• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VIII – IX.2. De internationalisering van Russische criminele groepen

    IX.2. De internationalisering van Russische criminele
    groepen

    Gezien de evolutie van de Russische mafia in de voorbije
    decennia ligt het voor de hand dat haar internationalisering niet
    van vandaag of gisteren dateert. Hoe zou zij de vroegere zwarte
    markten voor luxe-goederen hebben kunnen bevoorraden zonder
    relaties met legale ondernemingen en criminele groepen? De ophef
    die de laatste jaren over de komst van criminele bendes uit Rusland
    wordt gemaakt, doet dan ook nogal onwezenlijk aan. Zij is in elk
    geval veelzeggend voor het gebrekkige inzicht van de Westerse media
    en politiediensten in de ontwikkeling van de (Russische)
    georganiseerde criminaliteit in binnen- en buitenland. Dit neemt
    niet weg dat de val van de Muur de internationalisering van de
    organisatie en activiteiten van Russische criminele groepen zeker
    heeft bevorderd, zoals zij ook in de hand heeft gewerkt dat
    allerhande criminele groepen uit het Westen hun operatiegebied naar
    het Oosten hebben verlegd, naar Midden- en Oost-Europa. En dan
    dient te worden gedacht aan Italiaanse mafia-clans, maar ook aan
    groepen uit Duitsland, Nederland, Belgi, Frankrijk en nog andere
    landen. Ook deze zagen in het Oosten zowel mogelijkheden voor de
    produktie van illegale goederen (synthetische drugs) als voor de
    distributie van op zichzelf legale goederen (-gestolen- auto’s).
    Van hun kant zagen Russische criminele groepen in het Westen grote
    mogelijkheden voor de afzet van wapens en drugs (vooral herone),
    kunstvoorwerpen, luxe-eetwaren als kaviaar en hout. De onderlinge
    samenwerking tussen criminele groepen uit Oost en West is overigens
    met name ook in de vrouwenhandel volop aan het licht gekomen.

    Volgens Duitse politieberichten hebben momenteel tussen de 100
    en 200 Russische criminele groepen vaste relaties met criminele
    groepen in het Westen, vooral – voor wat West-Europa betreft – met
    groepen in Duitsland en Itali. Met betrekking tot Noord-Amerika
    wordt gesproken van 29 groepen die in de Verenigde Staten bedrijvig
    zijn, en 6 in Canada. Echt onderzoek naar de activiteiten van deze
    groepen is schaars. Maar over hun optreden valt niettemin wel iets
    te zeggen (Krause, 1995; Noble, 1995).

    In het rapport van de Amerikaanse Kaufman-commissie The
    Impact
    (1986) wordt melding gemaakt van het feit
    dat Russische criminele groepen niet alleen actief zijn in New
    York, maar ook in Los Angeles, Philadelphia, Chicago, Miami, San
    Francisco en nog andere grote steden. Veel van deze groepen zijn
    samengesteld uit personen die uit dezelfde streek of uit dezelfde
    stad in Rusland komen. Zij zijn niet strak georganiseerd, maar
    opereren wel heel behendig; hun leden hebben de kunsten die ze in
    het bureaucratisch geregeerde Rusland in de communistische periode
    hebben geleerd, niet verleerd. Hun actie heeft met name betrekking
    op de afpersing van (tot nu toe overwegend) Russische bedrijven en
    oplichting van Amerikaanse sociale fondsen, maar ze zijn zeker ook
    betrokken bij drugshandel en verzekeringsfraude. De stad waar dit
    alles tot nu toe het meest naar boven is gekomen, is ongetwijfeld
    New York. Hier werd men reeds in 1975 op enige schaal met
    allerhande nieuwe vormen van Russische georganiseerde criminaliteit
    geconfronteerd. En hier ook werd vastgesteld dat Russische bendes
    op bepaalde terreinen samenwerken met minstens n van de Newyorkse
    mafia-families. Hoe bedreven deze bendes nog steeds zijn in de
    bevoorrading van zwarte markten kwam in New York rond 1990 aan het
    licht in het zogenaamde benzine-schandaal. Hierin bleek dat zij
    door de niet-betaling van belastingen de Amerikaanse staat
    jaarlijks voor meer dan n miljard oplichtten via de illegale
    verkoop van olieprodukten (Finckenauer, 1994).

    Met betrekking tot het optreden van Russische criminele groepen
    in West-Europa, en met name in Duitsland, werd in de algemene
    inleiding al aangegeven dat volgens de Lagebilder van het
    Bundeskriminalamt hun aandeel in de strafrechtelijke onderzoeken in
    de sfeer van de georganiseerde criminaliteit nogal beperkt is. Het
    aantal verdachten uit de voormalige Sovjet-Unie waartegen in deze
    sfeer onderzoek werd verricht, lag in 1992 en 1993 nog beneden de
    2% (260) van het totale aantal verdachten (9.884). De groepen
    waartoe deze verdachten behoren, zijn heel verschillend. Ten dele
    gaat het om groepen die zijn gevormd in het milieu van voormalige
    bannelingen en dat van boksers en worstelaars, ten dele betreft het
    groepen die met name stammen uit Tsjetsjeni en Georgi. Zij zijn in
    ettelijke Duitse steden betrokken bij afpersingspraktijken,
    bankfraudes, drugshandel, illegaal gokken, wapenhandel, smokkel in
    gestolen auto’s en vrouwenhandel. Niet alle groepen maken zich in
    dezelfde mate schuldig aan het plegen van deze vormen van
    criminaliteit. Ze hebben allemaal zo hun eigen specialiteiten. De
    Tsjetsjeense en Georgische groepen onderscheiden zich van de andere
    vooral ook door de bereidheid om hun belangen met geweld te
    verdedigen. Het is dan ook niet vreemd dat in de journalistieke
    literatuur juist deze groepen, en vooral hun gewelddaden tegen
    elkaar en tegen hun slachtoffers, maar ook tegen politie en
    justitie, de meeste aandacht krijgen (Roth en Frey, 1992;
    Leyendecker, Rickelmann en Bnisch, 1992; Peters, 1990).

    Ofschoon het Verenigd Koninkrijk niet direct wordt genoemd als
    een belangrijke pleisterplaats voor criminele groepen uit Rusland,
    maakt de National Criminal Intelligence Service er in zijn
    rapporten geen geheim dat deze groepen met name Engelse financile
    instellingen, juist ook in de City of London, gebruiken om hun
    illegaal verworven geldmiddelen wit te wassen en om te zetten in
    goederen waarnaar in Rusland veel vraag is. Maar dit is niet het
    enige. Deze dienst waarschuwt er tezelfdertijd voor dat de
    toestroom van Russische emigranten ook in de Engelse steden zal
    uitmonden in de afpersing van (Russische en andere) bedrijven, de
    organisatie van prostitutie en gokspelen, drugshandel en nog
    meer.

    De Belgische politie, in de vorm van de rijkswacht, heeft niet
    zo lang geleden medegedeeld dat zij tegen op zijn minst drie
    Russische groepen onderzoek heeft gedaan (Berkmoes, Bollaerts en
    Frans, 1995). Welke groepen dit zijn werd niet bekend gemaakt. Maar
    gelet op de vele persberichten over de organisatie en het optreden
    van de Russische mafia in Antwerpen, kan worden aangenomen dat een
    van deze groepen ongetwijfeld de groep rond Boris Nayfeld is
    geweest, die in 1991 New York verruilde voor Antwerpen om een
    gewisse liquidatie door Russische rivalen in Little Odessa te
    ontlopen. Vanuit Antwerpen ging hij echter op de oude voet verder
    met niet alleen de smokkel van herone, maar ook van sigaretten en
    elektronica. Uiteindelijk, verleden jaar januari, werd hij
    niettemin in New York aangehouden. Ondertussen, zo is gebleken,
    onderhield hij evenwel nog steeds nauwe contacten met collega’s
    elders in Europa, en met name in Duitsland. Een van zijn beste
    vrienden was de Georgische mafia-baas in Berlijn, T. Marianashvili.
    Deze moest in 1992 Berlijn verlaten, op de vlucht voor het geweld
    van een concurrerende Tsjetsjeense bende. Hij dook onder in
    Antwerpen. Echter tevergeefs. Hij werd op 21 april 1992 in (de
    omgeving van) Amsterdam geliquideerd (Lallemand, 1995; Sauviller en
    Illegems, 1995).


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken