• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De branche van het wegtransport – 7.1 De bedrijfscultuur van de transportondernemer

    7. HET KARAKTER VAN DE BRANCHE

    7.1 De bedrijfscultuur van de transportondernemer

    De meeste goederenvervoersbedrijven zijn klein. Veel
    transportondernemingen zijn, al dan niet uitgegroeide,
    familiebedrijven. Meestal is het bedrijf van vader op zoon
    overgegaan en werkt een aantal broers samen. Vader is klein
    begonnen; soms nog met een fiets- of paardekar. De bedrijfscultuur
    is conservatief. Mede gevoed door het jarenlang sterk beperkend
    capaciteitsbeleid van de overheid, zijn ondernemers in deze branche
    sterk gericht op uitbreiding van hun wagenpark. Hieraan wordt het
    succes afgemeten. Groot is lekker lijkt de gemiddelde ondernemer te
    denken en hij wordt hierin aangemoedigd door de verlokkingen van
    ogenschijnlijk gemakkelijke leasecontracten. Nog steeds wordt
    iedere cent het liefst omgezet in een uitbreiding van het tonnage,
    ook al gaat dit tegen de economische ontwikkelingen in.

    De overheid is geen vriend van de transportondernemer,
    noemde een medewerker van TLN het subtiel. Nieuwe wetten en regels
    van hogerhand worden met wantrouwen bekeken; ondernemers hebben het
    gevoel dat ze door hun eigen overheid worden uitgeknepen. De
    overheid doet vooral te veel: heft hoge belastingen, voert het
    Eurovignet en de snelheidsbegrenzer in en verhoogt de
    dieselaccijnzen. De branche beijvert zich voor een terugtredende
    overheid; mede door deze roep is de capaciteitswetgeving in 1992
    losgelaten. Van de
    andere kant zou de overheid wel beter moeten optreden tegen
    bedrijven die voor valse concurrentie zorgen. Een bepaalde mate van
    sjoemelen is volkomen normaal in de cultuur van de
    transportonderneming en daar wordt geen geheim van gemaakt; vooral
    daar waar het de rij- en rusttijdenwet, de snelheidsbegrenzer, de
    zwarte dieselolie en, in mindere mate, de CAO betreft. De
    overheidsregels zijn te star en staan te ver van de praktijk, vindt
    men algemeen. Wie daar niet creatief mee omgaat is gek.
    Transportondernemers werken nauwelijks met elkaar samen, want de
    harde onderlinge concurrentie maakt hen voorzichtig. Een
    transportondernemer zegt dat er tegenwoordig vaker wordt
    samengewerkt dan vroeger. Maar graag doen de transporteurs het
    niet, want er bestaat altijd het gevaar dat de behulpzame collega
    die inspringt bij grote drukte, uiteindelijk met de klant op de
    loop gaat. Hij weet nu immers voor welke prijs de concurrent rijdt,
    en hoeft daar maar een paar guldens onder te gaan zitten.

    De concurrentieslag tussen transportondernemers is zelfs zo hard
    dat incidenteel op valse middelen wordt overgeschakeld. Zo
    vertellen twee transporteurs – onafhankelijk van elkaar – dat ze
    door de concurrent te pakken zijn genomen. Beiden vermoeden dat een
    vijandig gezinde concurrent tips aan buitenlandse douanebeambten
    heeft doorgegeven over zogenaamde smokkelactiviteiten van het
    bedrijf. Als gevolg daarvan zouden de vrachtwagens van de
    gedupeerde bedrijven geregeld ter controle aan de kant worden
    gezet, hetgeen veel tijd- en geldverlies oplevert.

    De harde concurrentiestrijd en daarmee de samenhangende
    geslotenheid maakt het onderwerp criminaliteit in het wegtransport
    nauwelijks bespreekbaar: een muur waartegen zowel de
    ondernemersorganisatie als verzekeringsmaatschappijen en politie
    oplopen. Deze geslotenheid maakt het voor de transportbranche
    bijzonder moeilijk om eventuele criminele infiltratie te weren.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken