal blijken de feiten waarop de
    beslissing is gebaseerd. In dat verband valt wel eens het woord
    stempelmachine, maar is een rechter in de kern van de zaak niet
    eigenlijk een stempelmachine als hij toestaat gelijk verzocht of
    het gevorderde afwijst? En wat is daar tegen? Zolang die machine
    zelf bepaalt of het goedkeuringsstempel of het afkeuringsstempel op
    het proces-verbaal wordt geplaatst niets, lijkt mij.

    Noot Anderen willen evenwel meer informatie over de
    strategie van het opsporingsonderzoek om de vraag naar de
    noodzakelijkheid van het dwangmiddel (en de subsidiariteit en
    proportionaliteit ervan) beter te kunnen beantwoorden. De invulling
    die een rechter-commissaris aan die rol geeft is uiteraard sterk
    afhankelijk van de persoon. Sommigen zouden meer wettelijke ruimte
    willen voor een actievere bemoeienis met de loop van het
    strafrechtelijk onderzoek, anderen menen dat dat hun
    onafhankelijkheid zou aantasten.

    10.2.2 Organisatiestructuur van het
    rechter-commissariaat

    De rechter-commissaris wordt benoemd uit de rechters van de
    rechtbank (zie .10.2.4) en is werkzaam in het kabinet van de
    rechter-commissaris. Dit bestaat uit een aantal
    rechters-commissarissen, afhankelijk van de grootte van de
    rechtbank en het aantal strafkamers dat die rechtbank telt. Zo
    heeft de rechtbank Zwolle twee formatieplaatsen en heeft de
    rechtbank Amsterdam negen rechters-commissarissen, van wie enkelen
    in deeltijd werken.

    Het kabinet van de rechters-commissarissen is meestal een van
    de rechtbank afgescheiden ruimte, soms bevindt het zich ook in een
    ander gebouw dan de rechtbank. Die afscheiding is nodig omdat de
    rechters-commissarissen vaak personen verhoren die gedetineerd
    zijn. Er worden beveiligingseisen aan de werkruimte gesteld, ook
    vanwege de aanwezigheid van (privacygevoelige) dossiers en geheime
    informatie. Het kabinet bestaat uit een aantal werkkamers van de
    rechters-commissarissen, die tevens verhoorkamer zijn, celruimte of
    toegang daartoe, en ruimte voor de politie, die de bewaking
    doet.
    Bij alle ambtshandelingen wordt de rechter-commissaris
    bijgestaan door een griffier. Hij maakt op aanwijzing van de
    rechter-commissaris een verslag van de handelingen en verhoren op
    in de vorm van een proces-verbaal. Voorts verleent hij allerhande
    secretarile ondersteuning: agendabeheer, oproepen van getuigen,
    doorgeleiden van verzoeken aan politie en OM. De griffier behoort
    tot het administratief ondersteunend personeel van de rechtbank en
    heeft als regel niet de rang van gerechtssecretaris. In de grotere
    kabinetten komt het wel voor dat de leiding in handen is van een
    gerechtssecretaris/griffier.

    10.2.3 De cordinerend rechter-commissaris

    Met ingang van 1995 is in de zes arrondissementen waar een
    kernteam is gevestigd, een cordinerend rechter-commissaris benoemd
    in de rang van vice-president van de arrondissementsrechtbank.
    Doorgaans heeft een rechter-commissaris de rang van rechter, en
    niet van vice-president. De benoemingen zijn niet vergezeld gegaan
    van een ministerile opdracht of taakstelling, maar zij zijn het
    gevolg van een advies van een subwerkgroep, opererend onder de
    Werkgroep deskundigheidsbevordering voor zittende magistratuur en
    OM in
    het kader van het project Aanpak zware georganiseerde criminaliteit
    van het ministerie van Justitie. De subwerkgroep
    (werkgroep-Steenbeek) deed de volgende aanbevelingen over het
    functioneren van de cordinerend rechter-commissaris:

    – hij cordineert de behandeling van
    kernteamzaken;

    • hij staat de andere rechters-commissarissen die zaken van
      dat
      kernteam behandelen bij;
    • hij begeleidt de opleiding van die
      rechters-commissarissen;
    • hij is aanspreekpunt voor de kernteamofficieren van
      justitie.

      Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de cordinerend
      rechter-commissaris zelf als een super rechter-commissaris alle
      kernteamzaken behandelt. Hij dient te cordineren in zaken die door
      andere rechters-commissarissen worden gedaan. De aanstelling geldt
      voor drie vier jaren. Praktisch heeft de rol van de cordinerend
      rechter-commissaris nog nauwelijks invulling gekregen.

    Inmiddels is in magistratelijke kringen een flinke discussie
    ontbrand over de inhoud van de functie van cordinerend
    rechter-commissaris. Voorstanders van een actievere rol voor de
    rechter-commissaris wijzen op het voordeel van een deskundige en
    onafhankelijke toetsing van opsporingsmethoden door de rechter.
    Tegenstanders menen dat de onafhankelijkheid van de rechter door
    die actieve opstelling juist in het gedrang komt, en dat zinvolle
    toetsing beter achteraf door de gehele rechtbank kan plaatsvinden.
    De discussie wordt in paragraaf 10.3.2 weergegeven.

    10.2.4 Werving, selectie en opleiding

    De tijd dat het rechter-commissariaat op rechtbanken in laag
    aanzien stond is voorbij. Met name het strafprocesrecht is
    tegenwoordig als rechtsgebied ook voor de juridische fijnproever
    interessant. Voorts is het rechter-commissariaat een vak dat beroep
    doet op andere capaciteiten. De capaciteiten die nodig zijn om het
    rechter-commissariaat te vervullen worden hoog aangeslagen.
    Flexibiliteit, contactuele vaardigheid en het snel kunnen
    analyseren en beslissen zijn kenmerkende eigenschappen. In n
    rechtbank wordt er op gewezen dat daar geen vice-president is, die
    geen rechter-commissaris is geweest. De rechtbanken wijzen uit hun
    midden op voorstel van de president, gehoord de hoofdofficier van
    justitie, de rechters-commissarissen, belast met de behandeling van
    strafzaken aan (artikel 59 RO).

    Elke rechtbank acht het nodig dat de rechter-commissaris over
    een fikse juridische ervaring beschikt, doch dit vereiste wordt
    verschillend ingevuld. Het varieert van in ieder geval een lange
    ervaring in de advocatuur, met enkele maanden functioneren in de
    strafkamer in n rechtbank tot ten minste twee jaar hebben
    gefunctioneerd in de strafsector in een andere. Zonder dat het
    ergens uitdrukkelijk wordt gezegd, is gevorderde leeftijd wel een
    bezwaar vanwege de forse aanslag die de functie op vrije tijd en
    nachtrust doet. De wettelijke regel dat benoeming van
    rechters-commissarissen geschiedt voor een periode van twee jaar is
    afgeschaft. In de praktijk wordt thans de functie voor twee tot
    drie jaren uitgeoefend.

    Elke beginnend rechter-commissaris volgt de cursus
    Rechter-commissaris in strafzaken die wordt verzorgd door de
    Stichting studiecentrum rechtspleging. De nieuwe
    rechters-commissarissen doen tijdens deze vijf dagen durende cursus
    praktische kennis op over politie en opsporingstechnieken waaronder
    huiszoeking. Over het algemeen wordt die cursus als nuttig
    ervaren.

    10.2.5 Ontwerp herziening gerechtelijk vooronderzoek

    De belangrijkste wijzigingen in de taken en positie van de
    rechter-commissaris die zich in de praktijk hebben voltrokken, zijn
    verwerkt in het op het rapport van de commissie-Moons gebaseerde
    wetsvoorstel 23.251, waarop op 18 januari 1995 door de minister nog
    een nota van wijzigingen is ingediend. De behandeling van het
    wetsvoorstel is door de Kamer opgehouden in afwachting van de
    bevindingen van de enqutecommissie opsporingsmethoden. Het voorstel
    bevat ook onderdelen die niet een codificatie zijn van de bestaande
    praktijk. De volgende onderdelen zijn voor de positie van de
    rechter-commissaris van belang: – onderdeel Ca (voorgestelde
    artikel 36a tot en met 36e Sv):

    De verdachte, jegens wie door of vanwege de Staat een
    handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting
    kan ontlenen dat tegen hem strafvervolging zal worden ingesteld,
    kan de
    rechter-commissaris verzoeken dienaangaande enig
    onderzoek in te stellen. Onder de huidige wetgeving heeft de
    verdachte geen vergelijkbaar recht en moet wachten tot de officier
    de zaak aan de rechter(-commissaris) heeft voorgelegd, voor hij om
    tegenonderzoek kan vragen (behoudens de uitzondering die in de
    tweede noot in dit hoofdstuk staat

    vermeld).
    Ook in spoedgevallen kan huiszoeking – die voortaan doorzoeking zal
    worden genoemd – in een woning – onderdeel H (voorgestelde artikel
    96 tot en met 99 Sv):
    alleen nog plaatsvinden met een voorafgaande machtiging van de

    rechter-commissaris. Doorzoeking in een andere plaats dan een
    woning (schuur, kantoor, enz.) kan plaatsvinden met voorafgaande
    machtiging van de officier. Het wetsvoorstel bepaalt overigens, net
    als nu het geval is, dat het de voorkeur verdient dat de

    rechter-commissaris respectievelijk de officier zelf bij die
    doorzoeking aanwezig zijn. Het is niet meer noodzakelijk dat na
    zo’n spoedzoeking een gerechtelijk vooronderzoek wordt gevorderd,
    zoals dat thans wel het geval is.

    Inbeslagneming van poststukken kan plaatsvinden na machtiging
    van de officier, opening na machtiging van – onderdeel L, M en N
    (voorgestelde artikel 100 tot en met 102a):
    de
    rechter-commissaris. In tegenstelling tot wat de huidige
    regeling bepaalt, behoeft geen gerechtelijk vooronderzoek meer te
    worden gevorderd.

    Het tappen van gegevensverkeer behoeft niet meer in het kader
    van een gerechtelijk vooronderzoek plaats te – onderdeel W tot en
    met Z (voorgestelde artikel 125b tot en met 125m):
    vinden. De
    rechter-commissaris blijft de beslissende
    instantie.
    De registratie van de inhoud van gegevensverkeer, het bewaren dan
    wel vernietigen van banden, alsmede processen-verbaal worden in de
    ontwerpregeling duidelijker geregeld dan thans het geval is. De
    officier dient de
    rechter-commissaris snel en volledig te
    informeren over alle opsporingsactiviteiten die – onderdeel PP
    (voorgesteld artikel 177a Sv):

    parallel aan het gerechtelijk vooronderzoek worden ontplooid.
    Hij is verplicht de
    rechter-commissaris de processtukken die
    daarop betrekking hebben ten spoedigste toe te zenden.
    Drie
    wijzigingen springen in het oog:

    vooronderzoek, al blijft een beslissing van de
    rechter-commissaris vereist. – Een aantal ingrijpende maatregelen
    en dwangmiddelen wordt losgekoppeld van het gerechtelijk
    verslaglegging van de parallelle opsporing gaat deel uitmaken van
    het dossier van het gerechtelijk – De rechter-commissaris moet ter
    zake van al het parallel opsporingsonderzoek worden genformeerd; de
    vooronderzoek.

    verzoeken (mini-instructie).
    – De verdachte heeft het recht te informeren of hij onderwerp van
    onderzoek is en kan om een tegenonderzoek Het is de vraag of en
    inhoeverre het wetsvoorstel van wezenlijke betekenis is voor de
    positie van de rechter-commissaris. Voor zover de toepassing van
    bepaalde dwangmiddelen uit het gerechtelijk vooronderzoek is
    getild, lijkt vooral sprake van een aanpassing aan de bestaande
    praktijk, waarin de rechter-commissaris nauwelijks zelfstandig
    onderzoek verricht. Deze aanpassing betekent in elk geval geen
    verschuiving van de positie van de rechter-commissaris naar een
    meer op onderzoek georinteerde. In de bestaande situatie berust de
    leiding van het onderzoek bij de rechter-commissaris. In de
    praktijk wil hij die bevoegdheid wel ongebruikt laten in afwachting
    van de verdere resultaten van de tap en het vervolg van het
    opsporingsonderzoek. Doordat voor de toepassing van een aantal
    dwangmiddelen in de toekomst slechts een machtiging van de
    rechter-commissaris nodig is en daarvoor geen gerechtelijk
    vooronderzoek hoeft worden geopend, wordt de greep van de
    rechter-commissaris verkleind. Daar staat tegenover dat de
    toetsende rol wordt versterkt. Bovendien kan de rechter-commissaris
    in meer gevallen dan thans ook op verzoek van de verdachte
    onderzoekshandelingen verrichten. Hoe de positie van de
    rechter-commissaris in het toekomstige voorbereidend onderzoek vorm
    zal krijgen moet worden afgewacht.

    Het wetsvoorstel inzake direct afluisteren (23.047) strekt ertoe
    het afluisteren van gesprekken (anders dan die over de telefoon
    gevoerd worden) toe te staan, mits de rechter-commissaris daartoe
    toestemming geeft (voorgesteld artikel 125a Sv). Dit voorstel maakt
    zodanig afluisteren ook mogelijk indien een redelijk vermoeden
    bestaat dat een strafbare feit zal worden gepleegd (voorgesteld
    artikel 126g Sv). Het wetsvoorstel is door de minister opgehouden
    in afwachting van de bespreking door het parlement van de
    resultaten van deze enqute. Het wetsvoorstel heeft betekenis voor
    de positie van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris wordt
    immers in het kader van het direct afluisteren ook betrokken in
    zaken waar nog niet gesproken kan worden van een verdenking ter
    zake van een gepleegd strafbaar feit. Hierdoor kan de
    rechter-commissaris het politieel vooronderzoek worden
    ingezogen.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken