• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De afvalverwerkingsbranche – 5. DE GELEGENHEIDSSTRUCTUUR VAN DE AFVALVERWERKINGBRANCHE

    5. DE GELEGENHEIDSSTRUCTUUR VAN DE
    AFVALVERWERKINGBRANCHE

    Vanaf het moment dat de publieke opinie en de overheid meer oog
    hebben gekregen voor de belasting van economische activiteiten voor
    de fysieke omgeving, is een groot aantal wetgevingsvoorstellen door
    de opeenvolgende kabinetten ter goedkeuring naar het parlement
    gestuurd. Het doel van deze wetgeving was de bescherming van het
    milieu tegen allerlei schadelijke praktijken waardoor de volgende
    generaties in ieder geval zouden kunnen leven in een leefbaar
    milieu.

    Er doen zich blijkbaar omstandigheden voor die
    milieucriminaliteit mogelijk maken en in zekere zin faciliteren.
    Daarbij moet het geschrevene in hoofdstuk 3 in gedachten worden
    gehouden. Daar is opgemerkt dat veel geld in de afvalbranche valt
    te verdienen en dat die verdiensten nog veel hoger kunnen zijn
    wanneer de verwerking niet volgens de regels gebeurt. Het gaat, net
    als in andere economische sectoren, in de afvalbranche om het
    verschil tussen aan de ene kant het verdienen van geld en aan de
    andere kant de kosten die daarvoor moeten worden gemaakt. Die
    kosten kunnen tot nul of bijna nul worden gereduceerd wanneer de
    omstandigheden zo zijn gestructureerd dat de kans op betrapping
    en/of de kans op (zware) sancties zo klein mogelijk is. De
    afvalverwerkingsbranche is namelijk zo georganiseerd en
    gestructureerd dat kan worden gesproken van een
    gelegenheidsstructuur voor criminaliteit. In de maatschappelijke,
    politieke en economische en juridische context waarin deze legale
    economische branche verkeert, krijgt illegaal gedrag, c.q. zware
    milieucriminaliteit, alle gelegenheid. Die gelegenheidsstructuur
    moet niet uitsluitend worden opgevat als een bewuste keuze
    van mensen uit de branche om crimineel gedrag te plegen (al mag dat
    zeker niet worden uitgesloten) of als een dwingend leiden naar
    crimineel gedrag, maar als een conglomeraat van condities dat
    faciliterend werkt voor het plegen van crimineel gedrag op het
    terrein van het milieu.

    Dit hoofdstuk bespeekt een aantal van die condities die samen de
    gelegenheidsstructuur vorm geven. Eerst zal het milieubeleid van de
    overheid uit de doeken worden gedaan omdat daarin de diverse
    condities een plaats krijgen. De reden hiervoor is dat de
    afvalverwerking een jonge economische branche is waar de invloed
    van de overheid zich sterk heeft laten voelen en waar zij de
    vormgeving nadrukkelijk mee heeft bepaald.

    Als tweede conditie komt de milieuwet- en regelgeving aan bod.
    Deze wetten en regelingen zijn zo complex (ook qua bewijsvoering)
    dat zij daders alle ruimte bieden om milieudelicten te begaan. Zo
    bestrijken zij een technologisch complex domein, moeten allerlei
    technische normen er in worden verwoord en is de jurisprudentie nog
    niet tot wasdom gekomen. Ook de vergunningverstrekking aan
    ondernemingen en/of de regelingen van afvalregistratie bieden
    ruimte aan kwaadwillenden om te frauderen.

    In .5.3 en .5.4 wordt ingegaan op de thema’s zelfregulering en
    convenanten in de afvalbranche. In de jaren dat de afvalbranche
    sterk groeide, ging bij de overheid een nieuwe wind waaien. Niet
    alles hoeft meer centraal door de overheid worden geregeld, maar
    meer aan de krachten van het maatschappelijke en economische spel
    worden overgelaten (terugtredende overheid). Niet de overheid
    alleen is verantwoordelijk voor de verwijdering van de afvalberg,
    maar iedereen (burgers, bedrijfsleven en overheid) in Nederland. De
    economische sector die daarvoor moet zorgen, moet heel wel in staat
    worden geacht een en ander zelf te regelen. Deze, misschien in
    eerste aanleg sympathieke opvatting van de toenmalige regeringen,
    kent een keerzijde. Wanneer mensen zelf hun zaken regelen en
    daarmee geld kunnen verdienen n het gebeurt zonder directe
    controle, is het denkbaar dat kwaadwillenden van de geboden
    gelegenheid gebruik maken. In de Verenigde Staten heeft, nadat de
    overheid zich terugtrok uit de huisvuil- en andere afvalverwerking,
    de georganiseerde misdaad zich van de branche meester gemaakt
    (Hinckey, 1984). Daarna werden de prijzen van de afvalverwerking
    tot grote hoogten opgeschroefd en ontstond daar een levendige
    illegale handel in afval. In de volgende paragrafen wordt de
    dubieuze rol van de (inter)nationale afvalmakelaars beschreven en
    de grote invloed die branche-organisaties hebben op het Nederlandse
    milieubeleid n op de wijze waarop de afvalmarkt is georganiseerd
    volgens hun economische belangen. In het bijzonder worden de
    zogenaamde sturingsorganen of Sturings-NV’s aan een kritische blik
    onderworpen, omdat daarmee overheidscontrole wordt bemoeilijkt en
    de concurrentie buiten spel kan worden gezet. Omdat afval geen
    specifiek Nederlands probleem vormt en de afvalverwerking mondiaal
    werkt, wordt de internationale context aangegeven. Deze
    internationale context biedt kwaadwillenden de kans en de ruimte
    zonder enige pakkans hun winstgevende illegale activiteiten te
    ontplooien.

    De hier besproken condities leiden niet per definitie naar
    criminaliteit die ten koste gaat van het milieu. Ook goede
    ontwikkelingen zijn te melden en door een groot deel van de
    betrokken partijen is veel goeds gerealiseerd. Waar het hier om
    gaat is aan te geven dat de door deze condities geboden gelegenheid
    kan worden aangegrepen om ten koste van het milieu geld te
    verdienen of kan worden gebruikt om (tijdelijke) bedrijfsproblemen
    het hoofd te kunnen bieden door de kostenfactor in het bedrijf te
    drukken door afval illegaal te lozen, te mengen of te storten. De
    opbrengsten zijn interessant en de gevolgen onzichtbaar!


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken