• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Eindrapport – 5.4 Casusonderzoek Laundry

    5.4 Casusonderzoek Laundry

    Een casus ter illustratie van een verdovende middelenzaak
    waarin een kroongetuigeregeling

    wordt gehanteerd.

    Feiten en omstandigheden

    In de jaren tachtig voert Kobus L., bijgenaamd De Kamper, het
    bewind over een organisatie die handelt in zowel soft- als
    harddrugs. Hij is de onbetwiste leider en financier van alle
    projecten en laat zijn gezag regelmatig gelden, waarbij geen geweld
    wordt geschuwd. Hij opereert vanuit een woonwagenkamp.
    Met zijn vrouw beheert L. verschillende bedrijven die dienen als
    dekmantel voor de illegale praktijken. Tussen deze bedrijven worden
    goederenstromen op gang gebracht waaronder zich verdovende middelen
    bevinden. Kobus L. heeft de beschikking over vele dekmantelfirma’s
    en koeriers. Dit is ondermeer het geval omdat hij regelmatig mensen
    er weer boven op helpt nadat die in ernstige financile problemen
    zijn geraakt. Deze geldelijke ondersteuning kan worden
    terugverdiend door handen spandiensten te verlenen aan Kobus L. Hij
    regelt zijn zaken hoofdzakelijk vanuit de keuken van zijn woning.
    Tijdens zijn afwezigheid neemt zijn zoon Bertus L. de zaken
    waar.

    Lambert S. is de compagnon van Kobus L. Hij verzorgt met name de
    financile kant van de illegale operaties, zoals het opzetten van
    witwasconstructies via Luxemburg, Engeland, Gibraltar en
    Oostenrijk. Een getuige verklaart hierover het volgende:

    Lambert S. en Ine Q. (Kobus’ vrouw) kwamen aan met een man
    die zijn zakken vol had gepropt met geld. Het ging om 1,25 miljoen
    gulden. Zij gaan dan naar de bank in Luxemburg. Op het moment dat
    de bank vragen gaat stellen over de herkomst van het geld treedt Q.
    naar voren. Zij tekende bij de bank voor de herkomst van het geld,
    dit na haar paspoort aan de bankmedewerker te hebben getoond. Zij
    bevestigde daarbij meerdere malen dat het haar geld was.

    Noot

    Naast de kernleden Kobus L. en Lambert S. bestaat de organisatie
    uit wisselende leden. Een aantal van deze handlangers komt uit het
    kampers-circuit. Zij runnen bijvoorbeeld dekmantelfirma’s of
    vervoeren verdovende middelen met speciaal voor dit doel
    aangeschafte auto’s. Noot Ook worden regelmatig
    vrachtauto’s van respectabele autoverhuurmaatschappijen gehuurd
    waarmee de verdovende middelen vervoerd worden. Noot De
    vrouwen binnen de groep vervullen over het algemeen de rol van
    intermediair en meldkamer. Zij leggen de verbindingen tussen de
    diverse personen tijdens de operaties. Noot De
    bedrijfsvoering wordt ondersteund door diverse adviseurs. Zo maakt
    een notaris akte op van een gepretendeerde overeenkomst van
    geldlening, waardoor hij medewerking verleent aan een
    witwasconstructie. Noot N. wil vervolgens dat de
    geldleenovereenkomst meer status krijgt en derhalve laat men
    een
    notaris een notarile akte met betrekking tot een en
    ander opmaken.
    Noot Bovendien wordt er ook gebruik
    gemaakt van de diensten van een advocaat uit Dordrecht, die onder
    andere witwasconstructies op hun juridische aspecten bekijkt
    Noot , een belastingadviseur, een accountant
    Noot en een medewerker van het Marokkaans consulaat.
    Noot Een Belgische politieman wordt gevraagd om een
    veroordeling van Kobus uit 1991 aldaar uit de computer te
    halen.

    (…) dat dhr. L. iets te maken had met omkoping. Zijn
    veroordeling ter zake van export in
    Belgi van soft- en
    harddrugs moest uit de computer.
    Noot
    Ook worden verschillende douanefunctionarissen omgekocht.
    Frans had een Marokkaanse douane-ambtenaar omgekocht. Hij kon de
    auto de grens overbrengen als deze man dienst had. Frans vertelde
    mij dat hij deze man geld gaf, zodat hij geen problemen kreeg met
    de papieren van de auto.
    Noot

    Tevens wordt gebruik gemaakt van valse paspoorten en
    rijbewijzen. Zo heeft Kobus L. een vals rijbewijs met zijn pasfoto
    op de naam van Bertus K. Noot
    De handel in verdovende middelen verloopt via landen als Suriname,
    Marokko, Nigeria, India, Frankrijk en Roemeni. In principe bemoeit
    Kobus zich niet met operationele zaken. Totdat een grote klapper
    gemaakt kan worden. Zo wordt hij gesignaleerd in Suriname alwaar
    hij contact heeft met de voormalige legertop over een grote partij
    cocane.

    Kobus L. vertelde dat hij drie dagen besprekingen had gevoerd
    met de militairen, onder andere met Iwan G., over het afnemen van
    cocane. Kobus L. vertelde mij dat de militairen afwilden van de
    kleine jongens, die maar hoeveelheden van 100 kilo cocane afnamen
    en alleen met de grote jongens zoals Kobus L., zaken wilden
    doen.
    Noot

    Vervolgens komt, verstopt in bundels hout, een partij van 357
    kilo cocane aan in de Rotterdamse haven in mei 1991.

    Het politieel en justitieel onderzoek

    De partij van 357 kilo wordt in Breda in beslag genomen door de
    politie. Er wordt een onderzoek ingesteld, waarbij verschillende
    personen worden aangehouden. Naar aanleiding van dit onderzoek,
    geplaatst naast reeds aanwezige CID-informatie over Kobus L.,
    inhoudende dat hij onder meer verantwoordelijk zou zijn voor een
    tiental liquidaties wordt besloten tot een vooronderzoek dat
    resulteert in een gerechtelijk vooronderzoek op Kobus L. dat
    geopend wordt in september 1991. Later worden ook twee
    strafrechtelijke financile onderzoeken geopend op Kobus L. en
    Lambert S.

    Een multidisciplinair team dat bestaat uit personeel van de
    Regionale RechercheDienst (RRD) van de regiopolitie Rotterdam
    Rijnmond, de belastingdienst en de FIOD, rechercheert tot in het
    voorjaar 1995 op de criminele organisatie. Hierbij wordt een groot
    aantal telefoongesprekken van zowel autotelefoonverkeer als gewone
    telefoons en faxen afgetapt. Dit zijn in totaal 88.424 gesprekken.
    Verder wordt een groot aantal personen gehoord, te weten 94,
    waarvan 62 als verdachte. Uiteindelijk staan 11 hiervan terecht.
    Ook worden huiszoekingen verricht. Noot Zowel tactisch
    als CID-matig worden opsporingsmethoden ingezet. Zo worden vijf
    videocamera’s op vier verschillende lokaties geplaatst. De keuze
    voor bepaalde lokaties wordt ondermeer bepaald naar aanleiding van
    RCID-informatie. Noot De zaaksofficier van justitie
    geeft aan dat contra-observatie-activiteiten soms nopen tot de
    plaatsing van deze videocamera’s. Zo moet in opdracht van Kobus L.
    een auto gevolgd worden die reeds vijf maal langs het huis van
    Kobus L. heeft gereden en Ineke Q. moet kentekens noteren van
    auto’s die bij of rond het kamp rijden. Noot Tot de
    contra-activiteiten hoort ook het achterhalen van priv-gegevens van
    een ambtenaar die financieel onderzoek doet naar de criminele
    organisatie. Noot Naast het feit dat de positie van
    camera’s onder meer is bepaald door CID-informatie over lokaties,
    blijkt dat meer structureel gebruik is gemaakt van informanten. De
    teamleider stelt dat er inderdaad CID-informatie is gebruikt. Van
    der Spoel, raadsman in deze zaak, zegt in zijn openbaar verhoor
    over de moeilijkheden voor de verdediging met het gesloten
    CID-traject het volgende:

    De heer Vos :
    Hoe prepareert u zich als advocaat op de kennelijke
    onevenwichtigheid die u vaststelt inzake CID-informatie? Maakt u
    gebruik van ongebruikelijke methoden om toch een vinger achter de
    waarheid te krijgen? Bent u bereid een beroep te doen op
    priv-detectives?
    De heer Van der Spoel:
    Dat is een ontwikkeling die zich de komende tijd wel eens
    zou kunnen gaan aftekenen. In CID-kringen zit ook vaak het
    observatietraject. Men observeert langdurig en legt maar
    mondjesmaat rekening en verantwoording af van die

    observaties. In de Laundry-zaak ben ik zelf met een fototoestel
    op pad gegaan naar bepaalde objecten om precies te zien of de
    beweringen in het dossier gedekt konden worden door de

    observaties. Hoe ziet een woning eruit? Hoe kun je er naar
    binnen kijken? Waarvandaan kan dat gebeurd zijn? Bij een loods werd
    op een gegeven moment gesteld: wij hebben geconstateerd dat zich in
    de loods een bus bevond. Dan ga je naar die loods toe om te zien of
    je er inderdaad van buitenaf in kunt kijken.

    Noot

    Een andere gehanteerde opsporingsmethode is het peilbaken. Er wordt
    een peilzender geplakt op een bus in Polen, die geprepareerd is ten
    behoeve van een hasjtransport. De hasjish zou in Marokko worden
    geladen en naar Nederland worden gebracht. De officier van justitie
    zegt hierover:

    De peilzender heeft zijn werk echter niet hoeven te
    doen omdat de bus niet meer uit Polen is vertrokken (uiteraard met
    uitzondering voor het terughalen van de bus door justitie naar
    Nederland).
    Noot Over het gebruik van
    afluisterapparatuur zegt advocaat Van der Spoel tijdens het
    openbaar verhoor: Tijdens de behandeling van de Laundry zaak
    zijn er in de pers bepaalde uitlatingen gedaan door een zekere Max
    Wijnschenk. (..) Hij verklaarde als techneut werkzaam te zijn
    geweest bij de politie in Rotterdam. Volgens hem was in de Laundry
    zaak niet alleen gebruik gemaakt van een videocamera, maar ook van
    microfoons.
    Noot Ter terechtzitting verklaart de
    teamleider dat dit niet gebeurd is.

    Het requisitoir spreekt ook nog over het uitrechercheren van
    reisbewegingen van betrokkenen naar en van Suriname en Marokko.
    Noot Een aantal observatieteams wordt ingezet. Zo worden
    smokkelauto’s geobserveerd die met drugs verstopt in de benzinetank
    of in het reservewiel op Marokko rijden. Ook wordt, na controle,
    een transport naar Roemeni onder observatie afgeleverd. De controle
    geschiedt in de haven van Antwerpen. Hier worden twee Nigeriaanse
    containers, gevuld met maszakken en bestemd voor Roemeni, aan
    controle onderworpen. De dienstdoende ambtenaar beschrijft dit als
    volgt:

    Wij gaan over tot controle van container (..), waarbij wij de
    ingestapelde zakken ontladen. Ongeveer in het midden van de lading
    maszakken bemerken wij een aantal zakken welke van uitzicht en
    zoals achteraf blijkt in

    gewicht, opmerkelijk verschillend zijn. Wij gaan aansluitend
    over tot doorgedreven nazicht en kunnen vaststellen dat betreffende
    zakken, elk op hun beurt, een aantal pakken inhouden.(…) Uit de
    volledige lading van container (..) kunnen wij 35 zakken
    recupereren welke pakken inhouden. Op basis van een gemiddeld
    gewicht van twee kilogram per pak, inhoudende marihuana, kunnen wij
    besluiten dat het brutogewicht van de verdovende middelen te
    situeren valt om en nabij 1050 kilogram. Na controle worden de
    zakken mas, alsmede de zakken waarin verdovende middelen zitten,
    herladen in de respectieve container, dit met uitzondering van een
    pak marihuana, hetwelk als monster werd overhandigd aan de leden
    van het Laundry-team. (..) Op 21 juni 1993 worden beide containers
    opgehaald en aan boord geplaatst van het m.s. Caransebes, varende
    onder Roemeense vlag.
    Noot

    Niet alleen de partij naar Roemeni maar ook een partij, die in
    een camper vervoerd wordt naar Parijs, wordt met toestemming van de
    Franse autoriteiten gecontroleerd afgeleverd. Wegens tijdsdruk
    kunnen de Belgische autoriteiten niet in kennis worden gesteld.
    Noot Deze partij is in Frankrijk in beslag genomen.

    Kroongetuige

    In dit onderzoek wordt de nog vrij uitzonderlijke
    opsporingsmethode van de kroongetuige ingezet. Noot
    Betrokkene, genaamd Helio Stewart, voormalig huisvriend en
    bodyguard van Kobus L., wordt in augustus 1993 aangehouden in
    verband met de invoer van 860 kilo hennep uit Nigeria. Hij
    verklaart dat hij tegenwoordig vaak met een pistool, dat hij ooit
    van Kobus L. gekregen heeft, op zak loopt omdat hij zich door hem
    bedreigd voelt. Noot De Groot, naast Van Wijk eveneens officier in
    deze zaak, zegt tijdens zijn openbaar verhoor hierover:

    De heer De Groot:
    Hij gaf erbij aan dat hij vreesde voor zijn leven en dat het
    een kwestie was van: f hij Stewart zou meneer L. doodschieten, dan
    wel mijnheer L. zou hem doodschieten. Hij vond het wat dat betreft
    een praktische oplossing, als ik het zo mag formuleren, dat meneer
    L. door de politie zou worden opgepakt en voor een tijdje achter de
    tralies zou worden geborgen. (…) Nu wij twee jaar met dat
    onderzoek tegen die meneer L. bezig zijn en natuurlijk wel een stuk
    zijn opgeschoten, maar nog niet precies weten hoe het is, is het
    van belang om te kijken of wij met behulp van deze kroongetuige
    avant la lettre verder zouden kunnen komen.

    Noot

    Tijdens verschillende verhoren met Stewart wordt duidelijk dat hij
    deel uitmaakt van de criminele organisatie van Kobus L. en dat zijn
    leven in gevaar komt als hij hierover verklaart. Hij verzoekt
    vervolgens om een regeling te treffen. Na ampel overleg tot aan het
    niveau van de procureur-generaal besluit het OM hem een deal aan te
    bieden. De deal is dat hij in ruil voor verklaringen naar waarheid
    en een bevestiging hiervan bij de rechter-commissaris en voor de
    rechter ter terechtzitting, niet vervolgd zal worden. Deze
    toezegging betreft zijn betrokkenheid bij de zaken die nu aan uw
    rechtbank zijn voorgelegd aldus de zaaksofficier, met uitzondering
    van liquidaties of geweld. Noot Tevens vraagt Stewart om
    bescherming van zijn persoon en zijn gezin.

    De heer Vos:
    U had ook al met hem gesproken over een
    getuigenbeschermingsregeling. Hoe past dat in het verhaal?
    De heer De Groot:
    Wij hadden in beginsel met hem daarover gesproken. Hij
    stelde daar op dat moment, toen hij door de raadkamer werd
    losgelaten uit gevangenhouding, eigenlijk geen prijs op. Zijn
    inschatting was dat het pas een probleem zou opleveren op het
    moment dat wij zouden overgaan tot de aanhouding van meneer L.

    Noot

    Vervolgens legt Stewart in het najaar van 1993 vele belastende
    verklaringen af over Kobus L. Dit komt echter abrupt tot een einde
    door de liquidatie van Helio Stewart op 6 december 1993 in
    Schiedam. Zijn inmiddels afgelegde verklaringen worden als bewijs
    ter terechtzitting gebruikt.

    Overigens wordt er ook een overeenkomst bereikt met een andere
    verdachte, Frans de B. Afgesproken wordt dat in zijn richting geen
    actieve opsporing zal plaatsvinden Noot , in ruil voor
    verklaringen over hasjish en cocanetransporten van Kobus L. Later
    wordt Frans de B. in Marokko opgepakt. Zijn eerder afgelegde
    verklaringen worden eveneens in rechte gebruikt.

    Een derde deal loopt op niets uit omdat de verdachte/getuige
    zich niet aan de afspraken houdt. De eerste poging tot aanhouding
    van Kobus L. mislukt. Hij ontsnapt en is spoorloos. Er wordt naar
    hem gezocht met behulp van cameraplaatsingen en er worden diverse
    experimenten in samenwerking met de PTT gedaan teneinde de ATF van
    Kobus L. te traceren. Noot Op 21 juli 1994 wordt Kobus
    L. alsnog aangehouden. Het onderzoek wordt in het voorjaar van 1995
    afgerond.

    Het onderzoek ter terechtzitting

    De rechtbank doet op 14 juni 1995 uitspraak in de zaak Kobus L.
    Zij acht bewezen dat Kobus leiding heeft gegeven aan een criminele
    organisatie, valsheid in geschrifte heeft doen plegen en geld heeft
    witgewassen. Hiertoe heeft de verdachte onder meer tezamen met
    anderen 357 kilo cocane ingevoerd, alsmede twee partijen van drie
    en twee kilo cocane en 10.000 pillen MDMA uitgevoerd, en een poging
    gedaan tot invoer van marihuana. Daarnaast zijn bij de verdachte in
    diens woning en auto, vuurwapens en munitie aangetroffen. Noot
    Omstreden in deze zaak zijn de deals met criminelen, wier
    verklaringen gebruikt zijn door de rechtbank voor de
    bewezenverklaring. De officier van Justitie Van Wijk betoogt dat er
    slechts een deal getroffen is met wijlen de heer Stewart. De
    toezegging aan Frans de B. zou geen deal zijn. Noot Van
    der Spoel, raadsman in deze zaak, zegt in zijn openbaar verhoor
    hierover:

    Bij de tweede getuige wordt er bijvoorbeeld gesproken over
    niet-actieve opsporing en door het OM wordt betwist dat dit een
    deal zou zijn. Maar ja, een betere deal kan ik mij nauwelijks
    voorstellen: als men niet actief wordt opgespoord, zal men ook niet
    strafrechtelijk worden vervolgd.
    Noot Verder is de
    verdediging van mening dat er vier deals zijn getroffen waaronder
    die met Helio Stewart en Frans de B. De rechtbank zegt
    hierover:

    De rechtbank gaat ervan uit dat zogenaamde deals tussen
    verdachten/getuigen, te weten onderscheidenlijk Stewart en De B.
    enerzijds, en vertegenwoordigers van het justitieel apparaat
    anderzijds, tot stand zijn gekomen.
    Noot

    In weerwil van de opstelling van het OM gaat de rechtbank dus
    uit van twee deals. De verdediging zegt tevens dat er gehandeld is
    zonder wettelijke basis. Dit zou moeten leiden tot
    niet-ontvankelijkheid van het OM, dan wel bewijsuitsluiting. De
    rechtbank is van mening dat het middel proportioneel en subsidiair
    ingezet is. De verklaringen van deze twee verdachten/getuigen zijn
    door de rechtbank voor het bewijs gebruikt: De rechtbank heeft
    hierbij in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring niet in
    overwegende mate berust op een van deze verklaringen en dat deze
    verklaringen van Stewart en De B. (…) onderling in grote mate
    overeenstemmen en elkaar versterken, terwijl zij voorts in hoge
    mate steun vinden in ander gebezigd bewijsmateriaal.

    Noot

    Kobus L. wordt veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf en
    een geldboete van een miljoen gulden. De zaak loopt op dit moment
    in hoger beroep bij het hof.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken