• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage X – 1.2. Geraadpleegde bronnen

    1.2. Geraadpleegde bronnen

    De in dit rapport gepresenteerde onderzoeksresultaten berusten
    op een drietal bronnen: interviews, dossiers van strafzaken en
    literatuurstudie.

    1.2.1. Interviews

    In de eerste plaats zijn gesprekken gevoerd met
    vertegenwoordigers van een viertal bijzondere opsporingsdiensten
    (BOD’s), waarvan wij aannamen dat zij met georganiseerde
    criminaliteit zouden worden geconfronteerd. Het betreft
    achtereenvolgens de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst
    (FIOD), de Economische Controle Dienst (ECD), de Algemene
    Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
    Visserij (AID) en de Dienst Recherchezaken van het ministerie van
    Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (DRZ). In de
    tweede plaats zijn in de beide lokale studies (Amsterdam en
    Oost-Nederland) gesprekken gevoerd met opsporingsambtenaren van de
    Bureaus Financile Ondersteuning (BFO’s) en van teams die grote
    fraudezaken behandelen.

    Ten slotte zijn bij de divisie Centrale Recherche Informatie
    (DCRI) enkele gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de
    Financile Politiedesk (Finpol) en de afdeling Forensische
    accountancy (AFA).

    1.2.2. Dossiers

    Tijdens alle gesprekken is aan de orde gesteld of de
    gesprekspartners zaken in behandeling hadden (gehad) die aan de
    elementen van onze definitie van georganiseerde misdaad voldeden.
    Ten behoeve van de beschrijving in de eerste twee delen van dit
    rapport is geput uit 19 fraudezaken Noot , die aan de
    hand van de dossiers (processen-verbaal) zijn bestudeerd.
    Vervolgens hebben (wederom) gesprekken plaatsgevonden met
    opsporingsambtenaren, die ertoe dienden eventuele lacunes aan te
    vullen. Voor een beknopt overzicht van de bestudeerde zaken
    verwijzen we naar bijlage 2. De nummering van de zaken in de tekst
    slaat terug op de volgorde die in deze bijlage is aangehouden.

    De verhandeling in deel 3 over het wegsluizen van crimineel geld
    in de legale economie wordt eveneens gelardeerd met een aantal
    praktijkvoorbeelden. Ook deze werden aangedragen door de
    genterviewde opsporingsambtenaren.

    1.2.3. Literatuur

    Naast de gebruikelijke wetenschappelijke literatuur over fraude,
    witwassen, en dergelijke hebben wij dankbaar gebruik gemaakt van
    enkele publikaties die door de DCRI (in het bijzonder door Finpol)
    in de afgelopen jaren zijn uitgebracht.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken