• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Eindrapport – 10.12 Aanbevelingen organisatie opsporing

    10.12 Aanbevelingen organisatie opsporing

    De commissie beveelt het volgende aan voor de organisatie van de
    opsporing. De commissie vraagt de Kamer een oordeel te geven over
    deze aanbevelingen.

    10.12.1 Algemeen

    A. Integratie

    De commissie acht het noodzakelijk dat de CID en de
    ondersteunende eenheden meer worden gentegreerd in de recherche. De
    recherchechef dient volledig op de hoogte te zijn van alle aspecten
    van het functioneren van de verschillende onderdelen binnen de
    recherche, zoals de tactische recherche, de CID, het OT, het STO,
    het AT, het BFO. De recherchechef dient ervoor zorg te dragen dat
    noodzakelijke informatie tussen de verschillende onderdelen wordt
    uitgewisseld.

    B. Recherchechef

    En van de leden van de korpsleiding dient rechtstreeks
    verantwoordelijk te zijn voor de aansturing van de recherche van
    een regiokorps. De andere leden van de korpsleiding dienen op de
    hoogte te zijn van de voortgang van de zaken en de gebruikte
    methoden en de organisatie van de recherche.

    C. Recherche-officier

    Ten behoeve van elke politieregio dient een officier van
    justitie tenminste, van het niveau van een eerste klasser, als
    recherche-officier van justitie verantwoordelijk te zijn voor de
    organisatie en het functioneren van de
    recherche, inclusief CID en ondersteunende eenheden. De
    recherche-officier moet volledig op de hoogte zijn van de methoden
    die door de recherche worden gehanteerd. De recherche-officier kan
    worden bijgestaan door een of meer officieren van justitie voor de
    CID en de ondersteunende diensten. Arrondissementen met een
    kernteam beschikken ook over een kernteamofficier die valt onder de
    verantwoordelijkheid van de recherche-officier van de betreffende
    politieregio. De officieren die de recherche-officier bijstaan
    kunnen bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de
    recherche-officier gemandateerd krijgen.

    D. Zaaksofficier

    De zaaksofficieren van justitie zijn gezagsmatig
    verantwoordelijk voor alle opsporingsactiviteiten binnen hun zaken.
    Zij zijn daarmee tevens verantwoordelijk voor alle
    opsporingsactiviteiten van de CID en van de ondersteunende eenheden
    in hun eigen zaken. Er is intensief overleg nodig tussen de
    zaaksofficier en de recherche-officier. Bij conflict tussen de
    recherche-officier en de zaaksofficier dient de hoofdofficier een
    beslissing te nemen.

    E. Structuur

    Op deze wijze ontstaat een complementaire structuur. Deze
    structuur draagt ertoe bij dat zowel binnen de politie als binnen
    het OM op verschillende niveaus kennis bestaat over de gebruikte
    methoden en de organisatie van de recherche.

    10.12.2 Criminele inlichtingendiensten

    A. Gegevensverzameling

    De CID krijgt een duidelijke wettelijke regeling. De
    CID-regeling 1995 dient daarin ingepast te worden. De taak van de
    CID is het inwinnen, verzamelen en verifiren van gegevens over
    misdrijven die gezien hun aard en het georganiseerd verband waarin
    ze worden begaan een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde. Het
    gaat echter vooral om gegevens ten behoeve van de opsporing van
    georganiseerde en organisatiecriminaliteit. De gegevensverzameling
    door de CID dient zich niet alleen te richten op de klassieke
    criminaliteit maar ook op andere soorten criminaliteit zoals fraude
    en milieudelicten.

    B. Recherche-officier

    De recherche-officier van justitie krijgt het volledige gezag
    over de CID. De recherche-officier en de officieren die hem
    bijstaan, krijgen het recht van directe toegang tot alle registers
    en andere vormen van gegevensverzameling en verslaglegging. De
    recherche-officier houdt toezicht op de registratie van informanten
    en CID-subjecten. Onder verantwoordelijkheid van het College van
    procureurs-generaal wordt het beleid terzake gecordineerd door de
    landelijke vergadering van recherche-officieren.

    C. CID-subject

    CID-subject kunnen slechts zijn: 1. verdachten van ernstige
    misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, die
    gepleegd worden in georganiseerd verband en een ernstige inbreuk op
    de rechtsorde vormen, en 2. personen tegen wie een redelijk
    vermoeden bestaat dat zij deze misdrijven zullen plegen. De
    categorie grijze veld-subjecten wordt opgeheven. De CID doet
    slechts gericht onderzoek naar CID-subjecten en niet naar andere
    personen. De CID-registers en -journalen worden volgens deze nieuwe
    criteria aangelegd en waar nodig geschoond. Alle CID-subjecten
    worden geregistreerd bij de NCID.

    D. Organisatie

    De CID functioneert binnen de algemene recherche onder
    verantwoordelijkheid van de recherchechef. Embargo-onderzoeken zijn
    niet mogelijk. Van alle relevante opsporingshandelingen wordt
    proces-verbaal opgemaakt. Gebruikte methoden worden daarbij
    gerelateerd.

    E. Beheer

    De korpsbeheerder is, verantwoordelijk voor het beheer van alle
    CID-activiteiten. Het gezag van het openbaar
    ministerie ontslaat hen niet van hem
    beheersverantwoordelijkheid.
    De korpsleiding is verantwoordelijk voor het functioneren van de
    recherche. Zij zorgt voor sterkte, kwaliteit en opleiding. Binnen
    de korpsleiding heeft n persoon de verantwoordelijkheid voor de
    recherche. Over het doen en laten de recherche-eenheden vindt
    intensief overleg plaats tussen de recherchechef en onderdelen van
    de recherche.

    F. Informanten

    Ingeschreven informanten worden slechts gerund door de CID.
    Informanten die ten behoeve van andere politieregio’s worden
    gerund, dienen aan die regio te worden overgedragen.
    Opsporingsambtenaren kunnen niet als informant worden
    ingeschreven.

    G. Kernteam

    De kernteams krijgen een eigen CID. Ook bij het KLPD komt n CID,
    mede ten behoeve van het LRT.

    H. Opleiding

    Voor CID-medewerkers dient een betere specifieke opleiding te
    worden ontwikkeld bij de rechercheschool.

    I. Inwinning informatie

    De informatie-inwinning door de CID dient meer gericht te worden
    op de wensen van de tactische recherche. De CID dient zich op het
    verwerven van informatie over de zware criminaliteit te
    concentreren. Zij dient de bestrijding van de kleine criminaliteit
    over te laten aan wijkteams en de tactische recherche.

    10.12.3 Tactische recherche

    A. Verslaglegging

    De tactische recherche dient van alle relevante
    opsporingshandelingen proces-verbaal op te maken. Tijdens lopende
    tactische opsporingsonderzoeken zijn er geen CID-trajecten die voor
    de leiding van het tactische team verborgen blijven. Alle
    desbetreffende informatie en ook de wijze waarop die verzameld is,
    dient door de CID-chef aan de leiding van het tactische team bekend
    te worden gemaakt.

    Alle relevante opsporingshandelingen van de tactische recherche
    worden in het zaaksdossier opgenomen en aan de rechter en de
    verdediging bekend gemaakt. De tactische recherche verricht geen
    eigen CID-activiteiten, maar registreert wel de binnengekomen
    tips.

    B. Overleg

    Over lopend opsporingsonderzoek vindt frequent overleg plaats
    tussen CID-chef, leider opsporingsteam, zaaksofficier en
    recherche-officier (dan wel de officieren die hem bijstaan).

    10.12.4 Ondersteunende diensten

    A. Taakomschrijving krachtens wet

    Alle ondersteunende eenheden krijgen een taakomschrijving
    krachtens de wet. Zij zijn onderdeel van de centrale
    recherchedienst in de regio; zij opereren onder directe
    verantwoordelijkheid van de recherchechef en onder gezag van de
    recherche-officier en de betrokken zaaksofficieren. Het Landelijk
    bureau openbaar ministerie oefent het gezag uit over de
    ondersteunende diensten van het KLPD. Voor de concrete operationele
    handelingen van deze diensten wordt het gezag uitgeoefend door de
    recherche-officier in de regio en de betrokken zaaksofficier.

    B. Processen-verbaal

    Van alle relevante opsporingshandelingen dient proces-verbaal te
    worden opgemaakt. Deze processen-verbaal
    vermelden ook het gebruik van de opsporingsmethoden.

    C. Politie-infiltranten

    Het aantal in te zetten politie-infiltranten kan worden
    uitgebreid, afhankelijk van de gebleken behoefte. Het inzetten van
    politie-infiltranten wordt getoetst door de ANCPI van de CRI, die
    hierover advies uitbrengt aan de betrokken hoofdofficier. Valse
    identiteiten dienen enkel door de ministers van Binnenlandse Zaken
    en Justitie ter beschikking te worden gesteld na daartoe strekkend
    verzoek van de hoofdofficier en de korpsbeheerder en na advies van
    de CRI. Het gezag over politie-infiltratie berust bij de
    zaaksofficier. Er zijn maximaal zeven politile infiltratieteams.
    Het beheer daarvan berust bij de voor de kernteams
    verantwoordelijke korpsbeheerders respectievelijk bij de ministers
    van Justitie en van Binnenlandse Zaken (overeenkomstig de regeling
    voor het LRT).

    10.12.5 Kernteams

    A. Taakomschrijving

    De taken en de organisatie van de kernteams dienen een nadere
    regeling te krijgen op basis van de wet. De taken van de kernteams
    beperken zich tot opsporingsonderzoek naar georganiseerde en
    organisatiecriminaliteit met een landelijk of internationaal
    belang. Het college van procureurs-generaal beslist over de keuze
    van onderzoeken door de kernteams, gehoord het advies van een
    landelijke OM-commissie (CBO). De ministers van Justitie en van
    Binnenlandse Zaken worden tevoren genformeerd.

    B. Prioriteitenstelling

    Tweejaarlijks vindt, ter onderbouwing van de prioriteitsbepaling
    in de onderzoeken, een kwalitatieve en zo mogelijk kwantitatieve
    analyse plaats van de aard en ernst van de georganiseerde
    criminaliteit en de daarbij betrokken groepen. Deze analyse wordt
    geanonimiseerd ter beschikking gesteld aan de korpsbeheerders en de
    Tweede Kamer.

    C. LRT

    Het LRT geeft prioriteit aan onderzoeken die een hoogwaardige
    financile deskundigheid vragen, en aan buitenlandse verzoeken. Het
    beheer van het LRT blijft bij de minister van Justitie en de
    minister van Binnenlandse Zaken; het gezag berust bij de
    hoofdofficier van justitie bij het landelijk bureau openbaar
    ministerie.

    D. Financiering

    De financiering van de kernteams geschiedt uit een centrale
    budget, dat hiertoe wordt onttrokken aan de regionale budgetten.
    Voor de medewerkers van kernteams worden aparte opleidingsmodules
    in recherchetechnieken, regelgeving en vaardigheden ontwikkeld.

    E. Fenomeenonderzoek

    Het verrichten van fenomeenonderzoek behoort niet direct tot de
    opsporingstaak. Het ligt daarom niet voor de hand dat kernteams
    zelf fenomeenonderzoek verrichten. Op verzoek van kernteams kan
    fenomeenonderzoek landelijk worden verricht door de CRI of door
    externe onderzoeksinstellingen.

    F. Gezag

    Het gezag over de kernteams wordt onder verantwoordelijkheid van
    de recherche-officier uitgeoefend door een daartoe vrijgestelde
    officier van justitie van voldoende zwaarte. De recherche-officier
    draagt ook de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het
    functioneren van de CID-afdeling binnen het kernteam. De betrokken
    zaakofficieren worden door de recherche-officier, of de officier
    die hem bijstaat, volledig op de hoogte gehouden van alle
    activiteiten in de onderzoeken van het kernteam.

    G. Inhoudelijke betekenis

    Indien binnen vijf jaar nog niet expliciet is aangetoond dat de
    kernteams en het LRT inhoudelijke betekenis hebben, moet besloten
    worden tot een andere organisatie van de opsporing. Dat zal
    gevolgen voor het politiebestel hebben.

    10.12.6 Bijzondere opsporingsdiensten

    A. Wetgeving

    Er dient wetgeving tot stand te komen die de organisatie,
    inrichting en taken van de bijzondere opsporingsdiensten regelt.
    Bij de voorbereiding van deze wetgeving dient het bestaansrecht en
    de mogelijke samenvoeging van de huidige bijzondere
    opsporingsdiensten te worden heroverwogen.

    B. Samenwerking

    De samenwerking tussen de politie, in het bijzonder de bureaus
    financile ondersteuning, en bijzondere opsporingsdiensten, in het
    bijzonder de FIOD, dient nader wettelijk te worden geregeld. De
    politie dient voor de financile expertise in het kader van onder
    meer de Pluk ze-wetgeving niet afhankelijk te zijn van afspraken
    met de FIOD of de belastingdienst.

    C. CID

    De bijzondere opsporingsdiensten krijgen geen eigen CID-en.
    Informanten ten behoeve van onderzoek van bijzondere
    opsporingsdiensten- en kunnen slechts door de politie gerund
    worden, mogelijk in samenwerking met bijzondere
    opsporingsambtenaren.

    D. De uitwisseling van gegevens

    Het uitwisselen van gegevens tussen bijzondere
    opsporingsdiensten- en politie kan in bepaalde zaken plaatshebben
    op gezag van de officier van justitie. De uitwisseling van
    CID-gegevens dient de opsporing van strafbare feiten.

    E. Rijksrecherche

    De Rijksrecherche krijgt geen eigen CID, daartoe bestaat geen
    noodzaak. Bij onderzoek naar gepleegde strafbare feiten krijgt de
    Rijksrecherche toegang tot nationale en regionale CID-registers.
    Het is ongewenst dat de Rijksrecherche zelf informanten gaat
    runnen.

    F. Recherche-officier bijzondere
    opsporingsdiensten

    Bij het landelijk bureau openbaar ministerie dienen
    recherche-officieren van justitie te worden aangesteld voor de
    verschillende bijzondere opsporingsdiensten.

    10.12.7 Binnenlandse Veiligheidsdienst

    A. Taken

    De BVD dient geen politietaken uit te voeren. BVD-ambtenaren
    kunnen geen deel uitmaken van rechercheteams.

    B. De BVD-officier

    Het optreden van de landelijke BVD-officier van justitie dient
    een expliciete wettelijke basis te krijgen. Dat vereist verandering
    van artikel 22, derde lid van de Wet inlichtingen- en
    veiligheidsdiensten. De officier dient alle relevante informatie te
    kunnen controleren om voor de rechtmatigheid van de verkrijging van
    informatie in ambtsberichten te kunnen instaan.

    C. Onderzoeksmethoden

    Onderzoeksmethoden van de BVD dienen een specifieke wettelijke
    grondslag te krijgen, zeker waar deze methoden een inbreuk maken op
    grondrechten.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken