• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VIII – II.3. De militaire coup

    II.3. De militaire coup

    Op 25 februari 1980 werd het politiebureau aan de Waterkant te
    Paramaribo in brand geschoten door een groep van zestien ontevreden
    militairen in de rang van sergeant. Uit dit gezelschap kwam Desi
    Bouterse naar voren als leider die het gezag in het land overnam.
    In maart werd een nieuwe eerste minister aangesteld: Henk Chin A
    Sen en daarmee had de regering haar burgerlijke gezicht
    teruggewonnen, maar er kon geen twijfel bestaan in wiens handen de
    werkelijke macht lag. Met n flinke klap was een einde gekomen aan
    de etnisch gepacificeerde verhoudingen in de politiek, die door
    buitenlandse waarnemers wel waren gezien als lichtend voorbeeld van
    politieke stabiliteit in een maatschappelijk gespleten samenleving
    (Dew, 1994). In december 1982 volgde de koelbloedige moord op 15
    politieke tegenstanders.

    Dit is niet de plaats om de politieke verwikkelingen van
    Suriname na de staatsgreep in extenso te behandelen. Voor ons
    onderwerp is slechts de volgende reeks feiten onmiddellijk
    relevant. De eerste is dat de militairen van nu af aan in een
    ongemakkelijk evenwicht verkeren met de burgerlijke politiek. Ze
    moeten terug naar de kazerne, maar als het erop aan komt blijkt
    Bouterse in staat om opnieuw een staatsgreep te plegen per
    telefoon: de kerstcoup in 1990. De burgerregering verdwijnt ijlings
    en de geplande verkiezingen in dat jaar worden twee jaar
    uitgesteld.

    In 1986 formeert Ronnie Brunswijk, voormalige lijfwacht van
    Bouterse, een junglecommando bestaande uit soldaten van zijn eigen
    etnische groep: bosnegers, om het land te bevrijden. Maar de
    militairen slaan hard terug en als gevolg daarvan vluchten
    vijfduizend bosnegers naar het buurland Frans Guyana, waar zij als
    vluchtelingen worden gedoogd. De vijandelijkheden verhinderen beide
    commandanten overigens niet om zich in 1989 te verzoenen. Brunswijk
    met zijn groep krijgt eigen jurisdictie in het oostelijke deel van
    Suriname. Hij beheert er een houtconcessie. De vluchtelingen zijn
    inmiddels voor het grootste gedeelte terug in Suriname. Thans heeft
    Suriname een burgerregering onder president Venetiaan, maar die
    lijkt niet veel gezag te hebben. Bouterse is daarentegen, naar het
    schijnt, in brede lagen van de bevolking nog steeds populair. Thans
    bereidt hij zich met zijn partij NDP voor op verkiezingen in
    1996.

    Bouterse heeft niet alleen grote aanhang in Suriname, hij kan
    ook in Nederland rekenen op de steun van die Surinamers die zijn
    anti-koloniale en anti-Nederlandse opstelling appreciren. Hij laat
    in zijn toespraken duidelijk merken dat Surinamers in Nederland
    economische verplichtingen hebben ten opzichte van de
    achterblijvers. Werkzaamheid in het grijze of zwarte circuit in
    Nederland wordt wel eens voorgesteld als niet minder dan een daad
    van vaderlandsliefde als dat leidt tot geldzendingen naar huis. Dit
    is voor een goed begrip waarom een aantal Surinamers in Nederland
    bij de drugseconomie is betrokken onontbeerlijk. Niet enkel maakt
    de materile conditie van de grote groep werklozen deze tot
    potentile deelnemers aan de drugshandel, door zijn anti-Nederlandse
    morele appel zet Bouterse een mechanisme in werking dat
    criminologen neutraliseringstechniek noemen. De morele
    verantwoordelijkheid voor criminaliteit en drugshandel wordt ermee
    weggerationaliseerd.
    Met de Surinaamse economie is het in hoog tempo bergafwaarts
    gegaan. Het land ging de onafhankelijkheid in met een sterke munt,
    een goudvoorraad in de kelders van de Centrale Bank en zonder
    buitenlandse schuld. Bovendien kreeg het van Nederland een
    bruidsschat mee aan ontwikkelingsgeld die per inwoner hoger was dan
    ooit een land aan hulp heeft ontvangen. Het ging echter slecht. Een
    van de belangrijkste welvaartsbronnen van het land, bauxiet,
    verloor sterk aan de concurrentie met makkelijker en goedkoper te
    delven bauxiet in Australi, Nigeria en Brazili. Was Suriname goed
    voor tien procent van de wereldbehoefte aan deze grondstof voor
    aluminium, thans is dat nog maar drie procent. Grote stakingen in
    1984 hebben deze bedrijfstak ook geen goed gedaan. Onmiddellijk
    nadat Suriname onafhankelijk werd, bleek al duidelijk dat de
    politieke en sociale structuur van het land niet was berekend op
    een input van miljarden aan ontwikkelingsgeld. Het maakte een klein
    aantal mensen heel rijk, maar een groot deel van de hulp is niet
    besteed waarvoor het was bedoeld. Na de staatsgreep en de moorden
    heeft Nederland ook deze hulp stop gezet. De rijstcultuur, ooit de
    nationale trots wegens de hypermoderne landbouwmethoden, is
    inmiddels wegens het ontbreken van werktuigen en know-how (en zeker
    ook onder het wanbeleid van een der sergeants die directeur was
    gemaakt) ingestort. Er zijn zelfs momenten geweest waarop het land
    zich gedwongen zag rijst in te voeren in plaats van te exporteren,
    maar dat had ook te maken met gunstige exportvoorwaarden van de
    Europese Gemeenschap. Van de traditionele welvaartsbronnen blijft
    de houtkap over en die is zo lucratief dat buitenlandse bedrijven
    zich verdringen deze te exploiteren (met voorspelbare ecologisch
    desastreuze gevolgen). Nieuwe mogelijkheden zijn te vinden in het
    staatsaardoliebedrijf in Saramakka. Verder in het zoeken van goud
    in de Sarah-kreek die behalve aan Braziliaanse goudzoekers thans
    vooral aan bosnegers ten goede komt. Voorts is er wat visteelt en
    zogenaamd eco-toerisme.

    De reserves van de centrale bank zijn thans uitgeput. Er heeft
    zich een omvangrijke zwarte markt ontwikkeld. Een belangrijk
    element in de huidige economie is de postpakettenstroom van familie
    uit Nederland. Volgens schattingen van postpakkettenbedrijven gaat
    per jaar voor niet minder dan twintig miljoen aan waarde overzee.
    De solidariteit die zo binnen de familie blijft bestaan is ten dele
    uitvloeisel van harde economische noodzaak. Hosselen (Van Gelder,
    1990), dat wil zeggen op allerlei manieren je kostje bij elkaar
    scharrelen in ofwel het legale ofwel het informele of illegale
    circuit (zo nodig ten koste van anderen) is voor veel Surinamers
    een stijl van leven geworden die erop is gericht te overleven. De
    behoefte aan scholing als middel om in de wereld vooruit te komen,
    waaraan voorheen in Suriname altijd buitengewoon veel waarde werd
    gehecht, heeft belangrijk aan waarde ingeboet. De middenklasse
    waartoe opleiding toegang zou geven, is door de economische
    achteruitgang weggevaagd. De leiders van het land en vooral de
    militairen tonen zelf de levensinstelling van wakaman en de
    nieuwe kleine klasse van superrijken zijn op en top hosselaars. De
    publieke zaak is zeer sterk in verval geraakt: openbare gebouwen en
    straten worden niet onderhouden, de ziekenhuizen beschikken niet
    meer over apparatuur. Suriname is politiek en economisch verloederd
    en heeft een klassenstructuur gekregen die bestaat uit een brede
    groep van armen en een kleine toplaag van politici, ambtenaren en
    drugshandelaren.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken