• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De branche van het wegtransport – 2.1. De sterke positie van Nederland

    2. DE EUROPESE EN NATIONALE VERVOERSMARKT

    2.1. De sterke positie van Nederland: enkele cijfers

    Het internationaal goederenvervoer over de weg in Europa neemt
    enorm toe. In 1981 werd er op het continent 138 miljoen ton aan
    goederen over de weg vervoerd. In twaalf jaar tijd verdubbelde deze
    hoeveelheid zich tot
    275 miljoen ton in 1993 (TLN, 1994). Het aandeel van Nederland
    daarbinnen is op verschillende manieren te meten. Kijken we eerst
    naar de relatieve positie ten opzichte van andere Europese landen,
    dan is Nederland thans de grootste transporteur van goederen over
    de weg. Ons land verzorgde in 1991 bijna 28 procent van het totale
    Europese goederenvervoer. Frankrijk volgt op afstand met iets meer
    dan 18 procent en Duitsland staat derde met bijna zeventien
    procent. Het Belgische aandeel bedraagt zestien procent en maakt
    dit land tot de vierde vervoerder binnen de Unie. Verder volgen,
    naar grootte: Itali, Spanje, Engeland, Denemarken, Portugal,
    Luxemburg, Ierland en Griekenland (TLN, 1994).

    Nederland is een transitoland bij uitstek. In 1993 passeerde in
    totaal 700 miljoen ton goederen onze grenzen; per schip, per
    vrachtwagen, met het vliegtuig, door pijpleiding en met de trein.
    Dit is het totaal aan in- en uitvoer, waarbij ook de doorvoer is
    meegeteld. Van deze totale aan- en uitvoer ging 143 miljoen ton
    goederen in vrachtwagens over de Nederlandse grenzen. Bijna
    driekwart van al het vervoer dat via de weg over onze grenzen gaat,
    wordt door Nederlandse vervoersbedrijven verzorgd. Het Nederlands
    vlagaandeel is de laatste jaren toegenomen; in 1986 bedroeg het
    ruim 70 procent en vier jaar later 73 procent (Ministerie van
    Verkeer en Waterstaat, 1994).

    Nederlandse transportondernemingen opereren nog steeds voor het
    grootste deel op de binnenlandse markt. Maar het aandeel
    internationale ritten neemt de laatste jaren snel toe. In 1970 ging
    minder dan zeven procent van het in dat jaar vervoerde gewicht aan
    goederen de grens over; ruim 93 procent van de goederen werd dus
    binnen Nederland vervoerd. Tien jaar later lag het aandeel van het
    internationaal vervoer al boven de tien procent en in 1990 ging
    zestien procent de grens over (CBS, 1994). In 1993 had het
    internationaal transport zijn aandeel vergroot tot bijna 18 procent
    en dit percentage nam vorig jaar toe tot bijna 19 % (TLN, 1995).
    Zoals te verwachten, nam met de stijging van het
    grensoverschrijdend vervoer ook het aantal gereden
    kilometers
    toe. In 1988 werden er in totaal ruim 5100 miljoen
    kilometers afgelegd, tegen 5800 miljoen kilometers vorig jaar; een
    toename van 13,6 procent. Deze groei wordt voornamelijk veroorzaakt
    door het toenemende grensoverschrijdende vervoer; het aantal in het
    binnenland gereden kilometers nam de laatste vijf jaar met maar
    drie procent toe, terwijl het internationaal aantal gereden
    kilometers in diezelfde periode met maar liefst 38 procent steeg
    (TLN, 1994). Gekeken naar de cijfers voor de korte termijn, laat
    het aantal in 1993 gereden kilometers in het beroepsvervoer over de
    Nederlandse weg een kleine daling zien ten opzichte van het
    voorgaande jaar (0,8 procent). Maar de gereden afstand in 1993 is
    dan nog ruim dertig procent hoger vergeleken met 1989 (TLN,
    1994).

    Het totaal vervoerd gewicht in het binnenlands transport
    laat op korte termijn een kleine afname zien: ten opzichte van 1992
    is er in 1993 0,2 procent minder gewicht aan goederen in het
    beroepsvervoer getransporteerd. Het eigen vervoer laat zelfs een
    daling van tien procent zien over dezelfde periode. Maar over
    langere tijd beschouwd, is dit slechts een kleine vermindering van
    een sterk doorzettende groei. Want de daling ten opzichte van 1992
    is toch nog een forse toename vergeleken met de voorgaande jaren.
    Een voorbeeld: het vervoerde gewicht in het binnenlands
    beroepsvervoer bedroeg in 1993 bijna 276 miljoen ton; een half
    miljoen ton minder dan in het voorgaande jaar (TLN, 1994). Ten
    opzichte van 1991 is dit echter wel een toename met 27 miljoen ton,
    en maar liefst 37 miljoen ton meer dan in 1989! En over nog langere
    tijd bekeken, is er niets aan de hand met het vervoerde gewicht:
    dit steeg van 181 miljoen ton in 1970, naar 212 miljoen ton in
    1980, 248 miljoen ton in 1990 tot 276 in 1993 (CBS, 1994).

    Ook het gewicht dat Nederlandse transportondernemingen
    internationaal vervoeren, loopt de laatste decennia alleen
    maar op; in 1970 vervoerden Nederlandse ondernemingen 22 miljoen
    ton goederen. In 1980 was dit gestegen tot 44 miljoen ton en
    bedroeg tien jaar later zelfs 75 miljoen ton. Vorig jaar vervoerden
    de Nederlandse transporteurs 86 miljoen ton goederen (CBS, 1994).
    En zelfs de kortere termijn laat een stijging zien van het aantal
    internationaal vervoerde tonnen; ten opzichte van 1992 is er vorig
    jaar vier procent meer aan vervoerd gewicht de grenzen over gegaan.
    Tussen Nederland en Belgi nam het vervoerde gewicht zelfs met bijna
    acht procent toe (TLN, 1994).


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken