• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage XI – 5.4. De heersende eigendomsverhoudingen

    5.4. De heersende eigendomsverhoudingen

    Het is bepaald opmerkelijk dat er geen echt grote seksbedrijven
    in de buurt actief zijn. Er zijn twee (Nederlandse) combinaties die
    ieder ongeveer 20 hokken exploiteren en die de zaak, inclusief
    bescherming met camera’s, commercieel aanpakken. Zij zijn de
    grootsten. Een van hen, Hans Brouns, heeft zojuist (1993) een goed
    overzicht gepubliceerd van de (recente) geschiedenis van de
    Zeedijk. De auteur stelt zijn relaas voor als een
    ooggetuigenverslag van een buurtbewoner. Ook hieruit blijkt dat er
    geen sprake is van concentratie of monopolievorming in deze
    bedrijfstak. De raamprostitutie in andere steden zoals Utrecht en
    Den Haag is grotendeels in handen van enkelingen. Is er in
    Amsterdam dan voldoende ruimte voor iedereen? Is deze sector in
    vergelijking met andere economische activiteiten in de rosse buurt
    niet voldoende interessant? Dat er geen sprake is van de vorming
    van monopolies blijkt ook uit het feit dat de bordeelbazen zelf
    geen security firma’s hebben opgericht, maar de beveiliging
    uitbesteden aan specialisten van het particuliere geweld: de Hells
    Angels. De ramen waar dezen protectie aanbieden zijn met een
    sticker gemerkt. Ofschoon een bedrijfstak als die van de
    prostitutie onconventionele ondernemers aantrekt die niet
    gemakkelijk tot samenwerking zijn te brengen, is dit er toch een
    paar maal van gekomen. Het ging toen om het keren van een
    gemeenschappelijke bedreiging van buitenaf. Joegoslavische bendes
    en de Russische mafia hebben serieuze pogingen gedaan om de
    prostitutie binnen en buiten de Wallen in handen te krijgen, maar
    dit is ze mede door toedoen van de Hollandse bordeelhouders niet
    gelukt.

    Welke individuen of groepen hebben dan eventueel aanmerkelijke
    belangen verworven in de horeca en het gokwezen van de Wallen, en
    dus in het onroerend goed in deze buurt? De politie heeft 16
    ondernemers kunnen identificeren met, volgens haar, min of meer
    ernstige criminele antecedenten en/of duidelijke criminele
    connecties. Zeven daarvan zijn van buitenlandse herkomst. En dan
    gaat het in geen enkel geval om leden van gevestigde etnische
    minderheden, maar om mensen die uit landen afkomstig zijn waarvan
    maar weinig inwoners in Nederland verblijven, of die rechtstreeks
    zijn aangesloten op echte transnationale misdaadorganisaties. Van
    deze laatste organisaties zijn er recentelijk drie weer minder
    belangrijk geworden:
    Joegoslavische misdadigers komen nog wel in de buurt, maken zich
    nog wel schuldig aan afpersing, zijn ook bedrijvig in de
    vrouwenhandel, maar hebben er geen institutionele belangen
    verworven; een poging van de Oost-mafia om de prostitutie onder
    controle te brengen, is doodgebloed nadat de politie hard tegen
    haar was opgetreden; een groep Engelsen en Ieren, die er onder meer
    van werden verdacht voor de IRA bedrijven af te persen, maar die
    momenteel in combinatie met horeca-activiteiten in allerlei soorten
    drugs handelen. Van al degenen die wel duidelijk belangen in de
    buurt hebben, kan worden gezegd dat ze allerlei criminele
    activiteiten tegelijkertijd (en meestal in ieder geval de handel in
    verdovende middelen) ondernemen. Voorts werken ze, als het zo
    uitkomt, goed samen, omdat er ook allerlei vertrouwde persoonlijke
    relaties bestaan. Zo worden er gemeenschappelijk investeringen
    gedaan, worden er voor het transport van drugs gezamenlijk dingen
    geregeld, enzovoort. En dan is er het beetje wonderlijke gegeven
    dat – op n uitzondering na – al de betrokken ondernemers, die toch
    een belangrijke rol spelen in de Amsterdamse georganiseerde
    misdaad, op het eerste gezicht nette zakenlieden zijn en volgens
    politiemensen die ze goed kennen, ook innemende personen.
    (Overigens, in Rob van Hulsts recente galerij van portretten van
    markante mensen op de Amsterdamse Wallen, komen zij geen van allen
    voor (Van Hulst, 1993)). Deze omstandigheid levert natuurlijk een
    aanzienlijk gevaar op voor corruptie. Onder de eigenaren van de
    Wallen bevinden zich bijvoorbeeld toch ook de voormalige
    ontvoerders van Heineken. Alle politiemensen zijn ervan doordrongen
    dat je daar natuurlijk geen zaken mee moet doen. Maar met de andere
    ondernemers worden in zakelijk opzicht vaste relaties onderhouden.
    Er zijn door de leiding van het bureau Warmoesstraat niettemin
    reeksen waarschuwingen uitgedeeld aan politiemensen die te
    gemakkelijk de personen in kwestie bezochten. En niet zonder reden,
    want in n geval heeft een politieman (met zijn politiewapen op zak)
    een geldzending van zo’n ondernemer naar het buitenland
    gescorteerd! Thans is de situatie evenwel beter onder controle dan
    enkele jaren terug. Van de 16 personen respectievelijk
    organisaties/groepen die duidelijke belangen op de Wallen hebben,
    zijn er al vijf genoemd. Naast de Joegoslavische bendes, de
    Oost-mafia en de Engels-Ierse groep, de ex-ontvoerders van Heineken
    die het bedrijf van wijlen Jopie de Vries, Casa Rosso, hebben
    overgenomen en die thans in de horeca, de seksbusiness en het
    onroerend goed zitten, en de Hells Angels die zich profileren in de
    protectie, maar zich (zie .3.2.2.2 van dit rapport) met meer
    bezighouden, onder meer de drugshandel. Verder gaat het om de
    roemruchte A, ooit porno-koning. Hij zit thans in het onroerend
    goed en mogelijk in veel meer. Voorts is de plaatselijk onroerend
    goed-handelaar B, die zijn hoofdkwartier eerder in de buurt van het
    Rembrandtplein had, tegenwoordig ook duidelijk in de buurt actief.
    C, vooral bekend als drugshandelaar, heeft eveneens grote belangen
    in de buurt. Zijn positie is er nochtans niet sterker op geworden
    nadat hij, zo wordt althans gezegd, is gezwicht voor grove
    afpersing door de Joego’s. Tot de andere belanghebbenden die ook in
    crimineel verband opereren, behoort op het eerste oog een Irakees,
    die men als vluchteling zonder schoenen de buurt binnen heeft zien
    komen, maar die nu een coffeeshop runt. In wezen is hij echter een
    soort van stroman van een Amsterdamse ondernemer die voortkomt uit
    het confectie-industrie en die illegale naaiateliers heeft gehad;
    wanneer deze man zich in de buurt vertoont, is hij zeer
    nadrukkelijk aanwezig. Er is verder een stel Egyptische broers die
    reeds 20 jaar een shoarma-zaak runnen, maar die ook in allerlei
    verboden businesses te vinden zijn; in het criminele netwerk van de
    Wallen functioneren zij als spinnen in het web. Voorts is er een
    Hollandse coffeeshophouder, met het voorkomen van een snelle yup,
    die enorm carrire op de Wallen maakt. Het grootste gok- en
    speelautomatenbedrijf van Amsterdam heeft eveneens zeer grote
    belangen in de buurt. Ook een goudhandelaar met internationale
    contacten, die in de omgeving van de Wallen juwelierswinkels bezit,
    is hier een man van gewicht. Een onverwachte nieuwkomer in dit
    gezelschap is een kleine middenstander uit de buurt die zich heeft
    opgewerkt via de ontduiking van importheffingen, de investering in
    zgn. telehouses en die verder de woonruimten boven zijn
    zaken ook zo op z’n eigen manier exploiteert. Tenslotte zijn er
    twee grote Isralische firma’s die ervan worden verdacht om via
    wisselkantoortjes geld wit te wassen en weg te sluizen. Het zijn
    orthodoxe joden die in Amsterdam en in het buitenland geld hebben
    belegd in hotels. Voorzover de politie het kan overzien, zijn de
    drie belangrijkste figuren uit deze reeks de handelaar in onroerend
    goed, de speelautomatenfirma en het bedrijf van de
    Heineken-ontvoerders. Uit dit alles wordt duidelijk dat niet zozeer
    de prostitutie-business en ook niet de verkoop van cannabis (op een
    gereglementeerde manier) op de Wallen het probleem vormen, maar de
    belegging en het beheer van (ook illegaal verkregen) vermogens door
    personen en organisaties/groepen die deel uitmaken van het
    criminele milieu. Hiermee verwerven de ondernemers/ondernemingen in
    kwestie immers heel wat macht in de buurt, zoveel macht zelfs dat
    zij legale en normale ondernemers buiten spel kunnen zetten,
    bijvoorbeeld door aankopen te doen tegen een prijs die sterk boven
    de marktprijs uitgaat. In het verslag van een interessante
    discussie die onder leiding van leden van de Faculteit der
    Technische Bestuurskunde te Delft, door ambtenaren,
    vertegenwoordigers van belangenverenigingen en praktijkdeskundigen
    in Amsterdam in 1994 is gehouden over de beheersing van
    georganiseerde criminaliteit, werd ook deze conclusie getrokken.
    Maar hier werd terecht een interessante opmerking aan toegevoegd
    die betrekking heeft op de kwaliteit van het bestuur in de stad.
    Als gevolg van discussies in het gemeentebestuur worden binnen en
    buiten de Wallen allerlei problemen niet opgelost of blijft
    onduidelijk hoe ze zullen worden opgelost. Worden bijvoorbeeld
    de
    wisselkantoren nu wel of niet allemaal aangepakt? En dit gebrek aan
    bestuurlijke slagkracht biedt de georganiseerde misdaad nu juist
    goede mogelijkheden om zich te nestelen. Met name in de sfeer van
    de horeca en de wereld van het onroerend goed (er wordt niet
    genformeerd naar de herkomst van geld, de eventuele criminele
    antecedenten worden niet onderzocht) zijn bestuurders niet vlug
    tegen economische machtsconcentraties opgewassen. De
    vertegenwoordigers van deze belangengroepen nemen deel aan
    overlegstructuren van de gemeente en van de buurt en verwerven zich
    zo aanzien. Zo voeren bordeelhouders regulier overleg met de
    politie over brandende buurtproblemen als de berovingen en de
    diefstal van fietsen. De directeur van een van de grootste
    coffeeshopketens en een machtige oude penosefiguur plegen in het
    kader van het Economisch Herstelplan Zeedijk overleg met de
    gemeente en met vertegenwoordigers van het internationale
    bedrijfsleven, en dwingen langs deze weg gunstige voorwaarden af
    voor hun eigen bedrijvigheid in ruil voor de verkoop van panden die
    voor de uitvoering van het reconstructieplan nodig zijn. Veel
    beslissingen worden in dit verband ook genomen door individuele
    ambtenaren. En hierin schuilt dan weer gevaar voor corruptie. Een
    ambtenaar die namens het gemeentelijk grondbedrijf onderhandelde
    met de penose onderhield in zijn vrije tijd contacten met dezelfde
    figuren. Het was niet eenvoudig te bewijzen dat hij hier zelf
    voordeel bij had gehad – anders dan dat hij zich gaarne door de
    onderwereld liet fteren – maar zijn optreden was toch voldoende
    reden om hem de wacht aan te zeggen.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken