• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 7.7 Dienst recherchezaken VROM

    7.7 Dienst recherchezaken VROM

    7.7.1 De organisatie

    De Dienst recherchezaken van het ministerie van VROM is een
    bijzondere opsporingsdienst die rechtstreeks ressorteert onder de
    secretaris-generaal. Het landelijk werkterrein is verdeeld in drie
    regio’s – West, Noord-Oost en Zuid. Op dit moment zijn er 74
    personen werkzaam, vrijwel allen met tien tot vijftien jaar
    politie-ervaring, een VROM-opleiding en een SPD-diploma
    boekhouden.

    De dienst heeft sedert 1 oktober 1994 een eigen CID i.o.,
    bestaande uit vier rechercheurs: oud politie-CID-rechercheurs, een
    hoofd dat afkomstig is van de CRI, een analist en een
    administratief medewerker.
    Op het moment worden geen informanten gerund in de zin van sturen,
    wel zijn er tientallen personen, afkomstig uit het bedrijfsleven en
    de overheid maar ook personen met een crimineel verleden, die
    regelmatig informatie verschaffen. Eventueel worden mensen verwezen
    naar een RCID. Wel is inmiddels uit financieel onderzoek, gedaan in
    samenwerking met een RCID, gebleken dat een bedrijf dat frauduleus
    grote bedragen aan renovatiesubsidies aangevraagd had, banden heeft
    met de zware, georganiseerde criminaliteit. Gepleit wordt voor een
    CID-status. De argumenten zijn dat nu eenmaal bij elke dienst
    zachte informatie binnenkomt, dat daar controle op moet worden
    uitgeoefend door een officier van justitie en dat de uitwisseling
    van CID-informatie met de politie voor beide partijen zinvol is.
    Voorts biedt de centrale aanmelding van CID-subjecten bij de CRI
    het voordeel dat bekend is wie met een subject bezig is. Dit heeft
    zich voorgedaan tussen het IRT en DRZ. Noot

    De DRZ is belast met zowel de strafrechtelijke als de
    bestuursrechtelijke handhaving op de beleidsterreinen van het
    ministerie: volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu en de
    Rijksgebouwendienst. Centraal daarbij staan de bestrijding van
    misbruik en oneigenlijk gebruik van VROM-subsidieregelingen en
    gelden die gemoeid zijn met grote contracten bij bouwopdrachten
    Noot ; het verrichten van onderzoeken op
    civielrechtelijk en bestuursrechtelijk gebied; het verlenen van
    bijstand aan de politie bij de opsporing van milieucriminaliteit;
    het verrichten van informatieve onderzoeken (CID en BFO);
    bestrijding van corruptie; beleidsadvisering met betrekking tot
    wet- en regelgeving van VROM en de handhaafbaarheid daarvan. De
    bestuurlijk relevante informatie wordt doorgegeven aan de
    inspectiediensten die contacten onderhouden met het bestuur. In
    alle gevallen wordt gerapporteerd, opdat bestuurlijke actie kan
    worden ondernomen in de vorm van een administratieve sanctie, het
    intrekken van de vergunning etc. Als inmiddels proces-verbaal is
    opgemaakt, gebeurt dit na toestemming van de officier van justitie.
    In het kader van preventieve acties van het bestuur ligt een
    probleem:

    De directeur Rijksgebouwendienst wil een groot contract
    sluiten met een grote aannemer. Bekend is dat er zwartwerkers
    werkzaam zijn en dat crimineel geld in de bouw wordt gestoken. Deze
    informatie kan formeel niet verstrekt worden aan de directeur
    RGD.

    De dienst is voorts centraal informatiepunt met betrekking tot
    georganiseerde criminaliteit en het verrichten van daarop
    betrekking hebbende onderzoeken. Noot In verband met dit
    laatste onderzoekt de DRZ of er binnen VROM ten aanzien van
    personen en/of diensten relaties bestaan met de georganiseerde
    criminaliteit, met name op het gebied van de woningbouw, de
    afvalverwerking en aanbestedingen door de Rijksgebouwendienst.
    Overigens zijn er aanwijzingen dat op gemeentelijk niveau door
    ambtenaren wordt gerommeld om hun gemeente nog in aanmerking te
    doen komen voor subsidies.

    Het aantal gevallen waarin sprake is van steekpenningen, het
    gunnen van aanbestedingen aan vrienden en het zelf oprichten van
    BV’s door ambtenaren gaat de capaciteit van de DRZ te boven. Er
    vonden in 1993 vier personeelsonderzoeken plaats tegen ambtenaren
    aan wier integriteit werd getwijfeld. Verder verricht de DRZ de
    BFO-functie binnen VROM in het kader van de Pluk ze mogelijkheden,
    onder meer in verband met milieufraudes.

    7.7.2 Verantwoordingslijnen

    Eindverantwoordelijke is de minister van VROM, die tevens
    beheerder is van deze bijzondere opsporingsdienst. Soms is er
    sprake van wrijving tussen handhaving en beleid. Dat doet zich voor
    als de DRZ wil optreden tegen witwassende criminele organisaties in
    woningbouwcorporaties. De secretaris-generaal staat dan echter
    onverkort achter de DRZ. De secretaris-generaal is
    eindverantwoordelijk voor de afhandeling van corruptiezaken. De
    betrokken directeur-generaal is in de regel de persoon die concrete
    maatregelen neemt. Het strafrechtelijk optreden geschiedt
    (uiteraard) onder gezag van de officier van justitie: over het
    handhavingsbeleid vindt dan ook afstemming plaats met het OM. Het
    OM loopt echter nog niet warm voor vervolging, zeker niet wanneer
    het corruptiezaken betreft. Er liggen nog geen afspraken over het
    aantal aan te dragen zaken op jaarbasis zoals de FIOD die
    heeft.

    7.7.3 Samenwerking

    Vooral in zware milieuzaken werkt de DRZ soms samen met de
    politie. Zo waren in de TCR-zaak naast het MBT twee mensen van de
    DRZ betrokken, vanwege de capaciteit en de financile deskundigheid.
    Gegeven het belang van corruptie is er volgens de DRZ nog te weinig
    samenwerking met de Rijksrecherche. In een geval waarin de DRZ hard
    kon maken dat er een bedrag van f.30.000 aan steekpenningen was
    aangenomen, deden de Rijksrecherche en het OM niets – bij gebrek
    aan capaciteit en technische
    deskundigheid.
    De samenwerking met het MBT is groeiende. De mogelijkheid wordt
    geopperd dat n bijzondere opsporingsdienst voor het taakveld van
    VROM een goede zaak zou zijn. Wat betreft de handhaving van de
    milieuwetgeving wordt gesteld dat het kortzichtig is te denken dat
    de politie dit ter hand kan nemen, gezien de veelheid van zaken
    waar zij zich mee bezig houdt.

    De samenwerking van de bijzondere opsporingsdiensten binnen het
    platform is verbeterd. Afgesproken is dat ook medewerking wordt
    verleend aan elkaars onderzoeken als er geen direct belang is voor
    de ondersteunende dienst. Op automatiseringsgebied was dit al de
    praktijk.

    7.7.4 Methoden

    DRZ heeft niet de beschikking over een OT of tapfaciliteiten.
    Deze kunnen eventueel van de AID gebruikt worden. Bij het KLPD
    kunnen hulpmiddelen worden gehuurd. Over de aanschaf beslist het
    hoofd DRZ en over de inzet beslist het hoofd CID na afstemming met
    een CID-officier. Formeel heeft de CID-officier (nog) niet de
    verantwoordelijkheid over de CID. De DRZ heeft voor de observatie
    van milieutransporten een aantal maanden een peilzender
    gebruikt.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken