• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De afvalverwerkingsbranche – 1. INLEIDING

    1. INLEIDING

    Milieucriminaliteit is niet van alle tijden. Tot de jaren zestig
    was er nauwelijks enige aandacht, laat staan besef van de gevolgen
    van economische bedrijvigheid op het milieu. De grote ommezwaai in
    het denken is gekomen toen eind jaren zestig het rapport van de
    Club van Rome Grenzen aan de groei werd gepubliceerd. De daarin
    uitgedragen waarschuwing dat de wereld met zo’n verspilling van
    grondstoffen niet lang meer zou bestaan, maakte wereldwijd, maar
    zeker in Nederland, grote indruk. Milieu werd meer en meer een
    centraal punt van aandacht bij de bevolking en bij de overheid. Het
    bedrijfsleven volgde na enige tijd schoorvoetend. Overal werd het
    milieu vervuild door de industrie (rook, giflozingen, stort), door
    de bevolking (huisvuil, stort en uitlaatgassen) en door de overheid
    (idem). De markt was imperfect en bood ruimte voor overheidsbeleid.
    Duidelijk werd eveneens dat de overheid een en ander wel moest
    reguleren. Die regulering was noodzakelijk omdat mensen en
    bedrijven niet uit zichzelf hun gedrag aanpasten aan hun nieuwe
    opvattingen over het milieu zodat de marktimperfectie werd
    verminderd. Uitgebreidere wet- en regelgeving op het gebied van het
    milieu moest worden opgesteld om het milieu beter te beschermen.
    Ook dienden er gespecialiseerde bedrijven te komen om het afval op
    een nette en fatsoenlijke manier te verwijderen of te bewerken. Op
    het moment van de mobilisatie van de publieke opinie was geen
    economische infrastructuur aanwezig om de afvalproblematiek te lijf
    te gaan. Tot dan toe werd afval voor het grootste deel geaccepteerd
    en verwerkt door gemeenten en voor een kleiner deel gestort bij
    woonwagenkampen en autosloperijen. De laatste kunnen als de
    voorlopers van de moderne afvalindustrie worden beschouwd. Reuter
    (1987) gaf aan dat afvalverwerking in de USA in de beginperiode
    vooral werd gekenmerkt door ondernemers met een lage status
    (opleiding) die de leiding hadden over kleine, lokale bedrijven en
    waarin in gezins- of familieverband werd gewerkt. Doordat de
    overheid de afvalverwerking die aan de nieuwe, scherpe eisen zou
    moeten voldoen, niet aan deze tradionele verwerkers toevertrouwde,
    stelde zij beginnende bedrijven in staat zich op deze nieuwe en
    financieel aantrekkelijke markt te storten. Ook sloten de diverse
    betrokken overheden convenanten af met deze groeiende branche om
    aan de scherpere eisen van afvalverwerking op vrijwillige basis te
    voldoen. In Nederland werd het milieu in de jaren tachtig speerpunt
    van het kabinetsbeleid en het Nationaal Milieu Plan verwoordde de
    ambitieuze, en achteraf gezien wellicht overspannen, verwachtingen
    van de overheid aan de hand van streefgetallen. Door alle aandacht
    en alle overheidsplannen werd de afvalverwerking van een marginale
    bedrijfstak in de Nederlandse economie tot een krachtige en sterk
    groeiende economische sector. Tot de jaren tachtig was afval in
    economisch opzicht een waardeloos goed, daarna betekent afval veel
    geld. Hoe giftiger, hoe moeilijker te verwerken, des te meer geld
    viel en valt te verdienen. In diezelfde tijd won met de verhoogde
    aandacht voor milieubeschermende maatregelen ook de privatisering
    in het overheidsdenken terrein. De verzorging van het milieu werd
    een van de sectoren van het overheidsbeleid waarin de nieuwe
    filosofie van eigen verantwoordelijkheid en van afstoting en
    privatisering ruim baan kreeg. Als beleidsinstrument werden
    convenanten ingezet waarin afspraken tussen de branche en de
    overheid worden gemaakt over de bijdrage van elk van de partijen en
    over de uit te voeren werkzaamheden en de controle daarop. Deze
    privatisering gecombineerd met een gebrekkige overheidscontrole
    heeft verstrekkende gevolgen gehad voor de ontwikkeling en voor de
    groei van de milieucriminaliteit in Nederland. Want door de
    wetgeving op het gebied van het milieu zijn er ook nieuwe
    gedragingen door de overheid strafbaar gesteld: milieucriminaliteit
    deed zijn intrede in de Nederlandse, en uiteraard ook
    internationale samenleving. De eerste signalen waren alarmerend:
    ten koste van het milieu werd door diverse personen en bedrijven
    met het vervuilen en met oplichtingspraktijken grof geld verdiend.
    Om deze vorm van criminaliteit die veel schade berokkent aan mens
    en milieu te begrijpen, dient de context van dat criminele handelen
    te worden aangegeven. Want, milieucriminaliteit moet binnen deze
    legale economische context van de afvalbranche worden geplaatst. De
    winsten die met legaal verwerken van afval kunnen worden behaald,
    kunnen nog verdrie- of verviervoudigd worden wanneer dit afval
    illegaal wordt verwerkt. In Nederland is de situatie zo
    verslechterd dat de opsporing en de bestrijding van de zware
    milieucriminaliteit prioriteit van justitie en politie hebben
    gekregen.

    Zijn de berichten over zware milieuverontreiniging door
    afvalverwerkers alarmerend, uit de Verenigde Staten komen meldingen
    binnen dat de georganiseerde misdaad in de afvalverwerkingsbranche
    actief is (Block, 1991; Szasz, 1995). De studies van criminologen
    aldaar laten zien dat in verschillende staten (New York en New
    Jersey) na eerst het transport van afval, vervolgens het ophalen
    van huisvuil in handen te hebben gekregen, de georganiseerde
    misdaad ook betrokken raakte bij de verwerking van gevaarlijk
    afval. Criminele groepen maakten handig gebruik van de vele zwakke
    punten in het vergunningenstelsel en van de mogelijkheden om in de
    afvalverwerkingsbranche een monopoliepositie in een afvalketen te
    verkrijgen. De georganiseerde misdaad kan daar zelf de prijs
    bepalen die klanten moeten betalen, door middel van het dreigen met
    en gebruik maken van geweld werden concurrerende afvalverwerkers
    uit de markt gewerkt en kreeg zij de controle over de
    vuilstortplaatsen. Deze plaatsen zijn ideaal voor illegale
    activiteiten: gevaarlijk afval kan daar, zonder te worden verwerkt,
    worden gestort en vermengd met huisvuil. De opbrengsten voor de
    criminele groepen in deze branche zijn zeer aantrekkelijk: de prijs
    kan door hen worden bepaald en de kosten worden geminimaliseerd
    zonder dat de overheden daar enige greep op kunnen krijgen. Wanneer
    in dit deelrapport wordt gesproken over milieucriminaliteit dan
    hebben wij het niet over een burger die in het donker zijn afval
    stiekem in een bos weggooit. Hoe verwerpelijk dat gedrag ook is,
    daar gaat het hier niet om. Milieucriminaliteit (over de precieze
    omschrijving later meer) is niet de handeling van n persoon maar
    gedrag dat door meer personen wordt uitgevoerd, waarbij
    samenwerking noodzakelijk is en afstemming van die werkzaamheden
    onontbeerlijk is. Zware milieucriminaliteit heeft in dit rapport
    altijd betrekking op groepen, organisaties of bedrijven en op de
    personen die binnen en via die groepen, organisaties en bedrijven
    winsten maken met illegale afvalverwerking. In het laatste
    hoofdstuk wordt de balans opgemaakt en wordt nagegaan in hoeverre
    deze vorm van criminaliteit tot de georganiseerde misdaad kan
    worden gerekend.

    In deze deelstudie wordt nagegaan wat de aard, de ernst en de
    omvang van de zware milieucriminaliteit in Nederland is. Daartoe
    worden antwoorden gezocht op de volgende onderzoeksvragen:

    1. Wat is de aard en de omvang van de zware milieucriminaliteit
    in de afvalverwerkingsbranche in Nederland?
    2. Wat voor organisaties of groepen maken zich in Nederland
    schuldig aan deze vormen van zware milieucriminaliteit?
    3. Op welke manieren worden deze zware vormen van
    milieucriminaliteit gepleegd? 4. Op welke wijze worden de inkomsten
    uit milieucriminaliteit besteed?
    Om deze vragen te beantwoorden is gebruik gemaakt van de volgende
    databronnen en methoden:
    1. ambtelijk statistisch materiaal over de afvalverwerkingsbranche
    en over de milieucriminaliteit afkomstig van diverse publieke en
    private instanties;
    2. de raadpleging van ambtelijke en wetenschappelijke literatuur op
    deze terreinen; 3. gestructureerde en vrije gesprekken met experts
    en sleutelpersonen uit de milieubranche, politie, CRI, MBT en
    wetenschap;

    4. 18 dossiers van regiokorpsen over groepen, bedrijven en
    organisaties die van 1990 tot 1995 betrokken zijn (geweest) op het
    gebied van de zware milieucriminaliteit;
    5. analyses van enkele grote milieuzaken die door de CRI zijn
    vervaardigd. De opzet van dit deelrapport is als volgt. In
    hoofdstuk twee wordt de milieubranche kort uiteengezet en de
    beperking van dit deelrapport tot enkele deelmarkten van de
    milieubranche aangegeven. In het derde hoofdstuk wordt de
    afvalverwerkingsbranche uit de doeken gedaan. De diverse
    bedrijfstakken worden daarin summier aangegeven. Centraal in dit
    hoofdstuk staat de behandeling van de afvalketen en worden de aard
    en de omvang van de afvalstromen in Nederland, voorzover bekend,
    aangegeven. Kennis van de afvalketen (met de daarbij horende
    logistieke en financile stromen) is van belang om later in de
    studie de zware milieucriminaliteit te kunnen plaatsen. Daarna
    komen in het vierde hoofdstuk enkele omschrijvingen van
    milieucriminaliteit uit de ambtelijke en wetenschappelijke wereld
    aan bod en worden de officile cijfers van milieucriminaliteit
    gepresenteerd. Deze cijfers zijn van zulke kwaliteit dat daarmee
    geen inzicht in de werkelijke hoeveelheid milieucriminaliteit kan
    worden verkregen.

    Het vijfde hoofdstuk staat in het teken van de bespreking van
    een aantal condities binnen de afvalverwerkingsbranche die
    gelegenheid bieden tot milieucriminaliteit. Dit conglomeraat schept
    een gelegenheidsstructuur die binnen de afvalbranche criminogeen
    kan werken en ruimte biedt aan malafide afvalverwerkers. En deel
    van deze condities heeft betrekking op de sociaal-economische
    context die voor veel branches van toepassing is en een ander deel
    slaat op de specifieke context waarin de Nederlandse
    afvalverwerkingsbranche verkeert. Binnen deze context heeft de
    zware milieucriminaliteit de mogelijkheid gekregen zich tot
    omvangrijke proporties te ontwikkelen.

    In hoofdstuk zes staat de aard en de omvang van de zware
    milieucriminaliteit centraal. Eerst worden de soorten criminaliteit
    opgesomd waarover geen statistieken bestaan, dan komen de
    zaakanalyses van het dossieronderzoek aan bod. Met behulp van een
    uitgebreide beschrijving van drie representatieve casussen worden
    de daders van dit soort criminaliteit aan de hand van het door
    ontwikkelde analyseschema geduid en de wijze waarop zij hun
    criminaliteit plegen. Direct daarop volgend worden de andere ons
    ter beschikking staande milieuzaken geanalyseerd en beschreven
    zodat een beeld kan worden geschetst van de milieucriminaliteit en
    van de daders in Nederland.

    In het laatste hoofdstuk wordt een samenvatting van het
    onderzoek gepresenteerd en worden conclusies getrokken. Met behulp
    van de analyses en de beschrijvingen worden de onderzoeksvragen,
    voor zover dat mogelijk is, beantwoord. Op die plaats wordt ook
    besproken in hoeverre wij in Nederland in de
    afvalverwerkingsbranche te maken hebben met zware, georganiseerde
    criminaliteit of met organisatiecriminaliteit. Het deelrapport
    wordt afgesloten met een overzicht met geraadpleegde literatuur en
    bijlagen met tabellen.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken