• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage X – 3.6. Slotbeschouwing

    3.6. Slotbeschouwing

    De notaris is een openbaar ambtenaar wiens tussenkomst dwingend
    is voorgeschreven; de notaris heeft door zijn ministerieplicht veel
    minder speelruimte om clinten of diensten te weigeren dan
    bijvoorbeeld de advocaat. Het takenpakket van de notaris is in de
    afgelopen periode uitgebreid. Hij verleent in toenemende mate
    advieswerkzaamheden voor clinten. In de uitoefening van deze
    werkzaamheden is de notaris partijdig.

    De aangetroffen voorvallen van verwijtbare betrokkenheid hebben
    nagenoeg alle betrekking op de klassieke taakuitoefening. Van de
    diensten van de notaris wordt zowel gebruik gemaakt vanwege de
    parafernalia van het ambt als voor handelingen waarbij zijn
    tussenkomst wettelijk is voorgeschreven zoals de verkoop van
    onroerend goed en de oprichting van rechtspersonen. Binnen de
    beroepsgroep bestaat naar mijn mening weinig inzicht in elkaars
    werkwijzen. Evenmin als bij de advocatuur het geval is, heeft de
    tuchtrechtspraak in voldoende mate een corrigerende functie op de
    misstanden in de uitoefening van het notarisambt. Er zijn weinig
    ambtshalve ingestelde klachten tegen notarissen; ook is er weinig
    voeding vanuit de accountantscontrole, waaraan notariskantoren
    periodiek worden onderworpen. Een fundamenteel probleem is dat er
    in het algemeen betrekkelijk weinig concrete richtsnoeren zijn voor
    notarissen hoe te handelen bij verdachte verzoeken om
    dienstverlening. In hoeverre mag de notaris afgaan op de juistheid
    van de door de clint verstrekte informatie, wanneer begint zijn
    rechercheplicht en hoe ver dient deze te gaan? De KNB heeft in de
    afgelopen tijd initiatieven genomen om hierin meer duidelijk te
    brengen.

    In 1995 is de dienstweigeringsgrond door de KNB aangescherpt.
    Aan de bestaande gronden (strijd met wet) van dienstweigering is
    toegevoegd dat er ook diensten geweigerd moeten worden als er
    gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de clint ongeoorloofde
    bedoelingen heeft met zijn transacties. Voorts ligt het in het
    voornemen van de KNB om nog dit jaar de vertrouwensnotaris in te
    voeren. Aan de vertrouwensnotaris kunnen gevallen van
    dienstweigering worden gemeld. In samenspraak kan dan worden
    bepaald of de zaak aan de overheid zal worden gemeld. Bovendien
    kunnen de betrokken gegevens aan de overige notariskantoren worden
    doorgegeven. Ten behoeve van het instituut vertrouwensnotaris
    zullen criminaliteitsindicatoren voor dienstweigering en melding
    worden ontwikkeld. In de ontwerpwet op het Notarisambt wordt het
    toezicht op de beroepsuitoefening versterkt. De voorzitter van de
    kamer van toezicht krijgt onder meer de bevoegdheid om inzage te
    verlangen in de kantoor- en priv-administratie en om een onderzoek
    te doen instellen door het bureau financieel toezicht (art. 92).
    Dit nieuwe bureau zal een grote mate van zelfstandigheid krijgen,
    waarbij het onder andere de bevoegdheid krijgt de minister uit
    eigen beweging te adviseren (art. 105). De toegang tot de
    tuchtrechter zal worden verbreed doordat de KNB in de nieuwe
    notariswet de mogelijkheid krijgt om zefstandig tuchtzaken
    aanhangig te maken.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken