• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De autobranche en de (vracht)autocriminaliteit – 3.1. De autobranche als slachtoffer van criminaliteit

    3. CRIMINALITEIT IN DE AUTOBRANCHE

    3.1. De autobranche als slachtoffer van criminaliteit

    Dealers van personenauto’s lopen volgens de Bovag (1995)
    de volgende risico’s slachtoffer te worden. Dealers kunnen (a)
    onbewust uit onwetendheid een omgekatte, gestolen auto aankopen als
    gebruikte auto. Dit kan ook gebeuren wanneer een gestolen auto
    wordt ingeruild om een nieuwe aan te schaffen. Zij kunnen ook last
    hebben van (b) ontvreemding van auto’s uit de showroom. Niet
    zelden, zo wordt in het Bovag-magazine vermeld, worden (c) auto’s
    tijdens een proefrit gestolen door klanten. Tot voor kort werden
    officile documenten niet goed gecontroleerd of werden klanten
    voornamelijk op hun eerlijke uiterlijk beoordeeld wanneer zij een
    proefrit willen maken met een auto van de dealer. Tegenwoordig zijn
    de controles op de identiteit van de klant scherper, maar nog
    altijd niet waterdicht omdat een klantvriendelijke benadering in
    een sterk concurrerende markt een precieze controle in de weg
    staat. Dealers en garages kunnen (d) ook worden overvallen in de
    zaak. Dit gebeurt volgens de Bovag heel weinig ondanks het feit dat
    over het algemeen in het bedrijf veel cashgeld aanwezig is en het
    vrijwel ontbreken van beveiliging. De Bovag adviseert haar leden
    vaker over te gaan tot girale betaling om berovingen te voorkomen,
    maar de alledaagse praktijk is nog altijd contante betaling bij
    aflevering van de auto. Ten slotte kunnen dealers en garages te
    maken krijgen met (e) inbraken in auto’s van klanten die hun auto
    voor reparatie of onderhoud onder het beheer van de dealer hebben
    geplaatst, of van (f) diefstal van auto’s van klanten die hun auto
    voor reparatie of onderhoud onder het beheer van dealer hebben
    gesteld;

    Bij al deze vormen van slachtofferschap van dealers en garages
    moet worden gemeld dat enige cijfermatige onderbouwing ontbreekt.
    De mate waarin dit voorkomt, en in het bijzonder of dat door
    criminele groepen gebeurt, is derhalve onbekend. De mogelijke
    voorvallen zoals beschreven zijn vermoedelijk opgenomen in de
    algemene criminaliteitscijfers van Nederland. Tegen het onbewust
    kopen van gestolen auto’s door de reguliere autohandel wordt door
    de Bovag (in samenwerking met de politie) geregeld gewaarschuwd
    (hierover later meer). Uit de intensieve voorlichting kan onder
    voorbehoud worden afgeleid dat deze vorm van slachtofferschap vaker
    dan incidenteel voorkomt.

    Truckdealers kunnen te maken hebben met (a) de
    ontvreemding van voertuigen vanaf truckdealerterreinen of
    bedrijfsstallingen of van (b) diefstal uit bedrijfsauto’s (radio’s,
    enzo). Ook hier geldt dat cijfermatige onderbouwing ontbreekt en de
    Bovag het laat bij de constatering: Bij truckbedrijven speelt
    criminaliteit slechts heel beperkt
    (Bovag, 1995).
    Autoverhuurbedrijven en leasebedrijven hebben of kunnen te
    maken hebben met (a) diefstal of verduistering van verhuurde
    personenauto’s of (b) van waardevolle onderdelen van een verhuurde
    auto. Ook komt het voor dat (c) de identiteit van de verhuurde auto
    wordt veranderd door waardevolle onderdelen te vervangen door oude
    (bijv. door diefstal van de motor en het daarvoor in de plaats
    terugzetten van een oud, versleten exemplaar). Ten slotte kan
    worden vermeld dat (d) huurauto’s wel eens worden gebruikt voor het
    veroorzaken en het in scene zetten van aanrijdingen met als doel
    een uitkering van een verzekeringsmaatschappij te verkrijgen (de
    huurauto wordt gebruikt als schuldige partij).

    Deze delicten waarvan autoverhuurbedrijven slachtoffer worden,
    worden meestal gepleegd door professionele daders en minder vaak
    door gelegenheidsdaders. Of dat in Nederland ook voorkomt, en in
    hoeverre professionele criminele groepen daarbij zijn betrokken, is
    onduidelijk en niet empirisch vast te stellen. Autoverhuurbedrijven
    zijn een kwetsbare branche. Door zowel de auto met de bijbehorende
    sleutels en papieren aan de klant te overhandigen moet het bedrijf
    maar afwachten of een en ander weer wordt teruggebracht. De
    controle vooraf op de identiteitspapieren van de klant moet door de
    snelheid van bediening doorgaans oppervlakkig zijn en de meeste
    bedrijven zijn onvoldoende toegerust en hebben te weinig vakkennis
    om goede falsificaten te onderscheiden van echte documenten. In het
    buitenland waar de diverse instanties en opsporingsfunctionarissen
    weinig of geen kennis hebben van Nederlandse kentekenbewijzen I, II
    en III en van de groene kaart, mag geen efficinte en effectieve
    opsporing worden verwacht. Het aantal gestolen huurauto’s wordt om
    economische en andere redenen niet wereldkundig gemaakt. De indruk
    bestaat dat het verschijnsel voorkomt, maar incidenteel. In diverse
    politierapporten wordt daartegenover melding gemaakt van tientallen
    aanhoudingen van (gestolen) huurauto’s aan de grensovergangen in
    het oosten van Duitsland en Oostenrijk op de veerboten van
    Denemarken, Zweden en Finland naar het voormalige Sovjet-Unie en op
    de veerboten van Itali naar het voormalige Joegoslavi. In Nederland
    is er geen feitelijke, openbare kennis van het aantal gestolen
    huurauto’s. In het buitenland worden dergelijke autodiefstallen wel
    afzonderlijk geregistreerd. In Duitsland werden bijvoorbeeld in
    1993 van de in totaal 67.000 huurauto’s 1555 huurauto’s gestolen
    bij 1400 autoverhuurbedrijven. Van deze gestolen huurauto’s werden
    er 738 na verloop van tijd teruggevonden. De meeste auto’s kwamen
    niet meer terug van autoverhuurbedrijven die zijn gevestigd op de
    grote internationale luchthavens van Duitsland, in het bijzonder
    Berlijn, Mnchen en in de buurt van landsgrenzen. De Duitse politie
    vermoedt dat de meestal jonge Duitse huurders deze auto’s in
    samenwerking met de afnemers op een plaats in Polen of Tsjechi
    achter te laten en vervolgens onder terugzending van autosleutels
    en kentekenbewijzen hen als gestolen opgeven (BKA, 1994).

    Op grond van Duitse ervaringen mag voor Nederland worden
    aangenomen dat van de 35.000 huurauto’s er enkele honderden worden
    gestolen van verhuurbedrijven die zijn gevestigd op plaatsen als
    Schiphol, de grote steden en de grensgebieden. Voorts meldt het BKA
    (1994) dat aan de Duits-Poolse grens van alle aangehouden gestolen
    auto’s een derde gestolen huurauto’s betrof, waaronder een paar
    honderd uit Nederland. Zoals geschreven, exacte cijfers ontbreken
    in Nederland of worden om bedrijfstechnische redenen niet aan de
    openbaarheid prijs gegeven. De tankstations in Nederland
    hebben voornamelijk te maken met winkeldiefstallen en met
    roofovervallen. In 1993 vonden er volgens opgave van de Bovag 225
    roofovervallen op tankstations plaats. Mede door het nemen van een
    groot aantal veiligheidsmaatregelen zette de sterke stijging zich
    in 1994 niet door (tot 1 november zijn er het vorig jaar 191
    roofovervallen gepleegd). Tankstations blijven kwetsbaar voor
    criminaliteit, in het bijzonder voor roofovervallen. De lange
    openstelling van het bedrijf (ook ‘s avonds en ‘s nachts), het cash
    geld dat daarin elke dag omgaat en het lage aantal personeelsleden
    (meestal n) maken benzinestations aantrekkelijk voor beginnende
    overvallers, gelegenheidsdaders en vertwijfelden (junks) die snel
    een klein bedrag aan geld nodig hebben. Professionele daders lijken
    nauwelijks genteresseerd in het overvallen van benzinestations
    (Kroese en Staring, 1993). Daarnaast heeft een tankstation te maken
    met mensen die na het tanken zonder te betalen doorrijden. Hoewel
    tijdelijk in de media diverse alarmerende berichten zijn verschenen
    over het aantal en de toename, ontbreekt enige cijfermatige
    onderbouwing van het voorkomen van dit verschijnsel. De caravan-
    en aanhangwagenbedrijven
    hebben of kunnen te maken hebben met
    (a) de ontvreemding van caravans, en (b) van het niet terug
    bezorgen van gehuurde aanhangwagens, en (c) roofovervallen op de
    zaak (in verband met aanwezigheid cash geld). In de praktijk komen
    dergelijke vormen van delicten echter sporadisch voor.

    De motorenhandel heeft volgens de Bovag nauwelijks te
    maken met criminaliteit. Wanneer motoren worden gestolen dan is dat
    voornamelijk bij burgers. Volgens de CRI werden er in 1990.1571, in
    1991.1659, in 1992.1766 en in 1993.2007 motoren van particulieren
    gestolen. In dit rapport zal hierop verder niet worden
    ingegaan.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken