• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De autobranche en de (vracht)autocriminaliteit – 2.2. De organisatie en structuur van de autobranche in Nederland

    2.2. De organisatie en structuur van de autobranche in
    Nederland

    De autobranche is een georganiseerde branche waar een en ander
    op vrijwillige basis is verenigd en wordt geregeld. Er zijn
    verschillende organisaties actief die de belangen van de
    afzonderlijke leden behartigen op zowel economisch als politiek
    niveau. De lobby van de auto heeft, ondanks alle milieurapportages,
    in politiek Den Haag nog altijd een grote invloed. (Die politieke
    invloed is niet zo wonderlijk wanneer wordt bedacht hoe groot de
    financile belangen van de autobranche voor ‘s Rijks schatkist zijn
    en dat in de toekomst ook zullen blijven. De centrale overheid inde
    in 1994 ruim f.19 miljard aan belastingen als gevolg van de
    economische activiteiten in deze bedrijfstak. Daarvan komt bijna
    vier miljard gulden binnen aan BPM, bijna f.8 miljard aan benzine-
    en dieselaccijnzen en aan motorrijtuigenbelastingen f.2.7
    miljard.)

    Vrijwel alle (90%) merkdealers, universeelbedrijven,
    schadeherstelbedrijven, (7.354) Noot zijn aangesloten
    bij de Bovag, een organisatie die zich ten doel stelt een gunstig
    ondernemersklimaat voor haar leden te bewerkstelligen. De Bovag
    bestaat uit tien afdelingen waarvan de auto-afdelingen de grootste
    zijn. Bedrijven kunnen zich bij oprichting aanmelden als lid bij de
    Bovag. Bij aanmelding als lid wordt gecontroleerd of het bedrijf
    aan een aantal vereisten voldoet (bijvoorbeeld inschrijving Kamer
    van Koophandel, vestigingsvergunning en niveau van uitrusting en
    milieuvoorzieningen). Daarna wordt geen controle meer door de Bovag
    uitgevoerd behalve bij tips en meldingen door collega’s of na een
    groot aantal klachten door klanten. Zelden worden autobedrijven
    geweigerd als lid en de organisatie houdt niet bij in hoeverre men
    te maken heeft met een bonafide of een malafide bedrijf. Over waar
    de overige autobedrijven (10%) zijn gevestigd, wat zij doen of niet
    doen, bestaat geen enkel inzicht in de georganiseerde autobranche.
    Zeer recent (15 augustus) is door de Bovag in een rapport van zeven
    pagina’s een poging gedaan een schatting te maken van het aantal
    illegale, dat wil zeggen niet-Bovag leden, garages en werkplaatsen
    te schatten (Bovag, 1995). Men komt na een telling van alle
    beunhazen (eenlingen en kleine werkplaatsjes) in Emmen tot een
    schatting van ruim 4.600 illegale garagebedrijven in Nederland. De
    methode waarop deze schating is gebaseerd, is op z’n zachtst
    gezegd, uiterst twijfelachtig te noemen. Noot Van de
    carosseriebedrijven (inclusief autospuiters) is 90% georganiseerd
    in de Focwa. De autosloperijen, het einde van de autoketen, zijn
    voor een groot deel ongeorganiseerd en voor een klein, maar
    onbekend deel verenigd in de Stiba. De autosloperijbranche wordt
    thans flink gereorganiseerd in verband met nieuwe milieu-eisen van
    de overheid ten aanzien van het demonteren en het slopen van
    auto’s. Om daarvoor in aanmerking te komen moeten autosloperijen
    officieel worden erkend door de Rijksdienst voor het wegverkeer.
    Van de ongeveer 1000 autodemontagebedrijven zullen er vermoedelijk
    na deze sanering 300 overblijven. De controle op autosloperijen
    door de overheid zal in de toekomst verder worden opgevoerd,
    waardoor het malafide imago dat dit deel van de autobranche nog
    altijd met zich meedraagt, wellicht op den duur kan verdwijnen.

    In de totale autobranche zijn ongeveer 75.000 personen werkzaam,
    waarvan 67.000 in bedrijven die zijn aangesloten bij de Bovag. De
    werkgelegenheid neemt in deze branche echter steeds verder af. In
    1994 is het aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van het jaar
    daarvoor met 2.2% verminderd en ook het aantal leerlingplaatsen is
    sterk gedaald. Als gevolg van de toepassing van nieuwe
    technologische ontwikkelingen in de auto-industrie zijn
    onderhoudsbeurten minder geregeld nodig en is elke onderhoudsbeurt
    minder arbeidsintensief dan in het verleden. Slechts de
    schadeherstelwerkzaamheden zijn nog steeds een groeiende en
    winstgevende bezigheid binnen dit marktsegment.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken