• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De afvalverwerkingsbranche – 5.3. Zelfregulering

    5.3. Zelfregulering

    De gebrekkige handhaving en controle op de naleving van die
    wetten en regels worden pijnlijk zichtbaar wanneer de overheid,
    zoals de laatste jaren is te zien, in de afvalbranche het principe
    van zelfregulering gaat toepassen. Het milieubeleid loopt daarmee
    niet uit de pas met het overige overheidsbeleid waarin een
    herijking van de relaties tussen overheid en maatschappij plaats
    vindt: de terugtredende overheid. De overheid is de laatste jaren
    meer tot de overtuiging gekomen dat overreden beter is dan
    straffen. Overreding gaat in die visie samen met een verinnelijking
    van milieunormen (Aalders, 1994). Het vergunningenstelsel moet z
    worden dat vergunningen en procedures het bedrijfsleven niet meer
    onnodig belemmeren. Deze nieuwe aanpak belemmert wel het Openbaar
    Ministerie in zijn vervolgende rol, omdat wanneer de ene overheid
    een bepaalde gang van zaken toestaat, dat de andere overheid wel
    heel moeilijk maakt voor dezelfde zaken een strafvervolging te
    beginnen.

    De afvalbranche heeft de gedachte van zelfregulering aangegrepen
    als een kans om de overheid buiten de deur te houden. De instelling
    van zogenaamde certificaten van kwaliteitszorg is aan de ene kant
    een poging van branche-organisaties in eigen huis orde te scheppen
    en regels te maken, aan de ander kant kan certificering worden
    ontdoken door malafide afvalverwerkers, waarbij het certificaat als
    dekmantel voor illegale activiteiten fungeert. Papier is nog altijd
    geduldig en certificaten zijn niet afdwingbaar binnen de branche.
    Zoals de CRI (1992) opmerkt zijn certificaten zeer fraudegevoelig
    omdat zij zijn gebaseerd op gerechtvaardigd vertrouwen en niet op
    goede controle. Certificaten kunnen valselijk worden opgemaakt,
    oneigenlijk worden gebruikt, een werkwijze van afvalverwerking
    omschrijven die niet is nagekomen en, niet onbelangrijk te
    vermelden, certificaten kunnen eenvoudig worden gekopieerd.

    Concluderend kan worden opgemerkt dat de overheid meer en meer
    zaken overlaat aan de afvalbranche zelf en daarop wordt door
    branche-organisaties ingespeeld met de instelling van
    kwaliteitscertificaten. Deze certificaten geven, bij een gebrek aan
    overheidscontrole, nauwelijks enige waarborg voor een ordentelijke,
    niet illegale afvalverwerking.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken