• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VIII – III.3. Internationale uitwaaiering

    III.3. Internationale uitwaaiering

    De Turkse mafia heeft zich vanaf 1980 razendsnel over de
    verschillende Europese landen verspreid dankzij het grote aantal
    gastarbeiders dat zich er eertijds heeft gevestigd en de families
    die via volgmigratie zijn herenigd. Thans wonen en werken 2,3
    miljoen Turken in het buitenland (dat is 4% van de gehele bevolking
    die 57 miljoen groot is). De grootste Turkse
    emigrantengemeenschappen bevinden zich in Duitsland (1,8 miljoen),
    Nederland, Zweden, Belgi en Frankrijk. Overal is een deel van de
    oorspronkelijke gastarbeiders sedert het einde van de jaren
    zeventig zonder werk en dat maakt hen ontvankelijk voor een entree
    in de georganiseerde misdaad.

    Ook manifesteert de Turkse georganiseerde misdaad zich als zeer
    gewelddadig. Kwesties van eerwraak, de export van tweezijdige
    systemen van conflictoplossing, maar ook echte vetes en vooral ook
    het ongehoord veelvuldige wapenbezit onder Turken (Yesilgz,
    1995:70) zijn debet aan de gewelddadigheid. Het is weliswaar niet
    meetbaar omdat enquteurs een welgekozen steekproef van Turkse
    mannen nu eenmaal niet naar wapenbezit kunnen vragen, maar de
    verschillende deskundigen, ook in politiekring, die wij erover
    raadpleegden, menen dat ook in Nederland heel wat volwassen Turkse
    mannen een vuurwapen in hun bezit hebben. In Turkije zelf dragen de
    leiders van de mafia een wapenvergunning die zij via hun politieke
    vrienden hebben geregeld en de gebruikelijke rechtvaardiging is dat
    deze mensen vaak werkelijk gevaar lopen omdat zij eerder bij
    twisten waren betrokken en zich bij schietpartijen moeten kunnen
    verdedigen (Hrriyet, 29.9, 1995). In 1993 komt het schandaal aan
    het licht dat de politie op grote schaal wapenvergunningen heeft
    afgegeven aan kopstukken in de onderwereld. De algemene directeur
    van politie geeft het toe, maar zegt in de veronderstelling te
    hebben verkeerd dat de betrokken aanvragers zonder strafblad waren.
    De 189 dossiers die uitsluitsel over corruptie hadden kunnen geven,
    bleken verdwenen. De handtekening van de toenmalige minister van
    Binnenlandse Zaken stond onderaan de vergunningen.

    In tegenstelling tot de stereotype voorstelling van
    emigrantenproblematiek die eruit bestaat dat de onthechte kinderen
    tussen de wal en het schip van twee culturen vallen en dat daaruit
    criminaliteit ontstaat, gaapt er in de misdaadfamilies geen
    generatiekloof tussen vaders en zonen. In tegendeel: de misdaad
    gedijt juist dank zij de hechte familie. Zonen zijn trots op hun
    vader omdat die moeilijkheden hebben overwonnen en tegenslagen de
    baas zijn geworden. Wanneer een organisatie tegen de lamp loopt,
    offert het familielid dat de lichtste straf mag verwachten zich op
    door de schuld op zich te nemen. De familie draait onverminderd
    door. Overal hebben Turken hun eigen infrastructuur opgebouwd en
    vooral de import en export van goederen bieden aan criminele bendes
    een uitstekende mogelijkheid voor smokkel. We hebben al gezien dat
    verschillende kopstukken uit de Turkse mafia voor de overheid op de
    vlucht zijn en ondergedoken zitten in deze
    emigrantengemeenschappen. Op de lijst van de tien meest gezochte
    personen door Interpol in 1986 kwamen drie Turkse peetvaders voor:
    Oflu Ismael (zie boven), Yasar Avni Musulla, die in Zwitserland en
    Itali actief was in wapens en drugs, en Oral Celik die bekend is
    geworden als het contact van Mehmet Ali Agca die in 1981 een
    moordpoging heeft gedaan op de Paus. Door middel van het
    familiesysteem kunnen de Turkse organisaties zich gemakkelijk door
    heel West-Europa bewegen. Iedere familie heeft directe connecties
    met haar leden in de andere landen. Dit maakt het mogelijk om
    smokkelaars, geweldsspecialisten en politieke figuren over de grens
    naar het volgende land te brengen waar de politie deze personen nog
    niet kent. Hoewel er tal van initiatieven zijn genomen (onder
    andere in het kader van Interpol) om onderling gegevens uit te
    wisselen en ofschoon de Turkse politie aan een aantal van zulke
    initiatieven meedoet, is de informatiepositie van alle nationale
    politiemachten in deze familiaal georganiseerde gesloten
    gemeenschap slecht. Bij de Nederlandse politie bestond lange tijd
    overigens de nodige weerstand om gegevens op te vragen bij Turkse
    collega’s omdat, zo wordt gezegd, nog maar moet worden afgewacht
    hoe betrouwbaar die zijn. Het wekte aan Turkse kant irritatie dat
    Nederland geen veroordeelde Turkse onderdanen uitlevert, omdat in
    Turkije de doodstraf nog steeds bestaat. Deze is weliswaar reeds
    tien jaar niet meer ten uitvoer gelegd, maar in beginsel helpt
    Nederland aan de oplossing van zulke gevallen niet mee. Thans heeft
    de CRI evenwel een kantoor in Istanbul. Er is nog een andere reden
    waarom de politie in verschillende landen huiverig is om al te veel
    werk te maken van criminaliteit in de Turkse gemeenschap. De
    politie is gedwongen om in te grijpen als er grof geweld is
    gebruikt of wanneer van mafia-activiteiten duidelijk een politieke
    dreiging uitgaat, zij is evenwel terughoudend om met harde ingrepen
    mogelijkerwijs een stigmatiserend effect op de hele Turkse
    gemeenschap te veroorzaken. Een groep criminaliseren gaat dwars
    tegen het integratiebeleid in. In welke landen de Turkse
    herone-mafia het sterkst is vertegenwoordigd, valt daarom moeilijk
    te zeggen. Duitsland scoort hoog om de eenvoudige reden dat de
    Turkse emigrantengemeenschap daar veruit het grootste is. Nederland
    is aantrekkelijk vanwege zijn gunstige verkeers-geografische
    positie, door het relatief milde beleid ten aanzien van drugshandel
    en vanwege de naar verhouding nog steeds wat lagere straffen voor
    drugsdelicten. Volgens de beschikbare gegevens zijn in de jaren
    tachtig vertegenwoordigers van alle grote georganiseerde
    misdaadfamilies wel in Nederland geweest. In de jaren negentig
    ontstond een duidelijk nieuw zwaartepunt in Spanje. Hier is de
    kiloprijs voor herone (veel) hoger dan in Nederland of Duitsland.
    Gezien het vele geld dat Turken thans in de toeristenindustrie van
    Spanje stoppen, biedt dit land wellicht ook een gunstig klimaat om
    de revenuen van de drugshandel waardevast te investeren. Tenslotte
    spelen Itali en de stad Londen een belangrijke rol als
    vestigingsplaats voor mafiose Turkse immigranten.

    Een mooi voorbeeld van internationale samenwerking dat ons
    inzicht verschaft in de structuur van de Turkse drugsmafia in
    Europa is nochtans geleverd door de ontmanteling van een
    belangrijke witwasconstructie die bestuurd werd vanuit Mnchen. Het
    gaat hier om de opsporingsoperatie Mozart die zowel in de Turkse
    als de Duitse dagbladen uitvoerig is beschreven en daarom kunnen we
    de namen van de vader Mustecabi Dilek en zijn zoon en drie dochters
    wel gewoon voluit opschrijven. Tot grote woede van de Duitse
    politie bracht de Turkse pers het nieuws een dagje eerder dan zij
    zelf wilde overgaan tot arrestatie en dat wees op een lek in het
    justitile systeem in Turkije ten opzichte van de media. Het
    internationale karakter van de Turkse drugshandel blijkt uit de
    opbrengst in deze zaak. Er werden in totaal 60 mensen opgepakt
    (waarvan in Duitsland 18 en in Itali 11), er werd 400 kg herone in
    beslag genomen en 10 miljoen dollar in Duitsland, nog eens haast 10
    miljoen in Itali, ruim 6 miljoen in Spanje, ruim 3 miljoen in
    Nederland, een miljoen in Zweden en 300.000 dollar in het Verenigd
    Koninkrijk. De brille van hun werkwijzen bestond eruit dat er
    feitelijk helemaal geen geldzendingen werden uitgevoerd. Twee
    broers wisselden de verschillende muntsoorten om in Duitse Marken
    in hun wisselkantoor en plaatsten die bedragen op Duitse banken.
    Die banken maakten dat geld weer over op filialen van een Turkse
    bank en van Turkse ondernemingen in Duitsland. Een derde lid van de
    groep opende de mogelijkheden om van deze rekeningen krediet op te
    laten nemen in D-marken door Turkse ondernemers. Op deze wijze was
    het onmogelijk om de illegale herkomst van het geld te bewijzen. De
    Dilek-familie ontving slechts de geringe commissie van 5%. Die lage
    commissie is overigens vaker waargenomen – koeriers die het geld
    baar meenemen naar Turkije ontvangen slechts 2% – en dat wijst op
    een zeer gering risico te worden opgepakt.

    In het algemeen kan men zeggen dat in zaken van de Turkse mafia
    in West-Europa veel inzicht is verworven door de recente
    ontwikkeling van financieel-strafrechtelijk onderzoek. Bij het
    opstellen van berekeningen voor het ontnemen van wederrechtelijk
    verkregen voordeel wordt de drugshandel bloot gelegd. Nu blijkt ook
    dat er maar weinig van de opbrengst in West-Europa blijft hangen.
    Natuurlijk is er kapitaal nodig om de drugshandel zelf mogelijk te
    maken. Er moeten transporten (of hele transportondernemingen)
    worden gefinancierd, koffiehuizen als plaats van ontmoeting en
    handelsfirma’s. Er zijn logistieke uitgaven (een zeer hoge
    telefoonrekening bijvoorbeeld) en uitgaven om controlerende
    ambtenaren om te kopen. De betrokkenen zelf voeren doorgaans een
    bescheiden levensstijl, in Nederland ontvangen de meeste
    drugshandelaren een uitkering van de sociale dienst om niet op te
    vallen. Maar in Turkije (en nu dan ook vooral in Spanje en
    Portugal) wordt flink genvesteerd in de bouw en de
    toeristenindustrie. Geld wordt ook waardevast gedeponeerd
    in banken van Luxemburg en Lichtenstein. Turkije kent de
    strafrechtelijke figuur van voordeelsontneming niet en daarom kan
    de opbrengst risicoloos worden genvesteerd. Plaatselijk kan van zo
    veel geld een inflatoire werking uitgaan maar omdat het geld wordt
    binnengebracht in andere valuta komt het de Turkse betalingsbalans
    ten goede. De Amerikanen dringen (in het aan het begin van dit
    hoofdstuk genoemde rapport van het Ministerie van Buitenlandse
    Zaken) aan op het strafbaar stellen van witwassen, maar het is de
    vraag of de Turkse overheid daarmee veel haast zal maken.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken