• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage XI – 3.1. Twee gevallen van ontvoering

    3.1. Twee gevallen van ontvoering

    Alvorens de diverse vormen van (illegale) handel in (illegale)
    goederen en/of diensten te bespreken, zullen hierna twee recente
    ontvoeringen worden behandeld. Dit gebeurt niet alleen om de
    continuteit aan te geven die er op dit punt in Amsterdam bestaat;
    met de ontvoering van Heineken en zijn chauffeur kwam er aan de
    criminele vrijheidsberoving van mensen geen einde. Ook heeft bij
    het maken van deze keuze meegespeeld dat de ontvoering van mensen
    in Itali en elders een welbekende activiteit van georganiseerde
    misdadigers is. Die kan in dit rapport dus niet zomaar buiten
    beschouwing worden gelaten.

    Ontvoeringen zijn er in diverse soorten. Naast de criminele
    ontvoeringen – gericht tegen gewone vermogende personen, families
    of bedrijven – zijn er de ontvoeringen in het criminele milieu
    zelf, bedoeld om schulden te (laten) vereffenen. Het onderscheid
    tussen deze twee categorien valt overigens niet altijd scherp te
    maken. Bijvoorbeeld niet in het geval dat een op het eerste oog
    normale zakenman op de achterhand niettemin handelsrelaties
    onderhoudt met een of meer criminele groepen. Of neem het geval van
    een bedrijf dat al jaren trouw protectiegelden heeft betaald, maar
    opeens beslist hier een streep onder te zetten en dan met de
    ontvoering van een van zijn bedrijfsleiders wordt
    geconfronteerd.

    De politie te Amsterdam is in het nabije verleden geconfronteerd
    met twee ontvoeringen, n in het Russische milieu te Amsterdam en n
    in het Turkse milieu. In tegenstelling tot de beruchte ontvoeringen
    die in de jaren zeventig en tachtig in Amsterdam plaatsvonden – die
    van Caransa en Heineken -, betreft het hier dus ontvoeringen in
    buitenlandse respectievelijk allochtone kringen. Gelet op de kleine
    aantallen waarom het bij bekende ontvoeringen gaat, mag aan dit
    onderscheid niet al te veel waarde worden toegekend. Maar het feit
    dat dit jaar twee keer achter elkaar een niet-(autochtone)
    Nederlander werd ontvoerd, zegt toch wel iets over aard en
    ontwikkeling van de (georganiseerde) criminaliteit in Amsterdam.
    Het laat namelijk zien dat ook deze criminaliteit meer een zaak van
    buitenlandse en/of autochtone groepen is geworden – zowel in termen
    van slachtoffers als in die van daders. In elk geval waren er de
    voorbije keren, voorzover bekend, op geen enkele manier
    Nederlanders bij betrokken.

    3.1.1. De ontvoering van Boris Fastovski

    In het landelijke rapport over de rol van buitenlandse en
    allochtone groepen in de georganiseerde criminaliteit in Nederland,
    werd vrij omstandig uiteengezet hoe in Russische steden als St.
    Petersburg het hele bedrijfsleven
    schatplichtig is geworden aan de Russische mafia. Ook werd in dat
    rapport beschreven hoe diverse Russische criminele groepen de
    laatste jaren zijn uitgewaaierd naar Noord-Amerika en West-Europa
    en zich hier voor een stuk aan dezelfde vormen van criminaliteit
    schuldig maken als welke zij in Rusland plegen, dus ook de
    afpersing van (Russische) zakenlieden.

    Wat de situatie in Amsterdam op dit punt betreft kan in het
    algemeen worden gesteld dat er de voorbije jaren ettelijke
    berichten zijn geweest over afpersing respectievelijk ontvoering
    van Russische zakenlieden. Wat deze berichten precies waard waren,
    viel niet altijd te bepalen. Maar tot de meer betrouwbare meldingen
    moet worden gerekend dat een bepaalde Rus bij herhaling andere
    Russen naar Nederland laat komen en hen dan de opdracht geeft om
    hier min of meer vermogende landgenoten, desnoods onder bedreiging
    met vuurwapens, het nodige geld afhandig te maken. Verder is het
    volgens diverse berichten niet zo dat alleen Russische zakenlieden
    op Nederlands grondgebied worden geconfronteerd met Russische
    criminele groepen. Zo werd niet zo lang geleden gemeld dat een
    Nederlands bedrijf dat contacten had met Russische bedrijven, er
    langzaam maar zeker toe wordt geprest om zijn onderneming te laten
    gebruiken voor witwasoperaties in het kader van de drugshandel.

    Het geval dat velen de ogen heeft geopend voor het optreden van
    de Russische mafia in Nederland is de ontvoering van de Russische
    zakenman (in Amsterdam) Boris Fastovski (Van Amerongen, 1995). Kort
    gezegd, komt het verhaal van deze ontvoering erop neer dat de
    betrokkene, zoon van een Joodse familie die in en rond St.
    Petersburg een keten van supermarkten bezit en, zoals algemeen
    gebruikelijk, hierbij wordt geprotegeerd door criminele bendes,
    eind 1989 als vluchteling naar Nederland komt. Hier bouwt hij
    binnen korte tijd, samen met enkele vrienden, een op de export naar
    Rusland gerichte handelsonderneming op. Juist ook dankzij de
    bevoorrechte relaties met de supermarktketen van zijn ouders is
    deze onderneming een groot succes. Dit is ook Russische criminelen
    niet ontgaan. Althans, dit kan worden afgeleid uit het feit dat,
    wanneer de jonge Fastovski op 11 januari 1995 wordt ontvoerd, zijn
    vermoedelijke kidnappers via een bank in Zwitserland al snel
    proberen een bedrag van f.450.000,- over te (laten) sluizen op een
    rekening die zij enkele weken eerder zelf in Luxemburg hadden
    geopend.

    Tot nu toe is deze ontvoering niet echt opgehelderd, maar het
    politie-onderzoek heeft uitgewezen dat zij hoogstwaarschijnlijk is
    gepleegd door een bende Georgische misdadigers die in Amsterdam
    zogezegd ook een handelsonderneming drijft, maar deze onderneming
    vooral gebruikt om relaties te leggen met echte Russische
    zakenlieden en deze vervolgens, met bedreigingen allerhande, ook
    aan het adres van hun familie in Rusland, geld afperst. Deze groep
    keert zich – in Nederland – echter ook tegen Nederlandse
    zakenlieden die met bepaalde Russische ondernemingen handel hebben
    gedreven. Zo liet een van zijn leden een Nederlandse ondernemer op
    een subtiele maar niet mis te verstane manier weten dat het beter
    was om bij een mafia-firma in Rusland niet langer aan te dringen op
    betaling van een (forse) rekening voor de spullen die daadwerkelijk
    waren geleverd.

    3.1.2. De ontvoering van een Tufan Erez

    Op 18 maart 1995 worden Tufan Erez en drie van zijn familieleden
    ‘s morgens vroeg opgeschrikt in hun gemeubileerd gehuurde woning
    aan de President Kennedylaan. Er stopt een witte Volkswagen Golf
    met een blauw zwaailicht voor de deur en daar stappen met
    vuurwapens uitgeruste mannen uit, waaronder n in een uniform van de
    politie. Dit is politie. Ga liggen. Huisarrest. Handen in je nek.
    De vier worden geboeid en Tufan Erez wordt met een zak over zijn
    hoofd naar de zogenaamde politieauto afgevoerd en weggereden. ‘s
    Avonds wordt duidelijk wat er aan de hand is, wanneer zijn familie
    in Turkije wordt opgebeld met de mededeling dat hij is ontvoerd en
    dat de familie hem terug kan krijgen tegen betaling van tien
    miljoen Duitse marken. De familie reageert in de telefonische
    onderhandelingen die volgen met een veel lager bod. Men kan niet
    meer geld bijeenbrengen dan 135.000 Nederlandse guldens. De
    ontvoerders zetten hun dreigement kracht bij door per postpakket de
    linker pink van Tufan Erez op te sturen. Honderdduizend gulden is
    hoogstens genoeg om zijn lijk in een omslagdoek te verpakken,
    dreigen ze, en Als het geld er morgen niet is, sturen wij het hoofd
    van uw man. Warm en met diens bloed. In april wordt het lijk
    aangetroffen van een geheel in tape gewikkelde man zonder linker
    pink, weggestopt in een met stenen verzwaard pakket.

    Wat speelt zich af onder de ogen van het verbaasde Amsterdamse
    publiek? Erez is afkomstig uit de plaats Van in het uiterste Oosten
    van Turkije. Hij is tweeneenhalve week eerder in Nederland
    aangekomen om uitstaande herone-schulden te innen. Klaarblijkelijk
    wordt een twist, die zijn oorsprong vindt in het milieu van de
    grote baba’s (bazen) van Turkije, in Nederland uitgevochten.
    Er is mogelijk ook een politiek motief, want de Turken die het
    busje hebben gestolen en zich als politiemensen voordoen, zitten
    midden in kringen rond de Koerdische beweging PKK en de Alevieten.
    Zou de ontvoering van Tufan Erez ook daarmee te maken hebben? Het
    politieonderzoek is nog gaande op het moment dat wij dit schrijven.
    Zoveel is evenwel duidelijk, en dat geldt ook voor de ontvoering
    van Fastovski: (1) ontvoeringen zijn niet langer
    een zaak van Nederlanders (en Italianen) alleen, (2) het motief
    moet niet primair worden gezocht binnen de etnische gemeenschap in
    Amsterdam, maar kan ook liggen in conflicten tussen criminele
    organisaties in het land van herkomst, (3) deze beide zaken zijn
    hoogstwaarschijnlijk afgelopen met brute moord; dit was tot nu toe
    bij Nederlandse gevallen van kidnapping niet het geval.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken