• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage X – 2.4. Aantrekkelijk en kwetsbaar voor criminele groepen

    2.4. Aantrekkelijk en kwetsbaar voor criminele groepen

    De in paragraaf 2.5 te presenteren voorvallen van verwijtbare
    betrokkenheid maken duidelijk welke diensten advocaten voor
    criminele organisaties kunnen leveren. Advocaten zijn – kort gezegd
    – aantrekkelijk, omdat zij relevante know how te bieden hebben en
    relevante informatie kunnen leveren. Als een rode draad door alle
    voorvallen heen loopt nog een ander element: de advocaat is een
    belangrijk scherm. Hij kan dankzij zijn verschoningsrecht en
    uitstraling van respectabiliteit niet alleen bepaalde activiteiten
    afschermen, maar door zijn aanwezigheid kan hij bepaalde zaken ook
    een legitiem aanzien geven. Wanneer een advocaat een clint
    introduceert bij een bank, gaat daar voor de bank een bepaald
    vertrouwen van uit. Het beroep van advocaat is maatschappelijk een
    gerespecteerd beroep en dat maakt het beroep aantrekkelijk voor
    misbruik voor criminele doeleinden.

    Tegelijkertijd is deze gerespecteerde beroepsgroep naar mijn
    indruk betrekkelijk kwetsbaar wanneer criminele organisaties
    aansturen op een dergelijk gebruik van de advocatuur. Deze
    kwetsbaarheid komt voort uit het al eerder aangeduide precaire
    evenwicht dat een advocaat dient te bewaren tussen partijdigheid en
    onafhankelijkheid.

    De waarde van de partijdigheid wordt binnen de advocatuur sterk
    beleden. In het volgende citaat wordt concreet verwoord hoe deze
    partijdigheid de opstelling van de advocaat bepaalt. Mijn stelling
    is dat je als advocaat de feiten aanneemt zoals een clint je die
    vertelt (…) Ik ben de mond van mijn clint en ik presenteer de
    feiten aan de rechter zoals de clint die mij heeft verteld. En de
    rechter mag en zal nooit van mij verwachten dat ik die feiten heb
    gecontroleerd (VN, 8 oktober 1994, p. 33). Dat hoge prioriteit aan
    partijdigheid wordt toegekend, blijkt ook uit een onderzoek van de
    rechtssociologe De Groot-Van Leeuwen. Wanneer zij haar respondenten
    (advocaten) spanningen voorhoudt tussen het algemene belang en het
    belang van de individuele clint, blijken deze vrijwel altijd
    radicaal voor de clint te kiezen (1995, p. 108). Als gevolg van
    deze radicale keuze loopt de advocaat het risico dat hij verzeild
    raakt in een situatie waarin hij slechts de amorele uitvoerder is
    van de wensen van zijn clint. Hiervan is sprake wanneer hij zijn
    onafhankelijkheid jegens zijn clint heeft verloren. Een belangrijke
    waarborg voor het behoud van deze onafhankelijkheid en tegen een
    dergelijk afglijden vormde (of: vormt) het professionele karakter
    van het beroep. Voor de advocaat als beoefenaar van een professie
    zou het verdedigen van rechtzoekenden een morele missie (Jacobs,
    1995) moeten zijn. Het verlenen van juridische dienstverlening zou
    een erezaak (Jacobs, 1995) zijn, waaraan morele eisen inherent
    zijn. Dit betekent naar onze mening onder meer dat de advocaat zijn
    gevoel voor rechtvaardigheid en zijn gevoel van
    verantwoordelijkheid voor de rechtsstaat bij het verdedigen van
    zijn clint niet uitschakelt.

    Een norm die deze onafhankelijkheid beschermt, is dat de
    advocaat zich van een zaak dient los te maken indien hij deze in
    gemoede niet rechtvaardig acht. Concreet zou dit betekenen dat de
    advocaat bij het aanvaarden van diensten steeds kritisch dient te
    toetsen wie de clint is, wat hij wil en waarom hij juist hem deze
    dienst vraagt. Deze professionele norm van de onafhankelijke
    beroepsuitoefening lijkt aan geldingskracht in te boeten. De
    advocatuur raakt in toenemende mate in de ban van de
    commercialisering. Op het terrein van bijvoorbeeld reclame en
    publiciteit wordt steeds meer toegestaan Noot .
    Bovendien is er sprake geweest van een grote toename van het aantal
    advocaten. Deze omstandigheden hebben ertoe geleid dat het
    professionele karakter van het beroep van advocaat is afgenomen.
    Het beroep krijgt meer en meer het karakter van een gewoon,
    commercieel beroep.

    Deze evolutie wordt nog eens treffend gellustreerd door de
    veranderingen die in de afgelopen decennia in de gedragsregels
    hebben plaatsgevonden. Behoorde aanvankelijk het levensgedrag van
    advocaten tot de vaste kern van de gedragsregels, sedert 1992 is
    het priv-gedrag van de advocaat buiten het bereik van de code
    geplaatst. Tegenwoordig is alleen het beroepsmatig handelen van de
    advocaat aan de code en aan het tuchtrecht onderworpen, waarbij
    vooral de nadruk is komen te liggen op de bescherming van de goede
    relatie tussen de advocaat en zijn clint (De Groot-Van Leeuwen,
    1995, p. 113).

    Hoewel de oorspronkelijke professie meer en meer normale
    business is geworden, vindt de regulering van het beroep nog steeds
    plaats alsof de advocatuur louter een professie is. De
    samenleving is namelijk nog steeds bijzonder terughoudend in het
    controleren van de kwaliteit en de wijze van de beroepsuitoefening;
    het zwaartepunt ligt op de professionele controle (tuchtrecht). De
    NOVA poogt het gedrag van zijn leden te benvloeden via
    gedragsregels en ethische codes, die een beroep doen op het geweten
    van de individuele beroepsbeoefenaar. Verschoningsrecht,
    geheimhouding en meer in het algemeen de prioritering van de
    vertrouwensrelatie met de clint zijn de parafernalia van een
    professie. Maar wat te doen als de professie steeds meer de trekken
    krijgt van een commercieel beroep? Is het verschoningsrecht dan
    slechts een concurrentievoordeel op andere commercile
    dienstverleners? Juist op het moment dat de professionele norm van
    onafhankelijkheid aan kracht inboet, is de noodzaak voor controle
    en integriteitsbewaking sterk aanwezig. Immers, nog nooit is de
    verleiding van het grote misdaadgeld zo aanwezig geweest. In de
    volgende paragraaf wordt ingegaan op de vraag welke concrete vormen
    van verwijtbare betrokkenheid bekend zijn geworden.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken