• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 6.4 Landelijk rechercheteam (LRT)

    6.4 Landelijk rechercheteam (LRT)

    De ontwikkelingen rond de oprichting en het functioneren van de
    kernteams lijken het belang van een LRT te onderstrepen. De
    korpschef van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft in
    september 1994 de opdracht gekregen een plan van aanpak te maken
    voor de oprichting van een LRT. Dat plan is gemaakt door de Divisie
    ondersteuning van het KLPD in samenwerking met de CRI.

    Het LRT, dat in november 1995 is ingesteld Noot ,
    moet in oktober 1996 operationeel zijn. Tot de werkzaamheden van
    het LRT behoren:-omvangrijke en complexe onderzoeken naar zware en
    georganiseerde criminaliteit waarvoor specialistische kennis en
    expertise op het gebied van financile recherchemethodieken
    noodzakelijk is (MOT-meldingen, EG-fraude, toepassing van
    Plukze-instrumentarium);-onderzoeksactiviteiten van internationaal
    belang die voortvloeien uit buitenlandse rechtshulpverzoeken;-zaken
    van nationaal belang die onvoldoende binding hebben met regionale
    belangen.

    De teamleider van het LRT is het voormalig hoofd van het bureau
    financile ondersteuning (BFO) van het regiokorps
    Amsterdam-Amstelland. Noot Het LRT is een afzonderlijke
    eenheid binnen het KLPD. In die zin zal het door diensten van
    andere divisies binnen het KLPD op dezelfde wijze worden behandeld
    als de kernteams. Het LRT dient volledig zelfstandig te
    functioneren. Daartoe beschikt het over eigen observatiecapaciteit
    en over een nauw aan de bestaande structuren gekoppelde
    CID-ondersteuning. Voor de CID van het LRT is inmiddels een aparte
    CID-officier van justitie aangewezen, die deel uitmaakt van het
    Landelijk bureau openbaar ministerie.

    De minister benadrukt bij herhaling de betekenis van het LRT
    voor het financieel rechercheren. Dat zou tot een inhoudelijk
    verschil met de andere kernteams kunnen leiden, hoewel duidelijk is
    dat alle kernteams belangstelling hebben voor financieel
    rechercheren. Wat het LRT betreft, valt echter als bijzonder taak
    te denken aan het direct optreden naar aanleiding van meldingen
    krachtens de Wet melding ongebruikelijke transacties en aan
    EG-fraude. Over de participatie van financieel deskundigen van de
    FIOD en de ECD vindt nog overleg plaats. Er zijn gesprekken gevoerd
    met medewerkers uit het bankwezen waarin zij hun kennis en ervaring
    met het LRT hebben uitgewisseld. Een deel van de specialisten –
    fiscaal juristen, economen en medewerkers uit het bank- en
    effectenwezen – zal tot het team behoren, maar ook zullen ad hoc
    externe specialisten worden aangetrokken. Het ligt in de bedoeling
    dat het LRT daarmee een eigen takenpakket krijgt, maar voor het
    overige nevengeschikt aan de kernteams werkt. De kernteams zullen
    hun eigen internationale onderzoeken blijven uitvoeren.

    Uitgaande van het beschikbare budget van ruim acht miljoen
    gulden op jaarbasis, zal het
    LRT bestaan uit ongeveer 60
    fte’s die worden geplaatst voor een periode van vier tot zes jaar.
    De leden van het team treden in dienst van het
    KLPD. Voor
    het regiokorps dat personeel levert, zal worden voorzien in een
    terugkeergarantie.
    Hoewel bij de meeste regiokorpsen verzet
    bestaat tegen het landelijk rechercheteam, wijzen anderen erop dat
    buitenlandse collega’s het vreemd vinden dat internationale
    verzoeken naar de regiokorpsen worden doorgeleid. De traagheid
    waarmee Nederland op rechtshulpverzoeken uit het buitenland
    reageert, wordt schandalig genoemd.

    De heer Koekkoek :
    Mijnheer Wiarda, laat ik maar met de deur in huis vallen.
    Het landelijk rechercheteam is door u ooit een ernstige vergissing
    genoemd. Zou u kunnen toelichten wat u daarmee bedoelde?
    De heer Wiarda:
    Ja, en ik herinner mij ook nog de plaats waar ik dat gezegd
    heb en u was daarbij, naar ik mij meen te herinneren. Ik denk dat
    een van de ergste dingen die ons kan overkomen bij de Nederlandse
    politie is, dat wij twee soorten politie krijgen. Twee soorten
    politie onder twee verschillende departementen. Ik ben er
    natuurlijk op zichzelf geen tegenstander van om het werken op het
    terrein van de zware en georganiseerde

    criminaliteit op een efficinte en professionele manier te
    organiseren en te specialiseren – want het is zeker een specialisme
    – maar dat zou voor mij moeten gebeuren binnen n Nederlandse
    politie, onder n departement. Nu zou dat kunnen als het huidige
    landelijke rechercheteam zich verder gaat ontwikkelen en het ligt
    zeer in de lijn der verwachtingen dat het gaat gebeuren. Het begint
    nu met ongeveer 60 man. Maar een van de meest belangrijke
    argumenten om tot een landelijk rechercheteam te komen, is geweest
    dat aan de vele verzoeken vanuit het buitenland – want Nederland
    heeft, zoals een van onze ministers ooit heeft gezegd, een heel
    groot buitenland en daarom konden er ook wel twee ministers van
    Buitenlandse Zaken zijn – niet voldoende voldaan kan worden omdat
    de regionale politiekorpsen helemaal vol bezet zijn met het werken
    aan lopende projecten en je de mensen niet steeds van lopende
    projecten kunt afhalen om een kort lopende operatie voor een
    buitenlandse instantie te doen. Daarom zou er een landelijk
    rechercheteam moeten komen om aan al die buitenlandse vragen te
    voldoen. En ik kan u verzekeren dat daar ook het argument in
    gevonden kan worden om het landelijk rechercheteam, dat nu uit 60
    man bestaat, te vergroten tot 100 en daarna tot 200 en daarna tot
    400. Plus het feit dat er een bijna onweerstaanbare neiging in zit
    om wat nu interregionale rechercheteams of wel
    kernteams
    wordt genoemd, in n veeg samen met het landelijk rechercheteam
    om te vormen tot n justitile politie onder andere…

    Noot

    De door het LRT uit te voeren opsporingsonderzoeken worden
    geselecteerd en geleid door het LBOM. Het LBOM is tevens
    verantwoordelijk voor de afdoening van de strafzaken van het LRT.
    Daarmee zijn de beleidsmatige en cordinerende taken verbonden met
    operationele taken van het LBOM. Het LBOM is operationeel sinds 1
    juni 1995. Bij het LBOM werken naast een hoofdofficier van
    justitie, de drie landelijke officieren van justitie, die tot juli
    1995 bij de CRI waren gedetacheerd. Tevens zijn inmiddels
    aangesteld een zaaksofficier van justitie en een CID-officier die
    het gezag heeft over de CID van de Divisie mobiliteit van het KLPD
    en over de CID van het LRT.

    Er is nog discussie gaande over de vraag of het LBOM
    ook een bijzondere taak met betrekking tot fraude en
    milieu moet krijgen.

    Met het oog op de operationele taak van het LBOM wordt een
    wetswijziging wenselijk geacht waardoor het landelijk parket zijn
    zaken zal kunnen aanbrengen bij n of meer (gespecialiseerde)
    rechtbanken, in die zin dat de normale regels van de relatieve
    competentie niet behoeven te gelden. Ook de territoriale optiek van
    art. 148 Sv (leiding opsporing) zou moeten worden doorbroken.
    Noot Volgens de huidige stand van zaken zal het
    landelijk parket niet gaan behoren tot het parket-generaal dat in
    oprichting is als uitvloeisel van het rapport van de
    commissie-Donner. Het is nu verantwoording schuldig aan de
    procureur-generaal, portefeuillehouder zware, georganiseerde
    criminaliteit. Het Cordinerend beleidsoverleg ( CBO) zal het LRT
    begeleiden.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken