• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 8.5 Informatievergaring, -opslag en -verstrekking

    8.5 Informatievergaring, -opslag en -verstrekking

    8.5.1 Wettelijk kader

    Artikel 13, eerste lid, WIV schrijft voor dat de diensten
    elkaar, mede door het verschaffen van gegevens, zoveel mogelijk
    medewerking verlenen. De mogelijkheid tot informatieuitwisseling
    tussen de Binnenlandse veiligheidsdienst en de Militaire
    Inlichtingendienst is daarmee onbegrensd. In artikel 14 WIV is de
    zorg voor geheimhouding van gegevens en bronnen alsmede voor de
    veiligheid van personen met wier medewerking gegevens worden
    verzameld, opgedragen aan de cordinator van de inlichtingen- en
    veiligheidsdiensten en de hoofden van deze diensten. De bepaling
    biedt daarmee onder meer bescherming aan informanten en
    agenten.

    Artikel 15 WIV biedt een ruime grondslag voor
    gegevensverzameling door de cordinator en de hoofden van de
    diensten. Zij zijn bevoegd zich voor het verkrijgen van gegevens te
    wenden tot andere overheidsorganen,
    overheidsdiensten of ambtenaren, en voorts tot een ieder die geacht
    wordt gegevens te kunnen verstrekken. Deze bevoegdheidsregeling
    lijkt niet zonder meer een verplichting te bevatten voor de
    personen tot wie de BVD zich richt.

    Het eerste lid van artikel 16 WIV geeft een grondslag voor
    verzameling en registratie van persoonsgegevens en verstrekking aan
    derden. Verzameling, registratie en verstrekking van dergelijke
    gegevens kan slechts plaatsvinden, voor zover dat noodzakelijk is
    voor de uitvoering van de in de wet omschreven taak. Bij de
    verstrekking van persoonsgegevens dient de BVD zich te richten naar
    de aanwijzingen van de minister van Binnenlandse Zaken. Voor
    verstrekking aan andere dan overheidsorganen is een bijzondere
    machtiging van de genoemde minister vereist.

    Ten behoeve van het beheer van de verzamelingen van
    persoonsgegevens is een Privacyregeling BVD tot stand gekomen.
    Noot Deze regeling is uiteraard ook van toepassing voor
    de gegevens die worden verzameld door ambtenaren als bedoeld in
    artikel 18 WIV.

    Voor zover hier van belang verschaft artikel 17 WIV aan de
    cordinator en de hoofden van de diensten de bevoegdheid zich te
    wenden tot de houder van een verzameling van persoonsgegevens in
    bij machtiging van de minister van Binnenlandse Zaken en de
    minister van Justitie gezamenlijk omschreven gevallen of soorten
    van gevallen. De machtiging dient de duur van de termijn waarvoor
    deze geldt in te houden. Die termijn bedraagt ten hoogste een jaar.
    In het derde lid van artikel 17 WIV worden de bij of krachtens de
    wet (bijvoorbeeld de Wet persoonsregistraties) voor een houder van
    dergelijke gegevens geldende voorschriften buiten toepassing
    verklaard. Noot Met toepassing van artikel 17 WIV kan de
    BVD derhalve toegang hebben tot het CID-register en het grijze
    veld-register alsmede tot gegevens opgeslagen in het HKS
    (geautomatiseerd herkenningssysteem van de politie met zogenoemde
    mutaties, dat wil zeggen registratie van mogelijk gepleegde
    strafbare feiten).

    Voor de samenwerking tussen het openbaar ministerie en de
    politie enerzijds en de BVD anderzijds is, zoals vermeld, artikel
    22 WIV van belang. In het eerste lid is bepaald dat de leden van
    het openbaar ministerie, door tussenkomst van de
    procureur-generaal, mededeling doen aan de BVD van de te hunner
    kennis gekomen gegevens, die zij voor de BVD van belang achten.
    Voor de ambtenaren van de regiopolitie, de grensbewaking en de
    Koninklijke marechaussee geldt een soortgelijke verplichting.
    Gegevens die voor de BVD van belang zijn dienen zij te verstrekken
    aan de korpschef of aan ambtenaren als bedoeld in artikel 18 WIV.
    Deze zenden de gegevens, indien zij dat van belang achten, aan de
    BVD. Artikel 22, derde lid WIV biedt de mogelijkheid van overleg
    tussen de procureur-generaal en het hoofd van de BVD.

    8.5.2 Verbod tot verstrekking van informatie
    (geheimhoudingsplicht)

    Alle betrokkenen bij de uitvoering van de WIV zijn verplicht tot
    geheimhouding, ook nadat de betrokkenheid is geindigd (artikel 23
    lid 1 WIV). Deze verplichting geldt niet tegenover degene aan wie
    de ambtenaar ondergeschikt is (artikel 24 lid 1 WIV). Bij optreden
    als getuige of deskundige in een rechtsgeding kan de
    geheimhoudingsplicht door een schriftelijke ministerile ontheffing
    worden doorbroken (artikel 24 lid 2 WIV).

    8.5.3 Recht op informatie

    De vraag rijst of de burger recht heeft op informatie inzake een
    door de BVD ingesteld onderzoek. Daarbij kan nog onderscheid worden
    gemaakt tussen een zelfstandige verplichting van de overheid om op
    eigen initiatief informatie te verschaffen (notificatie) en een
    verplichting om slechts desgevraagd de informatie te verschaffen.
    Het huidige regeringsstandpunt op dit terrein is als volgt weer te
    geven. Noot Voor een burger mag geheim worden gehouden
    dat er een onderzoek zal worden ingesteld of gaande is. Een
    notificatieverplichting vloeit niet dwingend voort uit de
    jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens.
    Wel moet er in het licht van artikel 13 EVRM een klachtmogelijkheid
    voor de burger zijn. De regering is van oordeel dat het een
    mogelijkheid is om in de WIV te verwijzen naar de Nationale
    ombudsman. Noot Ook zou een bijzondere (al dan niet
    parlementaire) commissie denkbaar zijn. Nadere bestudering van deze
    mogelijkheden wordt aangekondigd. Het gaat te ver uit de voornemens
    van de minister van Binnenlandse Zaken de conclusie trekken dat de
    burger zelf de mogelijkheid krijgt zijn dossiers in te zien.

    8.5.4 Vernietiging van dossiers

    Persoonsgegevens, die, gelet op de doelstelling van registratie,
    hun betekenis hebben verloren, moeten worden verwijderd (artikel 12
    lid 1 Privacyregeling BVD). De BVD heeft met de schoning een grote
    achterstand. Het betreft bovendien een omvangrijk archief. De
    documentatie over personen beslaat alleen al 700 meter. Treffend is
    in dit opzicht de uitspraak van een voormalig hoofd van dienst bij
    de BVD: Wij waren op zoek naar
    een speld in een hooiberg en derhalve verzamelden wij hooibergen.
    Noot


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken